• Overzicht van methoden voor het kwantificeren van blauwwieren

      Burger-Wiersma T (1993-06-30)
      Although blooms of cyanobacteria are a nuisance in many freshwater ecosystems for many years now, there is still no standardized method to determine their abundance. In this literature study, wellknown and potentially interesting methods for the determination of cyanobacterial abundance in natural populations are discussed with regard to their applicability in biomonitoring programs. Important criteria are rapidity, practicability, sensitivity, determination level, reproducibility and costs. Remote Sensing, optical partial analysis, and analysis of lipidsoluble pigmints emerge as useful techniques for biomonitoring programs. Each of these methods allows a different determination level. In vivo absorbance, in vivo fluorescence, microscopy, and analysis of water-soluble pigments, lipids, low molecular weight RNA's and specific enzymes are less suitable for biomonitoring programs because they are too time-consuming with reference to the results obtained. Based on this literature survey, RIVM started a study on the applicability of lipid-soluble pigment analysis for the determination of cyanobacterial abundance in freshwater phytoplankton assemblages.
    • Overzicht van onderzoek naar automatische meetmethoden voor het vaststellen van fijn stof

      Arkel FT van; Kummu PJ; Loon JPL van; Meulen A van der; Severijnen M; Visser JH; LVM (DCMR Milieudienst RijnmondGGD Amsterdam Medische MilieukundeLuchtonderzoekProvincie Noord-BrabantProvincie Limburg, 2007-08-16)
      This report describes studies on current techniques for determining the concentration of the fine fraction (PM2.5) of particulate matter in the troposphere. The performance of the sampling technology for PM2.5 was investigated by means of a literature study based on a selection of publications (after 2000) comparing the automatic sampler method with the reference method. It was the express wish of the concerned authorities to investigate the performance of the PM2.5 methods and to harmonize measurement methodology. A careful selection of PM2.5-samplers is important if the PM2,5 methodology is to be improved. This meant considering at least the method's principle, the range of application, the effect of different configurations, effects of varied ambient conditions and uncertainties. The study's purpose was to facilitate the assessment of both the PM2.5 measurement method performance and the process of harmonization and/or normalization.
    • Overzicht van onderzoek naar correctiefactoren voor automatische PM10 metingen in Nederland

      Jonge D de; Meulen A van der; Elshout S van den; Laan J van der; Kummu P; Visser J; Weijers E; Loon J van; Severijnen M; DCMR; GGD Amsterdam; Provincie Noord-Brabant; Provincie Limburg; MEV-LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-01-31)
      PM10 metingen zijn niet eenvoudig. De automatische meetapparatuur die wordt toegepast om de concentratie PM10 in de buitenlucht te bepalen, geeft een onderschatting ten opzichte van de gravimetrische referentiemethode volgens NEN EN 12341. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van vluchtige componenten in fijn stof. Dit rapport bevat een overzicht van de onderzoeken naar de correctiefactoren voor automatische PM10 metingen door DCMR, GGD Amsterdam, Provincie Noord-Brabant, Provincie Limburg en het RIVM in de afgelopen jaren.Om de kwaliteit, en vergelijkbaarheid, van de verschillende factoren te verbeteren is het van belang de verschillende onderzoeken die op dit gebied binnen Nederland worden uitgevoerd verder te harmoniseren.
    • Overzicht van onderzoek naar correctiefactoren voor automatische PM10 metingen in Nederland

      de Jonge D; van der Meulen A; van den Elshout S; van der Laan J; Kummu P; Visser J; Weijers E; van Loon J; Severijnen M; MEV-LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDCMRGGD AmsterdamProvincie Noord-BrabantProvincie Limburg, 2006-01-31)
      PM10 measurements are complicated. The automated monitors, which are used to measure the PM10 concentration in ambient air, show an underestimation in relation to the reference method.This report contains an overview of research on the correction factors for automated PM10 measurements by DCMR, GGD Amsterdam, Provincie Noord-Brabant, Provincie Limburg and RIVM.To improve the quality and comparability of the various factors, it is of main concern to further harmonise the research in the Netherlands on this area. This report is the beginning of this process. Continuation of this research is needed.
    • Overzicht van onderzoeken naar gezondheid, chronische ziekten, biologische risicofactoren en leefgewoonten bij oudere mannen in het kader van de Zutphen Studie

