• Environmental radioactivity in the Netherlands : Results in 2012

      Knetsch GJ; M&M; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMMinisterie van Infrastructuur en MilieuNVWARIKILTElectriciteit-Productiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ, 2014-08-03)
      In 2012 voldeed Nederland aan de Europese verplichting om jaarlijks de hoeveelheid radioactiviteit in het milieu en in voeding te meten. Alle lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht deze metingen jaarlijks te verrichten volgens het Euratom-verdrag uit 1957. Nederland voert daarbij de aanbevelingen uit die in 2000 zijn opgesteld om de metingen volgens een bepaald stramien uit te voeren. De metingen leveren achtergrondwaarden op, oftewel radioactiviteitsniveaus die onder normale omstandigheden aanwezig zijn. Deze waarden kunnen bijvoorbeeld bij calamiteiten of rampen als referentie dienen. Het RIVM rapporteert namens Nederland over radioactiviteit in het milieu aan de Europese Unie. Radioactiviteit in lucht, voedsel en melk In 2012 vond in een niet nader gespecificeerd gebouw in Budapest (Hongarije) een radiologisch incident plaats waarna in Nederland het vrijgekomen radionuclide te meten was. Dit radionuclide werd hier van 27 januari tot 2 februari in luchtstof aangetoond. Het niveau was zeer laag en vormde geen risico voor de volksgezondheid. Op bovenstaand incident na lieten metingen in lucht en omgeving een normaal beeld zien, dat niet verschilde van voorgaande jaren. De radioactiviteitsniveaus in voedsel en melk liggen net als in voorgaande jaren duidelijk onder de Europese limieten die zijn opgesteld voor consumptie en export. Radioactiviteit in oppervlaktewater In het oppervlaktewater liggen de radioactiviteitsniveaus op een aantal locaties boven de streefwaarden die in de Vierde Nota waterhuishouding (1998) zijn bepaald. De streefwaarden mogen bij voorkeur niet overschreden worden, maar de overschrijdingen zijn zodanig dat ze niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. De mate van radioactiviteit in oppervlaktewater wordt beoordeeld op basis van streefwaarden; er bestaan voor oppervlaktewater geen limieten voor toezicht en handhaving op radioactieve stoffen.
    • Registratie voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, 2015

      Friesema IHM; Tijsma ASL; Wit B; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2016-09-26)
      In 2015 zijn meer uitbraken van voedselinfecties en vergiftigingen geregistreerd dan in voorgaande jaren. Dit komt grotendeels doordat dit jaar alle niet-anonieme meldingen bij de NVWA van uitbraken (van twee of meer zieken) zijn geregistreerd. In voorgaande jaren zijn alleen meldingen gerapporteerd als daarna bij de desbetreffende locaties onderzoek werd gedaan naar ziekteverwekkers. In 2015 zijn in totaal 406 uitbraken gemeld met 1850 zieken, ten opzichte van 207 gemelde uitbraken met 1655 zieken in het jaar ervoor. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2015 van voedselinfecties en -vergiftigingen. Daaruit blijkt ook dat het norovirus de belangrijkste veroorzaker van voedselgerelateerde uitbraken blijft, gevolgd door Salmonella en Campylobacter. De cijfers zijn afkomstig van de NVWA en de GGD'en. De meldingen van beide instanties worden samengevoegd en als een geheel geanalyseerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Deze geïntegreerde aanpak geeft een duidelijker beeld van de mate waarin uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland voorkomen en de trend daarin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en het aantal zieken. Dit komt doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting worden jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. De NVWA en GGD'en registreren en onderzoeken voedselinfecties en vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de NVWA en het CIb, 2012

      Friesema IHM; de Jong AEI; Boxman ILA; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2013-10-30)
      In 2012 zijn meer mensen ziek geworden van een voedselinfectie of -vergiftiging dan in voorgaande jaren. In totaal zijn 276 uitbraken geregistreerd bij de NVWA en het RIVM, waardoor 2607 mensen ziek zijn geworden. Daarnaast zijn 273 individuele gevallen gemeld. De toename kwam vooral doordat er in 2012 meerdere grote uitbraken van voedselinfecties of -vergiftigingen waren. De grootste en meest opvallende uitbraak was de landelijke uitbraak van Salmonella Thompson (1149 gerapporteerde zieken), die was veroorzaakt door het eten van besmette gerookte zalm. Dit blijkt uit een analyse door het RIVM van de registratiecijfers van voedselinfecties en -vergiftigingen bij de NVWA en het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) van het RIVM over 2012. Beide instanties registreren voedselinfecties en -vergiftigingen om inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers; de cijfers overlappen gedeeltelijk. De genoemde getallen zijn echter een onderschatting van het werkelijke aantal voedselinfecties en -vergiftigingen, omdat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. Net als in voorgaande jaren zijn de bacteriën Campylobacter en Salmonella en het norovirus de belangrijkste verwekkers van uitbraken van voedselinfecties. De impact van Salmonella- en norovirus-uitbraken is groter dan die van Campylobacter, aangezien er meestal meer mensen ziek worden van één besmettingsbron met Salmonella of het norovirus. Daarnaast zijn de gevolgen van een Salmonella-besmetting vaak heviger: vrijwel alle gemelde ziekenhuisopnamen die verband hielden met een voedselinfectie waren het gevolg van een Salmonella-infectie (in 2012 79 van de 82), evenals de vier gemelde overledenen. Goede hygiëne en de juiste voorschriften volgen tijdens de productie en bereiding van voedsel zijn maatregelen die in hoge mate beschermen tegen voedselinfecties. Voorbeelden zijn risicovolle producten voldoende verhitten en kruisbesmetting voorkomen, zoals rauwe kip niet in aanraking laten komen met rauw te eten producten. Aandacht voor kennis over en uitvoering van dergelijk gedrag blijft belangrijk. Dit geldt zowel voor de overheid, voedselproducenten, voedselleveranciers, horeca als de consumenten. De NVWA kreeg in 2012 527 meldingen over voedselinfecties binnen, tegenover 363 meldingen in 2011. Nadat het aantal enkele jaren was afgenomen, steeg het hiermee tot het niveau van 2008-2009. Het aantal gerelateerde zieken dat bij de NVWA werd gemeld, was 2776 (in 2011 waren dat er 889). Het aantal meldingen van voedselinfecties bij de GGD, die aan het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM worden gerapporteerd, bleef gelijk: 43 meldingen, met 1652 zieken.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland, 2014

