• De kwalitatieve en semikwantitatieve bepaling van 6-mono-acetylmorfine in de urine van druggebruikers (I)

      Derks HJGM; van Twillert K; Zomer G (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1984-05-01)
      In dit rapport wordt een analytische methode beschreven voor de bepaling van 6-mono-acetylmorfine in urine. Deze metaboliet van heroine is een marker voor heroine-gebruik en de bepaling ervan kan gebruikt worden om het gebruik van heroine van dat van morfine te onderscheiden. De methode is gebaseerd op een extractieprocedure, oxidatieve koppeling van het 6-mono-acetylmorfine met morfine tot een fluorescerende verbinding en bepaling m.b.v. hoge druk vloeistofchromatografie met fluorescentiedetectie. De absolute detectiegrens bedroeg 0,4 ng en de achtergrond in blanco-urines 2,5 + 1,2 (SD) microgram/l. Van 50 willekeurig gekozen urinemonsters van heroinegebruikers bleek 72% een 6-MAM gehalte te hebben, dat minimaal 3 SD boven de gemiddelde achtergrond van blanco-urines lag.
    • Kwaliteit en Toekomst. Verkenning van duurzaamheid

      Milieu- en Natuurplanbureau MNP - RIVM, 2004-10-20
      Duurzaamheid gaat over de vraag of de huidige ontwikkeling van de wereld kan worden voortgezet. Het antwoord is afhankelijk van maatschappelijke opvattingen over de kwaliteit van leven en de verdeling ervan over de wereld en van wetenschappelijke inzichten in het functioneren van het maatschappelijk en het natuurlijk systeem.
    • Kwaliteit en Toekomst. Verkenning van duurzaamheid

      Milieu- en Natuurplanbureau MNP - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-10-20)
      The quest for sustainability is about the quality of life and the possibilities for maintaining this quality in the future. The extent to which this quest is fulfilled will depend both on the public opinion with respect to the desired quality of life and the distribution of this quality of life across the globe (reflected in four world views), and the scientific understanding of the functioning of humans and natural systems. The intention of this sustainability outlook then is to contribute to an ensuing public debate on the sustainability issue, through analysis of societal values and scientific insights.
    • De kwaliteit van bodem en grondwater, gebaseerd op resultaten van indicatieve bodemonderzoeken

      Boumans LJM; Wessels FW (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-03-31)
      Governmental regulations require municipalities to investigate soil and groundwater quality of areas planned for subsidized housebuilding. From 15 municipalities 1152 soil and 825 groundwater data were collected to calculate background concentrations. These data concern As, Cr, Cu, Pb, Ni, Zn, Hg, Cd, CN, PAK, EOX, Toluene, Benzene, Ethylbenzene and Xylene.<br>
    • Kwaliteit van de leefomgeving en leefbaarheid; Naar een begrippenkader en conceptuele inkadering

      Leidelmeijer K; Kamp I van; RIGO Research en Advies BV; MGO; RIGO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-05-04)
      The National Institute of Public Health and the Environment in the Netherlands (RIVM) and RIGO Research and Consultancy BV (Amsterdam) performed a major literature review to identify various concepts in the literature concerning environmental quality, the relationships between these various concepts, as well as their respective theoretical bases. This report summarises the outcomes of this survey. First the history of concepts related to environmental quality is sketched from different perspectives such as city-planning, architecture, sociology, economics, well-being and health over the past 150 years. The development of these concepts is placed in a broader framework of societal development. It reviews the main (types of) concepts of livability, environmental quality, quality of life and sustainability, and presents examples of underlying conceptual models. Different notions and concepts are compared along the dimensions of domain, indicator, scale, time-frame and context as described by Pacione. It is concluded that a multidisciplinary conceptual framework of environmental quality and quality of life that will go beyond the disciplinary differences found in the current literature is needed if the field is to advance. In order to support the policy-making needs and goals of the Dutch Ministerial projects NMP4 and MILO some directions for future research are identified.
    • Kwaliteit van de leefomgeving en leefbaarheid; Naar een begrippenkader en conceptuele inkadering

