• Identification of specific intrinsic liver clearance from a precision-cut liver-slice experiment

      Eijkeren JCH van; LBM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-06-20)
      A model describing metabolism experiments with precision-cut liver-slices incubated in a culture medium is developed. Formal mathematical techniques are presented that solve the problem of identifying the specific intrinsic liver clearance from the experimental data. The formal solution is discussed from the perspective of experimental practice. A necessary condition for identification is sampling parent compound in slice or culture medium. However, sampling parent compound in slice and additionally metabolite pooled from medium and slice is required by experimental limitations. Moreover it appears that identification is unreliable when the value of the slice's intrinsic clearance exceeds the diffusion rate of transport of the parent compound from the culture medium to the slice, a condition to be verified only afterwards.
    • Identification of the gestagenic steroid Algestone acetophenide in slaughter cattle. A possible misuse for illegal growth promoting purposes

      van Ginkel LA; Stephany RW; Sterk SS; van Rossum HJ; Schwillens PLWJ; Evers EAJM; Visser T; de Jong APJM; Jacquemijns M; Zomer G; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-12-31)
      The identity was elucidated of a compound detected in an application site and not identical to any compound known to be used as an anabolic agent or veterinary drug. The compound was identified as Algestone acetophenide (dihydroxyprogesterone acetophenide (DHPA)). For complete identification information obtained with a number of molecular spectroscopic techniques was combined. The identity was confirmed by comparing the spectroscopic data obtained with those of the reference compound. For meat inspection purposes diagnostic ions for the compound as HFB-derivative were established. Within the Netherlands the standard was made available to the appropriate government laboratories for regulatory purposes. The extent of the use of DHPA remains to be established.<br>
    • Identifying potential POP and PBT substances : Development of a new Persistence/Bioaccumulation-score

      Rorije E; Verbruggen EMJ; Hollander A; Traas TP; Janssen MPM; SEC ; LER; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-04-01)
      Het RIVM heeft van een zeer groot aantal stoffen de schadelijkheid bekeken. Hiervoor is een methodiek ontwikkeld waarmee kan worden onderzocht in welke mate deze stoffen in het milieu worden afgebroken dan wel zich in organismen ophopen. De resultaten zijn een eerste stap om stoffen te selecteren die vanwege hun chemische karakter gevaarlijk lijken te zijn. Nader onderzoek zal nodig zijn naar de mate waarin deze stoffen in de praktijk afbreken en/of ophopen. Deze informatie is nodig om geselecteerde stoffen via de REACH-verordening of het Stockholm-verdrag voor te kunnen dragen als Persistente Bioaccumulerende en Toxische (PBT) stoffen en Persistente Organische Verbindingen (POP). Als stoffen eenmaal aangemerkt zijn als POP en/of PBT zal dat leiden tot beperkingen of een verbod op de productie en het gebruik van deze stoffen. REACH (Registration, Evaluation and Authorisation of CHemicals) is de Europese wetgeving voor gevaarlijke stoffen die sinds 2007 van kracht is om de risico's van chemische stoffen in kaart te brengen en te beperken. Het internationale Verdrag van Stockholm, dat in werking trad in mei 2004, streeft ernaar de aanwezigheid van POP's in de wereld te elimineren of te beperken. In veel gevallen is de schadelijkheid van stoffen die later als POP en/of PBT zijn aangemerkt pas aan het licht gekomen nadat wetenschappers gealarmeerd werden door onderzoeksresultaten van monitoring studies van deze stoffen. Tegenwoordig wordt van de meeste stoffen standaard bekeken hoe schadelijk ze zijn voordat ze op de markt worden gebracht. Van een groot aantal stoffen is de schadelijkheid echter nog niet vastgesteld, omdat in het verleden minder strenge eisen werden gesteld toen ze op de markt werden gebracht, of omdat het om zeer beperkte marktvolumes gaat. De nieuw ontwikkelde Persistentie en Bioaccumulatie Score, zoals gepresenteerd in dit rapport, kan een belangrijke rol spelen in een snelle screening van deze stoffen waarvan nog weinig of geen gegevens bekend zijn.
    • Identifying prevalent carcinogens at the workplace in Europe

