• A C++ class library for environmental modeling

      Bakema AH; Meijers R; Reinders A (1993-05-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • CA/QC of Outside Agencies in the Greenhouse Gas Emissions Inventory : Update of the background information in the Netherlands National System

      Wever D; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-12-31)
      Voortvloeiende uit de verplichtingen onder het Kyoto protocol moet in het nationale systeem voor de inventarisatie van de broeikasgasemissies beschreven worden hoe de organisaties die emissies aanleveren, en niet onder de directe invloed van de kwaliteitscontrole en kwaliteitzorg van de emissieregistratie vallen (zogenaamde outside agencies), omgaan met hun kwaliteitscontrole en kwaliteitsborging (QA/QC). Dit rapport is een actualisatie van de in 2006 geïnventariseerde beschrijvingen en dient als achtergronddocument bij het Nationaal Systeem voor de inventarisatie van broeikasgassen. In dit rapport wordt per outside agency een beschrijving gegeven van de kwaliteitszorg en kwaliteitsborging die de organisaties toepassen op hun bijdrage aan de inventarisatie en berekening van de broeikasgasemissies.
    • Cacao-industrie

      Kok HJG; Matthijsen AJCM (1992-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Cadmium in de Kempen: een integrale risicobeoordeling

      Oomen AG; Janssen PJCM; van Eijkeren JCH; Bakker MI; Baars AJ; SIR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2007-01-29)
      De blootstelling aan cadmium in de lucht in en nabij woningen in de Nederlandse Kempen brengt geen verhoogd risico voor de volksgezondheid met zich mee. Dat concludeert het RIVM op basis van recente metingen. De aangetroffen concentraties veroorzaken een nagenoeg verwaarloosbaar extra risico voor longkanker. De totale hoeveelheid cadmium die mensen in het onderzochte gebied binnenkrijgen via voeding, bodem, huisstof en lucht leidt ook niet tot een onacceptabel risico op nierschade door cadmium. De aanleiding voor het onderzoek is een Belgische studie, waarin een verhoogde frequentie longtumoren is gerapporteerd voor bewoners in de directe omgeving van een voormalige zinkfabriek in de Belgische Kempen. De Belgische studie schrijft dit toe aan de inhalatie van cadmium. Het onderliggende onderzoek omvat ook metingen van andere metalen in en nabij woningen in de Nederlandse Kempen. Ook voor deze metalen blijft de totale blootstelling onder de geldende gezondheidslimieten. Wel zijn verhoogde concentraties van lood in huisstof waargenomen in enkele woningen in het meest verontreinigde gebied (Budel-Dorplein) en in een woning in een matig verontreinigd gebied (Maarheeze). Deze verontreiniging is echter waarschijnlijk voor slechts een beperkt deel afkomstig uit het milieu. Mogelijk zijn huiselijke bronnen hiervan de oorzaak, zoals in een geval een bewoner die als hobby soldeert.
    • Cadmium in kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil)

      Meijer; P.J.; Aalbers; T.G.; Bruin; M.de (1986-06-30)
      Dit interimrapport presenteert de resultaten van de bepaling van het Cd-gehalte in 137 kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil) als onderdeel van het lopende onderzoek naar enkele metalen in 320 kunststofprodukten. Gebleken is dat in een aantal gekleurde kunststofprodukten hoge Cd gehalten voorkomen: in 21 produkten werd een Cd bepaald van meer dan 50 mg/kg tot een maximum van 5000 mg/kg. Vele produkten blijken een laag Cd gehalte te hebben: in 100 produkten bleek het Cd gehalte < 5 mg/kg.
    • Cadmium mobility and accumulation in soils of the European Communities

      Fraters B; van Beurden AUCJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-09-30)
      In this overview of the effects of cadmium pollution on agricultural soils in the European Community, both the cadmium loads on agricultural land and the soil sensitivity to cadmium accumulation have been estimated. Cadmium loads have been estimated separately for arable land and grassland. The effects that the spatial variation of the cadmium loads have on soils differing geographically in binding capacity for cadmium are mapped. Effects are expressed either as calculated cadmium concentration of the soil solution compared with a target value for groundwater or as an accumulation rate of cadmium in the topsoil compared with the present-day cadmium content. The cadmium in the soil solution is liable to leaching from the topsoil. Whether or not this eluting cadmium threatens the groundwater depends on many factors, like net precipitation and characteristics of the soil layers below the topsoil. Calculations show that for about 15% of the agricultural land the cadmium concentration in the soil solution of the topsoil are around or above the Dutch target value, and that for 36-47% of the land calculated accumulation rates are more than 10% in 100 years, compared with the current cadmium content.<br>
    • Cadmium, chroom, lood, zink en arseen in het freatische grondwater van de zandgebieden van Nederland, onder bos en heidevelden

