• Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2013

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; Jimmink BA; van der Swaluw E; de Vries WJ; Wesseling J; van Zanten MC; L&E; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-05-29)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS Het RIVM presenteert de nieuwste kaarten waarop de concentraties in de lucht van onder andere stikstofdioxide en fijn stof in Nederland staan weergegeven in 2012. Ook worden kaarten gepresenteerd van de mate waarin stikstof op de bodem neerslaat in dat jaar. Daarnaast zijn toekomstberekeningen gemaakt voor de periode 2015-2030. De kaarten worden gebruikt voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) waarmee ruimtelijke ordeningsplannen wettelijk worden getoetst. Hogere bijdragen aan concentraties vanuit het buitenland In de kaarten, gebaseerd op berekeningen en metingen, zijn de effecten meegenomen van de nieuwe verplichtingen voor landen om emissies te reduceren. Deze verplichtingen komen voort uit het herziene Gotenburg-protocol van de Verenigde Naties van mei 2012, waarin de maximaal toegestane emissies voor 2020 zijn vastgesteld. Deze waarden zijn hoger dan vorig jaar was verondersteld, waardoor de bijdrage aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof uit de landen die Nederland omringen hoger uitvallen dan eerder was geraamd. Als gevolg hiervan zijn de verwachte concentraties voor de luchtkwaliteit in Nederland in 2015 en 2020 hoger. Lagere concentraties in 2012, maar hogere inschatting voor 2015 De gemeten concentraties van stikstofdioxide (NO2) waren in 2012 lager dan in 2011. De daling in steden die voor 2015 is berekend, zal echter iets minder sterk zijn dan vorig jaar was geraamd. Een belangrijke oorzaak hiervoor zijn de hierboven genoemde nieuwe emissieverplichtingen. Verder zijn voor het eerst stikstofoxide-emissies uit mestopslag meegenomen in de totale uitstoot van stikstofoxide. Deze extra bron is meegenomen omdat er sinds 2012 een rapportageverplichting voor is aan de EU. Ook zijn de geraamde emissies van dieselpersonenauto's hoger. Uit nieuwe metingen blijkt namelijk dat de emissies van deze categorie auto's ongunstiger zijn dan verwacht. De concentratie fijn stof (PM10) laat dezelfde tendens zien: de gemeten concentraties in 2012 zijn lager dan in 2011, maar ook deze concentratie daalt naar verwachting de komende jaren minder sterk. Ook hier komt dat door de hogere toegestane emissies voor het buitenland. Op basis van de huidige inzichten is de kans groot dat het aantal locaties in Nederland waar mogelijk de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof worden overschreden, hoger is dan de inschattingen van vorig jaar in het NSL aangaven. Stikstofdepositie daalt naar verwachting meer De neerslag van stikstof op de bodem in Nederland tot 2030 laat het tegenovergestelde beeld zien: deze daalt sterker dan in 2012 was geschat. Dit komt omdat een nauwkeurigere berekeningsmethodiek van de ammoniakuitstoot lagere waarden berekent. Daarnaast is het effect ingecalculeerd van voorgenomen PAS-maatregelen om de ammoniakuitstoot vanuit stallen en bij het uitrijden van mest op het land te beperken.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2014

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; Noordijk H; van der Swaluw E; de Vries WJ; Wesseling J; van Zanten MC; L&E ; ILG ; V&M; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-06-11)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS Het RIVM heeft kaarten opgesteld waarop staat aangegeven wat in 2013 in Nederland de concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Ook is op een kaart aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2015- 2030. De kaarten worden gebruikt voor de monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hiermee worden onder andere de effecten van ruimtelijke plannen getoetst Stikstofdioxideconcentraties voor 2015 veelal lager De gemeten concentraties stikstofdioxide waren in 2013 lager dan in 2012. De concentraties die voor 2015 zijn berekend, zijn op de meeste locaties lager dan vorig jaar was geraamd. Toch blijven er een aantal probleemgebieden bestaan waarin de verwachte concentraties hoger zijn dan vorig jaar geraamd, vooral in de regio's Rotterdam en Den Haag. Wat de verwachte overschrijdingen van de normen in 2015 betreft, zal dat in Amsterdam en Utrecht op minder locaties aan de orde zijn dan eerder was ingeschat, en in Rotterdam op meer locaties Drie oorzaken voor deze aangepaste verwachting zijn het belangrijkst. Als eerste is bij de ramingen een correctie aangebracht voor systematische verschillen tussen gemeten en berekende stikstofdioxideconcentraties. Ten tweede stoten de nieuwste modellen vrachtauto's minder stikstofoxiden uit dan eerder was ingeschat. Ten derde zijn effecten meegenomen van het SER-energieakkoord uit 2013. Hierin zijn afspraken gemaakt om energie te besparen bij huishoudens, industrie en landbouw en het aandeel alternatieve energiebronnen als wind- en zonne-energie te vergroten Roetconcentraties dalen naar verwachting verder Steeds meer dieselauto's hebben een filter, waarmee roet effectief wordt afgevangen. Op basis van het huidige beleid wordt geschat dat de roetconcentratie de komende jaren verder daalt, en in 2020 bijna zal zijn gehalveerd ten opzicht van het huidige niveau Daling stikstofdepositie onveranderd De neerslag van stikstof op de bodem in Nederland daalt naar verwachting de komende jaren in ongeveer dezelfde mate als vorig jaar was geraamd. Een dalende stikstofdepositie is een voorwaarde voor natuurbehoud
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2015

