• Extracten van buitenlucht-aerosolen: mutageniteit in zoogdiercellen in vitro en chemische fractionering

      Knaap AGAC; Bergkamp WGM; van de Wiel HJ; Bloemen HJT; Voogd CE; Kramers PGN (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1985-01-31)
      Extracten van buitenlucht-aerosol blijken mutageen te zijn bij V79 Chinese hamstercellen, met toepassing van verschillende typen metabole activering. De cytotoxiciteit van een nitroverbinding (als model voor vermoedelijk in aerosol-extracten voorkomende stoffen) voor deze cellen blijkt in anoxische condities verhoogd te worden. Mogelijk is dit een basis voor een methode om het gehalte aan deze klasse stoffen in aerosol-extracten aan te geven. Fractionering van aerosol-extracten met oplosmiddelen van oplopende polariteit, leverde 5 fracties op waarvan de eerste twee resp. de alkanen en polycyclische aromaten bleken te bevatten. De fracties verschilden duidelijk en reproduceerbaar m.b.t. mutageniteit in de Ames-test. De "recovery" aan mutageniteit liet echter nog te wensen over.<br>
    • Extractie fluoride uit rivierklei. Simulatie van de beschikbaarheid in de koemaag

      Berg R van den; Mesters-Bakhuijs H; Staden JJ van; Berg S van den (1988-06-30)
      Een belangrijke risicogroep voor blootstelling aan fluoride vormt vee. Bij de huidige optredende concentraties zijn effecten aangetoond. Door simulatie van de omstandigheden in de koemaag is een eerste inzicht verkregen in de mate van blootstelling via extractie van fluoriden uit gronddelen, met name rivierklei (met hoge natuurlijke fluoridegehalten). Aangetoond is dat bij pH 2 (pH van de lebmaag) significant meer fluoride beschikbaar kwam dan bij pH 7 (pH van de voormagen). Na 24 uur werd 40 +/- 10 mg F-/kg grond bij pH 2 geextraheerd en 5 +/- 1 mg F-/kg bij pH 7. In deze proeven werd gevonden dat maximaal (bij pH 2 en 35 graden C) 40 +/- 10 mg F-/kg grond beschikbaar kwam en dat geen significante verschillen optraden als gevolg van variatie in bodemtype en tijd. Het extractiegehalte van depositiebelaste rivierklei (Heteren) was wel significant hoger dan van rivierklei uit een onbelast gebied (Houten). In tegenstelling tot de geextraheerde gehalten verschilden de extractiepercentages voor humeuze zandgrond en rivierklei significant. De beschikbare fluoride bij pH 2 varieerde van 6 tot 13% voor de rivierklei en 44 tot 47% voor de humeuze zandgrond. Een keuze tussen gebruik van extractiepercentage of extractiegehalte voor normstelling van opname uit gronddelen kan op basis van de beperkte range van getoetste bodemtypes niet verantwoord gemaakt worden.
    • De extractie van anionen uit grond en bouwmaterialen

      Joode P de; Wiel HJ van de; Hoop MAGT van den; LAC (1997-07-31)
      Voor de implementatie van het Bouwstoffenbesluit werd een onderzoek uitgevoerd naar extraheerbare gehalten bromide, chloride, fluoride, sulfaat en sulfide in grond en bouwmaterialen met verschillende waterige extractiemiddelen en de relatie van deze gehalten met de corresponderende totaalgehalten.Er blijkt een substantieel verschil te bestaan in extraheerbaarheid van de anionen bromide, chloride, fluoride en sulfaat uit de matrix grond en de matrix bouwmateriaal. Voor grond is de extractie voor geen van deze ionen kwantitatief, voor bouwstoffen alleen voor bromide en chloride. In geval van niet-kwantitatieve extractie neemt de extraheerbaarheid toe met stijgende pH (4.3 < pH < 14). Bij waterige extractie wordt bij een hoge pH voor alle anionen de hoogste opbrengst bereikt. Uit de literatuur is bekend dat de opbrengst van sulfide middels de toegepaste sterk zure extractie (pH 0) vrijwel volledig is, behalve voor pyriet (FeS2). Voor de bepaling van deze zwavelspecies is een extreme ontsluitingsmethode noodzakelijk. Ionchromatografie (IC) is veelal toepasbaar als analysemethode. Problemen ontstaan bij hoge ionsterkte (hoge pH extractiemiddel), met name voor fluoride en chloride. Voor fluoride is IC daarnaast ook minder geschikt vanwege de storingsgevoeligheid (organische zuren) en het niet detecteren van mogelijk complex gebonden fluoride.
    • De extractie van anionen uit grond en bouwmaterialen

