• Exploratory Report Chloronitrobenzenes

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Ros JPM; ECO; ACT; LAE; RPC Moret Ernst & Young (1996-05-31)
      Dit document rapporteert gegevens over chloornitrobenzenen betreffende richtlijnen, bronnen en emissies, blootstellings- en effectniveaus en risico's voor mens en ecosystemen. Op basis van de beschikbare gegevens wordt voorlopig geconcludeerd dat de chloornitrobenzenen geen significant risico opleveren voor mens en ecosystemen. Het gebruik van pentachloornitrobenzeen is sinds januari 1990 verboden en er zijn geen aanwijzingen dat andere chloornitrobenzenen worden of zullen worden toegepast, geproduceerd of ge-emitteerd in Nederland. Derhalve wordt voorgesteld om deze groep van stoffen van de aandachtstoffenlijst af te voeren.
    • Exploratory Report Chlorotoluenes

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Poel P van der; ECO; ACT; LAE; RPC Moret Ernst & Young (1996-05-31)
      Dit document rapporteert gegevens over chloortoluenen betreffende richtlijnen, bronnen en emissies, blootstellings- en effectniveaus en risico's voor mens en ecosystemen. Op basis van beperkte informatie over blootstellings- en effectniveaus is voorlopig geconcludeerd dat n-chloortoluenen en ring-gechloreerde alpha-chloortoluenen geen significant risico lijken te vormen voor mens en ecosystemen in Nederland. Voorgesteld wordt om n-chloortoluenen en de ring-gechloreerde alpha-chloortoluenen af te voeren van de aandachtstoffenlijst. Alpha-chloortoluenen lijken geen risico te vormen voor ecosystemen. Bij mensen wordt naar verwachting de toxicologische advieswaarde voor orale blootstelling niet overschreden. Er zijn te weinig gegevens om de carcinogene risiso's van alpha-chloortoluenen in de binnenlucht in Nederland te evalueren. Blootstellingsniveau's kunnen binnenshuis (gedurende korte perioden) verhoogd zijn doordat alpha-chloortoluenen vrijkomen uit vinyl vloertegels en mogelijk ook andere producten waarin butyl benzyl ftalaat is verwerkt. In de nabije toekomst komt meer informatie beschikbaar over alpha-chloortoluenen, vanwege een aantal internationale ontwikkelingen. Om deze reden wordt aanbevolen de alpha-chloortoluenen niet van de aandachtstoffenlijst af te halen. Op dit moment wordt voor de alpha-chloortoluenen geen onderzoek voorgesteld ; mogelijke verdere studies of activiteiten hangen af van de resultaten van de OECD- en EU-studies.
    • Exploratory report Formaldehyde

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Loos B (1992-10-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Acrolein

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Ros JPM (1991-04-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Aluminium and aluminium compounds

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Loos B (1993-01-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Antimony and antimony compounds

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Loos B (1992-10-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Chlorinated Paraffins

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Annema JA (1992-04-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory Report Ethylene

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Rab E (1991-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory Report Hydrogen Sulphide

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Ros JPM (1991-07-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Mercury

      Slooff W; Bont PFH; Ewijk M van; Janus JA (1991-04-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Nickel and nickel compounds

      Slooff W; Bont PFH; Janus JA; Loos B (1992-10-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory Report on Fluorescent Whitening Agents (FWAs)

      Plassche EJ van de; Bont PHF; Hesse JM; CSR; Moret Ernst & Young (1999-05-31)
      Dit document rapporteert gegevens over optische witmakers ('Fluorescent Whitening Agents' (FWAs)) betreffende bronnen, emissies, blootstellings-niveaus en risico's voor mens en ecosystemen. Acht stilbeen derivaten (aangeduid als FWA1 tot FWA8) worden geevalueerd. Op basis van zeer beperkte gegevens is geconcludeerd dat de orale en dermale risico's van FWAs voor de algemene bevolking waarschijnlijk erg klein zijn. Het gebruik van FWAs in papier (vnl. FWA8) zou een risico kunnen vormen voor ecosystemen. Aanbevolen wordt om meer gegevens te verkrijgen over de emissies van FWAs is deze industriele categorie in Nederland (betreft FWA2, FWA3, FWA4, FWA5 en FWA8). Bij het gebruik van FWAs in detergenten lijkt FWA5 geen risico te vormen voor ecosystemen, maar FWA1 mogelijk wel. In de nabije toekomst zullen actuele meetgegevens van deze FWAs beschikbaar komen uit Europese landen met een vergelijkbaar gebruik van FWAs in detergenten. Aanbevolen wordt deze gegevens af te wachten alvorens definitieve conclusies worden getrokken. De geevalueerde FWAs dienen derhalve vooralsnog op de aandachtstoffenlijst te blijven staan, behalve FWA6 en FWA7, vanwege een zeer gering marktaandeel (FWA6) of terugtrekking van de markt (FWA7).
    • Exploratory Report on Fluorescent Whitening Agents (FWAs)

