• Vooronderzoek ten behoeve van het project "Registratie van acute arbeidsintoxicaties"

      Zutt TSJ; van de Laar RTH; de Vries I; Meulenbelt J (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1992-12-31)
      In the Netherlands there is limited information on the extent and severity of acute occupational intoxications. Also the occupational circumstances leading to exposure often remain unclear. The National Poison Control Centre of the National Institute of Public Health and Environmental Protection in cooperation with the Utrecht University, conducts a project to determine these data more accurately. This study is also initiated to attain a national registration system of acute occupational intoxications. The obtained knowledge on this subject will be used in improving working conditions and education of the workers concerned and encouraging adequate protective measures. For the sake of this project a preliminary investigation was carried out to obtain insight in the availability, extent and nature of data on acute occupational intoxications of the Dutch Employment Medical Advisory Services (EMASs). For this purpose 5 EMASs of large companies and 9 regional EMASs, covering several companies, were examined. It turned out that little is known about the frequency of acute intoxications. One of the main reasons for the low number of registered acute intoxications is that generally only the systemic effects after exposure are considered as an acute intoxication, while local effects are not registered as such. Therefore it is important to hold the same standard definition of acute intoxications. The attitude of the EMASs towards participation in a project for registration of acute occupational intoxications is one of wait-and-see policy. A feasibility study to find out the most suitable way for setting up a national registration system of acute occupational intoxications in which a limited number of EMASs should participate is recommended.<br>
    • Voorschriften voor bodemanalyse

      Lagas; P.; Berg; S.van der; Dordrecht; P.van; Mesters-Bakhuys; H. (1986-09-03)
      Deze voorschriftenbundel bevat voorschriften voor chemische-, fysische- en mineralogische analyses van bodemmateriaal. Daarnaast enkele voorschriften van grondwateranalyses zowel voor laboratorium- als voor veldmethoden. Deze analyses kunnen worden uitgevoerd door de Sectie Bodemanalyse van het Laboratorium voor Bodem- en grondwateronderzoek, t.b.v. bodemprojecten. In dit rapport worden geen voorschriften vermeld voor de analyse van zware metalen en organische microverontreinigingen in bodemmateriaal omdat dergelijke analyses worden uitgevoerd binnen resp. het laboratorium voor Anorganische Chemie (LAC) en het laboratorium voor Organische Chemie (LOC) van het RIVM. Hoewel een aantal analyse methoden nog niet volledig onderzocht is, hebben we deze toch opgenomen in deze bundel. Deze voorschriften dienen dan als basis om verder te werken aan verbetering van deze methodieken. In de eerste plaats is deze bundel dan ook bedoeld voor intern gebruik.
    • Het voorspellen van effecten op bodem en grondwater in het kader van milieu-effectrapportage

      Cramer W (1987-12-31)
      Dit rapport is geschreven als syllabus voor de cursus Milieu-effectrapportage aan de PHTO-A te Amsterdam. Het rapport is gebaseerd op het door het RIVM i.s.m. het ICW samengestelde deel IV Bodem van de serie rapporten over effectvoorspelling, die wordt uitgegeven door VROM en L&V. Het rapport gaat in op de gevolgen van (m.e.r.-plichtige) activiteiten voor chemische, fysische en hydrologische eigenschappen van de bodem. Het rapport is opgebouwd uit drie delen. In de eerste plaats wordt een schets gegeven van de bodem en de zich daarin afspelende processen. Vervolgens worden van milieu-effecten en de mogelijkheden om deze te voorspellen besproken. Tenslotte worden enkele belangrijke gegevensbestanden behandeld.
    • Voorspelling van de biodegradatie van gesubstitueerde monocyclische aromaten in de bodem