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; van der Swaluw E; de Vries WJ; van Zanten MC; L&E; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-09-14)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS: 2014 Het RIVM heeft op kaarten weergegeven wat in 2014 in Nederland de concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Ook is aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2015-2030. De kaarten worden gebruikt om het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te monitoren. Met deze programma's worden onder andere de effecten van ruimtelijke plannen getoetst. Stikstofdioxideconcentraties voor 2015 veelal lager De gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) waren in 2014 lager dan in 2013, waarschijnlijk als gevolg van lagere emissies. De concentraties die voor 2015 zijn berekend, zijn op de meeste locaties lager dan vorig jaar voor 2015 was geraamd. Op locaties nabij drukke rijkswegen zijn de concentraties wat hoger dan de raming van vorig jaar aangaf. De oorzaak hiervan zijn de hoger gemeten emissies van stikstofoxiden van dieselbestelauto's. Fijnstofconcentraties ook lager De gemeten concentraties PM10 en PM2,5 waren in 2014 lager dan in 2013. Ook de concentraties die voor 2015 zijn berekend, zijn op de meeste locaties lager dan vorig jaar was geraamd. De roetconcentraties dalen naar verwachting de komende jaren verder, onder andere doordat steeds meer dieselauto's een roetfilter hebben. Roet komt vrij bij allerlei verbrandingsprocessen en is een onderdeel van fijn stof. Roetconcentraties worden in beeld gebracht omdat ze mogelijk de lokale bijdrage van vooral verkeersemissies aan de gezondheidsrisico's van luchtluchtverontreiniging beter weergeven dan stikstofdioxide, PM10 en PM2,5. Verwachte neerslag van stikstof op de bodem daalt In lijn met eerdere ramingen daalt de hoeveelheid stikstof die op de bodem neerslaat naar verwachting de komende jaren. Wel zullen de maatregelen die vanaf 2015 vanwege de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor de landbouw zijn gepland om de neerslag van stikstof te verminderen, minder effect hebben dan de bedoeling was. De PAS is opgezet om economische groei mogelijk te maken en tegelijkertijd de neerslag van stikstof op natuurgebieden te laten afnemen, conform de doelen van Europees natuurbeleid. Minder stikstof op de bodem is een voorwaarde voor het behoud van de natuur.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2016

      Velders, GJM; Aben, JMM; Geilenkirchen, GP; den Hollander, HA; Megens, L; van der Swaluw, E; de Vries, WJ; van Zanten, MC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-07-07)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS: 2015 Het RIVM geeft jaarlijks op kaarten weer hoe in Nederland de gemeten concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Dit rapport beschrijft de situatie in 2015. Ook is aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2016 tot en met 2030. De kaarten worden gemaakt om het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te monitoren. Met deze programma's worden onder andere de effecten getoetst van ruimtelijke plannen op de concentraties van vervuilende stoffen in de lucht. Stikstofdioxideconcentraties veelal lager, ramingen uitgekomen De gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) zijn in 2015 gedaald ten opzichte van 2014, waarschijnlijk als gevolg van lagere emissies en meteorologische omstandigheden, zoals temperatuur en overheersende windrichting. Sinds 2006 is jaarlijks berekend wat de verwachte stikstofdioxideconcentraties in het peiljaar 2015 zouden zijn. De ramingen blijken goed overeen te komen met de gemeten waarden in 2015. De berekende concentraties gaven dus een betrouwbare verwachting van de werkelijke concentraties. De lokaal getroffen maatregelen om aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen blijken daarmee realistisch te zijn geweest. Op enkele plekken waren de gemeten concentraties hoger dan vorig jaar was geraamd; onder andere op specifieke plekken in de havens van Rotterdam, waar goederen worden overgeslagen. Geraamde neerslag stikstof op de bodem daalt meer De gemiddelde hoeveelheid stikstof die op de bodem neerslaat, daalt naar verwachting de komende jaren. Dit komt voor ongeveer de helft door dalende emissies van verkeer en voor de andere helft door dalende emissies van de landbouw. Naar verwachting zullen de emissies door verkeer in de toekomst sterker dalen door maatregelen die de uitstoot beperken.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2017