      Friesema IHM; Tijsma ASL; Wit B; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2015-11-05)
      In 2014 waren er minder uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen dan in voorgaande jaren. Wel was het aantal zieken per gemelde uitbraak groter, waardoor het totaal aantal zieken hoger uitkwam dan in 2013 (een verschil van 13 procent). In 2014 zijn in totaal 207 uitbraken gemeld met 1655 zieken, ten opzichte van 290 gemelde uitbraken met 1460 zieken in het jaar ervoor. Daarnaast zijn in 2014 bij de NVWA nog 242 individuele gevallen van voedselinfectie of -vergiftiging gemeld. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2014 van voedselinfecties en -vergiftigingen. Daaruit blijkt ook dat er relatief veel uitbraken door het norovirus waren en weinig Campylobacter-uitbraken ten opzichte van voorgaande jaren. Het aantal Salmonella-uitbraken was in 2014 hoger dan in 2013, maar lager dan de jaren ervoor. De cijfers zijn afkomstig van de NVWA en de GGD'en. Sinds vorig jaar worden de meldingen samengevoegd en als één geheel geanalyseerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Deze nieuwe, geïntegreerde aanpak geeft een duidelijker beeld van de mate waarin uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland voorkomen en de trend daarin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselinfecties en -vergiftigingen. Dit komt, doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. De NVWA en GGD'en registreren en onderzoeken voedselinfecties en -vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden.
    • Staat van Zoönosen 2011

      Maassen C; de Jong A; Stenvers O; Valkenburgh S; Friesema I; Heimeriks K; van Pelt W; Graveland H; LZO; cib (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2012-11-20)
      De Staat van zoönosen 2011 geeft een overzicht van de mate waarin diverse zoönosen in het verslagjaar voorkomen, gecombineerd met de trends op de lange termijn. Het verslag bevat daarnaast enkele opmerkelijke voorvallen uit 2011 en behandelt jaarlijks een thema. Opmerkelijke voorvallen zoönosen uitgelicht Doorgaans vertonen de trends geen uitgesproken ontwikkelingen. Wel waren er een aantal opmerkelijke voorvallen zoals de uitbraken van E. coli O104 via kiemgroenten en Salmonella Newport. Een ander voorbeeld is het Schmallenbergvirus, een nieuw virus bij runderen en schapen dat tot misvormingen leidt bij kalveren en lammeren. Het RIVMCIb acht het zeer onwaarschijnlijk dat het virus een infectie bij de mens kan veroorzaken. Ook wordt de stand van zaken weergegeven van veegerelateerde MRSA en van de ziekte van Lyme. In het onderzoek naar de ziekte van Lyme is er steeds meer aandacht voor mensen die klachten hebben zonder dat daar duidelijke tekenen van infectie aan vooraf zijn gegaan, zoals de rode ring rondom de tekenbeet. Thema: 'Dieren onderweg' Het rapport wordt elk jaar afgesloten met een themahoofdstuk, dit keer getiteld 'Dieren onderweg'. Hierin wordt inzicht gegeven in de wet- en regelgeving voor de import van dieren en het reizen met dieren. Aangezien de verplaatsing van dieren tussen landen zoönotische risico's met zich mee kunnen brengen, is het van belang dat professionals, zoals GGD en dierenartsen, hiervan op de hoogte zijn. Bij dit thema wordt een onderscheid gemaakt tussen huisdieren, paardachtigen, landbouwhuisdieren en exotische dieren. Het is opmerkelijk hoeveel Nederlanders hun hond of kat meenemen op vakantie naar het buitenland. Echter, de kennis over de zoönotische risico's en naleving van veterinaire voorschriften is waarschijnlijk beperkt. Het reizen met dieren kan hierdoor een bedreiging vormen voor de dier- en volksgezondheid. Het laatste Nederlandse geval van insleep van rabiës in 2012 was dan ook het gevolg van de illegale invoer van een puppy vanuit Marokko.