• Upflow Anaerobic Sludge Blanket (UASB) low cost sanitation research project in Bandung/Indonesia, 5th progress report (january 1987 - 30 september 1987)

      Jansen AGN; Lettinga G; Moeliono J (1988-03-31)
      In opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken/DGIS voert RIVM, i.s.m. LU Wageningen/Vakgroep Waterzuivering c.q. het Borromeus Ziekenhuis te Bandung, sedert medio 1984 onderzoek uit naar de on-site anaerobe zuivering van huishoudelijk afvalwater. Tijdens de verslagperiode (Jan. - Sept. 1987) heeft voortgezet onderzoek plaatsgevonden aan 2 reactoren (860 ltr) op de locaties Cimindi en Institut Pasteur te Bandung. De verwachtingen t.a.v. de toepassing van deze technologie in de praktijk zijn optimistich. Na beeindiging van dit project per 1 mei 1988 zal door het Institut Technologi Bandung (ITB) voortgezet onderzoek naar deze kleine UASB reactoren worden uitgevoerd. Een toegepast onderzoek aan grotere UASB reactoren (gerioleerd huishoudelijk afvalwater) is inmiddels voorgesteld voor Nederlandse/Wereldbank co-financiering.
    • Upscaling and Downscaling of Regional Methane Sources - rice agriculture as a case study

      Breemen N van; Denier van der Gon H; Veldkamp T; Verburg P; Bodegom P van; Goudriaan J; Leffelaar P; Stams F; Houweling S; Leleiveld J; et al. (Wageningen University (WUR)Utrecht University (UU)ECNPeking University, 2001-10-11)
      Abstract niet beschikbaar
    • The uptake of air-borne substances in plants

      Hulzebos EM; ACT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-04-30)
      In order to assess the lifetime hazard of ingestion exposure of man to new substances a steady state model has been constructed called Uniform system for the Evaluation of Substances. In this risk assessment system emission concentration of organic substances in water and soil are linked to exposure concentration for humans and predators. In this prototype model the route of the compound from the air into the plant has not been included. In this report several models describing deposition on and uptake of aerosols and gaseous substances into plants have been described. In most models described here deposition and uptake are combined. In USES the deposition part has already been described and for implementation in the USES model the deposition part of these models can be left out. For implementation in USES (1992) the aerosol model of McKone and Ryan (1989) seems most appropriate. This model estimates a partition coefficient for all aerosols with a particle size < 5 mum. For gaseous substances the model of Riederer (1990) seems most appropriate, which combines physical-chemical properties of the substance and the fugacity principles of Mackay and coworkers.
    • Het uraniumgehalte van afvalwater en ventilatielucht van Urenco Nederland B.V. te Almelo in 1987

      Glastra P; Mattern FCM (1988-12-31)
      Bij steekproefsgewijs uitgevoerde controlemetingen aan afvalwater en bij metingen aan kwartaalmengsels afvalwater zijn geen overschrijdingen van de concentratielimiet vastgesteld. Op grond van onderzoek aan evenredig samengestelde monsters is berekend dat gedurende 1987 in totaal 2,3 MBq is afgevoerd, hetgeen ligt op ca. 12% van de toegestane limiet volgens de vergunning van 1981 en op ca. 4,6% van de toegestane limiet volgens de vergunning van maart 1987. Van de uraniumgehalten in de ventilatielucht van de verschillende fabrieken binnen het bedrijf varieerden de jaargemiddelden van 0,2 tot 2,4 mBq/m3, ofwel van ca. 5% tot 65% van de toegestane concentratie volgens de vergunning van 1981. Volgens de vergunning van maart 1987 varieerde dit van 0,4% tot 4,8% van de toegestane concentratie. De gemiddelde specifieke activiteit van het in de ventilatielucht aanwezige uranium bedroeg 32 MBq/kg(U) ; dit is ongeveer de helft van de gemiddelde specifieke activiteit in 1986 (4). Overschrijdingen van de in de vergunning gestelde limieten zijn niet geconstateerd.
    • Urban Air Quality Assessment Model UAQAM

