• Geautomatiseerde distributiesystemen voor geneesmiddelen

      de Rooij-Lamme EK; Groot DW; de Kaste D; KCF (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-04-23)
      In toenemende mate worden geneesmiddelen met behulp van geautomatiseerde distributiesystemen (GDS) aan patienten verstrekt. De GDS-machine zorgt ervoor dat de geneesmiddelen per individu en per inname-tijdstip worden verpakt. GDS-machines zijn ontwikkeld om tijd te besparen en de kwaliteit van de geneesmiddelenverstrekking te verbeteren. Met als doel dat elke patient de juiste geneesmiddelen op het juiste tijdstip ontvangt. Volgens een onderzoek van IGZ uit 2002 waren er in die tijd nog onvoldoende kwaliteitswaarborgen van het verpakkingsproces aanwezig, waardoor het gebruik van deze GDS-machines mogelijk een risico vormt voor de patient. Omdat de geneesmiddelen uit de oorspronkelijke verpakking worden gehaald kunnen ze onderling worden verwisseld, kan er kruiscontaminatie ontstaan en kan de houdbaarheid negatief worden beinvloed. Uit het in dit rapport beschreven onderzoek blijkt dat hoofdzakelijk het onderhoud van de GDS-machine en het assortimentsbeheer te wensen overlaat. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor het optreden van kruiscontaminatie en ook zijn er bij de onderzochte producten geen houdbaarheidsproblemen geconstateerd. De GDS-rollen zelf zien er over het algemeen goed uit en in 2% van de onderzochte GDS-zakjes is een foutieve uitvulling van geneesmiddelen geconstateerd.
    • Geautomatiseerde ionchromatografische methode voor chloride, nitraat en sulfaat

      Neele J; Beld WA van den; Cleven RFMJ (1994-02-28)
      Abstract niet beschikbaar
    • Geautomatiseerde ionchromatografische methode voor de bepalingen van halogeniden en halogeenoxiden in drink- en oppervlaktewater

      Neele J; Cleven RFMJ; Versteegh JFM; LAC; LWD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-05-31)
      An automated ionchromatographic gradient separation method with conductivity and UV detection has been developed for the simultaneous determination of trace amounts halogenides and oxyhalides in drinking water and surface water. Ion solute specific retention is affected by the presence of large concentrations of anions in a sample. Confirmation of the identification of bromate and the other anions of interest is possible by comparing the retention as well as the conductivity/UV-ratio response of the component peaks in the sample and in the standards. The lower limit of detection of bromate is 0,0097 mumol/l (1,2 mug/l). Data on column efficiency, peak asymmetry, selectivity and resolution are reported. Recoveries of bromate were affected by the chloride concentration in the sample. Sample preparation with silver cartridges to remove excess of halogenide has found to yield quantitative results with a mean recovery of 100%.<br>
    • Geautomatiseerde simultane ionchromatografische analyse van dertien anionen in water

      Neele J; Beld WA van den; Cleven RFMJ; LAC (1995-09-30)
      Een betrouwbare en efficiente methode voor de analyse, scheiding en kwantificering van anorganische- en organische componenten in een waterig milieu is ontwikkeld. Het onderzoek heeft geresulteerd in een geautomatiseerde methode met voorconcentrering en gradientelutie voor een dertiental componenten in een waterig milieu met een groot dynamisch bereik. De resultaten van het ontwikkelen van deze ionchromatografische methode voor de bepaling van formiaat, acetaat, fosfaat, selenaat, seleniet en arsenaat naast regulier met ionchromatografie gemeten componenten chloride, nitriet, nitraat, sulfaat en bromide zijn in dit rapport samengevat. Door een geschikte kolom- en eluens keus zijn interferenties van componenten vrijwel geelimineerd. De methode is doelmatig, gevoelig en selectief. De ionchromatografische methode kan zeer lage gehalten (micro mol/l) naast hoge gehalten (milli mol/l) van een aantal eerder genoemde verbindingen in diverse aangeboden monsters vaststellen. Selenaat wordt gestoord door oxalaat en in mindere mate wordt fluoride gestoord door acetaat.De bepalingen worden verricht met een combinatie van een geleidbaarheids- en een UV-detector, waardoor bevestiging van de identificatie van de component mogelijk is. Met de ontwikkelde ionchromatografische methode zijn enkele bepalingskarakteristieken getest en vastgesteld. Een aantal resultaten van vergelijkende metingen in monsters verricht met de huidige methode en de ontwikkelde ionchromatografische methode zijn in dit rapport opgenomen. De aantoonbaarheidsgrenzen zijn voor nitriet 0,30 mumol/l (13 mug/l), voor seleniet, selenaat, arsenaat en fosfaat respectievelijk 0,32, 0,15, 0,37 en 0,25 mumol/l ( 41, 22, 51 en 24 mug/l).
    • Geavanceerde medische technologie in de thuissituatie - Inventarisatie, gebruikersaantallen en risico's