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; Nguyen L; Broek I van den; de Vries WJ; Wichink Kruit RJ; OIM; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-07-07)
      Het RIVM geeft jaarlijks op kaarten weer hoe in Nederland de gemeten concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Dit rapport beschrijft de situatie in 2016. Ook is aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2017 tot en met 2030. De kaarten worden gemaakt om het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te monitoren. Met deze programma's worden onder andere de effecten getoetst van ruimtelijke plannen op de concentraties van vervuilende stoffen in de lucht. Stikstofdioxideconcentraties: in 2016 iets hoger, maar in 2030 lager dan vorig jaar ingeschat De gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) zijn in 2016 hoger dan in 2015 als gevolg van meteorologische omstandigheden, zoals temperatuur en overheersende windrichting. De raming voor 2020 is gemiddeld over Nederland gelijk aan de raming die vorig jaar is gemaakt. De raming voor 2030 is echter lager dan eerder was geschat. Dit komt doordat de geraamde uitstoot van stikstofoxiden lager is dan vorig jaar is geschat als gevolg van nieuwe, strengere regels voor de uitstoot van zeeschepen op de Noordzee na 2020. Grotere verwachte daling van neerslag stikstof op de bodem tot 2030 De gemiddelde hoeveelheid stikstof die op de bodem neerslaat, daalt naar verwachting de komende jaren. Dit komt doordat de uitstoot van verkeer, scheepvaart en de landbouw daalt. De hoeveelheid neemt gemiddeld over Nederland tot 2030 naar verwachting meer af dan vorig jaar was ingeschat. Dit komt door de nieuwe regels voor de uitstoot van zeeschepen op de Noordzee en doordat de uitstoot die Nederland vanuit het buitenland bereikt lager is geraamd.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2018

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; Nguyen L; van der Swaluw E; de Vries WJ; Wichink Kruit RJ; OIM; MIL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-07-10)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS: 2017 Het RIVM geeft jaarlijks op kaarten weer hoe in Nederland de gemeten concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Dit rapport beschrijft de situatie in 2017. Ook is aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2030. De kaarten worden gemaakt voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), een programma om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Verder dienen de gegevens over de uitstoot en de toekomstscenario's als basis voor de monitoring van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Met deze programma's worden onder andere de effecten getoetst van ruimtelijke plannen op de concentraties van vervuilende stoffen in de lucht. Stikstofdioxide- en fijnstofconcentraties min of meer gelijk aan inschattingen van vorig jaar De gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) zijn in 2017 iets lager dan in 2016. De inschattingen van de concentraties voor 2020-2030 zijn ongeveer hetzelfde als de inschattingen die vorig jaar zijn gemaakt. De fijnstofconcentraties (PM10 en PM2,5) geven een soortgelijk beeld: de concentraties over 2017 zijn ongeveer gelijk aan die van 2016, maar de inschattingen voor 2020-2030 zijn iets lager zijn dan vorig jaar werd geschat. Over het algemeen zijn de emissies in toekomstscenario's niet veel gewijzigd. De kleine veranderingen zijn veroorzaakt doordat de kaarten zijn geijkt met behulp van de nieuwste meetgegevens. Verwachte daling van neerslag stikstof op de bodem tot 2030 grotendeels ongewijzigd De gemiddelde hoeveelheid stikstof die op de bodem neerslaat, daalt naar verwachting de komende jaren. Dit komt doordat de uitstoot van verkeer, scheepvaart en de landbouw daalt. De daling gemiddeld over Nederland tot 2030 is ongeveer gelijk aan de inschatting daarvan die daar vorig jaar van is gemaakt.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2021