      Boumans LJM; Fraters B (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-07-31)
      Concentrations of chromium, lead, cadmium, zinc and arsenic in shallow groundwater under Dutch acid sandy soils with natural and semi-natural vegetation were analysed in this study. At 156 sites we took 10 samples per site of groundwater from within 5 m below the soil surface. All samples were analysed for macro-elements. For each site a pooled sample was analysed for Cd, Cr, Pb, Zn and As. Arsenic and lead concentrations gave an incidental exceedance (5%) of Dutch target values. In general (70%) cadmium and chromium concentrations were higher than the target values. Zinc frequently (70%) exceeded even the test value requiring further research. Cadmium and zinc concentrations regularly (5 and 20% respectively) exceeded the cleanup value in the sandy soils of the southern part of the Netherlands. Relationships were derived between on the one hand atmospheric deposition of SOx, Zn, and Cd, forest area and groundwater level, and on the other concentrations of Cd and Zn. Using the relationships, we predict zinc concentrations to exceed the cleanup value in 6500 to 31,000 hectares. Cadmium concentrations are predicted to exceed the cleanup value in 2100 to 10,000 hectares.
    • Cadmium, kwik, chroom en enkele andere metalen in kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil)

      Meijer PJ; Aalbers TG; Bruin M de* (1987-04-30)
      In dit rapport worden de resultaten beschreven van het onderzoek naar de (voorlopige) prioritaire stoffen cadmium, kwik, chroom, arseen, zink en de elementen antimoon, barium, goud, lanthaan, nikkel, seleen, strontium, ijzer en broom in zogenaamde door en door gekleurde kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil). Gebleken is dat in 69 produkten het Cd gehalte meer dan 50 mg/kg bedraagt (Wca grens), in zeven produkten het Hg gehalte meer dan 50 mg/kg bedraagt (Wca grens) en in 70 produkten het chroom (V1) gehalte meer dan 50 mg/kg bedraagt (Wca grens). Aanbevolen wordt op korte termijn overleg te starten met de Nederlandse Federatie voor Kunststoffen om op korte termijn de toepassing van kwik en cadmium te beeindigen.
    • Cadmium, lood, kwik, koper, mangaan en zink in vers in- en uitheems fruit

      Ellen; G.; Tolsma; K.; Loon; J.W.van; Smits; C.A.W. (1985-04-30)
      In totaal 242 monsters vers in- en uitheems fruit van 38 verschillende soorten werden onderzocht. Incidenteel werden voor sommige produkten relatief hoge metaal gehalten gemeten, namelijk cadmium in rode bessen (tot 0,14 mg/kg), lood in cranberries en zwarte bessen (tot resp. 0,20 en 0,22 mg/kg) en kwik in avocado's (tot 0,027 mg/kg). Uitgaand van een voor Nederland gemiddeld consumptieniveau, bedragen de hoeveelheden cadmium, lood en kwik die via vers fruit worden opgenomen, minder dan 1% van de door de WHO/FAO voorlopig vastgestelde maximaal toelaatbare hoeveelheden. Eveneens blijkt dat vers fruit niet meer dan enige procenten bijdraagt aan de volgens WHO/FAO wenselijk geachte hoeveelheden met de voeding op te nemen koper, mangaan en zink.
    • Cadmium, lood, selenium en zink in varkens-, runder- en schapenieren alsmede in kuikenlevers

      Vaessen; H.A.M.G.; Ellen; G.; Ooik; A.van; Tolsma; K.; Zuydendorp; J. (1985-07-31)
      Op gehalte aan cadmium, lood, selenium en zink werden onderzocht 72 varkensnieren, 70 rundernieren, 24 schapenieren en 30 mengmonsters kuikenlever. De mediaanwaarden (mg/kg) in varkensnier, resp. rundernier, resp. schapenier, resp. kuikenlever waren voor cadmium 0,23 ; resp. 0,33 ; resp. 0,08 ; resp. 0,03. Voor lood 0,13 ; resp. 0,40 ; resp. 0,43 ; resp. < 0,05. Voor selenium 1,92 ; resp. 1,06; resp. 1,05 ; resp. 0,59. Voor zink 19,9 ; resp. 16,0 ; resp. 19,4 ; rr. 29,2. Voor de elementen lood, selenium en zink werden in doorsnee voor geen van de vier orgaansoorten andere gehalten gevonden in vergelijk met soortelijk onderzoek in de periode 1970-1980. Het cadmium gehalte in varkensnieren, schapenieren en kuikenlevers daarentegen ligt in doorsnee nu aanzienlijk lager. In slechts een van de monsters (een kuikenlever) werd een gehalte aan lood en cadmium gemeten dat hoger is dan op grond van het onlangs afgekondigde Warenwetsbesluit is toegestaan.
    • Cadmium, zink en lood in prei uit de gemeenten Zeeland en Luyksgestel

