• Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2003

      Hulshof KFAM; Ocke MC; van Rossum CTM; Buurma-Rethans EJM; Brants HAM; Drijvers JJMM; ter Doest D; CVG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMTNO-Voeding, 2004-10-14)
      Nederlandse jongvolwassenen consumeren veel te weinig groenten en fruit. Met betrekking tot de vetinneming is met name de inneming van verzadigde vetzuren te hoog, terwijl de inneming van transvetzuren de aanbeveling gemiddeld benadert. Er valt veel gezondheidswinst te behalen wanneer de voedingsgewoonten in lijn zouden zijn met de aanbevelingen, met name door de groente- en fruitconsumptie te verhogen en het vetzuurprofiel in de voeding te verbeteren. In dit onderzoek zijn de voedingsgewoonten van 750 19-30 jarige Nederlanders gemeten. Uitgaande van de aanbeveling van 150-200 gram groenten per dag, bleek dat slechts 2% van de deelnemers (5,5% van de mannen en 0,2% van de vrouwen) minstens 150 g per dag consumeerde en niemand gewoonlijk 200 gram groente of meer gebruikte. Op basis van gebruikelijke consumptie voor de groep 'vruchten' bleek dat slechts 7-8% de aanbevolen 200 gram at. Ruim de helft van de deelnemers (53% van de vrouwen en 58% van de mannen) gebruikte een voeding met minder dan 35 energie% vet. De richtlijn om minder dan 10 energie% verzadigde vetzuren te gebruiken werd slechts door weinigen bereikt: namelijk door 11% van de mannen en 6% van de vrouwen. Bijna 60% van de mannen en 28% van de vrouwen gebruikte een voeding die minder dan een energie% transvetzuren bevatte. Op basis van deze resultaten wordt geadviseerd om het voedingsbeleid te blijven richten op het stimuleren van de groente- en fruitconsumptie en het verminderen van de hoeveelheid verzadigde vetzuren in de voeding.
    • Voedselconsumptiepeiling 2003. Samenvatting werkwijze en evaluatie

      Ocke MC; Hulshof KFAM; Buurma-Rethans EJM; van Rossum CTM; Drijvers JJMM; Brants HAM; Jansen-van der Vliet M; van der Laan JD; CVG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMTNO-Voeding, 2004-10-13)
      Onder 750 jongvolwassenen (19-30 jaar) is een voedselconsumptiepeiling uitgevoerd door middel van twee onafhankelijke, computergeassisteerde 24-uursvoedingsnavragen. Deze voedselconsumptiemethode lijkt veelbelovend als onderdeel van een vernieuwd voedingspeilingsysteem. Een voedingspeilingsysteem is een belangrijk middel voor het evalueren en ontwikkelen van voedingsbeleid. In eerdere voedselconsumptiepeilingen werd een methodologie gebruikt die minder geschikt is om de huidige beleidsvragen te beantwoorden. De gecomputeriseerde 24-uursvoedingsnavraagmethode heeft als voordeel dat de informatie over de geconsumeerde voedingsmiddelen gedetailleerd wordt nagevraagd en opgeslagen. Door het gebruik van telefonische interviews konden op een efficiente manier gegevens over twee onafhankelijke dagen worden verzameld. Door deze beide eigenschappen is het mogelijk om meer beleidsvragen te beantwoorden met de verzamelde voedselconsumptiegegevens, zoals op het gebied van voedselveiligheid en vragen over het percentage mensen dat aan de voedingsaanbevelingen voldoet. Nader onderzoek dient plaats te vinden om de voedselconsumptiemethode geschikt te maken voor alle bevolkingsgroepen en om tijdtrends te bestuderen. De studierespons was vrij laag, namelijk 42%. De onderzoekspopulatie was echter wel representatief met betrekking tot leeftijd, opleidingsniveau en regio. Deelnemers uit dichtbevolkte gebieden waren licht ondervertegenwoordigd. Hiervoor konden de resultaten worden gecorrigeerd. Met name voor vrouwen waren er aanwijzigen dat de onderzoekspopulatie wat afweek van de Nederlandse jongvolwassenen in het algemeen.