      Hoogerbrugge, R; Geilenkirchen, GP; den Hollander, HA; Siteur, K; Smeets, W; van der Swaluw, E; de Vries, WJ; Wichink Kruit, RJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-05)
      Het RIVM maakt elk jaar kaarten van de luchtverontreiniging in Nederland. Dit gebeurt voor de voor luchtverontreiniging belangrijke stoffen, waaronder stikstofdioxide, ammoniak en fijnstof. Ook wordt de neerslag van stikstof (depositie) in kaart gebracht. Het RIVM gebruikt zowel berekeningen als metingen om de kaarten te maken. Zo komen de resultaten het beste overeen met de werkelijke situatie. Naast de kaarten over het voorgaande jaar, stelt het RIVM verwachtingen op voor de concentraties en depositie in 2025 en 2030. De kaarten tonen de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de stikstofdepositie in Nederland. Overheden gebruiken de kaarten om beleid te maken voor een betere luchtkwaliteit en minder stikstofdepositie. Luchtverontreiniging is schadelijk voor de volksgezondheid. Te veel stikstofdepositie op natuurgebieden is schadelijk voor het aantal en de variatie van planten- en diersoorten. De concentraties van de meeste luchtvervuilende stoffen dalen al gedurende tientallen jaren. Deze daling is in 2020 versterkt door de gevolgen van maatregelen die genomen zijn vanwege de uitbraak van SARS-COV-2 (corona). Het is niet duidelijk in hoeverre deze effecten in de toekomst blijven bestaan. Stikstofdioxide- en fijnstofconcentraties De concentraties stikstofdioxide in de lucht zijn in 2020 veel lager dan in 2019, gemiddeld ongeveer 20 procent lager. Dat komt vooral doordat er in 2020 minder wegverkeer was door de coronamaatregelen, zoals het thuiswerken. Naar verwachting zullen de concentraties stikstofdioxiden in 2030 ongeveer 40 procent lager zijn dan in 2018. De concentraties fijnstof waren in 2020 ook lager dan in 2019; PM10 ongeveer 10 procent en PM2,5 ongeveer 15 procent. De verwachting is dat deze concentraties in 2030 ongeveer 25 respectievelijk 40 procent lager zullen zijn dan in 2018. Stikstofdepositie Ammoniak levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdepositie. De concentraties ammoniak in de lucht zijn een graadmeter voor de hoeveelheid ammoniak die neerslaat. De ammoniakconcentraties zijn in 2020 ongeveer hetzelfde gebleven als in 2019 (3 procent lager). De ontwikkeling van stikstofdepositie in natuurgebieden is in deze rapportage niet uitgewerkt. De gemiddelde stikstofdepositie op het hele Nederlandse landoppervlak was in 2020 lager dan in 2019. Deze verlaging (9 procent) valt echter binnen de bandbreedte van de jaarlijkse fluctuatie, onder andere door weersomstandigheden. Voor de prognoses op lange termijn konden de Nederlandse Klimaatwet en Stikstofwet (april 2021) nog niet worden meegenomen. Andere Nederlandse maatregelen, evenals concrete maatregelen in het buitenland om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te verlagen, zijn wel meegenomen. De verwachting voor 2030 is dat de stikstofdepositie dan 19 procent lager kan zijn dan in 2018.
    • Grootschalige grondwaterverontreinigingen en de KRW

      Zijp MC; LER (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-10-24)
      Past het huidige Nederlandse beleid voor grootschalige grondwaterverontreiniging binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)? In dit rapport wordt geconcludeerd dat de criteria op basis waarvan de urgentie van te saneren locaties wordt bepaald is in overeenstemming met de principes van de KRW. Daarnaast blijkt dat grootschalige grondwaterverontreinigingen die nietgevalsgericht kunnen worden opgeruimd onder de monitoringverplichting in artikel 5.5. van de EU Grondwaterrichtlijn vallen.
    • Grootschalige luchtverontreiniging en depositie in de Nationale Milieuverkenning 5

      Eerens HC; Dam JD van; LLO (Beck JPDolmans JPul A vanSluyter RBCVelze K vanVissenberg HA, 2002-04-12)
      Het rapport geeft de achtergronden van hetgeen in het kader van de Nationale Milieuverkenningen Vijf is berekend met betrekking tot de ontwikkeling van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging in de periode 1900-2030 en effect indicatoren klimaatverandering 1950-2030 op Europese en Nationale schaal.
    • Grootschalige luchtverontreiniging en depositie in de Nationale Milieuverkenning 5