      Joode P de; Wiel HJ van de; Hoop MAGT van den; LAC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-07-31)
      The results are described of an experimental study into aqueous extractable concentrations of bromide, chloride, fluoride, sulphate and sulphide in soil and in raw materials for building purposes and their relation with the corresponding total anion content. It is concluded that there is a substancial difference in the release of the anions bromide, chloride, fluoride and sulphate from soil and raw materials. For soil the release is not quantitative for all these anions, for raw materials only bromide and chloride can be quantitatively extracted. In cases of non-quantitative releases, the extractable amount increases with increasing pH (4.3 < pH < 14). In general, for aqueous at high pH values extractions the highest yield is obtained. From the literature it is well-known that the release of sulphide with the presently applied acid procedure is almost complete, except in the presence of pyrite (FeS2). For the determination of this sulphur species an extreme digestion procedure is necessary. Ion chromatography is suitable as analytical determination technique in most cases. Problems appear at high ionic strength (high pH values), especially for fluoride and chloride. In addition the ion chromatographic determination of fluoride might be less suitable due to possible interferences of organic acids and the non-detectability of complex associated fluoride.
    • Extrapolatie van laboratorium naar veld ; de invloed van milieufactoren op de anaerobe transformatiesnelheid van chloorfenolen

      Peijnenburg WJGM; Riezebos N; Verboom JH (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-06-30)
      In this report the first results of a study on the effect of compound-specific and environment-specific factors on rates of reductive dehalogenation, are shown. The study was carried out to assess the extend to which it is possible to extrapolate rate constants obtained under laboratory conditions to realistic circumstances. Several chlorophenol congeners were incubated in sediment-water systems, while varying seven distinct conditions. Measured half-lives tended to increase with increasing concentrations of the compound incubated, decreasing sediment concentrations, decreasing temperature and both increasing and decreasing pH-values of the sediment. 3,4-Dichlorophenol was shown to be the most persistent of the chlorophenol congeners incubated, while the trichlorophenols were the most easily dechlorinated. It is recommended to further investigate the factors given above and also to include additional chemicals.
    • Extrapolation factors to be used in case of small samples of toxicity data (with a special focus on LD50 values for birds and mammals)

      Luttik R; Aldenberg T; ACT; LWD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-11-30)
      For the evaluation of the possible environmental hazard/risk for birds and mammals of the use of an agricultural pesticide normally the lowest available LD50 is used. Especially in the case of only one or two LD50s an underestimation of the potential hazard/risk can be a real possibility, because there could be uncertainty that these tested animals represent the most sensitive species. An approach towards extrapolating laboratory toxicity data to acceptable concentrations in the field is to estimate the HC5, the Hazardous Concentrations for 5% of the species (Kooijman 1987, Van Straalen & Denneman 1989, Wagner & Lokke 1990 and Aldenberg & Slob 1994). Although this method formally works for n=2 to infinity, in practice it is applied for n=4 to infinity, only. However, when only one NOEC is available, the method cannot be applied. In this report, a proposal is made to estimate an analogous HD5 (Hazardous Dose) for LD50 data and to estimate the standard deviation from other LD50 data sets than the toxic substance at hand in case of small samples (especially those smaller than 4). The safety factors to be applied to the geometric mean of the LD50s for a median estimate of the HD5 of birds and mammals are 5.7 and 3.8, respectively. The SFs for the 95% confidence limit of the HD5 of birds for n= 1, 2 and 3 are 33, 20 and 16, respectively. For mammals these SFs are 15, 10 and 8.
    • Extrapolation factors to be used in case of small samples of toxicity data (with a special focus on LD50 values for birds and mammals)