      Leidelmeijer K; van Kamp I; MGO; RIGO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRIGO Research en Advies BV, 2004-05-04)
      Het RIVM heeft in samenwerking met RIGO Research en Advies BV (Amsterdam) een uitgebreid literatuuronderzoek verricht (Leidelmeijer, van Kamp, 2002) met als doel de verschillende concepten met betrekking tot leefomgevingskwaliteit en de relaties hiertussen te identificeren en te beschrijven tegen hun theoretische achtergrond. Dit rapport vat de uitkomsten van deze literatuurstudie samen. De ontwikkeling van de centrale concepten wordt geplaatst tegen het bredere kader van maatschappelijke ontwikkeling. Een overzicht wordt gegeven van de belangrijkste (typen van) concepten van leefbaarheid, omgevingskwaliteit, kwaliteit van leven en duurzaamheid en presenteert voorbeelden van onderliggende conceptuele modellen. De verschillende noties en concepten worden vergeleken op de dimensies van domein, indicator, schaal-niveau, tijdpad en context, zoals beschreven door Pacione. Geconcludeerd wordt dat voor de vooruitgang op dit terrein een begrippen kader met betrekking tot omgevingskwaliteit en kwaliteit van leven, dat het niveau van de verschillende disciplines overstijgt, noodzakelijk is. Voor de ondersteuning van de beleidsbehoeften en beleidsdoelen van het NMP4 en het MILO project is een aantal onderzoeksrichtingen geidentificeerd.
    • Kwaliteit van de reiniging en desinfectie van flexibele endoscopen Reprise

      de Bruijn A; van Drongelen A; BMT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-11-07)
    • Kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in het project Telen met Toekomst, 2002

      Berg M van den; Pulleman MM; LDL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-08-30)
      In Farming with a Future (FwF) farmers, together with extension officers and researchers, work towards sustainable production systems for arable crops, open air vegetables, flower bulbs and ornamental trees. Systematic measurements of water quality on the participating farms are conducted by RIVM; for the first time in 2002. The results of these measurements are presented and discussed in this report. Special attention is paid to the concentration of several forms of nitrogen (N) and phosphorous (P), and the relationships with land use and the physical environment. The groundwater of 15 of the 37 farms investigated presented nitrate concentrations (farm averages) below the boundary value of 50 mg/l (as NO3). Groundwater of the farms with arable crops on clay soils and of those with flower bulbs presented the lowest nitrate concentrations as compared to groundwater of the other farm sectors. The highest concentrations were found in groundwater of farms with open air vegetables, followed by the farms with ornamental trees. These differences are partly explained by differences in the physical environment. Farms on 'wet' soils, including all flower bulb farms and arable farms on clay, present lower concentrations than farms on naturally well-drained soils with a deep groundwater table. However, when physical environments appear to be comparable (sandy soils), farms with open air vegetables generally present higher groundwater nitrate concentrations than farms with arable crops. With respect to groundwater P-concentrations, among the participating farms, the ones with flower bulbs clearly present the highest values, (average farm average total-P = 7,4 mg/l), followed by those with arable crops on clay soils (average 0,61 mg/l) and a few farms with arable crops on sandy soils. The most important factors determining the high groundwater P-concentrations on the farms with flower bulbs seem to be the small phosphate retention capacity of the sandy dune soils where flower bulbs are produced; heavy applications of manure and fertilisers (especially in the past); the shallow groundwater level and the practice of deep tillage. Ditch water samples were taken on 5 farms with arable crops on clay and 3 farms with flower bulbs. In all cases, farm average total-N concentrations exceeded the FwF goal for surface water (2,2 mg/l). With respect to total-P, farm average concentrations where within the FwF goal (0,15 mg/l) on 3 of the farms with arable crops on clay, but exceeded this goal on all flower bulb farms investigated. It is questioned however, to which extent the FwF goals for surface water may be applied to each farm individually. Differences between the quality of groundwater, drain water and ditch water seem to be primarily related to the period of sampling, as well as to the residence time of the water in the soil.
    • Kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in het project Telen met Toekomst, 2002