      Eerens HC; Dam JD van; Beck JP; Dolmans J; Pul A van; Sluyter RBC; Velze K van; Vissenberg HA; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-04-12)
      This report describes the methods, as used in the fifth National Environmental Outlook, to calculate acidification, eutrophication (1900-2030), transboundary air pollution (1980-2030) and effect indicators climate change (1950-2030)
    • Ground-level measurements in the Trolix '91 campaign, Bilthoven, the Netherlands

      de Jonge CN (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-10-31)
      This report presents the results of measuring ground-level ozone (03), suphur dioxide (SO2), nitrogen monoxide (NO), nitrogen dioxide (NO2) and carbon monoxide (CO) in the Trolix '91 campaign, 10-28 june 1991, at the Dutch National Institute of Public Health and Environmental Protection (RIVM), Bilthoven, the Netherlands. The instruments used for measuring the aboven-mentioned compounds are respectively: an UV photometric 03-analyzer and a gas-phase fluorescence SO2 analyzer, a chemiluminescence NOx analyzer and a gas-filter correlation spectrometry CO analyzer. All compounds have been measured using a 1-min time resolution. Except for 03 all compounds concentration values are available from the RIVM National Air Quality Monitoring Network (LML). One of the LML stations is situated in Bilthoven. Unfortunately, due to a technical failure, between 10 and 19 june only hourly averages are available.<br>
    • Groundwater Model for the Netherlands. Mathematical Model Development and User&apos;s Guide

      Kovar K; Leijnse A; Gan JBS (1992-11-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Groundwater recharge and travel times in the sandy regions of the Netherlands

      Meinardi CR; LBG (1994-05-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Grouping nanomaterials : A strategy towards grouping and read-across

      Sellers K; Deleebeeck NME; Messiean M; Jackson M; Bleeker EAJ; Sijm DTHM; van Broekhuizen FA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMArcadis, 2015-06-04)
      De risicobeoordeling van stoffen wordt gebaseerd op informatie over de effecten die ze hebben op mens en milieu. Het kost echter veel tijd, geld en proefdieren om elke stof volledig op de effecten te testen. Om toch de gewenste informatie te verkrijgen wordt daarom zo veel mogelijk gebruikgemaakt van data over vergelijkbare materialen (read-across). Deze werkwijze wordt ook voor nanomaterialen ingezet. Het RIVM heeft een teststrategie laten ontwikkelen om voor nanomaterialen te beoordelen of de data van vergelijkbare stoffen geschikt zijn om voor read-across te gebruiken. Op deze manier hoeven er minder nieuwe data te worden gegenereerd en worden er zo min mogelijk proefdieren gebruikt. Voor de ontwikkeling van de teststrategie is een overzicht gemaakt van de fysisch-chemische eigenschappen die van belang zijn voor de manier waarop een stof zich in organismen gedraagt. Dit is gedaan met behulp van de huidige kennis over het gedrag en de schadelijkheid (toxiciteit) van nanomaterialen. Op basis van deze fysisch-chemische eigenschappen is vervolgens aangegeven welke informatie minimaal nodig is om nanomaterialen te kunnen karakteriseren. Hoe verplaatst de stof zich bijvoorbeeld in een organisme? Hoe reageert het op andere stoffen, zoals eiwitten en zouten? In welke mate wordt het onderweg afgebroken? De teststrategie geeft aan hoe per nanomateriaal op basis van deze fysisch-chemische eigenschappen kan worden beoordeeld onder welke voorwaarden data bruikbaar zijn voor read-across, en hoe dat is te verifiëren. De ontwikkelde teststrategie is getoetst op twee fictieve voorbeelden (nanozilver en nanotitaniumdioxide) en is bruikbaar bevonden. Wel blijkt dat de gedetailleerde informatie die nodig is over de relevante fysischchemische eigenschappen en over de condities waaronder de data zijn verkregen, niet altijd voldoende is gedocumenteerd.
    • GRRR. The EXPECT groundwater model for transport of solutes

      Meijers R; Sauter FJ; Veling EJM; van Grinsven JJM; Leijnse A; Uffink GJM; MTV; CWM; LBG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-07-31)
      In this report the design and first test results are presented of the EXPECT groundwater module for transport of solutes GRRR (GRoundwater source Receptor Relationships). This model is one of the abiotic compartment modules of the EXPECT model. The EXPECT model is a tool for scenario development of environmental policy plans. It covers the pathway of environmental pollutants from emissions to effects on biotic and abiotic receptor systems. The GRRR model computes the transport of solutes in the groundwater compartment by means of source-receptor relationships. These relationships are derived with the National Groundwater Model (LGM) developed at LBG, RIVM. This approach results in a fast calculating model which produces results in an aggregated format. Example results illustrate the way the model works. Based on three fictious scenarios, nitrogen contents have been computed in shallow and deep groundwater layers. The conclusion was made that the model is suited to perform scenario analyses, but for extreme scenarios or for detailled calculations a research model like LGM is better suited.<br>
    • Guidance document for setting an Acute Reference Dose in Dutch national pesticide evaluations

