• Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2008

      Koedijk FDH; van Veen MG; Op de Coul ELM; van den Broek IVF; van Sighem AI; Verheij RA; van der Sande MAB; LIS (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMsoa-centraSHMHiv-centraNIVEL, 2009-06-22)
      Chlamydia, gonorroe, syfilis. Na een stabilisatie van het percentage positieve chlamydiatesten in 2007, is dit in 2008 weer toegenomen. Vooral onder jonge heteroseksuelen en bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) komt chlamydia veel voor. Het percentage positieve gonorroe- en syfilistesten nam in 2008 verder af. Deze infecties werden het meest gediagnosticeerd bij MSM. Hiv. In 2008 werden 393 nieuwe hivdiagnoses gesteld in de soacentra, bijna de helft van de 851 hivpositieven die dat jaar landelijk werden gediagnosticeerd en geregistreerd in de hivcentra. Het percentage bezoekers van de soacentra dat zich in 2008 op hiv liet testen nam toe tot 90%. Eind 2008 waren in totaal 15.538 personen in Nederland met hiv geregistreerd. Het aandeel MSM onder de nieuwe hivinfecties nam in 2008 verder toe. MSM. Bij 22% van MSM werd een of meerdere soa gevonden; bij MSM die weten dat ze hivpositief zijn was dit 36%. Daarnaast wordt in deze groep sinds 2004 regelmatig lymfogranuloma venereum (LGV), een agressieve variant van chlamydia, en sinds 2007 acute hepatitis C geconstateerd. Jongeren. Sinds 2008 houden GGD'en speciaal voor jongeren onder de 25 jaar de zogeheten Sense-spreekuren. Daar kunnen zij met hun vragen over seks terecht en direct een afspraak maken voor een soa-onderzoek. In 2009 wordt het essentieel om de samenhang te intensiveren. tussen maatregelen die erop gericht zijn soa's te voorkomen en te genezen. De soacentra. De soacentra bieden zorg aan hoogrisicogroepen, waaronder jongeren, MSM en personen afkomstig uit gebieden waar soa's relatief veel voorkomen. In 2008 hebben ruim 88.000 personen zich laten testen, een toename van 13% ten opzichte van 2007.
    • Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2009

      Vriend HJ; Koedijk FDH; van den Broek IVF; van Veen MG; Op de Coul ELM; van Sighem AI; Verheij RA; van der Sande MAB; EPI ; LIS; cib (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMsoa-centraSHMHiv-centraNederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg NIVEL, 2010-06-18)
      Chlamydia. Met bijna 10.000 nieuwe infecties in 2009 blijft chlamydia de meest gediagnosticeerde seksueel overdraagbare aandoening (soa) van alle bezoekers van de soa-centra. Het aantal infecties is toegenomen, maar het percentage mensen met chlamydia is stabiel gebleven. Elf procent van de heteroseksuele bezoekers van de soa-centra had een chlamydia-infectie, onder heteroseksuelen jonger dan 25 jaar was dit 14 procent. Gonorroe. Het aantal en percentage positieve gonorroe-infecties is opvallend gestegen ten opzichte van 2008. Dit heeft grotendeels te maken met een stijging van het aantal gonorroediagnoses bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) met 28 procent. Vooral het percentage positieve orale gonorroe testen bij MSM nam toe. Opvallend is dat steeds meer gonorroestammen minder gevoelig zijn voor antibiotica. Syfilis. In 2009 nam het aantal nieuwe syfilis-diagnoses af met 15 procent ten opzichte van 2008, het percentage positieve testen daalde ook. Deze daling is ook op de langere termijn zichtbaar. Syfilis werd vooral gediagnosticeerd bij MSM (89 procent van alle syfilis-diagnoses). Hiv. Zowel het aantal als het percentage positieve hiv-testen bij de soa-centra is in 2009 opnieuw licht gedaald. Sinds 1 januari 2010 wordt iedereen op hiv getest, tenzij mensen dat expliciet weigeren (opting-out testing). Overigens werd in 2009 al 92 procent van alle bezoekers die niet wisten of ze hiv hadden getest. In 2009 werd bij 34 procent van de bekend hiv-positieve MSM een of meerdere soa gevonden. Bezoekers soa-centra. In 2009 hebben in totaal 93.331 mensen zich bij een van de soa-centra in Nederland laten testen op soa. Dat is 6 procent meer dan in 2008. Er kwamen vooral meer MSM, een stijging van 19 procent ten opzichte van 2008. Bij 13 procent van de bezoekers werd een of meerdere soa gevonden (bij 20 procent van de MSM en 12 procent van de heteroseksuele bezoekers). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.