• Dioxinegehalten in geimporteerde zuivelproducten

      Liem AKD; van Hemert AW; Marsman JA; den Hartog RS; Hoogerbrugge R; Hijman WC; Linders SHMA; Zomer G; LOC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMInspectie GezondheidsbeschermingLeeuwarden, 1997-02-28)
      De resultaten worden beschreven van een studie naar de gehalten van PCDD's en PCDF's in geimporteerde zuivelproducten. In november 1995 zijn door de Regionale Inspecties Gezondheidsbescherming monsters geimporteerde melk en kaas verzameld van verschillende producenten in Duitsland, Belgie en Frankrijk. De monstername werd uitgevoerd bij belangrijke importeurs van Franse kaas en supermarkten met een groot marktaandeel, gesitueerd in verschillende regio's verspreid over Nederland. Uit de ingezamelde melkmonsters werden zestien tijdgemiddelde mengmonsters samengesteld van melk geproduceerd door fabrieken gelegen in diverse regio's in Duitsland en Belgie. Daarnaast werd in het analyseprogramma een monster Franse schapenkaas opgenomen, alsmede een drietal mengmonsters van verschillende typen Franse kaas geproduceerd op basis van koemelk. De chemische analyse omvatte de bepaling van de zeventien 2,3,7,8-chloorgesubstitueerde PCDD- en PCDF-congeneren in de vette fractie van de monsters. Uit de congeneer-specifieke gegevens is een dioxinegehalte uitgedrukt in toxische equivalenten van 2,3,7,8-TCDD (TEQ's) afgeleid, waarbij gebruik is gemaakt van de Internationale Toxiciteits Equivalentie Factoren (i-TEF's). In alle onderzochte monsters werden dioxinegehalten aangetoond die ruim beneden de warenwetnorm van 6 pg (i)-TEQ/g vet liggen. De dioxinegehalten in melk geimporteerd uit Duitsland liepen uiteen van 0.3 tot 1.2 pg (i)-TEQ/g melkvet. De gehalten in de Belgische melkmonsters varieerden van 1.4 tot 2.7 pg (i)-TEQ/g vet, en de gehalten in de Franse kazen lagen tussen 0.5 en 1.2 pg (i)-TEQ/g vet. Als de waargenomen gehalten worden vergeleken met eerder gerapporteerde gegevens over consumptiemelk verzameld in Nederland in de periode 1992-1993, waarin de dioxinegehalten varieerden van 0.9-2.1 pg (i)-TEQ/g vet (Liem et al., 1996), suggereren de meetgegevens lagere gehalten in Duitse en hogere gehalten in Belgische melk. De representativiteit van de onderzochte monsters kent echter enige restricties. Op grond hiervan kan daarom niet worden beoordeeld in hoeverre de verschillen statistische betekenis hebben. De verschillen zijn echter gering. Daarom bestaat er op grond van de gegevens voortvloeiend uit dit onderzoek geen aanleiding om nader onderzoek uit te voeren.<br>