      Pijls LTJ; Bloemberg BPM; Feskens EJM; Kromhout D (1991-03-31)
      The Zutphen Study is a longitudinal investigation on chronic disease risk factors that was initiated in 1960 as the Dutch contribution to the Seven Countries Study. In 1985 the focus of the study was extended, and gerontological aspects were taken into account. At that time 939 men, aged 65-84 year, were examined extensively. In the spring of 1990 the examinations were repeated in 560 participants of this cohort, then aged 70-89 year. In the forthcoming period the focus will be on data- analysis. The morbidity and mortality follow-up will continue. Twelve projects can be discerned. Planned analyses include e.g. studies on objective and subjective health at old age, and investigations on classical risk factors and diet in relation to the incidence of coronary heart disease in the elderly. Some of the projects are conducted in cooperation with investigators from other institutions, such as the studies on physical activity, anti-carcinogens in foods, electro- cardiographical disorders and chronic non-specific lung disease. A list of publications from the Zutphen Study regarding the period 1960-1990 is included.
    • Overzicht van veiligheidsafstanden voor de opslag van vuurwerk in Nederland en enkele andere landen

      Matthijsen AJCM; LSO (2001-07-18)
      A survey of the literature on the classification of fireworks and requirements on safe-distance storage of fireworks in the USA, Germany, France and the UK was conducted to allow a comparison of legislation among these countries. Although the definitions and systems of measurement used (e.g. gross or net weight) were not always clear in the consulted references, the following observations could be made. The approach to this subject by the countries surveyed does not differ much on main issues. When it comes to more detailed legislation, however, differences are greater. The table below compares the safe distances (m) of fireworks (according to gross weight) in the least dangerous firework class (subclass 1.4), both with and without a sprinkler system. It can be concluded that the safe distances for a small storage facility in the Netherlands are comparatively small. For a larger storage facility, the safe distances are greater than in Germany and similar to those in the USA and the UK.
    • Overzicht van veiligheidsafstanden voor de opslag van vuurwerk in Nederland en enkele andere landen

      Matthijsen AJCM; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-07-18)
      Voor de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Engeland wordt voor vuurwerk een overzicht gegeven van de indeling in vuurwerkklassen en de afstandseisen voor opslag, om na te kunnen gaan in hoeverre Nederlandse wetgeving op het gebied van vuurwerk spoort met wetgeving in deze landen. De aanpak in de verschillende landen vertoont op hoofdlijnen grote gelijkenissen. De meer gedetailleerde invulling van de vuurwerkwetgeving vertoont grotere verschillen per land. Het blijkt dat voor kleine opslagen in Nederland relatief kleine veiligheidsafstanden worden aangehouden. Voor de grote opslagen zijn de in Nederland voorgeschreven veiligheidsafstanden groter dan in Duitsland en vergelijkbaar met die in de V.S. en Engeland.
    • Overzicht van voor de voortplanting giftige stoffen en werkplekken - een eerste aanzet

      Pieters MN; Janssen PJCM; Piersma AH; Klaus M; SIR; TOX (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-06-20)
      Niet elke werknemer en werkgever is zich bewust van het eventueel vrijkomen van voor de voortplanting giftige stoffen op zijn/haar werkplek. Om werkgevers, werknemers en arbo-professionals op mogelijke blootstelling te attenderen heeft het RIVM een database aangelegd. Hierin zijn stoffen waarvan bekend is dat ze giftig zijn voor de voortplanting gekoppeld aan branches en werkgerelateerde handelingen in deze branches. De database vormt een eerste aanzet. Aanpassingen en uitbreidingen van de database kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de branches.
    • Overzicht van voor de voortplanting giftige stoffen en werkplekken - een eerste aanzet

      Pieters MN; Janssen PJCM; Piersma AH; Klaus M; SIR; TOX (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-06-05)
      Not every employer and employee is aware of possible exposure to compounds classified for reproductive toxicity in their working environment. To facilitate employers and employees in their understanding of work-related exposure to reprotoxic compounds, RIVM set up a database in which 183 (groups of) compounds are coupled to their use at workplaces. The information on their use was obtained from international websites. Information from the database can be obtained by selecting a branche or selecting a compound. In both cases actions that are performed using the compound are indicated. Exposure levels are not available in the database. The database forms a first start. Adjustment and extension of the database should be performed in close cooperation with the branches.
    • Overzichtskaarten luchtkwaliteit NO2 en PM10

      Mooij M; Dik H; IMG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-04-02)
    • Oxydatieve stress, antioxydanten en gezondheid: biologische relevantie en metingen in het lichaam

      Hertog MGL; CCM (1995-03-31)
      Reactive oxygen species (ROS) are believed to be involved in the etiology of a large number of chronic diseases such as cancer, cardiovascular diseases, lung diseases, and other diseases associated with ageing such as dementia. These diseases are important causes of illness and death in the Netherlands and other Western countries and are therefore a heavy burden on social and medical care services. The human body has developed a number of defence systems against ROS which include the antioxidant enzymes such as superoxide dismutase and glutathion peroxidase, and dietary antioxidants such as the vitamins C, E, beta-carotene, and flavonoids. Evidence for an important role of ROS in the pathogenesis of diseases is mainly provided from in vitro studies and a small number of animal experiments. Not much is known about the true role of ROS in the etiology of human disease and about the potential protective effect of (dietary) antioxidants. Epidemiological evidence suggests that the consumption of antioxidant-rich foods such as fruits and vegetables protects against various types of cancer and that the intake of (dietary) antioxydants may prevent cardiovascular diseases. However, for most other diseases this information is lacking. Most studies conducted so far were cross-sectional in which no clear cause-and effect relation can be investigated. More prospective epidemiological studies on the relation between oxidative stress, antioxidants and disease occurrence are therefore needed. An important aspect of future research in this area will be the development and validation of biomarkers of oxidative stress, antioxidant intake, and oxidative damage.
    • Oxydatieve stress, antioxydanten en gezondheid: biologische relevantie en metingen in het lichaam