      Raaij MTM van; CSR (2001-07-11)
      Dit rapport beschrijft het concept van de Acute Reference Dose (ARfD) geeft richtlijnen voor het afleiden van de ARfD. Dit betreft evaluaties die binnen Nederland worden opgesteld (in opdracht van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB)) alsmede evaluaties die worden opgesteld in EU-verband (EU-monografi6n)), zowel in het kader van de bestrijdingsmiddelenwet als EU Richtlijn 91/414/EC. Specifieke aandacht wordt besteed aan: strikte definitie van de ARfD, voor welke stoffen dient een ARfD te worden vastgesteld, welke toxicologische eindpunten zijn relevant voor de ARfD, en welke extrapolatie- of veiligheidsfactoren worden gebruikt voor het afleiden van de ARfD. Bovendien wordt aandacht besteed aan specifieke probleemsituaties en onderwerpen die van specifiek belang zijn voor acute blootstelling aan pesticiden.
    • Guidance document for setting an Acute Reference Dose in Dutch national pesticide evaluations

      Raaij MTM van; CSR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-07-11)
      This report describes a proposal for the procedures for setting an Acute Reference Dose (ARfD) for pesticides evaluated in the Netherlands. This deals with both evaluations on the national level (on behalf of the Dutch Board for the Authorisation of Pesticides (CTB)) and evaluations at the European level (EU-monographs), either made within the scope of the Pesticide Act ("Bestrijdingsmiddelenwet" BMW) or the EU Directive 91/414. Subjects covered by this report are: a definition of the concept of the ARfD, criteria for setting an ARfD, the relevance of effects for an ARfD, the use of assessment factors. In addition, a fututre outlook is presented on developments in the field of risk assessment for acute exposure to pesticides.
    • Guidance document on deriving environmental risk limits

      Traas TP; CSR (2001-07-18)
      Het rapport is een update van voorgaande gidsdocumenten voor het afleiden van milieurisicogrenzen in Nederland. De herziene methode voor het afleiden van deze grenzen voor water, grondwater, bodem, sediment en lucht en hun onderlinge harmonisatie wordt gepresenteerd. Het betreft de milieurisicogrenzen 'Serious Risk Concentration' voor het ecosysteem (SRC-ECO), het Maximum Toelaatbaar Risico (MTR) en het Verwaarloosbaar Risico (VR).
    • Guidance document on deriving environmental risk limits

      Traas TP; CSR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-07-18)
      This report is an update of previous guidance documents for deriving environmental risk limits in the Netherlands. The updated methodology to derive risk limits for water, groundwater, soil, sediment and air and their harmonisation is presented. The document covers the derivation of the Serious Risk Concentration (SRC), the Maximum Permissible Concentration (MPC) and the Negligible Concentration (NC).
    • Guidance document on the derivation of ecotoxicological criteria for serious soil contamination in view of the intervention value for soil clean-up

      Crommentuijn GH; Plassche EJ van de; Canton JH; ACT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-11-30)
      The intervention value for soil clean-up (formerly C-value) is based on the integration of a separately derived human-toxicological as well as an ecotoxicological criterium for serious soil contamination. The aim of this document is to update the methodology to derive the ecotoxicological criterium for serious soil contamination, as described by Denneman and Van Gestel (1990, 1991), with recommendations given by the Soil Protection Committee (TCB, 1992) and with scientific information and methods which have become available in recent years. The methodology used to derive the human-toxicological criterium will be described in report nr. 711701006 (Janssen, 1995).The ecotoxicological criterium for serious soil contamination is that there is a serious danger for a soil ecosystem when 50% of the species and 50% of the microbial processes are threatened. This will be the case when the NOEC (No-Observed-Effect-Concentration) for effects on vital life-functions of species (like survival, growth and reproduction) and microbial and enzymatic processes are exceeded. If a substance has a potential for secondary poisoning, the possible adverse effects due to secondary poisoning are incorporated in the criterium. The methodology used to derive the ecotoxicological criterium for serious soil contamination is described in a stepwise protocol in this report.