• Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Voedsel en Waren Autoriteit, 2004

      van Duynhoven YTHP; de Boer IM; van den Broek MJM; CIE; VWA/Keuringsdienst van Waren Oost; Zutphen (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVWA/Keuringsdienst van Waren OoostZutphen, 2005-07-21)
      Deze rapportage beschrijft geregistreerde voedselinfecties en voedselvergiftigingen in Nederland in 2004. In 2004 was het aantal meldingen van voedselinfecties bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg duidelijk lager dan in voorgaande jaren: 48 explosies en 45 patienten met een verzorgend of verplegend beroep of werkzaam in de levensmiddelensector. Echter, deze daling werd niet teruggezien in de gemelde incidenten van voedselinfecties (totaal 601, inclusief 337 explosies ten opzichte van 582 meldingen, waaronder 324 explosies in 2003) bij de Voedsel en Waren Autoriteit. Een deel van de daling geobserveerd bij de Inspectie lijkt ook te berusten op een registratie-artefact. Bij de Voedsel en Waren Autoriteit werd een mogelijke oorzaak gevonden voor 16% van de meldingen, waarbij Bacillus cereus (2,8%) het meest frequent werd gezien, gevolgd door Salmonella (1,0%). Indirect werd geschat dat 5,6% van de daar gemelde explosies viraal van oorsprong was, terwijl slechts 1 norovirus explosie werd geregistreerd. Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd voor 73% van de explosies een verwekker aangegeven, met name Salmonella (40%), Campylobacter (17%) en norovirus (15%). In 2004 werd Campylobacter vaker gezien als oorzaak (in 2003 bij 12%). Tegelijkertijd werd norovirus in 2004 minder vaak gerapporteerd (in 2003 bij 23%).
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Voedsel en Waren Autoriteit, 2005

      Doorduyn YD; van den Broek MJM; van Duynhoven YTHP; CIE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVoedsel en Waren Autoriteit VWAKeuringsdienst van Waren OostZutphen, 2006-09-12)
      In 2005 was het aantal meldingen van voedselinfecties bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg vergelijkbaar met 2004: 44 explosies en 44 patienten met een verzorgend of verplegend beroep of werkzaam in de levensmiddelensector. In 2005 werd een daling gezien in de gemelde incidenten van voedselinfecties bij de Voedsel en Waren Autoriteit (totaal 535, inclusief 301 explosies ten opzichte van 601 meldingen, waaronder 336 explosies in 2004). Bij de Voedsel en Waren Autoriteit werd relatief vaak een mogelijke oorzaak gevonden (in 28% van de meldingen, ten opzichte van 16% in 2004), waarbij Bacillus cereus (3,5%) het meest frequent werd gezien, gevolgd door Staphylococcus aureus (1,5%). Indirect werd geschat dat 4,7% van de daar gemelde explosies viraal van oorsprong was, terwijl slechts 3 norovirus explosies werden geregistreerd. Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd voor 64% van de explosies een verwekker aangegeven, met name Salmonella (34%), Campylobacter (23%) en norovirus (7%). In 2005 werd Campylobacter vaker gezien als oorzaak (in 2004 bij 17%). Tegelijkertijd werd norovirus in 2005 minder vaak gerapporteerd (in 2004 bij 15%).
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Voedsel en Waren Autoriteit, 2006

      Doorduyn Y; van den Broek MJM; van Duynhoven YTHP; EPI (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVoedsel en Waren AutoriteitDienst OostZutphen, 2007-10-04)
      De laatste twee jaar blijft het aantal gemelde ziektegevallen door een voedselinfectie laag. De meeste patienten werden in 2006 getroffen door het norovirus, maar Salmonella veroorzaakte de meeste ziekenhuisopnames. Dat blijkt uit een analyse door het RIVM op basis van registratiecijfers van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). De VWA kreeg in 2006 530 meldingen van consumenten over voedselinfecties. Dit aantal ligt nagenoeg op hetzelfde niveau als de 535 meldingen in 2005, maar er zijn steeds minder ziektegevallen bij betrokken. Dit duidt op een dalende trend van het aantal ziektegevallen door voedselinfecties. Ook bij IGZ, dat de wettelijk verplichte melding van artsen verzamelt, is deze trend zichtbaar, hoewel iets minder duidelijk. Lag het aantal meldingen van voedselinfecties bij IGZ in 2001 op 143, sinds 2004 schommelt dit aantal rond de 90. Belangrijkste verwekkers van voedselinfecties waren in 2006 het norovirus, Campylobacter en Salmonella. Het norovirus zorgde in 2006 voor de meeste ziektegevallen (280 patienten). Salmonella bleef echter verantwoordelijk voor 79 % van de 25 ziekenhuisopnames door voedselinfectie. Hierbij moet worden aangetekend dat ondanks de toegenomen aandacht, de GGD en de VWA nog te weinig het norovirus vaststellen als oorzaak van de voedselinfectie. De registraties door VWA en IGZ liggen fors lager dan het werkelijke voorkomen, dat wordt geschat op 300.000 tot 750.000 gevallen per jaar. Dit duidt erop dat blijvende aandacht voor voedselveiligheid is vereist bij overheid, bij producenten, leveranciers en bereiders van voedsel en bij consumenten. Consumenten kunnen een voedselinfectie oplopen door het eten van rauw of onvoldoende gaar voedsel, een slechte hygikne en kruisbesmetting bij het bereiden en bewaren van voedsel. Het RIVM adviseert om gerichte voorlichting te bevorderen.