      Hertog MGL; CCM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-03-31)
      Reactieve zuurstofverbindingen (RZS) worden ervan verdacht betrokken te zijn bij de ontwikkeling van o.a. kanker, cardiovasculaire ziekten, chronische a-specifieke respiratoire aandoeningen (CARA) en algemene verouderingsverschijnselen zoals bijvoorbeeld dementie. Deze ziekten leveren een belangrijke bijdrage aan de morbiditeit en mortaliteit in Nederland en leggen daarmee een zware belasting op de medische en sociale zorg. Het lichaam wordt beschermd tegen de schadelijke effecten van RZS door een complex antioxydatief afweersysteem waaronder de enzymen glutathion peroxidase, superoxide dismutase en antioxydanten uit de voeding zoals vitamine E, vitamine C, beta-caroteen, en flavonoiden. Aanwijzingen voor een oorzakelijke rol van RZS in de etiologie van bovengenoemde aandoeningen komt voornamelijk uit in vitro onderzoek en enkele onderzoeken bij dieren. Tot op heden is over de daadwerkelijke rol van vrije radicalen en de mogelijkheden van antioxydante preventie bij de mens weinig bekend. Voorlopig wijst epidemiologisch onderzoek vooral op een beschermende rol van de consumptie van antioxydant-rijke voedingsmiddelen zoals groenten en fruit tegen de ontwikkeling van kanker, en wijzen enkele onderzoeken op een beschermend effect van voedingsantioxydanten op hart- en vaatziekten. Voor de meeste andere aandoeningen ontbreekt deze informatie. Tot op heden zijn de onderzoeken hiernaar vooral cross-sectioneel van aard geweest waardoor geen duidelijke oorzaak-gevolg relatie aangetoond kon worden. In de toekomst zijn daarom vooral prospectieve epidemiologische onderzoeken nodig naar de relatie tussen RZS, antioxydanten en chronische ziekten. Hierbij dient vooral veel aandacht besteed te worden aan de ontwikkeling en validering van biomerkers voor oxidatieve stress, antioxydanten inname en oxydatieve schade.
    • Ozon en Ultraviolette straling ; veranderingen, gevolgen en effecten

      Eggink GJ; Janssen LHJM; Woerd HJ van der; Kuik F; Peeck HH; LLO; LSO; KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch InstituutKNMIRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuhygieneRIVM, 1995-06-19)
      This report gives an overview of recent scientific research from RIVM and KNMI on atmospheric ozone and solar uv-radiation. This research is aimed at a better understanding of the atmospheric ozone-changes, the processes causing these changes and the resulting UV-radiation at the earth surface. Since 1992 RIVM and KNMI perform atmospheric ozone and UV-measurements. The work of RIVM is especially aimed at the environmental and health-related aspects of UV. They also perform scenario studies of long-term effects of changes. KNMI concentrates more at the physical and atmospheric processes related to UV radiation. Apart from this they contribute to global ozone research. In this report the changes in the ozone layer and the progression in spectral UV-measurements in the previous decades are described. Extensive attention is paid to the health effects of UV-exposure and to the effects of policy measures.
    • Ozone and other photochemical oxidants. Exposure and Health Effects; Measurements and Monitoring Strategy

      Rombout PJA; Marra M; Veninga TS; de Leeuw FAAM; Goldstein BD; Scibiensky CA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1986-11-30)
      Ozon is een sterk oxiderende agent. Bewijs voor vrije radicalen- of lipideperoxide-gemedieerde toxiciteit is aangetoond en deze mechanismen zijn suggestief voor potentiele chronische toxiciteit. Resultaten van epidemiologisch onderzoek veronderstellen respiratoire symptomen, aspecifieke symptomen en afname van de pulmonaire functie bij blootstellingsconcentraties van 160-200 u g 03/m3 gedurende enige uren. Menselijke blootstelling aan 240 u g 03/m3 gedurende 2,5 uur induceert respiratoire symptomen en ademhalingsmoeilijkheden. Op basis van recente blootstelling en de geobserveerde blootstelling-effect relaties, is ozon beoordeeld als een potentiele bedreiging voor de bevolking van West-Europa, vooral omdat er nauwelijks een veiligheidsfactor aanwezig is.<br>