      Pul WAJ van; Zantvoort EDG van; Leeuw FAAM de; Sluyter RJCF; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-11-30)
      The Urban Air Quality Assessment Model (UAQAM) calculates the city concentration caused by city emissions themselves, the so-called city background concentration. Three versions of the model for describing the dispersion were studied: Box, Gifford Hanna (GH) and a combined form of these two (the Box-GH model). Regional background emissions contributing to the city background concentration were accounted for using measurements and TREND model calculations. The UAQAM model versions were compared to measurements of SO2 and NOX concentrations. The Box-GH and GH models were found to be more appropriate in describing the city background concentration. The Box-GH model, showing slightly better results compared to the GH model, can be taken as a starting point for the assessment of urban air quality with UAQAM.
    • Urban Air Quality Assessment Model UAQAM

      van Pul WAJ; van Zantvoort EDG; de Leeuw FAAM; Sluyter RJCF; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-11-30)
      Het Urban Air Quality Assessment Model (UAQAM) berekent de concentratie van luchtverontreiniging in stedelijk gebied veroorzaakt door emissies uit de stad zelf. In een werkversie van dit model werden 3 beschrijvingen van de verspreiding bestudeerd: een Box-model, het Gifford-Hanna (GH)-model en een combinatie van de twee: het Box-GH-model. Deze modelversies zijn vergeleken met metingen van de concentratie van SO2 en NOx in steden. De regionale achtergrondsconcentratie van de steden, samengesteld uit metingen en TREND modelberekeningen, is aan de UAQAM berekeningen toegevoegd. De Box-GH- en GH-modellen blijken beter geschikt te zijn dan het Box-model om de stadsachtergrond te beschrijven. De resultaten en de uitbreidingsmogelijkheden van het Box-GH-model zijn iets beter dan van het GH-model en kan daarom als uitgangspunt genomen worden voor het schatten van de stedelijke luchtkwaliteit met UAQAM.<br>
    • Urbanisation, Industrialisation and Sustainable development

      Langeweg F; Hilderink H; Maas R; MNV (2000-03-31)
      Millenniumconferentie 'On the Threshold' over de toekomst van de VN, Tokio, 19-21 januari 2000. Op de millenniumconferentie georganiseerd door de VN-Universiteit in Tokio presenteerde Rob Maas een rapport onder de titel 'Verstedelijking, industrialisatie en duurzame ontwikkeling'. Dit rapport vat de uitdagingen die zich in de komende eeuw zullen voordoen bij het nastreven van een duurzame ontwikkeling samen en gaat in op de mogelijke rol van de VN daarbij. Aan de VN-conferentie werd deelgenomen door een select gezelschap van ongeveer 100 beleidsmakers, parlementariers, ministers en wetenschappers op het terrein van handel, armoede, milieu, vrede en veiligheid. Deelnemers waren o.a. mevr Frechette (plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN), Andrew Mack (directeur Strategische planning van het bureau van de secretaris generaal van de VN), prof. Akashi (VN-bemiddelaar in Bosnie), prof. Norman Myers (ecoloog), mevr. Domoto (senator Japan en bestuurder Globe-initiatief) en prof. van Wolferen (econoom en Japan-kenner). Het was een informele bijeenkomst onder het motto 'een beter leven in een veiliger wereld'. Globalisering, liberalisering en toenemende concentratie van het economische kapitaal in handen van weinigen vragen om voldoende tegenwicht om sociale en ecologische problemen te verminderen. Waterschaarste, armoede en toenemende inkomensverschillen, honger, verlies aan biodiversiteit en een trage bestuurlijke reactie op verrassingen (klimaat, biotechnologische en nucleaire dilemma's, ed) werden als de belangrijkste aandachtspunten voor de komende decennia gezien. Ideeen die passeerden waren onder andere: versterking van de rol van de veiligheidsraad (naar een meer preventieve beheersraad), uitbreiding van de G8 met een achttal ontwikkelingslanden, de voor- en nadelen van (verdere) regionalisatie van de VN naar continenten (en culturen) en toepassing van subsidiariteitsprincipes, de vormgeving van de algemene vergadering met vertegenwoordigers van parlementen, de versterking van de rol van de secretaris-generaal (vorming van een soort kabinet a la de Europese Commissie met een omvorming van de VN-instituties naar beleidsthema's), de financiering van de VN met een belasting op internationale kapitaaloverdrachten, en de groeiende betrokkenheid van bedrijfsleven en belangenroepen in VN-besluitvormingsprocessen. De rector van de UN-universiteit, prof. van Ginkel, pleitte voor ondersteuning van de besluitvormingsprocessen met integrale systeem-dynamische modellen en scenario's, zoals het RIVM die ontwikkelt.
    • Urbanisation, Industrialisation and Sustainable development