      Vaessen; H.A.M.G.; Schuller; P.L.; Tolsma; K.; Loon; J.W.van (1984-07-06)
      Prei uit de volkstuinen in de gemeenten Luyksgestel (43 monsters) en Zeeland (38 monsters) werd onderzocht op gehalte aan cadmium en zink. Daarnaast werd lood bepaald in 10 monsters prei uit Luyksgestel en 11 uit Zeeland. Doel van het onderzoek was na te gaan of prei uit de van cadmium besmetting verdachte gemeente Luyksgestel hoger in gehalte aan cadmium is dan prei uit de controle-gemeente Zeeland. Voor prei uit Luyksgestel werd gem. 0,13 mg cadmium per kg en 9,5 mg zink per kg prei gemeten. De overeenkomstige waarden voor prei uit Zeeland waren 0,10 mg/kg en 9,4 mg/kg. Gem. zijn de verschillen gering ; voor cadmium is dit verschil statistisch significant, voor zink niet. Voor prei uit Zeeland werd gem. 0,32 mg/kg en voor prei uit Luyksgestel gem. 0,51 mg lood per kg gemeten. Prei uit beide gemeenten is gemiddeld hoger in gehalte aan de onderzochte elementen dan vermeld in de literatuur voor deze groente. Als mogelijke verklaring hiervoor kunnen worden aangevoerd: verschillen in besmetting, bodem en preisoort (winter- en zomerprei).
    • Cadmium- en loodconcentraties in een aantal bloedmonsters en niet- gebruikte monsterbuizen afkomstig van het epidemiologisch onderzoek in de Kempen

      Groot; G.de; Wubs; K.L. (1985-02-28)
      Onderzoek is verricht naar het cadmium(Cd)- en lood(Pb)-gehalte van 20 bloedmonsters afkomstig van het epidemiologische onderzoek in de Kempen alsmede van 6 niet-gebruikte monsterbuizen. De niet-gebruikte buizen werden onderzocht op de afgifte van Cd en Pb volgens een standaard- testmethode. De vastegestelde afgifte van Cd en Pb uit de onderzochte monsterbuizen kan een zodanige verhoging van de Cd- en Pb-concentraties in de bloedmonsters veroorzaken, dat kan worden geconcludeerd dat de partij monsterbuizen waaruit de steekproef afkomstig was, ongeschikt was voor de opvang van bloedmonsters t.b.v. de bepaling van zowel Cd als Pb. Op basis van een vergelijking van de spreidingsbreedte van de Cd- en Pb-afgifte van de buizen met de spreidingsbreedte van de Cd- en Pb-concentratie in de bloedmonsters, kon worden geconcludeerd dat de partij bloedmonsters niet geschikt is om vast te stellen wat de concentratie van zowel Cd als Pb was in het bloed van de onderzochte personen.
    • Cadmium- en loodgehaltes in de kunststoffracties PVC, PE + PD en PS uit huishoudelijk zakkenvuil

      Anthonissen; I.H. (1986-01-31)
      In dit onderzoek is het cadmium- en loodgehalte bepaald in PVC, PE + PP tezamen en PS-fracties als belangrijkste bestanddelen van de zgn. kunststoffractie uit zakkenvuil afkomstig van particuliere huishoudens. Aanleiding tot dit onderzoek vormt het feit dat Cd en Pb in relatief hoge gehalten, resp. rond 50 en 800 mg/kg voorkomen in de kunststoffractie. Hierbij moet bedacht worden dat het aandeel van de kunststoffractie in nat zakkenvuil ca. 6 gewichtsprocenten bedraagt en de onderzochte kunstoftypes voor ca. 98% deel uitmaken van de kunststoffractie. Voor wat de overige kunststoftypes betreft, welke tezamen de zgn. restfractie van ca. 2% vormen zijn de gehalten aan Cd en Pb berekend. Voorzichtige schattingen wijzen in deze restfractie op relatief hoge gehalten aan Cd en Pb van resp. 170 en 19000 mg/kg.
    • Calculation and mapping of critical loads in Europe: Status Report 1993. CCE report