      van den Berg M; Pulleman MM; LDL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-08-30)
      In Telen met Toekomst (TmT) werken agrarische ondernemers, samen met adviseurs en onderzoekers, aan duurzame bedrijfssystemen voor akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt, bloembollen en boomteelt. In 2002 heeft het RIVM voor het eerst systematisch waterkwaliteitsmetingen verricht op de deelnemende bedrijven. De resultaten van deze metingen worden in dit rapport gepresenteerd en besproken. Hierbij wordt vooral gekeken naar de concentraties van verschillende vormen van stikstof en fosfaat en de verbanden met landgebruik en omgevingsfactoren. De bedrijfsgemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater (of bodemvocht) was op 15 van de 37 onderzochte bedrijven lager dan de grenswaarde van 50 mg/l (als NO3). Het grondwater bij de akkerbouwers-op-klei en de bollentelers vertoont de laagste nitraatconcentraties in vergelijking met de andere sectoren. De volle-gronds-groente-telers springen er uit met de hoogste waarden, gevolgd door de boom-telers. Deze verschillen kunnen deels verklaard worden door omgevingsspecifieke factoren. Bedrijven op 'natte' gronden, waaronder alle bollentelers en akkerbouwers-op-klei, vertonen lagere concentraties dan bedrijven op van nature goedgedraineerde gronden met een diepe grondwaterstand. Echter, ook onder ogenschijnlijk vergelijk-bare omstandigheden vertoont het grondwater van de bedrijven in de vollegronds-groenteteelt in het algemeen hogere nitraatconcentraties dan bij de akkerbouwers op zand. Voor wat betreft P in het grondwater, springen de bollentelers er duidelijk uit met de hoogste concentraties (gemiddeld totaal-P = 7,4 mg/l), gevolgd door de akkerbouwers-op-klei (gemiddeld 0,61 mg/l) en enkele akkerbouwers-op-zand. De belangrijkste factoren die verantwoordelijk lijken te zijn voor de hoge fosfaatconcentraties in het grondwater van de bollentelers zijn het geringe fosfaatvastleggend vermogen van de betreffende duingronden; de hoge fosfaatoverschotten (met name in het verleden); de hoge grondwaterstand en de diepe grondbewerking. Het bemonsterde slootwater voldeed op geen enkel van de 5 akkerbouw-op-klei- en 3 bollen-bedrijven aan de TmT-doelstelling voor totaal-N in oppervlaktewater (2,2 mg/l). Voor wat betreft totaal-P voldeed het slootwater op 3 van de akkerbouw-op-klei bedrijven maar op geen van de bollen-bedrijven aan de doelstelling van 0,15 mg/l. Het is echter de vraag in hoeverre deze doelstellingen voor elk van de bedrijven van toepassing zijn. Verschillen tussen grond-, drain- en slootwater lijken vooral te maken te hebben met de periode van bemonsteren en de verblijftijd in de bodem van het betreffende water.
    • De kwaliteit van het badwater in sauna-instituten

      Havelaar AH (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1984-09-19)
      In een vijftig-tal willekeurig gekozen sauna-instituten in Nederland werd een eenmalig onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van het water in whirlpools, zwembaden, voetenbaden en dompelbaden. Aangetoond werd dat in de meeste baden de waterkwaliteit sterk afwijkt van die, welke als minimaal noodzakelijk voor zwemwater in circulatiebaden wordt beschouwd. Met name in whirlpools bleek de waterkwaliteit vaak sterk afwijkend te zijn. De meetresultaten duiden op gebreken in de verwijdering van organische en andere door zwemmers ingebrachte stoffen door filtratie, oxydatie en verversing, in de pH-regeling, en in de regeling van het gehalte aan vrij beschikbaar chloor. Samenhangend met dit laatste werden frequent opportunistisch pathogene micro-organismen aangetroffen, zoals Pseudomonas aeruginosa, Staphylococcus aureus en Legionella pneumophila. Vrij levende amoeben werden tevens regelmatig aangetoond de uit de onderzochte monsters geisoleerde stammen waren niet pathogeen.
    • Kwaliteit van het bovenste freatische grondwater in de zandgebieden van Nederland, onder bos en heidevelden