      Puts C; ter Burg W; NAT; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-06-02)
      Het RIVM heeft een short list opgesteld van kankerverwekkende stoffen en mengsels waar mensen in Europa op de werkplek het meest aan kunnen blootstaan. Hieronder vallen ook bepaalde arbeidsprocessen waar chemische stoffen aan te pas komen, zoals lassen, schilderen en werken met olie. Met behulp van deze lijst kunnen stoffen worden geselecteerd die in Europees verband als eerste aangepakt kunnen worden door bindende arbeidskundige normen (grenswaarden) vast te stellen. Stoffen of processen die veel voorkomen zijn onder andere benzeen, formaldehyde, asbest, houtstof en uitlaatgassen; deze behoren tot de top 30 van het totaal van 175 stoffen waarover informatie beschikbaar is. Voor zover bekend, vormen deze stoffen de voornaamste blootstelling aan kankerverwekkende stoffen, mengsels en arbeidsprocessen. Het onderzoek betreft kankerverwekkende stoffen, mengsels of werkzaamheden 'zonder drempelwaarde'. Hiervoor geldt dat er altijd, dus ook bij de geringste concentratie, een risico is als mensen eraan worden blootgesteld. Europese wetgeving schrijft voor om dergelijke stoffen waar mogelijk te vervangen. Wanneer dit niet kan, dient de werkgever de mogelijke blootstellingen en risico's zo laag mogelijk te houden. Op dit moment verschilt per lidstaat hoe de grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen worden afgeleid. De lijst is in opdracht van het ministerie van SZW opgesteld en is bedoeld om de veiligheid van werkers te vergroten. Er zijn zes Europese databases geraadpleegd met gegevens als het aantal werkers dat wordt blootgesteld aan een stof en zogeheten indicatoren voor blootstelling. Deze variëren van taken, zoals het mengen van vloeistoffen, tot het gebruik van chemische stoffen (bijvoorbeeld in/door de chemische industrie).
    • Identifying strengths and weaknesses of current human health risk assessment : A workshop report

      Ezendam J; Bos PMJ; Luijten M; VTS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-05-08)
      Al enkele jaren is er wereldwijd behoefte om de risicobeoordeling van chemische stoffen te vernieuwen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de risicobeoordeling van chemische stoffen en is daarom betrokken bij deze vernieuwing. Om hieraan bij te kunnen dragen heeft het RIVM geïnventariseerd wat de sterke en zwakke punten zijn van het huidige systeem. Op die manier worden beperkingen en hiaten duidelijk, evenals de essentiële elementen die behouden moeten blijven. Uit deze inventarisatie blijkt dat er meer inzicht nodig is over de mate waarin mensen worden blootgesteld aan stoffen. Dit is nodig om de risico's voor mensen te kunnen schatten en de veiligheid van stoffen te kunnen waarborgen. Bovendien moet zo min mogelijk gebruik gemaakt worden van proefdieren, zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid van mensen. Een sterk punt van de huidige risicobeoordeling is dat een breed scala van schadelijke effecten vastgesteld wordt. Daarnaast maakt het systeem duidelijk bij welke dosis een stof schadelijke effecten veroorzaakt. Dit is belangrijke informatie om grenswaarden te bepalen. Verder biedt het huidige systeem de mogelijkheid om te schatten in welke mate mensen aan de desbetreffende stof zijn blootgesteld. Bruikbare gegevens over die blootstelling zijn echter niet altijd beschikbaar en dat is een van de zwakke punten van het huidige systeem. Andere zwakke punten zijn het gebruik van proefdieren en het ontbreken van geschikte methodieken voor complexe stoffen. Ook is niet zeker of het systeem álle nadelige effecten op de gezondheid afdekt en is er onvoldoende kennis over gevoelige groepen in de bevolking die mogelijk een hoger risico lopen.
    • Identiteit, voorkomen en betekenis van de chloreringsprodukten van humuszuur in waterig milieu