      Plassche EJ van de; Bont PHF; Hesse JM; CSR; Moret Ernst & Young (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-05-31)
      This document reports data on sources, exposure levels, effect levels and human and environmental risks of fluorescent whitening agents (FWAs). On the basis of very limited data, it was concluded that the oral and dermal risks of eight stilbene derivatives or FWAs (indicated as FWA1 through FWA8) to the general population are probably very small. With respect to environmental risks, the use of FWAs in paper (mainly FWA8) might present a risk to ecosystems. Acquisition of more actual data on the release and distribution of FWAs (i.e. FWA2, FWA3, FWA4, FWA5 and FWA8) in this industrial category is recommended. For FWA use in detergents, FWA5 does not seem to be a problem to ecosystems however, the use of FWA1 does possibly present a risk. In the near future more data on the occurrence of these FWAs in the environment will become available from European countries with a comparable use of FWAs in detergents. It is recommended to wait for these results before drawing definite conclusions. For the time being, the evaluated FWAs should be left on the list of substances requiring attention. Exceptions here are made for FWA6 and FWA7 because of FWA6 having a very small market share and FWA7s withdrawal from the market.
    • Exploratory Report Parathion

      Hesse JM; Bont PHF; Slooff W; Booij H; CSR; ECO; LAE (Ernst & Young Management Consultants Utrecht, 1999-11-10)
      Dit document rapporteert gegevens over ethyl en methyl parathion betreffende bronnen, emissies, blootstellingsnivo's en risico's voor mens en ecosystemen. Op basis van beperkte gegevens is geconcludeerd dat de orale en inhalatoire risico's van ethyl en methyl parathion voor de algemene bevolking waarschijnlijk klein zijn. De concentraties van ethyl en methyl parathion in regionale oppervlaktewateren, met name in landbouwgebieden, vormen een ernstig risico voor aquatische ecosystemen. Er is geen conclusie mogelijk ten aanzien van Rijkswateren, omdat de meetgegevens grotendeels zijn teruggetrokken. Aanbevolen wordt het uitvoeren van routinematige metingen in oppervlaktewater. Risico's van ethyl en methyl parathion voor bentische organismen kunnen niet worden uitgesloten. De risico's van methyl parathion voor terrestrische ecosystemen zijn waarschijnlijk klein. Ethyl parathion kan lokaal wel een risico zijn voor terrestrische ecosystemen. Het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen was in 1998 voornemens alle toepassingen van middelen op basis van ethyl parathion met ingang van 1 oktober 1999 te verbieden; de definitieve besluitvoming hierover is nog niet afgerond.Gezien de risico's voor ecosystemen, de aanbevolen routinematige metingen in oppervlaktewater en de ontwikkelingen op het gebied van toelatingen wordt aanbevolen ethyl en methyl parathion voorlopig te handhaven op de aandachtstoffenlijst.
    • Exploratory Report Phthalates

      Slooff W; Janus JA; Koning CJM; Peijnenburg WJGM; Ros JPM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1990-06-30)
      This report contains general information on phthalate esters concerning the existing standards, emissions, exposure levels and effect levels. It serves as a basis for the discussion during the exploratory meeting to be held in Summer 1990, aimed at determining the contents of the integrated criteria document Phthalates. In spite of the large quantities of phthalates produced and finally ending in landfills, data on emissions, occurrence and effects are not available or insufficient. The present information does not allow an adequate risk assessment but indicates that the threat phthalates pose to man and ecosystems is limited in general. Locally, however, in the vicinity of point sources, the exposure concentrations may exceed the maximum acceptable risk levels. It is proposed to fill in some gaps (emission and exposure data) before drawing the integrated criteria document on this group of compounds.<br>
    • Exploratory report phthalic anhydride

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Matthijsen AJCM; ECO; RPC bv Delft; ACT; LAE (1994-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Rare earth metals and their compounds

      Slooff W; Bont PFH; Hoop MAGT van den; Janus JA; Annema JA (1993-05-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Exploratory report Tin and tin compounds