      Boumans LJM; Beltman WHJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-07-31)
      An increase in nitrate concentration is found under higher vegetation, southern forest borders, less vital forest stands, deeper groundwater levels (local factors) and more regional N, NOx and SOx deposition. Highest concentrations are found under Douglas fir, Scots pine, Black pine and Norway spruce respectively. An increase in sulphate concentration is found under higher vegetation, larger canopys, less vital forest stands, shallow groundwater levels, southern forest borders, forests bordering agricultural land and more regional agricultural surface, regional SOx deposition and less regional woodland. Highest concentrations are found under European oak, Norway spruce and Douglas fir respectively. An increase in aluminium concentration is found under less vital forest stands, at larger distances from agricultural land, under forests bordering low vegetation and clear cutted forests, under thicker litter layers, more regional deposition of N, NOx and SOx and less regional agricultural surface. Highest concentrations are found under Douglas fir, Black pine, Scots pine and Norway spruce respectively.<br>
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2002

      Versteegh JFM; Te Biesebeek JD; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-02-06)
      The minister for Housing, Physical Planning and Environment promised to inform The Parliament every year about the quality of the drinking water in the Netherlands. The report " The drinking water quality in the Netherlands in 2002" is based on the information from the Water Supply Companies to the Inspectorate for Housing, Physical Planning and Environment. Non-compliances of drinking water samples to the drinking water standards are incidents. Only non-compliance of bacteriological parameters has impact on public health, however there have been no hazardous situations at all. Most cases of non-compliance deal with ethic and easthetic standards. Non-complaince of drinking water standards were solved with adequate measures.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2003

      Versteegh JFM; Biesebeek JD te; CIE; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2005-03-22)
      The minister for Housing, Physical Planning and Environment promised to inform The Parlement every year about the quality of the drinking water in the Netherlands. The report " The drinking water quality in the Netherlands in 2003" is based on the information from the Water Supply Companies to the Inspectorate for Housing, Physical Planning and Environment. Non-compliances of drinking water samples to the drinking water standards are incidents. Only non-complaince of bacteriological parameters has impact on public health, however there have been no hazardous situations at all. Most cases of non-complaince deal with ethic and easthetic standards. Non-complaince of drinking water standards were solved with adequate measures.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2002

      Versteegh JFM; te Biesebeek JD; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-02-06)
      Voor u ligt het jaarlijkse rapport in de reeks "De drinkwaterkwaliteit in Nederland". Het rapport is gebaseerd op de resultaten van de meetprogramma's over 2002, die de waterleidingbedrijven uitvoeren ter controle van de drinkwaterkwaliteit en de gebruikte grondstof. De meetgegevens worden jaarlijks op grond van de Waterleidingwet aan de VROM-Inspectie (VI) gerapporteerd. Het RIVM heeft de gegevens in samenwerking met de VI verwerkt tot een rapport ten behoeve van de Minister, Tweede Kamer, producenten en consumenten van drinkwater. Uit de gegevens blijkt dat ook in 2002 de wettelijke voorschriften met betrekking tot de controle van het drinkwater goed zijn nageleefd. De kwaliteitsgegevens zijn getoetst aan de normen van het Waterleidingbesluit dat in 2001 van kracht is geworden. De meetprogramma's zijn in 2002 volgens de eisen van dit besluit uitgevoerd. Het meetprogramma is op onderdelen aanzienlijk gewijzigd. Het aantal pompstations (68 = 30%) waar in 2001 een normoverschrijding is vastgesteld, is ten opzichte van het voorgaande jaar in dezelfde orde van grootte (29%) gebleven. Dit aantal varieert in de afgelopen periode (1992-2001) van 60 tot 90 pompstations. Een groot deel van de normoverschrijdingen is incidenteel. De norm voor bestrijdingsmiddelen is slechts incidenteel, meestal als gevolg van een storing in de zuivering, overschreden. In het afgeleverde water van een pompstation is de concentratie nikkel structureel hoger dan de norm. De kwaliteit van het grondwater is hiervan de oorzaak. Het betreffende bedrijf zal begin 2004 een verzoek tot ontheffing indienen. De indicatorparameter voor besmetting met pathogenen (E.coli) is niet aangetoond. Er zijn wel enkele kortdurende besmettingen met de bedrijfstechnische parameter bacterien van de coligroep geweest. De betreffende bedrijven hebben in overleg met de VI de problemen adequaat opgelost. De normoverschrijding van de parameter trihalomethanen op twee locaties zal vanaf 2006 tot het verleden behoren wanneer de UV-desinfectie in bedrijf is genomen. Legionella is in het afgeleverde water van 70 pompstations gemeten maar niet aangetoond. Geen van de normoverschrijdingen gaf aanleiding tot een bedreiging van de volksgezondheid. De kwaliteit van het drinkwater is in het algemeen goed.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2003