      Luttik R; Aldenberg T; ACT; LWD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-11-30)
      Voor de inschatting van het mogelijke risico voor vogels en zoogdieren bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw wordt in het algemeen uitgegaan van de laagste beschikbare LD50. Speciaal in het geval van slechts 1 of 2 LD50-waarden is de kans op onderschatting van het mogelijke risico niet denkbeeldig, omdat men nooit zeker kan zijn of de geteste soorten bij benadering een van de gevoelige soorten vertegenwoordigen. Een methode om laboratoriumgegevens te extrapoleren naar een acceptabele concentratie voor een risicoschatting is de HC5-waarde, de Hazardous Concentration voor 5% van de soorten, te berekenen (Kooijman 1987, Van Straalen & Denneman 1989, Wagner & Lokke 1990 en Aldenberg & Slob 1994). Deze methode berekent uit een set van 'n' laboratorium toxiciteitsgegevens het gemiddelde en de standaard afwijking van de log getransformeerde NOEC concentraties. Alhoewel deze methode in principe geschikt is voor n = 2 tot oneindig, wordt de methode in de praktijk toegepast voor n = 4 tot oneindig. De methode kan echter in geen geval gebruikt worden indien er slechts een NOEC voorhanden is. In dit rapport stellen we voor een HD5-waarde (Hazardous Dose) uit LD50's te berekenen op dezelfde manier als een HC5-waarde uit NOEC's. Daarnaast schatten we een standaard afwijking uit LD50-datasets met informatie voor tenminste 4 soorten per stof, die gebruikt kan worden bij stoffen waarvoor minder informatie beschikbaar is. De veiligheidsfactoren voor de HD5(50) waarden voor LD50's van vogels en zoogdieren zijn 5,7 en 3,8. De HD5(95) voor vogels voor n = 1, 2 en 3, zijn respectievelijk 33, 20 en 16 en voor zoogdieren 15, 10 en 8.<br>
    • Extreem-laagfrequente elektrische en magnetische velden van huishoudelijke apparatuur

      Kelfkens G; Pruppers MJM; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-06-20)
      Exposure to electric and magnetic fields due to the use of most household appliances does not exceed the exposure levels recommended by the European Union. No short-term health effects are to be expected for these appliances. All appliances connected to the power grid are surrounded by electric and magnetic fields to which the user can be exposed. Because some people worry about possible health effects caused by this exposure, it is important to study the electromagnetic fields in the vicinity of household appliances. This report evaluates the scientific investigations of health effects that may occur in using household appliances. The legislation for the use of these appliances in both the European Union and the Netherlands is also described. Finally, an overview is given of comparative measurements with respect to the magnetic fields and exposure in the neighbourhood of household appliances. Scientific literature, which is not always up to date, suggests that for some household appliances possibly still in use, the magnetic fields will exceed the exposure levels advised by the EU. As a result of both technological improvement and the current obligation that household appliances comply with a European standard, exceeding the levels advised by the EU for appliances that come onto the market is less likely. The exposure levels recommended by the EU are based on effects that occur during or shortly afterwards exposure. It cannot be ruled out that exposure below these levels may lead to long-term health effects. However, there is no scientific evidence for a relationship between cancer and the use of household appliances.
    • Extreem-laagfrequente elektrische en magnetische velden van huishoudelijke apparatuur