      Versteegh JFM; Peters RJB; Voogd CE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1990-01-31)
      During chlorination of cyanoethanoic acid at pH=10 a number of compounds is formed. The compounds were confirmed with synthetic standards with GC and mass-spectrometry (MSD). The endproducts of the reaction at pH=10 were dichloroacetic acid, dichloromalonic acid and a small amount of trichloroacetic acid. Intermediates were dichloroacetonitrile (DCAN) and N-chloroacetamides. These N-chloroacetamides were previously errorneously identified as hydroxamoyl chlorides. Mutagenicity tests showed that only DCAN is mutagenic. The total of the mutagenicity of the chlorination mixture can be declared by this compound. In samples drinking water derived from plants where chlorine is used DCAN is detected (0.04-1.05 mug/L). At this concentration level the health risks are very small. The strong bacterial mutagen 'MX' is detected in chlorinated river water (Rhine and Meuse). In these samples the accounted contribution of MX on the measured mutagenic activity (Salmonella typhimurium TA 100) is appr. 20%. In samples drinking water no MX is detected. By chlorination with a higher dose than used for postdesinfection the compound can be formed. It seems to be that the most important mutagens will be organic acids isolated at low pH. The application of chlorine during the production of drinking water has to be limited for emergencies to maintain the bacteriologic quality.<br>
    • IIIrd Workshop on Quantitative Analyses of AIDS. Modelling and Scenario-analysis

      Jager JC; Sangster B; Ruitenberg EJ (1989-12-31)
      Workshop is gehouden in Bilthoven, 18-20 december 1989.
    • IJzergieterijen

      Peek CJ; LAE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-07-31)
      This document on iron foundries has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.<br>
    • IM12, IM23, IM34. Subroutines of orders two, three and four for the solution of stiff differential equations

      Praagman; N.; Weenen; R.van (1985-12-31)
      Subroutines IM12, IM23 en IM34 van de orde twee, drie en vier zijn ontworpen om met zelfbepalende tijdstapgrootte de oplossing van een stelsel stijve differentiaalvergelijkingen numeriek op te lossen. De nauwkeurigheid van de oplossing kan door de gebruiker opgegeven worden. De subroutines zijn gebaseerd op impliciete methoden (Euler, Trapeziumregel, Rosenbrock-Wanner).
    • The IMAGE 2 Hundred Year (1890 - 1990) Data Base of the Global Environment (HYDE)

      Klein Goldewijk CGM; Battjes JJ; MTV; RUG (1995-05-31)
      Het testen met historische gegevens is een belangrijke stap tijdens de validatie van simulatiemodellen. Vanwege de brede strekking en omvang hebben 'global change' modellen een enorme behoefte aan historische data. Dit rapport presenteert de resultaten van een verzameling historische gegevens in de vorm van een honderdjarige database, die gebruikt kan worden voor het testen van 'global change' modellen. De database bestaat niet alleen uit algemene onderwerpen zoals de bevolking, het landgebruik, de veestapel, het nationaal inkomen en de toegevoegde waarde van industrie en diensten, maar bevat ook specifieke data wat betreft de energie/industrie sector, de atmosfeer en oceanen, en de terrestrische biosfeer. Waar mogelijk zijn de data op landenbasis verzameld voor de periode 1890 tot 1990. Sommige data zijn geografisch expliciet, echter dit zijn zeer voorlopige eerste schattingen.
    • The IMAGE 2 Hundred Year (1890 - 1990) Data Base of the Global Environment (HYDE)

      Klein Goldewijk CGM; Battjes JJ; MTV; RUG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-05-31)
      Testing against historical data is an important step for validating simulation models. Because of their wide scope and coverage, global change models require intensive amounts of data for testing. This report provides details for a hundred year data base that can be used to test global change models. It covers both general topics, such as population, land use, livestock, gross domestic product, and value added of industry and/or services, as well as specific data categories concerning energy/economy, atmosphere/ocean and the terrestrial environment. If possible, data are organized according to country and the period 1890 to 1990. Some data are also available with geographic detail, but these data are very preliminary.
    • The IMAGE 2.2 implementation of the SRES scenarios. Climate change scenarios resulting from runs with several GCMs