      Versteegh JFM; te Biesebeek JD; CIE; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2005-03-22)
      Voor u ligt het jaarlijkse rapport in de reeks "De drinkwaterkwaliteit in Nederland". Het rapport is gebaseerd op de resultaten van de meetprogramma's over 2003, die de waterleidingbedrijven uitvoeren ter controle van de drinkwaterkwaliteit en de gebruikte grondstof. De meetgegevens worden jaarlijks op grond van de Waterleidingwet aan de VROM-Inspectie (VI) gerapporteerd. Het RIVM heeft de gegevens in samenwerking met de VI verwerkt tot een rapport ten behoeve van de Minister, Tweede Kamer, producenten en consumenten van drinkwater. Uit de gegevens blijkt dat ook in 2003 de wettelijke voorschriften met betrekking tot de controle van het drinkwater goed zijn nageleefd. De kwaliteitsgegevens zijn getoetst aan de normen van het Waterleidingbesluit (WLB) dat in 2001 van kracht is geworden. De meetprogramma's zijn in 2003 volgens de eisen van dit besluit uitgevoerd. Het aantal pompstations (56 = 25%) waar in 2001 een normoverschrijding is vastgesteld, is ten opzichte van het voorgaande jaar (30%) afgenomen. Een groot deel van de normoverschrijdingen is incidenteel. De norm voor bestrijdingsmiddelen is voor vier middelen (allen eenmaal) overschreden. In het afgeleverde water van een pompstation is de concentratie nikkel structureel hoger dan de norm. De kwaliteit van het grondwater is hiervan de oorzaak. Het betreffende bedrijf heeft een ontheffing hiervoor gekregen tot eind 2004. De indicatorparameter voor besmetting met pathogenen (E.coli) is in het reguliere meetprogramma niet aangetoond. Er zijn wel enkele kortdurende besmettingen met de bedrijfstechnische parameter bacterikn van de coligroep geweest. In 26 monsters genomen na een reparatie in het distributienet is een bacteriele besmetting aangetoond. In negen gevallen betrof het een E.coli en/of enterococcen waarvoor achtmaal een kookadvies is gegeven. De normoverschrijding van de parameter trihalomethanen op twee locaties zal vanaf 2006 tot het verleden behoren wanneer de UV-desinfectie in bedrijf is genomen. Legionella is in het afgeleverde water van 210 pompstations gemeten en eenmaal (niet pathogene species) aangetoond. Geen van de normoverschrijdingen gaf aanleiding tot een bedreiging van de volksgezondheid. De kwaliteit van het drinkwater is in het algemeen goed.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2006