      Kelfkens G; Pruppers MJM; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-06-20)
      De blootstelling aan elektrische en magnetische velden ligt voor de meeste huishoudelijke apparaten onder de niveaus die de Europese Unie aanbeveelt. Voor die apparaten zijn geen gezondheidseffecten op de korte termijn te verwachten. Elk apparaat dat op het elektriciteitsnet is aangesloten, heeft een elektrisch en magnetisch veld om zich heen waaraan de gebruiker kan worden blootgesteld. Sommige mensen maken zich zorgen over gezondheidseffecten door blootstelling aan elektromagnetische velden. Daarom is het belangrijk die velden en de eventuele gezondheidseffecten in kaart te brengen. Dit rapport beschrijft het wetenschappelijk onderzoek naar gezondheidseffecten door gebruik van huishoudelijke apparatuur, de regelgeving voor deze apparaten, de sterkte van de magnetische velden in de buurt van die apparaten en de blootstelling waar het gebruik van deze apparaten toe kan leiden. De (verouderde) literatuurgegevens over de magnetische velden in de buurt van huishoudelijke apparaten suggereren dat voor enkele typen apparatuur die nog in gebruik kunnen zijn, de door de EU aanbevolen niveaus worden overschreden. Omdat de technologie verbeterd is en omdat huishoudelijke apparaten tegenwoordig moeten voldoen aan een Europese norm, is overschrijding van de aanbevolen niveaus voor apparaten die nu te koop zijn, minder waarschijnlijk. De EU-blootstellingsniveaus zijn gebaseerd op effecten die tijdens of kort na blootstelling optreden. Het kan niet worden uitgesloten dat blootstelling beneden deze niveaus op de lange termijn gezondheidsrisico's met zich mee brengt, maar het wetenschappelijk onderzoek wijst niet op een verband tussen kanker en het gebruik van huishoudelijke apparaten.
    • Factors in the physical environment and the health of the Dutch population

      Hollander AEM de; Pruppers MJM; Eggink GJ; Slaper H; Vaas LH; Leenhouts HP; Havelaar AH; CCM; LSO; LWL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-01-31)
      The number of factors in the physical environment possibly having an adverse effect on human health is very substantial. There are, for example, all kinds of pathogenic micro-organisms, countless substances which have been shown to be carcinogenic in laboratory animals, as well as various forms of radiation. In addition, many hazardous activities, such as motoring, skiing or diving, may pose a threat to our health. In this document, which was previously published in Dutch as part of the Public Health Status and Forecasts document, a structured overview is given of factors in the physical environment which may adversely affect human health. In addition the chain of events from exposure to health effect is described in terms of different types of environmental health risk indicators. Methodologies for health risk identification and quantitative assessment will be discussed briefly, as well as the possible health gain of risk reducing policy measures. After this general introduction examples of chemical (indoor and outdoor air pollution), physical (noise, radiation) and biotic (microorganisms in drinking water) factors will be elaborated in successive contributions (chapter 2 to 4). In all contributions topics of the relationship with other determinants of health, intervention and policy (possible health gain), data and information requirements are addressed.
    • Factors in the physical environment and the health of the Dutch population

      de Hollander AEM; Pruppers MJM; Eggink GJ; Slaper H; Vaas LH; Leenhouts HP; Havelaar AH; CCM; LSO; LWL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-01-31)
      Er is naar alle waarschijnlijkheid een groot aantal factoren in de fysieke omgeving met een schadelijk effect op de gezondheid. Zo zijn er talrijke pathogene micro-organismen, talloze stoffen die voor laboratorium dieren kankerverwekkend bleken, en verschillende vormen van straling. Daarenboven vormen vele activiteiten zoals autorijden, skien, of duiken een mogelijk gevaar voor onze gezondheid. In dit rapport dat is ontleend aan eerder gepubliceerd materiaal in de volksgezondheid toekomstverkenning, wordt een overzicht gegeven van factoren in de fysische omgeving die een schadelijk effect op de volksgezondheid hebben. De keten van gebeurtenissen van blootstelling aan de desbetreffende factor tot effect op de gezondheid wordt beschreven in termen van verschillende soort risico-indicatoren. Methoden voor het opsporen van gezondheidsrisico's en kwantitatieve schattingen worden kort besproken, alsmede mogelijke gezondheidswinst door risicoverlagende maatregelen. Na een algemene inleiding volgen voorbeelden van chemische (luchtvervuiling binnen en buiten het huis), fysische (geluid, straling), en biotische (micro-organismen in het drinkwater) factoren (hoofdstuk 2, 3 en 4). In alle bijdragen worden relaties aan de orde gesteld met andere determinanten van gezondheid, interventiemogelijkheden en beleid (mogelijke gezondheidswinst), gegevens- en informatiebehoefte.<br>
    • Factsheet algemeen