      Hollestelle ML; Hilbers ESM; Tienhoven EAE van; Geertsma RE; BMT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-02-08)
      Advanced medical technologies, like respiratory and intravenous therapy devices, are finding increasing use in the home and this trend will continue in the near future. Home use of these complex medical devices implies several risks. Acknowledgement of the risks by all the parties involved - industry, government agencies, health practitioners and insurance companies - and adequate communication between all parties in the chain of care, as well as the implementation of proper preventive measures, will enhance patient safety. In general, risks are higher when a technology is invasive, used for life support or for the application of substances, and when it is applied to a large number of patients. Risks are often related to use errors and arise because at home poorly qualified persons, such as patients or informal carers, are using the device as well. Even home care professionals do not always have the opportunity to develop sufficient skills. Failures in design and technical problems also occur. Defects or medical problems may not be identified immediately and cannot always be solved as promptly as in the intramural setting. Important precautions that can be taken are the further development of devices designed for home use and adaptation of user manuals. Organizational precautions are the placing of limitations on the assortment of devices that professionals use, employment of specialized nursing teams, instruction and supervision of patient and informal carers, and finally, a clear demarcation of the tasks and responsibilities of all parties.
    • Geavanceerde medische technologie in de thuissituatie - Inventarisatie, gebruikersaantallen en risico's

      Hollestelle ML; Hilbers ESM; van Tienhoven EAE; Geertsma RE; BMT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-02-08)
      De patientveiligheid bij gebruik van geavanceerde medische technologie in de thuissituatie kan worden bevorderd door het nemen van adequate beheersmaatregelen op basis van kennis van de risico's. Een goede communicatie tussen alle partijen binnen de zorgketen is daarbij essentieel. Hoewel meestal met succes toegepast, is aandacht voor risico's van belang omdat medische apparatuur, zoals beademingsapparatuur en infuuspompen, in toenemende mate in de thuissituatie wordt ingezet. Risico's die samenhangen met de toepassing van deze apparatuur thuis ontstaan doordat de technologie ook wordt toegepast door minder geschoolde personen zoals patienten en mantelzorgers. Daarnaast hebben professionele zorgverleners niet altijd de gelegenheid om voldoende vaardigheid te ontwikkelen, worden technische en medische problemen minder snel ontdekt en zijn deze soms minder snel te verhelpen dan in het ziekenhuis. In het algemeen zijn de risico's het grootst voor technologieen die op populatieniveau bij veel patienten worden toegepast, die vitale functies overnemen, die invasief zijn of waarmee stoffen worden toegediend. Incidenten hangen vaak samen met gebruiksfouten, maar ook ontwerpfouten en technische mankementen komen voor. Zo zijn belangrijke beheersmaatregelen met betrekking tot productveiligheid: de ontwikkeling van apparatuur geschikt voor thuisgebruik, aanpassing van gebruiksaanwijzingen en het aanbrengen van goede alarmfuncties. Organisatorische beheersmaatregelen betreffen beperking van het assortiment apparaten waarmee zorgverleners moeten werken, de inzet van gespecialiseerde verpleegkundigen en aandacht voor begeleiding van patienten en mantelzorgers. Ook is een duidelijke afbakening van taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen noodzakelijk. Implementatie van beheersmaatregelen is belangrijk, temeer daar de gebruikersaantallen de komende jaren nog zullen stijgen.
    • Gebiedenatlas 2003; Overzicht van provinciale en nationale gebiedsindelingen

