• Stralingsbescherming van de patient bij diagnostiek met ioniserende straling: een probleemanalyse ten behoeve van beleidsondersteuning

      Shapiro B; Pruppers MJM; Leenhouts HP; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM940630, 1994-06-30)
      Leden van de bevolking staan bloot aan zowel natuurlijke als kunstmatige bronnen van ioniserende straling. Het aandeel van kunstmatig opgewekte straling in de collectieve stralenbelasting van de Nederlandse bevolking bedraagt ongeveer 20 %, waarvan meer dan 95 % door medische toepassingen. Voor het beleid van het Ministerie van WVC staat de vraag centraal of de medische toepassingen van straling verantwoord worden uitgevoerd, gezien de risico's die blootstelling aan straling met zich mee brengt. Deze probleemanalyse richt zich op informatie over de stralenbelasting op een hoog aggregatieniveau ten behoeve van het departementale beleid met het oog op beleids-ondersteuning, beleidsevaluatie en onderzoeksprioritering. Allereerst wordt in dit rapport een beeld geschetst van de factoren die de hoogte van de stralenbelasting beinvloeden. Vervolgens wordt besproken welke informatie over de stralenbelasting nodig en beschikbaar is. Tenslotte worden er conclusies en aanbevelingen gegeven. Bij het kwantificeren van de stralenbelasting van de patient is onderscheid gemaakt tussen drie grootheden, te weten de individuele stralenbelasting , de collectieve stralenbelasting en de spreiding in de stralenbelasting. Geconcludeerd wordt dat de beschikbare informatie slechts een beperkt inzicht geeft in de stralenbelasting op dit moment. Een belangrijke vraag is welk deel van de stralenbelasting 'onnodig', en zo mogelijk vermijdbaar, is. Er zijn echter onvoldoende gegevens beschikbaar over de spreiding in de stralenbelasting per type verrichting en vooral over welke factoren verantwoordelijk zijn voor de spreiding. Er zijn slechts summiere gegevens beschikbaar over verschillen tussen ziekenhuizen onderling. Aanbevolen wordt ten behoeve van het verkrijgen van een actueel beeld van de situatie in Nederland en het zichtbaar maken van trends in de tijd over te gaan tot het verzamelen van actuele gegevens over het aantal verrichtingen en de individuele stralenbelasting. Ten behoeve van het beantwoorden van de vraag 'welk deel van de stralenbelasting 'onnodig' is, en dus vermoedelijk vermijdbaar', wordt aanbevolen over te gaan tot het nerzamelen van gegevens over de spreiding in de stralenbelasting per type verrichting. Geadviseerd wordt daarbij vooral aandacht te besteden aan de oorzaken van de geconstateerde spreiding.<br>