• Beoordeling van de grondwatertoestand op basis van de Kaderrichtlijn Water

      Lieste R; Witte JPM; de Nijs ACM; Aggenbach CJS; Pieters BJ; Runhaar J; Verweij W; LER (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwa Water Research, 2007-12-07)
      De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde komt. Het grondwater moet daarbij niet alleen aan zijn eigen doelstellingen voldoen, voldoende water van goede kwaliteit, maar ook aan de doelstellingen van de ecosystemen die door kwellend grondwater worden beinvloed. Het grondwater mag geen negatieve invloed hebben op de bijbehorende oppervlaktewateren en grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen. In dit rapport wordt een beoordelingsmethode voorgesteld om vast te stellen wanneer de toestand van het grondwater niet voldoet aan de doelstellingen van de bijbehorende aquatische en terrestrische ecosystemen. Deze beoordeling gaat enerzijds uit van de doelstellingen voor de bijbehorende oppervlaktewateren en de grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen en anderzijds van de beschikbare meetgegevens over de toestand van het oppervlaktewater, het terrestrisch systeem en het grondwater. Waarschijnlijk zal de grondwatertoestand door verdroging en de uitspoeling van bijvoorbeeld nutrienten, bestrijdingsmiddelen en zware metalen in een aantal gebieden niet voldoen aan de doelstellingen voor het oppervlaktewater en de terrestrische ecosystemen. Het al in gang gezette mestbeleid, verdrogingbeleid en de KRW zelf zullen een deel van de problemen oplossen. Daarnaast geeft het rapport voor een groot aantal landschaptypen met een grote natuurbehoudswaarde een overzicht van de ecohydrologische relaties en potentiele bedreigingen door aantasting van het grondwaterlichaam.
    • Drinkwaterkwaliteit in nieuwbouwwoningen

      Wuijts S; Slaats PGG; Versteegh JFM; Meerkerk MA; MEV; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwa Water Research, 2008-04-24)
      Drinkwater in nieuw gebouwde woningen bevat vaak verhoogde gehalten lood, nikkel en koper. Daardoor voldoet het drinkwater in deze woningen niet aan de eisen van het Waterleidingbesluit. Mogelijk is de kwaliteit van het drinkwater ook bij oplevering van de woning onvoldoende. Vooralsnog is echter geen sprake van acute gezondheidsrisico's. De normstelling gaat uit van een langdurige blootstelling aan deze metalen, en dat is in deze situatie waarschijnlijk niet het geval. Dit probleem kan verholpen worden door voor de oplevering langdurig en tijdens de eerste maanden van bewoning dagelijks 's ochtends de kranen een aantal minuten te laten lopen. Bewoners dienen hierover beter geinformeerd te worden door de installateur of het waterleidingbedrijf. Dit concludeert het RIVM nadat het de drinkwaterkwaliteit in bijna honderd nieuwbouwwoningen heeft onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Kiwa Water Research en een aantal waterleidinglaboratoria. In vrijwel alle onderzochte nieuwbouwwoningen zijn de verhoogde gehalten metalen aangetroffen. Ze zijn afkomstig uit gebruikte materialen zoals, kranen, koppelingen, soldeer en leidingen. Nieuwe materialen geven gedurende de eerste maanden metalen af. Ook zijn hoge aantallen bacterien aangetroffen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er ziekteverwekkende organismen in het drinkwater zitten.
    • De microbiologische kwaliteit van het ingenomen en afgeleverde water van Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch in 2001