      Schotten CGJ; Boersma WT; Kunst JD; Esbroek van MLP; LDL; RIM; IMP; NLB (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-12-03)
      This report gives an overview of maps that are used in the field of area specific policy. More then 100 provincial and national maps, consisting of over 150 digital datasets, were collected. The area specific policy maps are presented while the underlying provincial data as well as the meta-information and the digital datasets are available on the CD-ROM that is included. On the maps some overlay operations are performed to gain insight in the area in the Netherlands that is subject to one or more forms of area specific policy and to what extend the areas overlap. For the provincial policy maps also a cumulative map is presented showing to what extend the areas overlap.
    • Gebiedenatlas 2003; Overzicht van provinciale en nationale gebiedsindelingen

      Schotten CGJ; Boersma WT; Kunst JD; Esbroek MLP; LDL; RIM; IMP; NLB (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-12-03)
      De gebiedenatlas bevat ruim honderd kaarten en meer dan 150 achterliggende digitale bestanden die betrekking hebben op vormen van beleid die van belang zijn voor het gebiedsgericht beleid. Het betreft hier zowel provinciale als nationale beleidscategorieen. Alle beleidscategorieen zijn, in deze rapportage, landsdekkend op een kaart weergegeven. De bijbehorende meta-informatie en de achterliggende digitale datasets is op een CD-ROM opgenomen. Op de door de bronhouders beschikbaar gestelde gegevens zijn een aantal analyses uitgevoerd. Zo is voor alle provinciale beleidscategorieen aangegeven wat het oppervlak is van de betreffende categorie en in hoeverre de verschillende vormen van provinciaal beleid overlappen. Ter illustratie is ook een stapelkaart opgenomen waarop alle vormen van provinciaal beleid zijn opgeteld om inzichtelijk te maken in hoeverre de verschillende vormen van beleid ruimtelijk overlappen.<br>
    • Gebiedenatlas ; een eerste inventarisatie

      Beugelink GP; Hendriks L; Hoogerwerf MR; Velde RJ van de; Veldkamp JG; LBG; CSO (Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM)Adviesbureau voor Milieuonderzoek CSO, 1995-11-30)
      In dit project zijn ca 50 kaarten, verdeeld over ca 150 digitale bestanden, met betrekking tot specifieke vormen van gebiedsgericht beleid bijeen gebracht. Het doel van het project was een zo compleet mogelijke verzameling bestaande kaarten en bestanden bijeen te brengen, teneinde een overzicht van het vigerende gebiedenbeleid tot stand te brengen. De bestanden, inclusief het programma ArcView versie 1, waarmee een beperkt aantal analyse- en presentatiemogelijkheden wordt geboden, zijn in principe voor de deelnemers aan het project c.q. leveranciers van bestanden op CD-ROM beschikbaar. Met 25 daarvoor geschikte kaarten is een cumulatiekaart van het gebiedenbeleid vervaardigd. Van deze 25 vormen van gebiedenbeleid blijken er maximaal 17 op een specifieke locatie voor te komen.
    • Gebiedenatlas ; een eerste inventarisatie

      Beugelink GP; Hendriks L; Hoogerwerf MR; Velde RJ van de; Veldkamp JG; Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM), Adviesbureau voor Milieuonderzoek CSO; LBG; CSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-11-30)
      In the framework of the project Area Atlas, about 50 maps, spread over about 150 digital files were collected for several types of area-specific policy. The aim of the project was to overview the existing maps and files as completely as possible. The files, including the file manipulation and presentation program ArcView version 1, have been made available on CD-ROM but exclusively to the contributors of this project. A cumulation map for area-specific policy has been derived using 25 maps suitable for this purpose. From this, it appears that at some locations a maximum of 17 different area-specific policies are applicable.
    • Gebiedsdossier en beschermingszonedocument voor bronnen drinkwater. Innamepunt Heel als pilot voor integratie