      Downing RJ; Hettelingh JP; de Smet PAM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-11-30)
      Methods for calculating the sensitivity of forest soils and surface waters to deposition of acidity and sulphur using a steady-state mass balance model are presented, along with maps of critical loads in Europa using these methods. This information is compared to present deposition levels to indicate areas where ecosystems are currently receiving high loads of these substances that contribute to observed ecosystem damage. The methods to calculate critical loads of sulphur and nitrogen simultaneously are presented.<br>
    • Calculation and mapping of Critical Thresholds in Europe: Status Report 1995

      Posch M; Smet PAM de; Hettelingh JP; Downing RJ; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-11-30)
      The present aim of the Coordination Center for Effects (CCE) is to give scientific and technical support to the development of the critical loads and level methodology, in collaboration with the Programme Centres under the Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution. Earlier CCE reports concentrated on the development of critical loads for acidity and sulphur which lead to the scientific support of the UN/ECE-protocol on the further reduction of sulfur emissions (see Hettelingh et al., 1991 ; Downing et al., 1993). The contents of the third report does not exclusively deal with critical loads, but also includes material which has been developed over the past two years with respect to related pollutants and multiple effects. Results of the development of land cover maps, which will ultimately enable the assessment of stock at risk due to both direct and indirect impacts, are presented. Preliminary investigations of small scale mapping are included, preliminary results on so-called binding thresholds presented, and progres with the development of critical loads for heavy metals and POPs introduced. The progress made with respect to mapping critical levels for ozone is reported by some National Focal Centers. A detailed description of basic National Focal Center data sent to CCE is provided as well. The status report 1995 is similar to earlier CCE reports with respect to (a) providing methods and maps of recent work using latest data on critical loads for acidity and critical loads for eutrophication, and (b) providing an overview of the results of National Focal Center results.
    • Calculation and Mapping of Critical Thresholds in Europe: Status Report 1997

      Posch M; Hettelingh J-P; Smet PAM de; Downing RJ; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-12-31)
      The fourth report on the Coordination Center for Effects (CCE) describes critical threshold methodologies and results which are used for the scientific support of the second nitrogen oxide protocol under the Convention on Long Range Transboundary Air Pollution of the UN-Economic Commission for Europe (UN/ECE-CLRTAP). CCE holds a UN/ECE-LRTAP mandate to develop critical thresholds - for the deposition and ambient concentration of air pollutants - beyond which ecosystems become subject to risk of damage. As such, critical thresholds can be regarded as indicators for ecosystem sustainability. The report provides results of critical loads for acidification and eutrophication and critical levels for tropospheric ozone. Maps of critical thresholds and their excess are included. The report also includes an extensive analysis of the reliability of critical loads and their background data. Critical thresholds are then used in the RAINS model to assess emission reductions of acidifying and eutrophying pollutants as well as chemical oxidants in terms of costs and ecosystem protection. RAINS and CCE critical thresholds are currently also being used for the scientific support of the acidification and ozone strategy development of the EU. Finally, the report contains 20 contributions of the scientific institutions which are part of the CCE network to assess critical thresholds.
    • Calculation and Mapping of Critical Thresholds in Europe: Status Report 1999

      Posch M; Smet AMP de; Hettelingh J-P; Downing RJ 000; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-05-06)
      This report is the fifth in a bi-annual series prepared by the Coordination Center for Effects (CCE) to document the progress made in calculating and mapping critical thresholds in Europe. The CCE, as part of the Mapping Programme under the UN/ECE Working Group on Effects (WGE), collects critical load data from 24 individual countries and synthesizes them into European maps and data bases. These data bases, together with scientific advice on critical threshold methodology, are provided to the integrated assessment modeling groups under the UN/ECE Working Group on Strategies (WGS). Via this route the effects-related work has a direct impact on the preparations of new protocols to the 1979 Convention on Long-range Transboundary Air Pollution. In particular, the critical loads data presented in this report, which have been formally approved by the WGE in August 1998, serve as input to the current negotiations of a "multi-pollutant, multi-effect" protocol.
    • Calculation and mapping of Critical Thresholds in Europe: Status Report 1995