      Verschoor AJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-07-31)
      The project "Prediction of the biodegradation of substituted monocyclic aromatic compounds in soils" has resulted in the development of the model SPAR (Soil Properties Activity Relationship), which describes the initial and maximal biodegradation rate of chlorophenols and chloroanilines in various natural soils. Major part of this report is dedicated to the description of experiments and model formulation and performance. It appeared that the variation in biodegradation rates between soils could be described by a Michaelis-Menten equation with a sorption-corrected dosage (pore water concentration) and a pH-dependent Vmax. The model was used to calculate the biodegradation potential of soils of the European Community and the Netherlands. In the last chapter results of other parts of the research are summarized to give an overview of the project "Prediction of the biodegradation of substituted monocyclic aromatic compounds in soils". It appeared that bound residue formation is related to the soil organic matter content. Chloroanilines showed different affinities for fulvic acids, humic acids and humine. A second chlorinesubstituent decreased bound residue formation. Bound residues were not as inaccessible as we expected, 6-10% of the soil-bound 4-monochloroaniline-residue was mineralized by microbiological activity. The effect of pentachlorophenol on the mineralization rate of 4-MCP was studied. The combination of these data with a biodegradation QSAR would be a relevant extension of SPAR, for prediction of biodegradation rates of combinations of xenobiotic compounds.<br>
    • Voorspellingsmethoden Milieu-effect rapportage. Deel: Straling

      Jonker; R.J.; Koster; H.W. (1986-02-27)
      Dit rapport geeft een overzicht van de beschikbare methoden die gebruikt kunnen worden om de effecten op het milieu, die veroorzaakt kunnen worden door de aanwezigheid van een opslagplaats van radioactief afval, te voorspellen.
    • Voorspellingsmethoden Milieu-Effect Rapportage. Deel: Straling (II)

      Jonker RJ; Koster HW (1987-12-31)
      Een inleidend overzicht wordt gegeven van de reactortechnologie, waaronder een beschrijving van enkele reactortypen, de bijbehorende splijtstofcyclus en ontmantelingsscenario's. Risico-analyses voor kerncentrales en de chemische en fysische processen die tijdens ongevallen een rol spelen worden beschouwd met de belangrijkste ongevallen en emissies die hebben plaatsgevonden in de afgelopen jaren. Een overzicht, indeling en sleutel van internationaal ontwikkelde computermodellen om risico's en emissiehoeveelheden van kerncentrales te schatten wordt gegeven, met een bondige beschrijving van ieder model. De beperkingen van en nieuwe ontwikkelingen in risicoberekeningsmethoden worden toegelicht.
    • Voorstel normen bronnen drinkwater

      Wuijts S; Versteegh JFM; IMG; LER; SEC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-10-30)
      Voor de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water werkt het ministerie VROM aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Doelstellingen. In deze AMvB worden de kwaliteitsdoelstellingen voor grond- en oppervlaktewater vastgelegd. VROM heeft RIVM gevraagd een voorstel te maken voor de normen voor water dat bestemd is voor de productie van drinkwater. In het voorstel worden geen nieuwe stoffen voorgesteld en ook geen nieuwe, lagere of hogere, grenswaarden. Belangrijke verschillen ten opzichte van de bestaande relevante normensets zijn: - De normen in het Waterleidingbesluit en de AMvB zijn op elkaar afgestemd; - Voor grondwater dat voor drinkwaterbereiding wordt gebruikt zijn normen afgeleid; deze zijn er nu nog niet; - De beoordeling van de waterkwaliteit voor drinkwaterbereiding vindt plaats op het onttrekkingspunt. Dit is een belangrijke versoepeling ten opzichte van de huidige normtoetsing voor oppervlaktewater, waarbij een heel gebied wordt meegewogen.
    • Een voorstel van afstemming van de Aanvullende Risico-Inventarisatie en - Evaluatie (ARIE) met de Europese Verordening inzake indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP)

      Gunnarsdottir S; Sol VM; CEV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-04-27)
      Stoffen kunnen eigenschappen hebben die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Om deze gevaren uniform aan te duiden is een mondiaal systeem opgesteld voor de indeling van de stoffen en de bijbehorende etikettering. Dit systeem is onlangs op Europees niveau geïmplementeerd in de verordening Classification, Labelling and Packaging of chemicals (CLP). De Nederlandse ARIE-regeling hanteert echter een andere indeling van gevaarlijke stoffen dan de CLP. Het RIVM doet daarom een voorstel hoe de ARIE-regeling aangepast kan worden aan de CLP-verordening. Aanpassing aan CLP bevordert veilig gebruik gevaarlijke stoffen: ARIE staat voor Aanvullende Risico Inventarisatie en Evaluatie en geldt voor kleinere bedrijven die met veel gevaarlijke stoffen werken. ARIE is bedoeld om de werknemers te beschermen als deze stoffen vrijkomen. Het belangrijkste voordeel van de aanpassing is dat ARIE dezelfde terminologie en criteria zal gebruiken als andere Europese wet- en regelgeving. Er zijn dan geen onduidelijkheden meer of een stof al dan niet gevaarlijk is en of er speciale maatregelen genomen moeten worden om werknemers te beschermen. Dit bevordert het veilig gebruik van gevaarlijke stoffen in Nederland. Resultaat: ARIE onderscheidt brandbare, giftige en ontplofbare stoffen. Het voorstel voor de aanpassing omvat een tabel waarin afgelezen kan worden welke CLPgevarenklassen overeenkomen met de ARIE-categorieën brandbaar, giftig en ontplofbaar.
    • Voorstel voor de humaan-toxicologische onderbouwing van C-(toetsings)waarden. Betreft addendum op rapport 725201005