      Versteegh JFM; Dik HHJ; IMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2007-12-11)
      Het drinkwater in Nederland was in 2006 van goede kwaliteit. Bij een kwart van de productielocaties is een norm overschreden. In geen geval vormde dat een bedreiging voor de volksgezondheid. Dit blijkt uit het jaarrapport 'De drinkwaterkwaliteit in Nederland, in 2006' dat RIVM in opdracht van de VROM-Inspectie heeft opgesteld. In dit rapport worden de resultaten van de meetprogramma's van de waterbedrijven op hoofdlijnen weergegeven. Zij leefden de wettelijke voorschriften voor de controle op de drinkwaterkwaliteit goed na. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de Waterleidingwet, waarin normen zijn opgesteld voor de aanwezigheid van micro-organismen en chemische stoffen in het drinkwater. De Inspectie is verplicht de resultaten te rapporteren aan de minister en het parlement. Het RIVM beheert de gegevens en stelt het rapport op. Het aantal drinkwaterpompstations (53 = 25 procent) waar in 2006 een norm is overschreden, is ten opzichte van 2005 met vijf procent toegenomen. Dit aantal fluctueerde in de voorgaande jaren. Een groot deel van de normoverschrijdingen was eenmalig en betrof stoffen, gerelateerd aan de bedrijfsvoering, die geen betekenis hebben voor de volksgezondheid. Het gaat dan om overschrijdingen van bijvoorbeeld temperatuur, ijzer en smaak. De norm voor bestrijdingsmiddelen is voor drie middelen incidenteel overschreden. Daarnaast zat in het drinkwater van een pompstation een te hoge concentratie nikkel door een hoge nikkelconcentratie in het grondwater. De minister heeft het desbetreffende bedrijf een ontheffing verleend tot 2006 onder voorwaarde dat de zuivering zou worden aangepast. Deze aanpassing bleek omvangrijker dan was voorzien. Vanaf eind 2006 voldeed het drinkwater continu aan de norm. De aanwezigheid van legionellabacterien wordt getoetst als het drinkwater het pompstation verlaat en in de distributiegebieden. In de eerste categorie zijn geen aantallen boven de norm aangetroffen. Wel zijn in de monsters in het distributienet op 18 locaties legionellabacterien aangetoond. Het is mogelijk dat tijdens werkzaamheden aan het distributienet het drinkwater met bacterien besmet kan raken. In 45 gevallen is de bewoners van de nabijgelegen woningen geadviseerd het drinkwater voor gebruik te koken.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2007

      Versteegh JFM; Dik HHJ; IMG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-04-29)
      De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2007. Het drinkwater in Nederland was in 2007 van goede kwaliteit. Bij een kwart van de productielocaties is een norm overschreden. In geen geval vormde dat een bedreiging voor de volksgezondheid. Dit blijkt uit het jaarrapport 'De drinkwaterkwaliteit in Nederland, in 2007' dat RIVM in opdracht van de VROM-Inspectie heeft opgesteld. In dit rapport worden de resultaten van de meetprogramma's van de waterbedrijven op hoofdlijnen weergegeven. Zij leefden de wettelijke voorschriften voor de controle op de drinkwaterkwaliteit goed na. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de Waterleidingwet, waarin normen zijn opgesteld voor de aanwezigheid van micro-organismen en chemische stoffen in het drinkwater. De Inspectie is verplicht de resultaten te rapporteren aan de minister en het parlement. Het RIVM beheert de gegevens en stelt het rapport op. Het aantal drinkwaterpompstations (54 = 25 procent) waar in 2007 een norm is overschreden, is gelijk aan dat in 2006. Een groot deel van de normoverschrijdingen was eenmalig en betrof stoffen, gerelateerd aan de bedrijfsvoering, die geen betekenis hebben voor de volksgezondheid. Het gaat dan om overschrijdingen van bijvoorbeeld temperatuur, ijzer en smaak. De norm voor bestrijdingsmiddelen is voor drie middelen incidenteel overschreden. Bij drie drinkwaterpompstations zijn indicatoren voor besmetting met pathogene micro-organismen eenmalig aangetoond. In het distributienet zijn deze indicatoren veel vaker aangetoond. Meestal zijn de bacterien in de herhalingsmonsters niet meer aangetroffen. In een gebied met 300.000 inwoners is uit voorzorg een kookadvies gegeven. De aanwezigheid van legionellabacterien wordt getoetst als het drinkwater het pompstation verlaat en in de distributiegebieden. In de eerste categorie zijn geen aantallen boven de norm aangetroffen. Wel zijn in de monsters in het distributienet op 21 locaties legionellabacterien aangetoond. Het is mogelijk dat tijdens werkzaamheden aan het distributienet het drinkwater met bacterien besmet kan raken. In 59 gevallen is de bewoners van de nabijgelegen woningen geadviseerd het drinkwater voor gebruik te koken.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2008

