• Emissies en doses door procesindustrie. Jaarrapport 2004 'Beleidsmonitoring straling'

      Eleveld H; Tanzi CP; Dijk JWE van; LSO (Nuclear Research and consultancy Group NRG, 2005-09-15)
      Voor de Nederlandse bevolking is de stralingsdosis door lozingen van radioactieve stoffen door de procesindustrie fors afgenomen tussen 1994 en 2000. Vooral de gerapporteerde lozingen in water vertonen een sterke daling, mede door sluitingen van twee kunstmestfabrieken in 1999 en 2000. Echter, vanaf 2000 zien we een lichte stijging van de collectieve dosis. Ook is de beroepsmatige blootstelling binnen de procesindustrie onderzocht met behulp van de gegevens uit het Nationaal Dosisregistratie en Informatiesysteem (NDRIS). De dosis door inhalatie kan voor de onderzochte personen binnen de bedrijfstak dikwijls boven de 1 mSv per jaar liggen. Een overschrijding van de limiet van 6 mSv per jaar is echter niet gevonden.Het overheidsbeleid om lozingen in water te beperken heeft ertoe geleid dat bedrijven in nieuwe waterzuiveringssystemen hebben geinvesteerd. Ook is de invloed van het stralingsbeleid zichtbaar bij de inkoop van grondstoffen. Zo houdt een bedrijf bij inkoop rekening met de compositie van de in de grondstoffen van nature aanwezige radionucliden. Deze keuze wordt uiteraard mede bepaald door beschikbaarheid en de kosten van dergelijke grondstoffen.De in dit rapport bepaalde doses zijn berekend met een ketenmodel (van bron tot effect). Dit model is hiervoor verder ontwikkeld. Duidelijk is geworden dat de huidige dosisschattingen gebruikmakend van het ketenmodel goed overeenkomen met de dosisschattingen gebaseerd op de metingen. Ook is aangetoond dat de jaardosis op een bepaalde locatie nabij de bron tot 25% wordt beinvloed door de jaarlijkse variatie in het weer.
    • Environmental radioactivity in the Netherlands : Results in 2008

      Knetsch GJ; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRijkswaterstaat WaterdienstVoedsel en Waren Autoriteit VWARIKILT Institute of Food SafetyNuclear Research and consultancy Group NRG, 2010-08-30)
      Volgens het Euratom-verdrag uit 1957 moeten alle lidstaten van de Europese Unie jaarlijks de hoeveelheid radioactiviteit in het milieu meten. Ook in 2008 heeft Nederland aan deze verplichting voldaan. Sinds 2000 kent Euratom aanbevelingen om de metingen volgens een bepaald stramien uit te voeren, lidstaten zijn echter niet verplicht deze na te leven. Nederland voldeed in 2008 aan alle Europese aanbevelingen, met uitzondering van de bepaling van strontium-90 in voedsel. De metingen in lucht en omgeving lieten een normaal beeld zien. Polonium-210 in depositie gaf het hoogste niveau sinds 1993 (twee keer zo hoog als normaal). Dit kan deels verklaard worden door Sahara zand dat eind mei in Nederland is gedeponeerd. In voedsel en melk zijn geen radioactiviteitniveaus aangetroffen boven de Europese limieten voor export en consumptie. Met ingang van 2008 zijn extra gegevens betreffende voedsel toegevoegd aan dit rapport. De additionele gegevens zijn afkomstig van RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid. In het oppervlaktewater is op een aantal locaties voor sommige radioactieve stoffen de streefwaarde overschreden. Deze overschrijdingen zijn echter zodanig dat ze niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Streefwaarden zijn waarden die bij voorkeur niet overschreden mogen worden, maar het zijn geen limieten.