      de Roda Husman AM; Ketelaars HAM; Lodder WJ; Medema GJ; Schets FM; MGB (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMEvidesRotterdamKiwa Water ResearchNieuwegein, 2006-06-09)
      Om van het afgeleverde water van Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch (WBB) drinkwater te maken dat voldoet aan de eisen uit het Nederlands Waterleidingbesluit dienen de zuiveringsprocessen de aantallen Campylobacter met minimaal 6,5 tot 7,3 log10-eenheden en de aantallen reo- en enterovirussen met minimaal 2,8 tot 3,6 log10 eenheden reduceren. Drinkwater dat aan deze eisen voldoet zal bij consumptie minder dan 1 infectie per 10.000 personen per jaar veroorzaken. In 2001 is onderzoek gedaan naar het voorkomen van noro- en rotavirussen in zowel het ingenomen als het afgeleverde water van WBB en werden de aantallen kweekbare entero- en reovirussen in deze wateren bepaald. Tevens werden de aantallen Campylobacter in het afgeleverde water bepaald. In het ingenomen water werden kweekbare reo- en enterovirussen in concentraties van 0,01 tot 1 virusdeeltje per liter aangetroffen. In het afgeleverde water werden eveneens kweekbare reo- en enterovirussen aangetoond, de gemiddelde concentratie bedroeg 0,001 tot 0,007 kweekbaar virusdeeltje per liter. De decimale reductie door de spaarbekkens van WBB bedroeg voor reovirussen 1,4 log10-eenheden en voor enterovirussen 2,1 log10-eenheden. Zowel in het ingenomen als in het afgeleverde water werd met moleculaire methoden geen RNA van rotavirussen aangetoond. Norovirus RNA werd zowel in enkele monsters van het ingenomen als van het afgeleverde water aangetroffen. De decimale reductie van norovirus RNA door de spaarbekkens bedroeg 0,6 log10-eenheden. Campylobacter werd aangetoond in 84 % van de monsters van het afgeleverde water, met een gemiddeld meest waarschijnlijk aantal van 6,9 bacterien per liter.
    • Nanodeeltjes in water

      Struijs J; van de Meent D; Peijnenburg WJGM; Heugens E; de Jong W; Hagens W; de Heer C; Hofman J; Roex E; LER (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwa Water ResearchRijkswaterstaat Waterdienst, 2007-11-06)
      De komende jaren krijgen we steeds vaker te maken met nanotechnologie. Nanodeeltjes bieden nieuwe mogelijkheden, omdat ze klein zijn. Nanotechnologie wordt nu al gebruikt in bijvoorbeeld autolak, autobanden, schoenspray en zonnebrandcreme. De markt voor nanotechnologie groeit dan ook razendsnel. Onderzoekers en gebruikers zijn het met elkaar eens: deze nieuwe technologie gaat veel betekenen. Maar bij nieuwe technologieen horen onzekerheden. Wat precies de voor- en nadelen zijn, kan niemand nog volledig inschatten. Het toenemende gebruik en de groeiende (maatschappelijke) aandacht voor de risico's van nanotechnologieen vormden de aanleiding voor een uitgebreide literatuurstudie naar de mogelijke toepassingen en risico's. Deze studie richt zich daarbij specifiek op het watermilieu en drinkwater. Het rapport 'Nanodeeltjes in water' is een gezamenlijk project van Rijkswaterstaat, Kiwa Water Research, Vewin en het RIVM; laatstgenoemde is door de regering aangewezen als 'observatiepost nanotechnologie'. De studie geeft een overzicht van de beschikbare informatie over kansen en bedreigingen van nanotechnologie in relatie tot water . Het beschrijft de tot nu toe bekende effecten van nanodeeltjes voor het watermilieu en voor de mens en de mogelijkheden voor toepassing in de (drink)waterzuivering. Er zijn echter nog diverse kennislacunes, waardoor het moeilijk is de risico's in te schatten. Daarom geeft het rapport ook aan welke zaken nog moeten worden onderzocht om beter zicht op de risico's te krijgen. Daarnaast geeft het rapport inzicht in de nationale en Europese regelgeving die betrekking heeft op nanodeeltjes. Kortom: een overzichtsrapport dat inzicht geeft in wetenschappelijke stand van zaken rond nanotechnologie in relatie tot water. Het is daarmee een aanzet voor verder onderzoek en kan als basis dienen voor beleid en regelgeving.