      IMAGE team; Eickhout B; CIM; MNV; LBG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-10-17)
      IMAGE is een geintegreerd ketenmodel dat wordt gebruikt voor mondiale assessments, met name betreffende klimaatverandering. De belangrijkste doelen van IMAGE zijn om bij te dragen aan het wetenschappelijke begrip van klimaatverandering en om de besluitvorming te ondersteunen met kwantitatieve analyses van de belangrijkste processen en interacties van het socio-economische, biosfeer-klimaat systeem. IMAGE 2.2 beschrijft en analyseert de volledige milieu-effectketen van druk tot toestand en gevolg, inclusief feedbacks. Deze Cd-Rom toont IMAGE 2.2-resultaten op basis van verschillende klimaatpatronen, afkomstig van 5 verschillende GCM's (General Circulation Model). Het doel van deze Cd-Rom is om de onzekerheden in kaart te brengen die voortkomen uit regionale klimaatverschillen. Deze Cd-Rom kan niet zonder de Main Disc van IMAGE 2.2 worden gebruikt (RIVM publicatie 481508018.<br>
    • The IMAGE 2.2 implementation of the SRES scenarios; A comprehensive analysis of emissions, climate change and impacts in the 21st century

      IMAGE team; Eickhout B; CIM; MNV; LBG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-07-27)
      IMAGE is een geintegreerd ketenmodel dat wordt gebruikt voor mondiale assessments, met name betreffende klimaatverandering. De belangrijkste doelen van IMAGE zijn om bij te dragen aan het wetenschappelijke begrip van klimaatverandering en om de besluitvorming te ondersteunen met kwantitatieve analyses van de belangrijkste processen en interacties van het socio-economische, biosfeer-klimaat systeem. Deze Cd-Rom toont IMAGE 2.2 en haar implementatie van de 6 SRES scenario's van de IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). IMAGE 2.2 beschrijft en analyseert de volledige mileu-effectketen van druk tot toestand en gevolg, inclusief feedbacks.<br>
    • Image analysis of electrophoresis gel patterns. I. General principles and possibilities

      Jansen EHJM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1988-12-31)
      Een beeldanalyse systeem voor de kwalitatieve en kwantitatieve analyse van elektroforese gels wordt beschreven. Dit nieuwe systeem met krachtige beeldverwerkings software is snel, goedkoop en geschikt voor zowel ontwikkelingswerk als routinematige metingen. Het is onder andere mogelijk om een plaatselijke achtergrondcorrectie toe te passen en om zwakke eiwitbanden of -vlekken in Coomassie blauw gekleurde gels goed zichtbaar te maken. Indien gewenst kan het oplossend vermogen sterk verhoogd worden door geavanceerde filtreertechnieken toe te passen. Eenvoudige toepassingen worden getoond van de analyse van complexe SDS-polyacrylamide gels, iso-elektrische focussering gels en twee-dimensionale gels, inclusief automatische herkenning van spots en drie dimensionale afbeeldingen.<br>
    • The IMAGE LAND USE MODEL to analyze trends in landuse related emissions

      Bouwman AF; Staalduinen L van; Swart RJ (1992-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • An IMAGE of the Future

      Kram T; KMD (2003-02-19)
      In 2001 is het IMAGE 2.2 model afgerond als afsluiting van een meerjarig ontwikkelingstraject. Naast een binnen RIVM gestarte discussie over de verder te volgen strategie t.a.v. het mondiale Integrated Assessment instrumentarium, heeft het Directoraat-Generaal Milieubeheer (DGM) van VROM de vraag opgeworpen of de IMAGE lijn nog voldoende uitzicht biedt op adequate bijdragen aan de huidige en toekomstige beleidsthema's en vragen. Deze notitie bevat de uitkomst van die twee discussies en geeft aan hoe de daaruit gedestilleerde plannen van het IMAGE team voor 2002 en tentatief voor de volgende jaren eruit zien. Een coherent pakket modelaanpassingen, verbeteringen uitbreidingen richt zich op: een verbeterde capaciteit om state-of-the-art analyses voor de klimaatdiscussie te kunnen leveren; een verbreding naar belangrijke thema's rond Duurzame Ontwikkeling; versterken van de samenwerking binnen Europa in de richting van een gemeenschappelijk ontwikkeld, beheerd en toegepast instrumentarium. Door een stapsgewijze, modulaire aanpak kan parallel aan het ontwikkelingstraject voldoende capaciteit voor belangrijke MNP beleidsadvisering geleverd worden.
    • The IMAGE User Support System. Global Change Scenarios from IMAGE 2.1