      Slooff W; Bont PFH; Hesse JM; Annema JA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-08-31)
      In the Netherlands tin is produced from concentrate and secondary production (about 3,500 tonnes Sn per year), whereas about 5,000 tonnes Sn per year is applied. Of this amount about 4,200 tonnes is applied as inorganic tin (most for the manufacturing of tin plate) and about 800 tonnes Sn is applied as organotin compounds (most in pesticides, PVC-stabilizer and anti-fouling paints). Available information indicates that the risk of inorganic tin compounds to humans is very small, if present at all. The risks of inorganic tin compounds to aquatic ecosystems are considered to be small and are likely to be restricted to surface waters in the vicinity of industrial sites. Although little information on exposure to and effects of inorganic tin in soil organisms, current and future emissions to soil indicate a low priority to fill in these gaps in knowledge. As to organotin compounds it is assumed that environmental concentrations unlikely present a risk to the general population. The risk of organotin compounds in food to humans is unknown, mainly because no quantitative data on exposure are available. Triphenyl and tributyl organotin compounds present a risk to aquatic ecosystems in the Netherlands. Information on the toxicity to sediment and soil organisms as well as on the occurrence in soil are lacking, hampering a sound risk evaluation. It is recommended [a] to determine the concentrations of organotins in food, [b] to execute the ban on triphenyl tin acetate and triphenyl hydroxide as soon as possible and [c] to stimulate alternative methods for anti-fouling paints. Further it is advocated to initiate a study into the degradation rates of organotins in sediment and soil in order to determine the maximum allowable emission per year.<br>
    • Exploratory report zinc

      Slooff W; Cleven RFMJ; Janus JA; Ros JPM (1989-06-30)
      Dit scopingsrapport vormt een onderdeel van de voorbereiding tot het opstellen van het basisdocument zink. Het doel van dit rapport is het algemene kennisniveau van de deelnemers aan de scopingsbijeenkomst aangaande zink op eenzelfde peil te brengen en disucussie- en beslispunten inzake de inhoud van het basisdocument aan te dragen.
    • Exploring building blocks for amending EU regulation of nanomaterials

      Bleeker EAJ; Theodori D; Wijnhoven SWP; NAT; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-08-30)
      De Nederlandse interdepartementale werkgroep voor risico's van nanotechnologie (IWR) heeft in 2013 zes bouwstenen geformuleerd om wettelijke kaders geschikt(er) te maken voor de beoordeling van risico's van nanomaterialen. Daarnaast zijn de bouwstenen erop gericht de aanwezigheid van nanomaterialen in producten bekend te maken. Het RIVM heeft onderzocht of deze bouwstenen effectief zijn en heeft de invulling ervan vorm gegeven. De zes bouwstenen zijn: (1) eenduidige definitie van nanomaterialen, (2) specifieke informatievereisten voor REACH over een stof in nanovorm, (3) verlaging van het productievolume vanaf wanneer een stof in nanovorm in REACH moet worden geregistreerd of bepaalde informatie moet worden aangeleverd, (4) aparte blootstelling- en risicobeoordeling voor werknemers die werken met nanomaterialen, en (5) registratie en/of (6) etikettering van producten die nanomaterialen bevatten. De eerste drie relateren sterk aan de Europese verordening voor chemische stoffen REACH; de overige drie relateren aan andere wettelijke kaders. Een eenduidige definitie moet zich uitsluitend richten op identificatie van nanomaterialen: aangeven wanneer sprake is van een nanovorm en niet (meer) van een 'gebruikelijke' niet-nanovorm van de stof. De recent voorgestelde definitie van de Europese Commissie lijkt hiervoor zeer geschikt. De risicobeoordeling van nanomaterialen en (extra) informatie die daarvoor nodig is, volgt pas daarna in het desbetreffende beoordelingskader. De risicobeoordeling voor nanomaterialen vereist gedetailleerdere informatievereisten om de materialen te karakteriseren. Daarnaast is extra informatie nodig over de mate waarin een stof giftig is, de manier waarop hij zich in mens en milieu gedraagt, en waar hij uiteindelijk terecht komt. Hetzelfde geldt voor het vaststellen van de blootstelling en welke beheersmaatregelen nodig zijn om risico's te beperken. Onder REACH zijn informatievereisten gerelateerd aan de hoeveelheid van een chemische stof die wordt geproduceerd of geïmporteerd. Dit is ontstaan vanuit de gedachte dat grotere volumes een grotere kans op blootstelling en risico's met zich meebrengen. Nanomaterialen worden doorgaans in lagere volumes gebruikt, zodat al bij lagere hoeveelheden informatie over de stofeigenschappen is gewenst. Als stoffen zijn uitgezonderd voor registratie in REACH, omdat ze onder specifieke wetgeving worden beoordeeld, zoals in medicijnen, moeten de bijbehorende kaders daarvoor worden aangepast. Voor werknemers is dat in dit onderzoek uitgewerkt in de vorm van een specifieke risicoanalyse en aparte blootstellingsgrenzen. Om inzicht te krijgen in welke producten nanomaterialen zijn verwerkt, zou een Europese registratie en/of etikettering van nanomaterialen nuttig kunnen zijn. Wat hiervoor de beste aanpak is, is echter nog niet duidelijk en moet worden uitgezocht.