      Posch M; de Smet PAM; Hettelingh JP; Downing RJ; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-11-30)
      Het derde rapport van het Coordination Center for Effects (CCE) beschrijft de voortgang die is gemaakt met de wetenschappelijke ondersteuning van multi pollutant-multi effect protocollen in het algemeen, en het komende NOx protocol in het bijzonder. Het onderzoek, waarover wordt gerapporteerd, vindt plaats in het kader van de Convention on Long Range Transboundary Air Pollution van de Economische Commisie van Europa onder de Verenigde Naties. Eerdere rapporten van het CCE beschreven het onderzoek en de resultaten van de critical load benadering ter ondersteuning van het tweede protocol voor de vermindering van zwavel emissies. Dit rapport bestaat uit 4 delen: Part I Status of Maps and Methods: beschrijft (a) resultaten van de nieuwe methodologie waarbij verzuring en vermesting simultaan worden beschreven in zg. Protection Isolines, (b) de achtergronddata en (c) een volledig overzicht van de methodologie. Part II Related Research and Development: omvat onderzoeksmateriaal dat voor toekomstig werk in het UN/ECE kader van belang is, i.e. Europees landgebruik, ruimtelijke schaal van atmosferische deposities en concentraties, een voorstel tot de bepaling van kritische waarden voor biodiversiteit, zware metalen en POPs. De methodiek voor de bepaling van kritische waarden voor zware metalen en aPOPs kan mettertijd worden ingezet bij de ondersteuning van een effect gericht zware metalen en POP protocol. Het gepubliceerde materiaal is in een eerder stadium op CCE workshops (1994 en/of 1995) gepresenteerd. De landgebruikskaarten zijn medio dit jaar door het CCE aan alle National Focal Centers toegestuurd voor kommentaar. Deze kaarten zullen de basis vormen van schattingen van Stock-at-risk. Part III National Focal Center Reports: een belangrijke rol van de RIVM-CCE rapportages is de getuigenis die erin wordt afgelegd van de betrokkenheid van het netwerk van nationale wetenschappelijke instituten. Dit, door het RIVM-CCE ontwikkelde netwerk, breidt zich verder uit (dit jaar 3 nieuwe instellingen) en zal volgend jaar waarschijnlijk worden vervolmaakt met een bijdrage van Zuid-Europese landen. Het netwerk is van groot belang voor de consensus over de toe te passen methoden en aan de UN/ECE geleverde resultaten. Een aantal rapportages bevatten andere dan critical load resultaten en gaan bijv. ook in op de ozone problematiek.<br>
    • Calculation and Mapping of Critical Thresholds in Europe: Status Report 1999

      Posch M; de Smet PAM; Hettelingh JP; Downing RJ; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-05-06)
      Het 5de rapport in een tweejaarlijkse reeks, geproduceerd door het Coordination Center for Effects (CCE). Het beschrijft de voortgang in het berekenen en in kaart brengen van kritische grenswaarden in Europa. Het CCE, onderdeel van het Mapping Programme onder de UN/ECE Working Group on Effects (WGE), verzamelt kritische belastingen (critical loads) data uit 24 individuele landen en stelt hieruit Europese data bestanden en kaarten samen. Deze bestanden, tezamen met wetenschappelijk advies over de methodologie ter verkrijging en het gebruik van de kritische grenswaarden, worden aangeleverd aan de Integrated Assessment Modeling groepen onder de UN/ECE Working group on Strategies (WGS). Via deze route heeft het effect gerelateerde werk een directe impact op de voorbereidingen van nieuwe protocollen voor de Convention (1979) on Long-range Transboundary Air Pollution. In het bijzonder, de critical loads gegevens gepresenteerd in dit rapport, die formeel zijn geaccordeerd door de WGE in augustus 1998, dienen als inbreng in de huidige onderhandelingen over een "multi-pollutant, multi-effect" protocol.<br>
    • Calculation of groundwater flow and particle tracking for the Gorleben site with METROPOL

      Leijnse A; Glasbergen P; Nijhoff-Pan L; Sauter FJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1989-02-28)
      In het kader van het onderzoeksprogramma PAGIS (Performance Assessment of Geological Isolation Systems), is een studie gedaan naar grondwaterstroming in de watervoerende pakketten gelegen boven de "Gorleben" zoutpijler in de Bondsrepubliek Duitsland. Het doel van dit onderzoek was een vergelijking te maken tussen de berekeningsresultaten voor grondwaterstroming met een dichtheid (zoetwater) die eerder waren uitgevoerd ten behoeve van de Duitse veiligheidsanalyse met het computerprogramma SWIFT en voor een identieke set invoergegevens met Het RIVM programma METROPOL. Een directe vergelijking werd beperkt door het feit, dat de "ware" oplossing voor het probleem niet bekend is. METROPOL is eveneens gebruikt om zout-water berekeningen uit te voeren. Door verschillende oorzaken moest hiervoor een ander netwerk gebruikt worden, zodat vergelijking met de zoetwater berekeningen niet direct was. Er kon evenwel aangegeven worden wat de invloed van de aanwezigheid van zout water op de eerder gemaakte zoet-water-berekeningen is. Looptijden door goed doorlatende modelblokken namen met ca. een factor honderd toe door de aanwezigheid van zout water.<br>