      Langeweg F; Hilderink H; Maas R; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-03-31)
      This paper describes two important transformations of the past century: industrialisation and urbanisation. These transformations will continue in the new century and create policy challenges because the use of land, materials and energy will increasingly meet natural limits or be constrained by intergenerational equity arguments. New local and international institutional arrangements will be needed to meet these challenges. Increased public participation and involvement of private companies will be needed in order to balance the different perspectives on sustainable development. The UN can show leadership because of the global character of many environmental problems and the growing need for environmental and social minimum requirements in the global liberalised market.
    • Urinary and fecal excretion of 17 alfa-methyltestosterone by veal calves injected with an anabolic combination of methyltestosterone and estradiol benzoate

      Jansen EHJM; van den Berg RH; Enkelaar-Willemsen C; Both-Miedema R; Zomer G; Stephany RW (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1986-07-31)
      De uitscheiding van 17 alfa-methyltestosteron (MT) in urine en faeces is onderzocht bij twee mannelijke vleeskalveren die ingespoten zijn met een combinatie van methyltestosteron en 17 beta-estradiol-3-benzoaat opgelost in olie. Om mogelijke metabolieten op te sporen zijn immunogrammen gemaakt met de combinatie hoge druk vloeistofchromatografie en chemiluminescente-immunochemische detectie via een antiserum tegen MT. In urine zijn gehalten waargenomen tot circa 400 mug/l. In de immunogrammen zijn ook nog andere belangrijke responsies waargenomen tot maximaal 150 mug/l MT equivalenten, mogelijk afkomstig van een metaboliet. In faeces zijn gehalten aan MT waargenomen tot circa 100 mug/kg. In de immunogrammen werd tevens een responsie waargenomen die mogelijk veroorzaakt wordt door metabolieten. Het schijnbare gehalte hiervan was maximaal circa 150 mug/kg MT equivalenten.<br>
    • Urinary and fecal excretion of 19-nortestosterone by veal calves injected with an anabolic combination of nortestosterone dodecanoate and estradiol benzoate

      Jansen EHJM; van den Berg RH; Enkelaar-Willemsen C; Both-Miedema R; Zomer G; Stephany RW (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1986-03-31)
      De uitscheiding van 19-nortestosteron (NT) in urine en faeces is onderzocht bij twee vleeskalveren die ingespoten zijn met een combinatie van nortestosterondodecanoaat en estradiolbenzoaat opgelost in olie. Om mogelijke metabolieten op te sporen zijn immunogrammen gemaakt met de combinatie hoge druk vloeistofchromatografie (HPLC) en chemiluminescente immunochemische (CLIA) detectie. Hierbij is gebruik gemaakt van een antiserum voor NT dat minder specifiek is. In urine zijn gehalten waargenomen tot 4 ug/l. In de immunogrammen zijn geen andere blijvende en belangrijke responsies waargenomen. In faeces blijft het gehalte aan NT beneden het niveau van 1 ug/kg. In de immunogrammen werd tevens een responsie waargenomen die mogelijk veroorzaakt wordt door metabolieten. Het schijnbare gehalte hiervan bleef echter beneden circa 4 ug/kg NT equivalent.<br>
    • The use of advanced risk assessment methods in answering various types of risk management questions - Why, when, and at what costs?