      Wuijts S; IMG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-05-07)
      Als proef is een compleet overzicht samengesteld van relevante aspecten voor de waterkwaliteit, gericht op preventie en risicobeheersing. Hiervoor zijn het 'gebiedsdossier' en het 'beschermingszonedocument' voor het innamepunt voor drinkwaterbereiding 'Heel' geintegreerd tot een document. Het overzicht is ontwikkeld door het RIVM, in samenwerking met Rijkswaterstaat, de Waterdienst en NV Waterleiding Maatschappij Limburg. De documenten blijken elkaar goed aan te vullen en kunnen betrekkelijk eenvoudig worden samengevoegd. Vanwege eenduidigheid en herkenbaarheid voor de gebruikers van de documenten, bleek het wenselijk om gebiedsdossiers en beschermingszonedocumenten te integreren. Een gebiedsdossier blijkt een nuttig instrument om informatie te bundelen die relevant is voor de waterkwaliteit van bronnen voor drinkwater. Op basis van deze informatie kunnen effectieve beschermingsmaatregelen worden ontwikkeld. Het gebiedsdossier vult het bestaande beschermingsbeleid aan. Het RIVM heeft in een eerder project (Wuijts et al., 2007) een protocol opgesteld om een gebiedsdossier te ontwikkelen en dit uitgewerkt voor drie typen waterwinning (grondwater, oevergrondwater en oppervlaktewater). Parallel aan de studie naar het gebiedsdossier heeft advies- en ingenieursbureau DHV beschermingszonedocumenten uitgewerkt voor de innamepunten van oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding. Dit gebeurde in opdracht van Rijkswaterstaat en de Waterdienst. In deze documenten worden de verontreinigingsrisico's van activiteiten in de zeer nabije omgeving van het innamepunt in kaart gebracht.
    • Gebiedsdossiers voor drinkwaterbronnen, uitwerking van risico's en ontwikkeling van maatregelen

      Wuijts S; van Rijswick HFMW; Dik HHJ; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMUniversiteit UtrechtDepartement RechtsgeleerdheidDisciplinegroep Staats- en BestuursrechtCentrum voor Omgevingsrecht en -beleid/NILOS, 2008-02-19)
      Om de waterwinning voor drinkwater te kunnen beschermen blijken zogeheten gebiedsdossiers een nuttig instrument om informatie te bundelen die van invloed is op de waterkwaliteit van de winning. Op basis van deze informatie kunnen effectieve beschermingsmaatregelen, gericht op preventie en risicobeheersing, worden ontwikkeld. Het gebiedsdossier vult het bestaande beschermingsbeleid aan. In opdracht van het ministerie van VROM heeft het RIVM een protocol opgesteld om een gebiedsdossier te ontwikkelen. Dit protocol is uitgewerkt voor drie typen waterwinning (grondwater, oevergrondwater en oppervlaktewater). Het instituut beveelt aan het instrument juridisch te verankeren in de Drinkwaterwet, zo nodig ook in de Wet Milieubeheer, en een centrale regierol bij een overheidsinstantie neer te leggen. Bij de uitvoering van maatregelen zijn verschillende overheden betrokken. Daarom is het belangrijk om bij de bestuurlijke besluitvorming over gebiedsdossiers de regierol bij een overheidsinstantie neer te leggen. Omdat provincies een verantwoordelijkheid hebben op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening lijkt deze rol daar het beste te passen. Dit is de uitkomst van een workshop over gebiedsdossiers die in november 2007 plaatsvond bij het RIVM. Bij de workshop waren vertegenwoordigers van het Rijk, provincies, gemeenten, waterbeheerders en waterleidingbedrijven aanwezig. Tijdens de workshop werden de resultaten van het project gebiedsdossiers bediscussieerd. Gebiedsdossiers kunnen ook voor andere waterwinningen voor menselijke consumptie van toepassing zijn. Bijvoorbeeld om beschermingsbeleid te formuleren voor industriele grondwaterwinningen voor de productie van bier en frisdrank. Hiermee geeft Nederland invulling aan de verplichtingen van de Kaderrichtlijn Water voor industriele waterwinningen.
    • Gebiedsgericht grondwaterbeheer in de praktijk : Gebiedsafbakening, aanpak bronzone, procedure voor monitoring, (risicogebaseerde) toetsing grondwaterkwaliteit, kosten-batenanalyse