      Bremmer HJ; Veen MP van; LBM (2000-03-31)
      Om de blootstelling aan stoffen uit consumentenproducten en de opname daarvan door de mens te kunnen schatten en beoordelen zijn wiskundige modellen beschikbaar. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het computerprogramma CONSEXPO. Het grote aantal consumentenproducten verhindert dat voor elk afzonderlijk product blootstellingmodellen en parameterwaarden vastgesteld kunnen worden. Daarom zijn een beperkt aantal hoofdcategorieen met gelijksoortige producten gedefinieerd. Voor elke hoofdcategorie wordt informatie over de blootstellingschatting in een factsheet weergegeven. Naast achtergrondinformatie worden default-modellen en default-parameterwaarden gegeven van elke product-categorie waaruit de hoofdcategorie is opgebouwd. In deze factsheet wordt informatie weergegeven die voor meerdere hoofdcategorieen van belang is om een schatting van risico's van het gebruik van consumentenproducten te kunnen maken. Aan de orde komen de randvoorwaarden die aan default-parameters gesteld worden en de manier waarop de betrouwbaarheid van de schatting van de parameterwaarden wordt weergegeven. Verder zijn defaults van algemeen gebruikte blootstellingfactoren gedocumenteerd voor: -) de inhoud en de oppervlakte van kamers in Nederlandse woningen, -) het ventilatievoud in verschillende ruimten van woningen, -) het totale lichaamsoppervlak en het oppervlak van lichaamsdelen van volwassenen, mannen, vrouwen en kinderen. De gevoeligheid van humane blootstelling en opname voor ventilatie en kamergrootte worden besproken aan de hand van een verdampingsmodel.
    • Factsheet algemeen

      Bremmer HJ; Veen MP van; LBM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-03-31)
      Mathematical models are available for the exposure assessment of compounds in consumer products. The computer program CONSEXPO is used for the calculations. Since the huge number of consumer products does not allow exposure assessment of every product separately, a limited number of main categories containing similar products are defined. A main category comprises product categories. The information on each main category is described in a fact sheet. A fact sheet contains background information, default models and default values for every product category. This fact sheet supplies information for assessing risks to consumers when using products from several main categories. Limiting conditions for the default values are discussed and the way of representing reliability of the assessment of parameter values. Default values for commonly used exposure factors are supplied for: - volume and surface area of rooms in Dutch dwellings,-air-change rate of several rooms in dwellings, total body surface and surface of body parts in adults, men and women and in children. Finally, sensitivity of human exposure of room volume and ventilation rate is discussed by means of an evaporation model.
    • Factsheet Cosmetica. Ten behoeve van de schatting van de risico&apos;s voor de consument

