• Biospheric Aspects of the Hydrological Cycle. Highlights of the research synthesis conducted under the umbrella of IGBP -BAHC and WCRP-GEWX/ISLSCP international projects

      Kabat P; Claussen M; Dirmeyer PA; Gash JHC; Bravo de Guenni L; Meybeck M; Pielke AR sr; Vorosmarty CJ; Hall F; Hutjes RWA; et al. (Wageningen University and Research CentreNetherlandsPotsdam Institute for Climate Impact ResearchGermanyCOLAGreenbeltUSACEHWallingfordUKSimon Bolivar UniversityCaracasVenezuelaParis UniversityFranceColorado UniversityUSAUniversity of New HampshireUSANASA GSFCGreenbeltUSA, 2003-02-19)
      Abstract niet beschikbaar
    • Climate change, a permanent concern. Final report of the second phase of the Dutch National Research Programme on Global Air Pollution and Climate Change (NRP II) 1995-2001. Part 1

      Kok MTJ; Heij GJ; Verhagen A; Rovers CA; NOP (Plant Research InternationalWageningen University and Research Centre, 2002-12-09)
      Abstract niet beschikbaar
    • Integrated Probabilistic Risk Assessment (IPRA) for carcinogens : A first exploration

      Slob W; Bokkers BGH; van der Heijden GWAM; van der Voet H; SIR; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMBiometrisWageningen University and Research Centre, 2011-10-10)
      Het RIVM en de Wageningen Universiteit hebben in 2007 de IPRA-methode (Integrated Probabilistic Risk Assessment) ontwikkeld om te kunnen inschatten welk deel van de bevolking effect ondervindt van niet-kankerverwekkende stoffen in voeding. Uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) blijkt dat de IPRA-methode ook voor kankerverwekkende stoffen kan worden gebruikt. Met de IPRA-methode kan de mate van onzekerheid in de beschikbare gegevens vertaald worden in onzekerheidsmarges in de uitkomst. Hiermee wordt een realistischer beeld gegeven van het potentiële effect op de gezondheid. In het rapport staat beschreven hoe de gegevens waarmee de IPRA-methode rekent moeten worden geïnterpreteerd, evenals de daaruit afgeleide uitkomsten. Vanwege de ernstige aard van het effect 'kanker' is het wenselijk dat het additionele risico hierop als gevolg van de blootstelling aan een stof heel klein is, bijvoorbeeld 1 op de miljoen. Om zulke lage kankerincidenties te kunnen meten zouden zulke grootschalige dierproeven nodig zijn dat ze praktisch niet uitvoerbaar zijn. Omdat dergelijk lage risico's niet waarneembaar in dierstudies worden in de huidige praktijk de meetbare kankerincidenties lineair geëxtrapoleerd naar de wenselijke lage kankerincidenties. Een casestudie met het kankerverwekkende schimmelgif aflatoxine B1 illustreert dat de onzekerheden in de risicobeoordelingen van kankerverwekkende stoffen inderdaad erg groot zijn. De op dit moment veel toegepaste lineaire extrapolatiemethode resulteert in een enkel, verondersteld conservatief, risicogetal, zonder de daarbij horende onzekerheden te laten zien. De IPRAmethode levert daarentegen wel een indicatie van de onzekerheden in het geschatte risico. Daarom is de IPRA-methode een veelbelovend instrument voor risicomanagers om risico's op kanker te schatten. Het resultaat van de methode maakt duidelijk in hoeverre een uitspraak gedaan kan worden over het risico, gegeven de beschikbare gegevens. Dit stelt risicomanagers in staat om beter onderbouwde beslissingen te nemen.