      Swartjes FA; Valstar J; Zijp MC; van Beelen P; Otte PF; LER; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDeltares, 2011-12-08)
      Het beheer van grondwater richt zich op beoordeling van de grondwaterkwaliteit en zonodig sanering. Dit beheer van grondwater is in Nederland vaak om technische, praktische en financiële redenen niet haalbaar. Als uitweg is de tendens gaande om verontreinigingen niet meer individueel maar op grotere schaal, in samenhang te beoordelen en aan te pakken. Dit zogeheten gebiedsgericht grondwaterbeheer maakt het beheer ervan efficiënter en daarmee vaak goedkoper. Door de gebiedsgerichte aanpak kan de grondwaterkwaliteit binnen het gedefinieerde gebied namelijk minder streng worden beoordeeld ten opzichte van individuele grondwaterverontreinigen. Bovendien is de organisatie van het beheer van een cluster verontreinigingen eenvoudiger dan voor elke verontreiniging apart op verschillende tijdstippen. Gebiedsbericht grondwaterbeheer vraagt om een aanpak die is toegespitst op de specifieke omstandigheden van de locatie. Om dit Gebiedsbericht grondwaterbeheer te faciliteren heeft het RIVM op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) enkele algemene praktische aanwijzingen opgesteld. Deze zijn gericht op een methode om de afbakening van het beheersgebied te bepalen en om de bronzone voor grondwaterverontreiniging aan te pakken. Ook is een procedure opgesteld om het grondwater te monitoren, wordt de beoordeling van de grondwaterkwaliteit belicht en een kosten-batenanalyse besproken. Deze informatie vult bestaande relevante documenten aan, zoals de Handreiking gebiedsgericht grondwaterbeheer uit 2010 die eveneens in opdracht van I&M werd opgesteld.
    • Gebiedsgerichte Integratie: een tussenbalans

      Reiling R; Latour JB; Bekhuis FHJM; Bollen MJS; MTV; LBG (1995-03-31)
      Dit rapport doet verslag van de stand van zaken van het RIVM-project Gebiedsgerichte Integratie. Daartoe worden de meest aansprekende resultaten uit de drie fasen van het project toegelicht. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de stapelkaart voor de milieuproblematiek in het landelijk gebied. Tenslotte wordt ingegaan op de verdere planning van het project (invulling fase 3, DSS, ruimtelijke scenario's) en de relatie met de (toekomstige) Milieuverkenningen.
    • Geboortegewicht en chronische ziekten : Resultaten van de EPIC-NL studie

      van den Berg SW; van Duijnhoven FJB; Bueno de Mesquita HB; Boer JMA; CVG; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-04-01)
    • Geboortejaar kiesBeter.nl in feiten en cijfers

      Gravestein X; Hijden EJE van der; Janssens JMJ; Loon AJM van; Mulder HB; Ossebaard HC; Vogelpoel DAJ; Vrijsen WJJ - Graaf ML van der (eds); VTV (2006-12-31)
      In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan de zorgportal kiesBeter.nl. in de zorg en biedt ze hiertoe relevante informatie. Vandaar de slogan "KiesBeter.nl wijst u de weg in de zorg". Dit rapport bespreekt de resultaten die zijn behaald gedurende 2005, het "geboortejaar". In 2005 bezochten 1,7 miljoen mensen de site. Daarvan hebben er zich 27 duizend geabonneerd op de nieuwsbrief, die ten minste eens per kwartaal verschijnt. Begin 2006 had kiesBeter.nl een naamsbekendheid van 23 procent. Ten opzichte van andere sites op het gebied van zorg en gezondheid wordt kiesBeter.nl iets meer dan gemiddeld als onafhankelijk gezien. De bezoekerspopulatie vormt een doorsnede van de Nederlandse bevolking.
    • Geboortezorg in beeld : een nulmeting en de eerste ervaring

