• Gezondheidsonderzoek na rampen. Vragenlijsten voor algemene en psychosociale gezondheid

      Grievink L; de Vries M; Yzermans CJ; van der Velden PG; van den Berg B; Smilde-van den Doel DA; MGO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMImpactNIVELInstituut voor PsychotraumaPallas, 2008-07-10)
      Welke van de meer dan vijftig beschikbare vragenlijsten is geschikt voor gezondheids- onderzoek na rampen? Die vraag moet snel na een ramp beantwoord worden door GGD'en en onderzoeksinstituten. Gezondheidsonderzoek is namelijk een van de pijlers van het nazorgbeleid na rampen van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en kan van tevoren in grote lijnen worden voorbereid. Ruim twintig vragenlijsten bleken bruikbaar voor het meten van de algemene en psychosociale gezondheidstoestand van volwassenen. Per gezondheidsaspect (post- traumatische-stressstoornis, depressie, angst, etc.) wordt een overzicht gegeven van geschikte vragenlijstinstrumenten, ingedeeld naar het doel van gezondheidsonderzoek (individuele zorg, volksgezondheid, wetenschap) en populatie (algemene bevolking, patienten). Bij de selectie van de vragenlijsten is gelet op de validiteit en betrouwbaarheid van de vragenlijstinstrumenten en de beschikbaarheid van Nederlandse referentiegegevens. Verder geeft het rapport aan op welk(e) moment(en) na een ramp metingen van de gezondheidstoestand het best zouden kunnen worden uitgevoerd. Voor kinderen en adolescenten is een eerste inventarisatie gemaakt van 13 vragenlijsten die eerder in gezondheidsonderzoek na rampen in Nederland zijn gebruikt. Door de diversiteit in rampgerelateerde gezondheidsaspecten en de aard van rampen kan niet zonder meer aangegeven worden welke vragenlijsten op welk moment de voorkeur genieten. Dit zal per doel en populatie specifiek moeten worden vastgesteld. Deze handreiking biedt hiervoor de basis. Het Centrum voor Gezondheidsonderzoek bij Rampen (CGOR) heeft in samenwerking met Impact (landelijk kennis- en adviescentrum psychosociale zorg na rampen), Nivel (Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg), IVP (Instituut voor Psychotrauma) en Pallas, (Health research and consultancy), deze handreiking samengesteld.
    • Health effects of breastfeeding: an update : Systematic literature review

      Buijssen M; Jajou R; van Kessel FGB; Vonk Noordegraaf-Schouten MJM; Zeilmaker MJ; Wijga AH; van Rossum CTM; M&B; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMPallas, 2015-04-17)
      Borstvoeding is gunstiger voor de gezondheid van kinderen en moeders dan flesvoeding. Zo is overtuigend aangetoond dat borstgevoede zuigelingen minder kans op bepaalde infectieziekten hebben. Het gunstige effect werkt bovendien door nadat met borstvoeding is gestopt. Borstgevoede kinderen hebben waarschijnlijk een lager risico op overgewicht, astma en een piepende ademhaling, en hun moeders op diabetes, reuma en een hoge bloeddruk. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM op basis van wetenschappelijke studies naar gezondheidseffecten van borstvoeding. Het RIVM heeft in 2005 en 2007 over de gezondheidseffecten van borstvoeding gerapporteerd. Een groot deel van de nu gerapporteerde gezondheidseffecten komt overeen met de resultaten uit de vorige rapporten, al is de sterkte van het bewijs soms net anders. Nieuw is dat moeders die borstvoeding hebben gegeven, waarschijnlijk minder vaak een hoge bloeddruk hebben. Het eerder beschreven beschermende effect van borstvoeding op eczeem bij kinderen is nu minder duidelijk. De update is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De Nederlandse overheid wil over objectieve informatie over de gezondheidseffecten van borstvoeding beschikken. Deze informatie wordt gebruikt om zwangere vrouwen hierover te informeren.
    • Kwaliteit van leven in de VTV. Een haalbaarheidsstudie voor acht ziekten

      Wolleswinkel-van den Bosch JH; Hoeymans N; Treurniet HF; VTV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMPallashealth research and consultancyRotterdam, 2001-06-29)
      De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) beschrijft de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking. In de tot nu toe verschenen VTV's zijn hiervoor per ziekte onder meer de indicatoren sterfte, prevalentie, incidentie en beloop beschreven. Dit rapport is een verslag van de haalbaarheidsstudie die is uitgevoerd om na te gaan of er in Nederland ook voldoende informatie beschikbaar is over de gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven per ziekte en of het mogelijk is een vergelijking tussen ziekten te maken. Voor de haalbaarheidsstudie zijn acht ziekten geselecteerd, waarvoor door middel van een literatuuronderzoek gegevens gezocht zijn over de generieke kwaliteit van leven, zo mogelijk naar pati6nt-, ziekte- en zorgkenmerken. Voor borstkanker, gezichts-stoornissen, artrose en verkeersongevallen was zeer weinig informatie beschikbaar. Voor de andere helft van de geselecteerde ziekten (angststoornissen, beroerte, COPD/astma en suikerziekte) was het redelijk goed mogelijk om de kwaliteit van leven te beschrijven. Hierbij waren gegevens over pati6ntkenmerken (leeftijd, opleiding, etc) aanwezig, maar informatie over kwaliteit van leven naar ziektekenmerken (o.a. ernst) en zorgkenmerken was beperkt. De conclusie is dat de huidig beschikbare gegevens over kwaliteit van leven gebruikt kunnen worden om de beschrijving van de ziekten in de VTV aan te vullen. De haalbaarheidsstudie zal daarom een vervolg krijgen voor de overige ziekten en de gegevens hiervan zullen opgenomen worden in het Nationaal Kompas Volksgezondheid.<br>
    • Kwaliteit van leven in het Nationaal Kompas Volksgezondheid. Een ziektespecifieke benadering

      Wolleswinkel-van den Bosch JH; Hoeymans FHGM; Treurniet HF; VTV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMPallashealth and research consultancy, 2003-04-10)
      De doelstelling van dit onderzoek is het beschrijven van de gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven bij 53 ziekten en aandoeningen ten behoeve van het Nationaal Kompas Volksgezondheid, een van de websites van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning. Door middel van een literatuuronderzoek zijn per ziekte gegevens gezocht over kwaliteit van leven, zo mogelijk in relatie tot ziektekenmerken. De inventarisatie is beperkt tot generieke meetinstrumenten (met name de SF-36) afkomstig uit Nederlands onderzoek gepubliceerd in de periode 1990-2001. Voor 24 (45%) ziekten was het mogelijk om de kwaliteit van leven te beschrijven op basis van generieke meetinstrumenten. Voor 6 (11%) ziekten waren er alleen data beschikbaar op basis van ziektespecifieke instrumenten. Hier is volstaan met een verwijzing naar enkele kernpublicaties. Voor 23 (43%) ziekten was er geen informatie. Informatie over kwaliteit van leven van patienten kan in de toekomst verder aangevuld worden door nieuwe gegevens van omvangrijke bevolkingsstudies. Om de informatie over kwaliteit van leven beter toepasbaar te maken voor het beleid, zou meer informatie over ziektekenmerken gewenst zijn.<br>