      Slob W; SIR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-12-31)
      Er wordt nog onvoldoende gebruikgemaakt van nieuwe en geavanceerde methoden om blootstellingsrisico's van stoffen te bepalen. Dit terwijl het gebruik van geavanceerde methoden leidt tot meer realistische risicoschattingen. Hierdoor kan de verantwoordelijke riskmanager zijn aandacht (en budget) beter richten op die gevallen waar werkelijk sprake is van potentiele gezondheidseffecten. In een onderzoek van het RIVM zijn vijf risk management vragen zowel met klassieke methoden als met geavanceerde methoden behandeld. De geavanceerde methoden zijn de Benchmark dosisbenadering en de Probabilistische risicoschatting. De geavanceerde methoden houden op een meer realistische en consistente wijze rekening met onzekerheden. Aanbevolen wordt om deze methoden in ieder geval toe te passen als de blootstelling aan een stof in de buurt ligt of hoger is dan de norm. Maar ook bij lagere blootstelling wordt toepassing van deze methoden aangeraden. De hieraan verbonden kosten zijn beperkt, indien geschikte software en de juiste expertise beschikbaar zijn.
    • The use of disinfectants in livestock farming

      Montfoort JA; Poel P van der; Luttik R; LAE; ACT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-02-29)
      In 1993 an evaluation system for non-agricultural pesticides was presented. This method was completely incorporated in the Uniform System for the Evaluation of Substances (USES). USES 1, the first version, can be used as a tool in making rapid risk assessments and setting priorities for new and existing substances, plant protection products and biocides within the scope of the Dutch Chemical Substances Act and the Dutch Pesticides Act. In 1996 a second national version of USES (USES 2) will be presented. This report describes models for the use of disinfectant in livestock farming in addition to the existing models for the evaluation of non-agricultural pesticides. The models, to be incorporated in USES, describe the following emission scenarios: disinfection of animal housing ; disinfection of footwear and animal paws ; disinfection of milk extraction systems ; disinfection of means of transport and disinfection of hatcheries.
    • The use of disinfectants in livestock farming

      Montfoort JA; van der Poel P; Luttik R; LAE; ACT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-02-29)
      In 1993 werd een beoordelingsmethode voor niet landbouwbestrijdingsmiddelen gepresenteerd. Deze beoordelingsmethode is ingebouwd in het Uniform Beoordelingsysteem voor Stoffen (UBS). Het UBS kan worden gebruikt voor het maken van snelle risico analyses en voor het stellen van prioriteiten bij de beoordeling van nieuwe- en bestaande stoffen, gewasbeschermings-middelen en biociden in het kader van de Wet milieugevaarlijke stoffen en de Bestrijdingsmiddelenwet. In 1996 zal een tweede nationale versie van het UBS worden opgeleverd. In dit rapport worden modellen voor het gebruik van ontsmettingsmiddelen in de veeteelt beschreven in aanvulling op de reeds bestaande modellen voor de beoordeling van niet-landbouwbestrijdingsmiddelen. De gepresenteerde modellen zullen in de tweede versie van het UBS worden geimplementeerd en beschrijven de volgende emissie scenario's: ontsmetting van dierverblijven ; ontsmetting van schoeisel (van mensen) en klauwen van dieren ; desinfectie van melkwininstallaties ; onsmetting van transportmiddelen en desinfectie van kuikenbroederijen.<br>
    • The use of dyes in reagents for radioimmunoassays

      Elvers LH; Loeber JG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1985-11-26)
      Door het toevoegen van kleurstoffen aan reagentia van RIA systemen is controle op het pipetteren en eventueel morsen (van radioactiviteit) eenvoudig. Een twaalftal in de voedingsmiddelen industrie veel gebruikte kleurstoffen werd in acht in eigen beheer ontwikkelde RIA systemen getest met betrekking tot verstoring van initiele en aspecifieke binding. Vrijwel alle kleurstoffen zijn bruikbaar in een concentratie van 50 mg/l incubatievolume.<br>
    • The use of outer membrane proteins as an exposure surface for foreign antigens in AIDS vaccine methodology and AIDS diagnostics

