• Psychische (on)gezondheid; determinanten en de effecten van preventieve interventies

      Maas IAM; Jansen J; VTV (TNO Leiden, 2000-10-25)
      Psychische stoornissen zijn verantwoordelijk voor ruim 23% van de (directe) kosten van de gezondheidszorg (inclusief zorg voor verstandelijke handicap en dementie). Voor een beter onderbouwde preventie binnen het geestelijk volksgezondheidsbeleid is meer kennis nodig over de determinanten van psychische stoornissen en over de mogelijkheden om die determinanten te beinvloeden. Deze state-of-the-art geeft aan dat persoonlijkheidskenmerken als (overmatige) geremdheid, neuroticisme, impulsiviteit en cognitieve en sociaal-communicatieve beperkingen meerdere psychische stoornissen beinvloeden. Dit geldt ook voor traumatische ervaringen in de jeugd, een lage SES, sterke verstedelijking en snelle sociale veranderingen. Theoretisch gezien valt de meeste gezondheidswinst op het terrein van de psychische (on)gezondheid dan ook te behalen door beinvloeding van (het leren omgaan met) deze zogenaamde generieke determinanten. Ten aanzien van de effecten van interventies op determinanten van de psychische gezondheid zijn nog geen definitieve conclusies mogelijk. Het lijkt echter aannemelijk dat met name die interventies veelbelovend zijn die op meerdere determinanten tegelijk aangrijpen. Dit sluit aan bij het gegeven dat interacties tussen determinanten een belangrijke rol spelen in de etiologie van stoornissen. Secundaire preventie van depressie bij ouderen en preventie van druggebruik via schoolprogramma's blijken voldoende doeltreffend om over te gaan tot landelijke implementatie. Interventies gericht op familieleden van psychiatrische patienten lijken doeltreffend in het voorkomen van overbelasting, stress en angst. Een intensivering van het onderzoek naar determinanten van psychische stoornissen is een noodzakelijke voorwaarde om een flinke stap vooruit te maken ten aanzien van de mogelijkheden voor preventie. Daarnaast is het van belang strategieen voor landelijke implementatie van doeltreffende programma's te ontwikkelen en onderzoek op dit terrein te stimuleren.