      Bremmer HJ; Prud&apos;homme de Lodder LCH; Veen MP van; SIR (2003-01-15)
      Om de bloostelling aan stoffen uit consumentenproducten en de opname daarvan door de mens te kunnen schatten en beoordelen zijn wiskundige modellen beschikbaar. Het grote aantal consumentenproducten verhindert dat voor elk afzonderlijk product bloostellingsmodellen en parameterwaarden vastgesteld kunnen worden. Daarom is een beperkt aantal hoofdcategorieen met gelijksoortige producten gedefinieerd. Voorbeelden van hoofdcategorieen zijn verf, bestrijdingsmiddelen, cosmetica en vloerbedekking. Voor elke hoofdcategorie wordt de informatie in een factsheet weergegeven. In de voorliggende factsheet wordt informatie gegeven over het gebruik van cosmetica door consumenten. Het gebruik van cosmetica wordt beschreven met behulp van 36 productcategorieen, zoals shampoo, make-up, lippenstift, tandpasta en deodorant. Het gehele gebied van het cosmeticagebruik wordt met deze productcategorieen bestreken. Voor elke productcategorie wordt ingegaan op samenstelling en gebruik van het type producten. Om de blootstelling en opname van stoffen uit cosmetica te kunnen schatten en beoordelen zijn voor elke productcategorie defaultmodellen met defaultwaarden voor de parameters vastgesteld. Deze modellen met bijbehorende parameterwaarden kunnen worden doorgerekend met het computerprogramma CONSEXPO.
    • Factsheet Cosmetica. Ten behoeve van de schatting van de risico's voor de consument

      Bremmer HJ; Prud'homme de Lodder LCH; Veen MP van; SIR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-01-15)
      Mathematical models are available for the exposure assessment of compounds in consumer products. The computer program CONSEXPO is used for the calculations. Since the huge number of consumer products does not allow exposure assessment of every product separately, a limited number of main categories containing similar products are defined. Paint, biocides, cosmetics and floor covering are examples of main categories. The information on each main category is described in a fact sheet. this fact sheet supplies information on the use of cosmetics by consumers. The use of cosmetics by consumers is described by means of 36 product categories like shampoo, make-up, lipstick, deodorant and toothpaste. The entire area of the use of cosmetics by consumers is covered with these product categories. Information is supplied about the composition and the use of products within a product category. For exposure assessment of compounds in cosmetics default models and default values wer determined for every product category.
    • Factsheet Ongediertebestrijdingsmiddelen Ten behoeve van de schatting van de risico's voor de consument

      Bremmer HJ; Blom WM; Hoeven-Arentzen PH van; Raaij MTM van; Straetmans EHFM; Veen MP van; Engelen JGM van; LBM; CSR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-05)
      Mathematical models are available to assess the exposure of compounds in consumer products. The computer program CONSEXPO (Consumer Exposure) is used for the calculations. Given the huge number of consumer products, it is not possible to define an exposure assessment of every product separately, and a limited number of main categories containing similar products are therefore defined. The information on each main category is described in a fact sheet. Paint, cosmetics, children's toys and floor covering are examples of main categories for which fact sheets have already been prepared. This fact sheet provides information on the use of pest control products by consumers. This use is described for eight product categories including sprays, dusting, repellents, electric evaporation and baits. Information is given about the composition and the use of products within a product category. For the exposure assessment of compounds in pest control products, default models and default values were determined for all eight product categories.
    • Factsheet Ongediertebestrijdingsmiddelen Ten behoeve van de schatting van de risico&apos;s voor de consument

      Bremmer HJ; Blom WM; van Hoeven-Arentzen PH; van Raaij MTM; Straetmans EHFM; van Veen MP; van Engelen JGM; LBM; CSR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-05)
      Om de blootstelling aan stoffen uit consumentenproducten en de opname daarvan door de mens te kunnen schatten en beoordelen zijn wiskundige modellen beschikbaar. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het computerprogramma CONSEXPO. Het grote aantal consumentenproducten verhindert dat voor elk afzonderlijk product blootstellingsmodellen en parameterwaarden vastgesteld kunnen worden. Daarom is een beperkt aantal hoofdcategorieen met gelijksoortige producten gedefinieerd. Voorbeelden van hoofdcategorieen zijn verf, cosmetica, kinderspeelgoed en vloerbedekking. Voor elke hoofdcategorie wordt de informatie in een factsheet weergegeven. In deze factsheet wordt informatie gegeven over het gebruik van ongediertebestrijdingsmiddelen.Het gebruik van ongediertebestrijdingsmiddelen die verkrijgbaar zijn voor de consument ten behoeve van particuliere toepassing wordt beschreven met behulp van 8 productcategorieen, zoals spuiten, verstrooien van poeder, elektrische verdampers, anti-muggen sticks en cremes en lokdoosjes. Het gehele gebied van het gebruik van ongediertebestrijdingsmiddelen door consumenten wordt met deze productcategorieen bestreken. Voor elke productcategorie wordt ingegaan op samenstelling en gebruik van het type producten binnen de categorie. Om de blootstelling en opname van stoffen uit ongediertebestrijdingsmiddelen te kunnen schatten en beoordelen zijn voor elke productcategorie default-modellen met defaultwaarden voor de parameters vastgesteld.<br>
    • Factsheet Verf