      Vermeire TG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1993-05-31)
      This report is an addendum to report no 725201005, in which human toxicological guideline values and daily intakes for man are derived based on of a search of the toxicological literature in order to derive C-values for soil. Maximum tolerable risk levels for the total intake of genotoxic carcinogens and toxicologically tolerable daily intakes for threshold compounds have been determined for the following compounds or groups of chemically related compounds: sulfides, anthracene, naphthalene, PAH (total), chlorinated PAH, oxidized PAH, mineral oil, and tetrahydrothiophene. In addition, the maximum tolerable risk level for benzene has been revised.
    • Voorstel voor de humaan-toxicologische onderbouwing van C-(toetsings)waarden

      Vermeire TG; van Apeldoorn ME; de Fouw JC; Janssen PJCM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-02-28)
      This report is a description of a search of the toxicological literature and the derivation of toxicological guideline values and daily intakes for men at the Toxicology Advisory Centre of RIVM. It intends to provide a toxicological basis to proposed so-called C-values of the "Leidraad Bodemsanering" (Soil Sanitation Guide) of the Ministery of Housing, Physical Planning, and Environment. As far as possible, maximum tolerable risk levels for the total intake of genotoxic carcinogens and toxicologically tolerable daily intakes for threshold compounds have been determined for 55 chemicals or groups of chemically related compounds. In addition, a toxicologically tolerable concentration in air has been derived for 22 substances or groups of substances. A central issue in this report is the choice of the toxicological criterion for the regulatory concept "serious threat to human health" as associated with the C-value.<br>
    • Voorstel voor de opzet van een studie &quot;Volksgezondheidsverkenningen. De gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010&quot;

      Kramers PGN; van den Berg Jeths A; Jager JC; Ruwaard D; Verkleij H (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-04-30)
      This report describes a framework and a plan of operations for a study, to be sponsored by the Ministry of Welfare, Public Health and Culture Affairs of the Netherlands. The study has the following objectives: 1. The description of the status of public health in the Netherlands, in a broad perspective. 2. Indicating the factors that determine the present status of health. 3. Indicating past trends and possible future developments with respect to the health status and its determinants. 4. Integrating and evaluating the collected information. The Report is meant to be used for the support of ongoing and future policies in the field of public health.<br>
    • Een voorstel voor de standaardisering van meta-informatie binnen het RIVM

      Roozendaal R (1993-11-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Voorstel voor een dierproef. Effecten van perinatale blootstelling aan foliumzuur op de ontwikkeling van lichaamsgewicht

      van der Ven L; Dolle MET; GBO; CVG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-07-09)
    • Voorstel voor het classificeren van elf chemische verbindingen op basis van BCW-schema

      van Koten-Vermeulen JEM; van der Heijden CA; Kramers PGN; Struijs J; Canton JH (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1989-02-28)
      Op basis van gegevens uit de literatuur aangevuld met eigen laboratoriumonderzoek worden elf stoffen (aniline, benzylideenchloride, o-, m-, en p-chlooraniline, 2,5-dichloorbenzoezuur, 1,2-dichloormethaan, epichloorhydrine, hexachloorbenzeen, hexachloorcyclopentadieen en trifluralin) geclassificeerd als zwarte of grijze lijststof volgens het door de Werkgroep Beoordelingscriteria Waterverontreiniging opgestelde selectieschema. 1,2-Dichloorethaan, epichloorhydrine, o-, m-, p-chlooraniline, 2,5-dichloorbenzoezuur, hexachloorbenzeen en hexachloorcyclopentadieen zijn als zwarte lijststoffen geclassificeerd. Dit geldt ook voor trifluralin, doch op basis van structuurverwantschap. Aniline en benzylideenchloride zijn voorlopig als grijze lijststoffen geclassificeerd. In het rapport zijn tevens aanbevelingen geformuleerd m.b.t. eventueel aanvullend literatuur en/of laboratoriumonderzoek om een betere onderbouwing te verkrijgen van een aantal classificatie-voorstellen.<br>
    • Voorstellen en suggesties tot verhoging van de influenzavaccinatiegraad in Nederland