      Struijs JN; de Vries EF; van Over HDCA; Over EAB; Broek I van den (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-11-26)
      In Nederland zijn de afgelopen jaren meerdere maatregelen genomen om de kwaliteit van de geboortezorg en de samenwerking tussen de verschillende zorgverleners te verbeteren. Aanleiding waren de relatief hoge sterftecijfers rond geboortes in Nederland. Om de samenwerking tussen zorgaanbieders te verbeteren kunnen alle onderdelen van de geboortezorg sinds 2017 gezamenlijk worden gecontracteerd in één zogenoemd integraal bekostigingscontract. Deze nieuwe bekostiging vraagt om organisatorische veranderingen, waaronder de vorming van een integrale geboortezorg organisatie (igo). Hier zijn de zorgaanbieders zoals verloskundigen, gynaecologen, kraamzorg, en een ziekenhuis in ondergebracht. In de bestaande bekostigingssystematiek vergoeden de zorgverzekeraars de onderdelen van de zorg rondom zwangerschap en geboorte afzonderlijk aan de verschillende zorgaanbieders. Per 1 januari 2017 hebben zes igo’s vrijwillig integrale-bekostigingscontracten gesloten met zorgverzekeraars. Als nulmeting heeft het RIVM de gezondheid, verrichtingen en zorguitgaven van de geboortezorg in kaart gebracht in de periode voorafgaand aan de overstap naar integrale bekostiging (2015-2016). Uit dit onderzoek blijkt dat de uitgaven aan de geboortezorg voor de igo’s in deze periode iets lager lijken te zijn (ongeveer 180 euro per zwangerschap minder) dan in de regio’s die niet zijn overgestapt in 2017. Verder verschillen de igo’s van de overige regio’s, in de periode voorafgaand aan de overstap in de zorg die zij leverden: meer ruggenprikken (25% versus 21%) en minder keizersneden (14% versus 16%)– de beschikbaarheid van ruggenprikken en zo min mogelijk keizersnedes zijn positieve graadmeters voor de kwaliteit van de zorg voor moeder en kind. Wat de gezondheid van moeder en kind betreft zijn er geen verschillen gevonden. De partijen die bij de igo’s zijn betrokken, zijn positief over het integrale tarief. Het levert in hun regio een intensievere, meer gestructureerde samenwerking tussen de zorgverleners op. Ook is de samenwerking minder vrijblijvend dan voorheen. Wel is het een zeer complexe en tijdrovende klus om de integrale bekostiging in te voeren. Specifieke kennis blijft nodig op organisatorisch, fiscaal en financieel vlak. Het RIVM monitort de komende jaren in opdracht van het ministerie van VWS de overgang naar integrale bekostiging in de geboortezorg. In 2020 wordt een eindrapport gepubliceerd, waarvoor de gegevens uit onderliggend onderzoek als nulmeting dienen.
    • Gebromeerde brandvertragers in afgedankte elektrische apparatuur : Studie naar grenswaarden, het vóórkomen en de meting

      Broekman MH; ABI; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-05-09)
      Afval afkomstig van elektrische- en elektronische apparaten kan gebromeerde brandvertragers bevatten. De hoogste concentraties worden vooral aangetroffen in de kunststofkasten van oude televisies en computers. Ook kunststofonderdelen van bijvoorbeeld toetsenborden, computermuizen en telefoons kunnen hoge concentraties aan dergelijke brandvertragers bevatten. Gebromeerde brandvertragers kunnen vrijkomen als deze onderdelen van afgedankte apparaten opnieuw worden gebruikt. Ze kunnen dan een risico vormen voor mens en milieu. Gebromeerde brandvertragers zijn vanwege hun stofeigenschappen slecht afbreekbaar (persistent), schadelijk, giftig, mogelijk kankerverwekkend en gevaarlijk voor het milieu. Ook indirect vormen ze een risico als het elektronicaafval in de open lucht onvolledig verbrandt in plaats van in daarvoor geschikte afvalverbrandingsinstallaties. Bij een onvolledige verbranding worden gebromeerde brandvertragers namelijk omgezet in gevaarlijke gebromeerde dioxinen. Het is daarom van belang dat ze volgens Europese wetgeving worden verwerkt. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Sinds 2002 zijn inzamelaars en verwerkers verplicht om gebromeerde brandvertragers uit elektronica-afval te verwijderen volgens Europese wetgeving. Om hierop te kunnen toezien en handhaven heeft de ILT behoefte aan grenswaarden voor gebromeerde brandvertragers. Hetzelfde geldt voor een effectieve meetmethode om te bepalen of een apparaat gebromeerde brandvertragers bevat. Op basis van de huidige inzichten blijkt slechts voor vier van circa tien veelgebruikte stoffen bindende grenswaarden zijn af te leiden. Verder blijken er meerdere meetmethoden te bestaan, waarvan de meeste echter nog nauwelijks zijn gevalideerd. Het RIVM stelt voor om de huidige screeningsmethode van de ILT voor broom, de zogeheten XRF-analyse, te combineren met een specifieke analyse om de aanwezigheid van broomhoudende brandvertragers te bepalen.
    • Gebruik chemicalien met een ATAcertificaat in de drinkwatersector

      Versteegh JFM; Wegh F; IMG; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwa Nederland BV, 2011-02-03)