• Study on the presence of antipolymer antibodies in a group of Dutch women with a silicone breast implant

      Jong WH de; Goldhoorn CA; Kallewaard M; Spiekstra Sw; Hoedt E den; Geertsma RE; Loveren H van; Schouten JSAG; LPI; LGM; et al. (Academisch Ziekenhuis Utrecht AZU, 1999-10-31)
      Het doel van het hier beschreven onderzoek is vast te stellen of er een populatie Nederlandse vrouwen is met een hoge prevalentie van antipolymeer antistoffen (APA) en ernstige klachten/ziekte-verschijnselen en blootstelling aan een siliconenborstimplantaat. Omdat de antigeenspecificiteit van de antipolymeer antistoffen (APA) nog niet is aangetoond, gebruiken wij de term polymeer bindende immunoglobulinen. De studiepopulatie werd geselecteerd uit een bestand van de Consumentenbond, Den Haag, waar vrouwen met een SBI zich op vrijwillige basis hadden laten registreren. De definitieve selectie werd uitgevoerd middels een vragenlijst met zelf gerapporteerde klachten. In totaal werden 42 vrouwen in de studie opgenomen. Bij deze vrouwen werd klinisch onderzoek uitgevoerd en bloed afgenomen. In de onderzoeksgroep werd bij een gering aantal vrouwen een verhoogd gehalte aan polymeer bindende immunoglobulines waargenomen. Ook bij een groep vrouwen zonder siliconenborstimplantaat, waarvan het serum onderzocht werd als controle op de uitvoering van de laboratorium test, werd bij een aantal vrouwen een verhoogd gehalte aan polymeer bindende immunoglobulines waargenomen. Met een gemiddelde implantatietijd van 17 jaar kan geconcludeerd worden dat blootstelling aan siliconen op zich geen inductie geeft van polymeer bindende immunoglobulinen. De studiepopulatie werd wat betreft ziekteverschijnselen in subgroepen (minimaal, gering, matig, ernstig) onderverdeeld op basis van afname van functionele capaciteit (zelfredzaamheid, wat kan men nog wel en niet meer doen in het dagelijkse leven) en algemene beoordeling door een arts wat betreft de ziekte-activiteit en een globale schatting van de pijn. De meeste vrouwen met SBI (34 van de 42) werden ingedeeld in de groep met minimale ziekteverschijnselen. De onderzoekspopulatie bleek wat betreft de ernst van de ziekteverschijnselen niet overeen te komen met de groep vrouwen waarbij in de literatuur een verhoogde prevalentie van polymeer bindende immunoglobulines was gevonden.