      Versteegh JFM; Dik HHJ; IMG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVROM-inspectie, 2010-01-14)
      Het drinkwater in Nederland was in 2008 van goede kwaliteit. Bij een kwart van de productielocaties is een norm overschreden. In geen geval vormde dat een bedreiging voor de volksgezondheid. Dit blijkt uit het jaarrapport 'De drinkwaterkwaliteit in Nederland in 2008' dat RIVM in opdracht van de VROM-Inspectie heeft opgesteld. In dit rapport worden de resultaten van de meetprogramma's van de drinkwaterbedrijven op hoofdlijnen weergegeven. Zij leefden de wettelijke voorschriften voor de controle op de drinkwaterkwaliteit goed na. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de Waterleidingwet, waarin normen zijn opgesteld voor de aanwezigheid van micro-organismen en chemische stoffen in het drinkwater. De Inspectie is verplicht de resultaten te rapporteren aan de minister en het parlement. Het RIVM beheert de gegevens en stelt het rapport op. Het aantal drinkwaterpompstations (50 = 24 procent) waar in 2008 een norm is overschreden, is nagenoeg gelijk aan dat in 2007. Een groot deel van de normoverschrijdingen was eenmalig en betrof stoffen, gerelateerd aan de bedrijfsvoering, die geen betekenis hebben voor de volksgezondheid. Het gaat dan om overschrijdingen van bijvoorbeeld troebeling, ijzer en mangaan. De norm voor bestrijdingsmiddelen is voor een middel incidenteel overschreden. Bij twee drinkwaterpompstations zijn indicatoren voor besmetting met pathogene micro-organismen eenmalig aangetoond. In het distributienet zijn deze indicatoren veel vaker aangetoond. In alle gevallen zijn de bacterien in de herhalingsmonsters niet meer aangetroffen. De aanwezigheid van legionellabacterien wordt getoetst als het drinkwater het pompstation verlaat en in de distributiegebieden. In de monsters in het distributienet zijn op 25 locaties legionellabacterien aangetoond en slechts eenmaal in het drinkwater dat het pompstation verlaat. Het is mogelijk dat tijdens werkzaamheden aan het distributienet het drinkwater met bacterien besmet kan raken. In 54 gevallen is de bewoners van de nabijgelegen woningen geadviseerd het drinkwater voor gebruik te koken.
    • De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2009 :

      Versteegh JFM; Dik HHJ; IMG; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMMinisterie van Infrastructuur en Milieu, 2011-01-11)
      Het drinkwater in Nederland was in 2009 van goede kwaliteit. Bij minder dan 20 procent van de productielocaties is een norm overschreden. In geen geval vormde dat een bedreiging voor de volksgezondheid. Dit blijkt uit het jaarrapport 'De drinkwaterkwaliteit in Nederland in 2009' dat RIVM in opdracht van de VROM-Inspectie heeft opgesteld. In dit rapport worden de resultaten van de meetprogramma's van de drinkwaterbedrijven op hoofdlijnen weergegeven. Zij leefden de wettelijke voorschriften voor de controle op de drinkwaterkwaliteit goed na. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de Waterleidingwet, waarin normen zijn opgesteld voor de aanwezigheid van micro-organismen en chemische stoffen in het drinkwater. De Inspectie is verplicht de resultaten te rapporteren aan de minister en het parlement. Het RIVM beheert de gegevens en stelt het rapport op. Het aantal drinkwaterpompstations (33 = 16 procent) waar in 2009 een norm is overschreden, is aanmerkelijk lager dan in 2008. Een groot deel van de normoverschrijdingen was eenmalig en betrof stoffen, gerelateerd aan de bedrijfsvoering, die geen betekenis hebben voor de volksgezondheid. Het gaat dan om overschrijdingen van bijvoorbeeld troebeling, ijzer en mangaan. De norm voor bestrijdingsmiddelen is voor twee middelen op hetzelfde pompstation overschreden. Bij een drinkwaterpompstation is de indicator voor besmetting met pathogene micro-organismen eenmalig aangetoond. In het distributienet zijn deze indicatoren veel vaker aangetoond. In alle gevallen zijn de bacterien in de herhalingsmonsters niet meer aangetroffen. De aanwezigheid van legionellabacterien wordt getoetst als het drinkwater het pompstation verlaat en in de distributiegebieden. In de monsters in het distributienet zijn op 23 locaties legionellabacterien aangetoond en slechts tweemaal in het drinkwater dat het pompstation verlaat. Het is mogelijk dat tijdens werkzaamheden aan het distributienet het drinkwater met bacterien besmet kan raken. In 40 gevallen is de bewoners van de nabijgelegen woningen geadviseerd het drinkwater voor gebruik te koken.