      Bremmer HJ; Veen MP van; LBM (2000-04-20)
      Om de blootstelling aan stoffen uit consumentenproducten en de opname daarvan door de mens te kunnen schatten en beoordelen zijn wiskundige modellen beschikbaar. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het computerprogramma CONSEXPO. Het grote aantal consumentenproducten verhindert dat voor elk afzonderlijk product blootstellingsmodellen en parameterwaarden vastgesteld kunnen worden. Daarom zijn een beperkt aantal hoofdcategorien met gelijksoortige producten gedefinieerd. Voor elke hoofdcategorie wordt de informatie in een factsheet weergegeven. Naast achtergrondinformatie worden in de factsheet default-modellen en default-parameterwaarden gegeven van de product-categorien waaruit de hoofdcategorie is opgebouwd. In deze factsheet wordt informatie gegeven over het gebruik van verfproducten door consumenten. Er zijn productcategorien, met default-modellen en default-parameterwaarden, ontwikkeld voorverschillende applicatiemethoden, verschillende typen verf en verschillende gebruikstoepassingen. Het gehele gebied van het gebruik van verfproducten door consumenten wordt bestreken inclusief het schoonmaken van gereedschap en handen. Met behulp van de gegevens uit deze factsheet is het mogelijk standaardbeoordelingen van het gebruik van verfproducten te maken.
    • Factsheet Verf

      Bremmer HJ; Veen MP van; LBM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-04-20)
      Mathematical models are available for the exposure assessment of compounds in consumer products. The computer program CONSEXPO is used for the calculations. Since the huge number of consumer products does not allow exposure assessment of every product separately, a limited number of main categories containing similar products are defined. A main category comprises product categories. The information on each main category is described in a fact sheet. A fact sheet contains background information, default models and default values for every product category. This fact sheet supplies information on the use of paint products by consumers. Product categories were developed with the use of default models and default values for several methods of paint application, several types of paints and several types of use.Default exposure assessments for the consumer's exposure to paints, including tool and hand cleaning, can be performed applying this fact sheet.
    • Factsheets for the (eco)toxicological risk assessment strategy of the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), Part II

      Luttik R; Pelgrom SMGJ; CSR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-08-23)
      Er worden 5 factsheets gepresenteerd voor de risicoschattingsmethoden van het Centrum voor Stoffen en Risicobeoordeling (CSR) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 3 Factsheets hebben betrekking op de risicoschattingsmethoden voor de volksgezondheid en 2 op de risicoschattingsmethoden voor het milieu: 1 Alpha2u-globulin associated nephropathy and renal-cell neoplasms. 2. Follicular thyroid tumours in rodents. 3. Pesticide residue analysis in plant and animal products. 4. Sediment risk assessment for pesticides. How to evaluate and use ecotoxicological field tests for regulatory purposes. Naast het vastleggen van de risicoschattingsmethoden zoals die bij het RIVM/CSR worden gehanteerd is het doel van deze publicatie de risicoschattingsmethoden transparanter te maken en een platform voor discussie te creeren. De auteurs van elke factsheet beschrijven de "state-of-the-art" van hun onderwerp. Opmerkingen, tekortkomingen en aanvullende informatie wordt op prijs gesteld en kunnen naar de eerste redacteur worden opgestuurd.