      Leemans R; Kreileman E; Zuidema G; Alcamo J; Berk M; van den Born GJ; den Elzen M; Hootsmans R; Janssen M; Schaeffer M; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1998-11-13)
      The IMAGE User Support System contains scenarios from the IMAGE-2.1 or global environmental change model with extensive HTML documentation. The tool is used to interactively explore global change and analyse future developments of the Earth system. IMAGE 2.1 is designed to evaluate cross-linkages in the society-biosphere-climate system.<br>
    • The IMAGE-2 Model: Policy and Scientific Analysis

      Leemans R; Kreileman E; NOP (1999-11-15)
      Abstract niet beschikbaar
    • IMAGE: An Integrated Model for the Assessment of the Greenhouse Effect

      Rotmans J; Boois H de; Swart RJ (1989-02-28)
      In dit rapport wordt beschreven hoe het RIVM-simulatiemodel IMAGE (an Integrated Model for the Assessment of the Greenhouse Effect) is opgebouwd. Het model beoogt een geintegreerd overzicht te geven van de broeikasproblematiek alsmede inzicht te verschaffen in de wezenlijke drijfveren van het probleem. Met het model uitgevoerde simulaties tonen het belang aan van andere sporegassen dan CO2. Tevens wordt aangetoond dat het Montreal Protocol inzake de beperking van de uitstoot van CFC's van belang is teneinde de relatieve bijdrage van CFC's aan het broeikaseffect te stabiliseren. Een verdere reductie van CFC's door verdere aanscherping van het Protocol is met betrekking tot de broeikasproblematiek effectief.
    • Immissie-, gewas en depositieonderzoek in de omgeving Van Voorden Gieterij BV te Zaltbommel

      Mennen MG; Putten EM van; Krystek P; IMD; LAC (2004-09-10)
      In de leefomgeving rond het bedrijf Van Voorden Gieterij BV in Zaltbommel is een immissieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek maakt deel uit van een studie naar de blootstelling van omwonenden aan stoffen, die door de gieterij worden geemitteerd, en naar de gezondheidsklachten en hinder van omwonenden. Het immissieonderzoek bestond uit metingen van de concentraties aan schadelijke stoffen in de lucht, bepaling van de depositie aan stof en metalen en analyses van gras- en bodemmonsters uit de omgeving van het bedrijf. Uit de resultaten blijkt dat op werkdagen benedenwinds van het bedrijf verhoogde concentraties aan schadelijke stoffen in de lucht voorkomen, met piekwaarden tot 10 a 50-maal het achtergrondniveau. Ook kan er geurhinder optreden, met name in de winterperiode. De gemiddelde luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijf ligt op het niveau in regionale en onbelaste stedelijke gebieden, behalve voor isopropylalcohol en metalen, waarvan de gemiddelde concentraties een factor 2 tot 5 boven het achtergrondniveau liggen. Ook de depositie aan metalen in de omgeving van het bedrijf is verhoogd en in grasmonsters uit de omgeving zijn verhoogde gehalten van enkele metalen gevonden. De blootstelling van omwonenden door inademing van stoffen in de lucht ligt onder de gezondheidskundige grenswaarden. De orale blootstelling aan metalen ligt onder de Toelaatbare Dagelijkse Inname, mits er geen intensieve consumptie van zelf gekweekte gewassen plaatsvindt ('dagelijks eten uit eigen tuin'). Intensief consumeren van zelf gekweekte gewassen geeft een risico op te hoge blootstelling aan lood en barium, met name voor zeer jonge kinderen.