• Eindrapport "Evaluatie Salmonella Typhimurium ft 560 uitbraak in Twente"

      Isken LD; Roorda J; de Kok L; Kaur P; Ouwerkerk IMS; Stenvers OFJ; LCI (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVoedsel en Waren Autoriteit VWAGGD Regio Twente, 2008-02-06)
    • Environmental radioactivity in the Netherlands : Results in 2008

      Knetsch GJ; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRijkswaterstaat WaterdienstVoedsel en Waren Autoriteit VWARIKILT Institute of Food SafetyNuclear Research and consultancy Group NRG, 2010-08-30)
      Volgens het Euratom-verdrag uit 1957 moeten alle lidstaten van de Europese Unie jaarlijks de hoeveelheid radioactiviteit in het milieu meten. Ook in 2008 heeft Nederland aan deze verplichting voldaan. Sinds 2000 kent Euratom aanbevelingen om de metingen volgens een bepaald stramien uit te voeren, lidstaten zijn echter niet verplicht deze na te leven. Nederland voldeed in 2008 aan alle Europese aanbevelingen, met uitzondering van de bepaling van strontium-90 in voedsel. De metingen in lucht en omgeving lieten een normaal beeld zien. Polonium-210 in depositie gaf het hoogste niveau sinds 1993 (twee keer zo hoog als normaal). Dit kan deels verklaard worden door Sahara zand dat eind mei in Nederland is gedeponeerd. In voedsel en melk zijn geen radioactiviteitniveaus aangetroffen boven de Europese limieten voor export en consumptie. Met ingang van 2008 zijn extra gegevens betreffende voedsel toegevoegd aan dit rapport. De additionele gegevens zijn afkomstig van RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid. In het oppervlaktewater is op een aantal locaties voor sommige radioactieve stoffen de streefwaarde overschreden. Deze overschrijdingen zijn echter zodanig dat ze niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Streefwaarden zijn waarden die bij voorkeur niet overschreden mogen worden, maar het zijn geen limieten.
    • Environmental radioactivity in the Netherlands : Results in 2011

      Knetsch GJ; M&V; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRijkswaterstaatVoedsel en Waren Autoriteit VWARIKILTElektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ, 2013-09-25)
      In 2011 voldeed Nederland aan de Europese verplichting om jaarlijks de hoeveelheid radioactiviteit in het milieu en in voeding te meten. Volgens het Euratom-verdrag uit 1957 zijn alle lidstaten van de Europese Unie verplicht deze metingen jaarlijks te verrichten. Nederland voert daarbij de aanbevelingen uit die in 2000 zijn opgesteld om de metingen volgens een bepaald stramien uit te voeren. De metingen leveren achtergrondwaarden op, oftewel radioactiviteitsniveaus die onder normale omstandigheden aanwezig zijn. Deze waarden kunnen bijvoorbeeld bij calamiteiten of rampen als referentie dienen. Het RIVM rapporteert namens Nederland over radioactiviteit in het milieu aan de Europese Unie. Radioactiviteit gedurende twee radiologische incidenten In 2011 vonden twee radiologische incidenten plaats waarna in Nederland radionucliden te meten waren. Van 18 maart tot en met 10 juni zijn radionucliden aangetroffen die afkomstig waren van het incident met de nucleaire installatie bij Fukushima (Japan), en van 3 tot 11 november afkomstig van een incident bij een instituut voor medische isotopen in Budapest (Hongarije). De niveaus van radionucliden die in Nederland als gevolg van deze incidenten zijn aangetoond, waren zeer laag en vormen geen risico voor de volksgezondheid. Radioactiviteit in lucht, voedsel en melk De metingen in lucht en omgeving lieten een normaal beeld zien, dat niet verschilde van voorgaande jaren. De depositie van polonium-210 is het hoogst sinds 1993, de aangetroffen radioactiviteitsniveaus zijn echter niet schadelijk voor de volksgezondheid. De radioactiviteitsniveaus in voedsel en melk liggen net als in voorgaande jaren duidelijk onder de Europese limieten die zijn opgesteld voor consumptie en export, op één monster na. Van de 231 monsters wild en gevogelte bevatte één monster wild zwijn (van januari 2011) 1,4 keer meer cesium-137 dan de gestelde limiet. Radioactiviteit in oppervlaktewater In het oppervlaktewater liggen de radioactiviteitsniveaus op een aantal locaties boven de streefwaarden die in de Vierde Nota waterhuishouding (1998) zijn bepaald. De overschrijdingen zijn echter zodanig dat ze niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Voor oppervlaktewater bestaan er geen limieten voor radioactieve stoffen, waarop wordt toegezien en gehandhaafd. Wel zijn er streefwaarden, die bij voorkeur niet overschreden mogen worden.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Voedsel en Waren Autoriteit, 2005

      Doorduyn YD; van den Broek MJM; van Duynhoven YTHP; CIE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVoedsel en Waren Autoriteit VWAKeuringsdienst van Waren OostZutphen, 2006-09-12)
      In 2005 was het aantal meldingen van voedselinfecties bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg vergelijkbaar met 2004: 44 explosies en 44 patienten met een verzorgend of verplegend beroep of werkzaam in de levensmiddelensector. In 2005 werd een daling gezien in de gemelde incidenten van voedselinfecties bij de Voedsel en Waren Autoriteit (totaal 535, inclusief 301 explosies ten opzichte van 601 meldingen, waaronder 336 explosies in 2004). Bij de Voedsel en Waren Autoriteit werd relatief vaak een mogelijke oorzaak gevonden (in 28% van de meldingen, ten opzichte van 16% in 2004), waarbij Bacillus cereus (3,5%) het meest frequent werd gezien, gevolgd door Staphylococcus aureus (1,5%). Indirect werd geschat dat 4,7% van de daar gemelde explosies viraal van oorsprong was, terwijl slechts 3 norovirus explosies werden geregistreerd. Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd voor 64% van de explosies een verwekker aangegeven, met name Salmonella (34%), Campylobacter (23%) en norovirus (7%). In 2005 werd Campylobacter vaker gezien als oorzaak (in 2004 bij 17%). Tegelijkertijd werd norovirus in 2005 minder vaak gerapporteerd (in 2004 bij 15%).