• Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 7 Gelderland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 8 Overijssel

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 9 Noord-Nederland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 1 Limburg

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 2 Noord-Brabant

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 3 Zeeland

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 4 Zuid-Holland

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 5 Noord-Holland

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 6 Utrecht

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 7 Gelderland

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 8 Overijssel

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 9 Noord-Nederland

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.
    • Overzicht van methoden voor het kwantificeren van blauwwieren

      Burger-Wiersma T (1993-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Overzicht van mogelijke metabolieten en toedieningsvormen van nortestosteron (=nandrolon) inclusief CAS reg-nummers ten behoeve van een toxicologische evaluatie in het kader van project 627915

      Stephany; R.W.; (1986-10-31)
      Overzicht van mogelijke metabolieten en toedieningsvormen van nortestosteron (=nandrolon) inclusief CAS reg-nummers ten behoeve van een toxicologische evaluatie in het kader van project 627915.
    • Overzicht van onderzoek naar automatische meetmethoden voor het vaststellen van fijn stof

      Arkel FT van; Kummu PJ; Loon JPL van; Meulen A van der; Severijnen M; Visser JH; LVM (DCMR Milieudienst RijnmondGGD Amsterdam Medische MilieukundeLuchtonderzoekProvincie Noord-BrabantProvincie Limburg, 2007-08-16)
      Dit rapport beschrijft de 'stand der techniek' van meetmethoden voor het vaststellen van de concentratie zwevende deeltjes in de troposfeer, gericht op de fijne fractie, de zogenaamde PM2,5-fractie. De beschrijving van de prestaties van de meetmethoden volgens de huidige stand van de techniek is gebaseerd op een literatuurstudie en op eigen ervaringen van de deelnemende instituten. De studie richt zich op de vergelijkbaarheid van de automatische meetmethoden met de standaardmethode (referentie). Het is de wens van de betrokken meetinstanties om de ervaringen met PM2,5-meetmethoden te inventariseren en om onderling de meetstrategie af te stemmen. Een zorgvuldige selectie van een PM2,5-meetmethode is daarbij van belang. Doel van het rapport is de betrokken meetinstanties te ondersteunen met een overzicht van de prestaties van verschillende meetmethoden. Daarnaast draagt het rapport bij tot het proces van normaliseren en/of harmoniseren van meetmethoden.
    • Overzicht van onderzoek naar correctiefactoren voor automatische PM10 metingen in Nederland

      Jonge D de; Meulen A van der; Elshout S van den; Laan J van der; Kummu P; Visser J; Weijers E; Loon J van; Severijnen M; DCMR; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-01-31)
      PM10 measurements are complicated. The automated monitors, which are used to measure the PM10 concentration in ambient air, show an underestimation in relation to the reference method.This report contains an overview of research on the correction factors for automated PM10 measurements by DCMR, GGD Amsterdam, Provincie Noord-Brabant, Provincie Limburg and RIVM.To improve the quality and comparability of the various factors, it is of main concern to further harmonise the research in the Netherlands on this area. This report is the beginning of this process. Continuation of this research is needed.
    • Overzicht van onderzoek naar correctiefactoren voor automatische PM10 metingen in Nederland

      de Jonge D; van der Meulen A; van den Elshout S; van der Laan J; Kummu P; Visser J; Weijers E; van Loon J; Severijnen M; MEV-LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDCMRGGD AmsterdamProvincie Noord-BrabantProvincie Limburg, 2006-01-31)
      PM10 metingen zijn niet eenvoudig. De automatische meetapparatuur die wordt toegepast om de concentratie PM10 in de buitenlucht te bepalen, geeft een onderschatting ten opzichte van de gravimetrische referentiemethode volgens NEN EN 12341. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van vluchtige componenten in fijn stof. Dit rapport bevat een overzicht van de onderzoeken naar de correctiefactoren voor automatische PM10 metingen door DCMR, GGD Amsterdam, Provincie Noord-Brabant, Provincie Limburg en het RIVM in de afgelopen jaren.Om de kwaliteit, en vergelijkbaarheid, van de verschillende factoren te verbeteren is het van belang de verschillende onderzoeken die op dit gebied binnen Nederland worden uitgevoerd verder te harmoniseren.
    • Overzicht van veiligheidsafstanden voor de opslag van vuurwerk in Nederland en enkele andere landen

      Matthijsen AJCM; LSO (2001-07-18)
      Voor de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Engeland wordt voor vuurwerk een overzicht gegeven van de indeling in vuurwerkklassen en de afstandseisen voor opslag, om na te kunnen gaan in hoeverre Nederlandse wetgeving op het gebied van vuurwerk spoort met wetgeving in deze landen. De aanpak in de verschillende landen vertoont op hoofdlijnen grote gelijkenissen. De meer gedetailleerde invulling van de vuurwerkwetgeving vertoont grotere verschillen per land. Het blijkt dat voor kleine opslagen in Nederland relatief kleine veiligheidsafstanden worden aangehouden. Voor de grote opslagen zijn de in Nederland voorgeschreven veiligheidsafstanden groter dan in Duitsland en vergelijkbaar met die in de V.S. en Engeland.
    • Overzicht van veiligheidsafstanden voor de opslag van vuurwerk in Nederland en enkele andere landen

      Matthijsen AJCM; LSO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-07-18)
      A survey of the literature on the classification of fireworks and requirements on safe-distance storage of fireworks in the USA, Germany, France and the UK was conducted to allow a comparison of legislation among these countries. Although the definitions and systems of measurement used (e.g. gross or net weight) were not always clear in the consulted references, the following observations could be made. The approach to this subject by the countries surveyed does not differ much on main issues. When it comes to more detailed legislation, however, differences are greater. The table below compares the safe distances (m) of fireworks (according to gross weight) in the least dangerous firework class (subclass 1.4), both with and without a sprinkler system. It can be concluded that the safe distances for a small storage facility in the Netherlands are comparatively small. For a larger storage facility, the safe distances are greater than in Germany and similar to those in the USA and the UK.