      Planting KE; Engel HWB (1991-06-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Voorstellen II voor trendbepaling in grondwater voor de KRW en de GWR

      Verweij W; Meijles JG; Reijnders HFR; LER; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-06-21)
      In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GRW) is bepaald dat concentraties van verontreinigende stoffen in grondwater niet mogen stijgen. In de praktijk bleek het lastig om een dergelijke stijging vast te kunnen stellen. In twee eerder verschenen rapporten heeft het RIVM, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), praktische adviezen gegeven om de technische richtlijnen uit de EU nader uit te werken. Uitgangspunt hierbij is dat bestaande informatie wordt gebruikt om trend te bepalen. Hierbij bleven vraagstukken over, waarvoor de Provincies met het RIVM in het onderliggend rapport oplossingen aanreiken. Uiteindelijk zal een protocol worden opgesteld om trends in de concentratie van stoffen, en daarmee de grondwaterkwaliteit, te kunnen bepalen. Voorbeelden van overgebleven vraagstukken zijn: wat te doen bij een tekort aan informatie of bij onvolledige tijdsreeksen, waarbij op een waarnemingspunt de concentratie van een stof door de tijd heen wordt gemeten. In zulke gevallen kan de trend worden vastgesteld op basis van een 'deskundigenoordeel'. Bij een deskundigenoordeel wordt niet met data gerekend maar beoordelen deskundigen de grondwaterkwaliteit kwalitief aan de hand van de beschikbare data. De Provincies en het RIVM hebben hiervoor een protocol opgesteld. De ouderdom van grondwater hoeft formeel niet te worden bepaald maar kan worden gebruikt om trends in het grondwatersysteem beter te begrijpen.
    • Voorstellen voor (no)effectlevels van een aantal bestrijdingsmiddelen voor het aquatisch ecosysteem op basis van literatuuronderzoek

      Koten-Vermeulen JEM van; Canton JH (1988-07-31)
      Om een indruk te krijgen over de toxiciteit van zestiental in het kassengebied te Delfland in gebruik zijnde bestrijdingsmiddelen voor het aquatisch ecosysteem is op basis van literatuuronderzoek een voorstel gedaan voaor acute en chronische effectlevels en veilige waarden. Bij het bepalen van deze veilige waarden is gebruik gemaakt van een viertal verschillende extrapolatiemethoden.
    • Voorstellen voor trendberekening in grondwater voor de KRW

      Verweij WHJ; Zijp MC; Boumans LJM; Reijnders HFR; LER; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-08-09)
      In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is bepaald dat concentraties van verontreinigende stoffen in grondwater niet mogen stijgen. In de tien jaar dat deze richtlijn van kracht is, bleek dat het in de praktijk erg lastig is om een dergelijke stijging vast te stellen. Het RIVM geeft daarom, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) praktische adviezen om de belangrijkste problemen hierbij aan te pakken. Uitgangspunt daarbij is de beschikbare informatie op de juiste manier te gebruiken en te interpreteren in plaats van meer te gaan meten. Zo kan met weinig gegevens toch al een (soms voorzichtige) conclusie worden getrokken.
    • Voorstudie basisdocument grof stof

      Slooff W (ed); Heijden CA van der; Heijna-Merkus E; Matthijsen ACJM; Rombout PJA; Boeft J den*; Duiser JA*; Duijm NJ*; Hollander JCT*; Most PFJ van der* (1987-06-30)
      Dit rapport is een voorstudie t.b.v. het mogelijk opstellen van een basisdocument grof stof in het kader van het effectgericht milieubeleid.
    • Voortgangsrapport Verzuringsonderzoek 1986

      Schneider; T.; Bresser; A.H.M. (1987-03-31)
      Dit voortgangsrapport is gebaseerd op resultaten gepresenteerd tijdens het tweede symposium verzuringsonderzoek, gehouden op 24-28 november 1986 te Bilthoven en op tussentijdse rapporten die door de onderzoeksinstellingen zijn versterkt. Tevens wordt ingegaan op beleidsvragen die bij de start van het programma zijn gesteld.