• Assessment of odour annoyance in chemical emergency management

      Ruijten MWMM; Doorn R van; Harreveld AP van; SIR (CrisisTox ConsultMunicipal Health Service Rotterdam (GGD)OdourNet BV, 2009-06-11)
      Bij chemische incidenten zal de blootgestelde bevolking de aanwezigheid van een ongebruikelijke geur vaak interpreteren als een mogelijk gezondheidsrisico. Dit rapport beschrijft een methode om de luchtconcentratie te schatten waarbij de blootgestelde bevolking zich bewust wordt van de aanwezigheid van een chemische stof door geur(hinder). Deze waarneming kan communicatie en andere maatregelen nodig maken, zelfs bij afwezigheid van relevante toxische risico's. De voorgestelde methode zal het begrip bij crisisbeheersers over onrust bij de getroffenen door geurwaarneming vergroten, en hen beter in staat stellen te beslissen wanneer welke crisisbeheersingsmaatregelen wenselijk zijn. De methode sluit aan bij consensus binnen het Acute Exposure Guideline Levels (AEGL) programma waarin is bepaald dat een concentratie waarbij 50% van een afgeleide incidenteel blootgestelde bevolking een 'duidelijke' geur waarneemt, dit beschouwd wordt als 'duidelijke geurwaarneming'. De luchtconcentratie waarbij dat optreedt heet 'Level of Distinct Odour Awareness (LOA)'. De LOA wordt in drie stappen bepaald: 1. Selecteer een goede geurdrempel, bijvoorbeeld via een van de aangegeven bronnen. 2. Bepaal een niveau van 'duidelijke' geurwaarneming. 3. Verdisconteer veldomstandigheden zoals leeftijd, verkoudheid en blootstellingspatroon. De LOA moet voor iedere stof apart worden afgeleid. De beschikbaarheid van goede informatie voor de stappen 1 en 2 blijkt in de praktijk beperkend te zijn; deze beperkingen zijn deels omzeild door gebruik van standaardwaarden.