      Soede WWD; Hegger I (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1992-03-31)
      A live recombinant bacteria or virus with HIV determinants exposed at the outermembrane is one strategy for AIDS vaccine development. Two HIV determinants that showed neutralization capacity in in- vitro experiments were tested for their expression in PhoE outer membrane protein of E coli K12. Determinants, located on HIV envelope glycoprotein gp120, were inserted into the unique Nru I restriction site created in the fourth exposed region of PhoE. Partial insertion of one of the envelope determinants into the PhoE gene, having an inserted length of 27 amino acid residues, was succesfully done. The level of expression of the hybrid protein was however decreased compared to literature. Correct insertion of the other HIV derterminant, having an inserted length of 22 amino acid residues, couldn't be well determined yet. Experiments to enhance protein synthesis with lamoda promotor controlled expression were not succesful yet. Further research has to be done to improve expression of HIV determinants in PhoE as well as other outer membrane proteins, like Lam B, have to be tested as expression vector.<br>
    • The use of quantum chemically derived descriptors for QSAR modelling of reductive dehalogenation of aromatic compounds

      Rorije E; Richter J; Peijnenburg WJGM; ECO; IHE Delft (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-04-30)
      In this study, quantum-chemically derived parameters are developed for a limited number of halogenated aromatic compounds to model the anaerobic reductive dehalogenation reaction rate constants of these compounds. It is shown that due to the heterogeneity of the set of compounds used, no single descriptor or combination of descriptors was able to adequately model the reaction under investigation. Thus subsets had to be created out of the group of compounds. For these subsets it is shown that the assumed reaction mechanism was correct as indicated by the relatively good correlations established between the reaction rate constants and descriptors that can be explained in terms of the reaction mechanism. The database of reaction rate constants for halogenated heterocyclic aromatic compounds was too small to enable the creation of subsets. Therefore no satisfying relationships could yet be obtained ; it may be anticipated that upon additional data becoming available, similar results will be obtained for these compounds as well.<br>
    • The use of thin layer chromatography and gas chromatography-mass spectrometry in multi-residue analysis of anabolic compounds in biological samples

      Sterk SS; Ginkel LA van; Stephany RW; Schothorst RC (eds.); ARO (1995-12-31)
      Verslag van een workshop, gehouden op RIVM in mei 1995.
    • The usefulness of Gasterosteus aculeatus -the three-spined stickleback- as a testorganism in routine toxicity tests

      van den Dikkenberg RP; Canton JH; Mathijssen-Spiekman EAM; Roghair CJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1989-04-30)
      De stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) is een algemeen voorkomende vissoort in Europa, grote delen van Azie en Noord-Amerika in veel typen wateren. De gevoeligheid van de stekelbaars voor enkele toxische stoffen is vergeleken met een viertal (inter)nationaal erkende (tropische) vissoorten. Uit dit vergelijkende onderzoek bleek dat de stekelbaars net zo gevoelig en soms zelfs gevoeliger was dan de andere vier vissoorten. Op grond van deze resultaten, zijn algemeen voorkomen in wateren van de gematigde zone en het feit dat de stekelbaars makkelijk te kweken is wordt aanbevolen de stekelbaars op te nemen als aanbevolen toetsorganisme in OECD-guidelines en EG-testmethoden.<br>
    • A user friendly spreadsheet program for calibration using weighted regression. User&apos;s Guide

      Gort SM; Hoogerbrugge R; LOC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-03-31)
      Een gebruiksvriendelijke computer spreadsheet voor calibratie doeleinden is beschreven. Deze spreadsheet (ontwikkeld met behulp van Microsoft Excel) stelt niet-statistici, zoals analytische chemici, in de gelegenheid om gewogen lineaire regressie toe te passen. Verschillende calibratiefuncties en variantiemodellen zijn beschikbaar. De berekende calibratiefunctie met betrouwbaarheidsintervallen en residuen worden tevens grafisch weergegeven. F-testen worden toegepast om keuzes te kunnen maken tussen "simpele" en meer "complexe" calibratiefuncties. Maximum likelihood kan worden gebruikt om twee variantiemodellen te vergelijken. De traceerbaarheid van de gevolgde calibratieprocedure kan worden verkregen door middel van een ingebouwde LOG-functie.<br>