• What is on our plate? : Safe, healthy and sustainable diets in the Netherlands

      Ocke MC; Toxopeus IB; Geurts M; Mengelers MJB; Temme EHM; Hoeymans N; V&G; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-09-04)
      Huge challenges and ambitions Most Dutch people are healthy and life expectancy is growing. Simultaneously, half of the Dutch population is overweight and this rate is even higher in lower socioeconomic groups. In addition, 9 out of 10 people eat too little fruit and vegetables, and nearly 30 percent of our food is of animal origin. The diet of an average Dutch person does not only lead to health losses, but also constitutes a major burden on the environment. It results in greenhouse gas emissions comparable to transport emissions. The annual food waste is 47 kilograms per person. Food in the Netherlands is mostly safe: approximately 1 in 24 people a year have a food infection, which usually is not serious. Most chemicals in food pose a negligible risk to public health. The Netherlands aims to take the lead in the international ambition for a healthy, sustainable and safe dietary pattern. To achieve this aim an integral policy is required, in which safety, health and sustainability are taken into account. Opportunities In this report, RIVM presents facts and figures about the safety, health and ecological sustainability of diets in the Netherlands and analyses the dilemmas and opportunities for an integrated food policy. Avoiding overconsumption, a diet with more plant-based and less animal-based products, and less sugar-containing and alcoholic drinks: these constitute three opportunities for a healthier and more sustainable dietary pattern. Taking advantage of these opportunities will lower the number of chronically ill, reduce health inequalities and contain the impact of food production on the environment. And, it tends to have a positive effect on the safety of our diet, as a lower meat consumption is associated with a lower rate of food infections. Dilemmas There are however dilemmas to be faced. Not all measures related to a healthy diet are sustainable and safe, and vice versa. For example, it is eco-friendly if every part of an animal is used for consumption. This also implies the consumption of processed meat, such as sausage, which in itself is less healthy. Moreover, there is a tension between abstract, long-term goals (healthier, more sustainable and safe) and concrete choices in everyday life. Many citizens and businesses consider health and sustainability to be important, but when shopping for food, consumers' choices are primarily determined by price and convenience. Companies, in turn, want to serve these consumers and make a profit. Making choices The tension between sustainable, healthy and safe diets on the one hand, and convenience, affordability and economy on the other, necessitates choices. To find a way out requires the government to take on an active role, and to cooperate with the agricultural sector, businesses, citizens and social organizations. Not only do consumers need to be well informed, but a healthier and more sustainable food supply is also needed. The same applies to an environment that promotes healthy and sustainable behaviour. Influential parties, such as purchasing organizations for supermarkets and retail, are potentially important partners. The fact that many citizens and businesses attach importance to sustainable, healthy and safe food legitimizes the government taking on this active role. Seizing opportunities There are opportunities for an integrated approach. Dutch society is characterized by entrepreneurship and innovation capacity. Presently, there are citizens' initiatives that focus on responsible diets. Companies welcome these initiatives and contribute through smart solutions that allow them to make a profit. If the government encourages and facilitates these developments, the social ambitions, entrepreneurial spirit and innovative capacity of all parties will be taken advantage of.
    • Wheelchair incidents

      Drongelen AW van; Roszek B; Hilbers-Modderman ESM; Kallewaard M; Wassenaar C; LGM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-11-28)
      This RIVM study was performed to gain insight into wheelchair-related incidents with powered and manual wheelchairs reported to the USA FDA, the British MDA and the Dutch Center for Quality and Usability Research of Technical Aids (KBOH). The data in the databases do not indicate that incidents with wheelchairs present a major public health problem. However, studies in the literature and Dutch data on fatalities involving wheelchairs suggest that the actual number of serious injuries and fatalities, mostly use-related, is considerably higher than the number found in the databases. This is partially due to the different nature of the sources. In general there seems to be underreporting. The low number of vigilance reports in Europe relative to the USA deserves attention. A modified version of the Critical Incident Technique, based on the chain of events from the cause to the consequence of the injury, was used to study the FDA and KBOH data. The chain of events was limited for the analysis of MDA data. The method proved a useful tool for structuring information. Most of the incidents reported to the FDA and MDA were product-related, whereas the literature reported mostly use-related incidents. Components for operating powered wheelchairs, frames and wheels were most frequently reported in the databases to fail. Although the problems of transportation and comfort or fit were found in the literature, they were only sporadically mentioned in the databases. Falls and tips frequently occurred, often with severe consequences. Fractures were the most frequently observed severe injuries and occurred more frequently among powered-wheelchair users.
    • Wheelchair incidents

      van Drongelen AW; Roszek B; Hilbers-Modderman ESM; Kallewaard M; Wassenaar C; LGM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-11-28)
      Het RIVM heeft een onderzoek uitgevoerd naar rolstoelgerelateerde incidenten. Ongelukken met elektrische en handmatige rolstoelen, welke waren gerapporteerd aan de Amerikaanse FDA, de Britse MDA en het Nederlandse centrum voor Kwaliteits- en Bruikbaarheidsonderzoek van Hulpmiddelen (KBOH) zijn bestudeerd. De gegevens in de geraadpleegde databases geven niet aan dat incidenten met rolstoelen een groot probleem voor de volksgezondheid vormen. Daarentegen geven publicaties in de literatuur en Nederlandse gegevens over rolstoelgerelateerde sterfgevallen aan dat het daadwerkelijke aantal ernstige verwondingen en sterfgevallen, voornamelijk gebruiksgerelateerd, aanzienlijk hoger is dan de getallen uit de databases. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de verschillende aard van de bronnen. In het algemeen lijkt er sprake te zijn van onderrapportage. Het lage aantal vigilantiemeldingen in Europa t.o.v. the VS verdient aandacht. Een aangepaste versie van de Critical Incident Technique, gebaseerd op de keten van gebeurtenissen van oorzaak tot gevolg van verwonding, is gebruikt om de meldingen van de FDA en KBOH te bestuderen. Voor de MDA meldingen is een verkorte keten gebruikt. Deze methode bleek een bruikbare methode te zijn om informatie te structureren. De rolstoelincidenten van de FDA en MDA waren hoofdzakelijk productgerelateerd, terwijl in de literatuur meestal gebruiksgerelateerde incidenten werden gemeld. Onderdelen voor de aandrijving, frames en wielen kwamen het meest frequent voor als probleem. Problemen tijdens het transport en m.b.t. comfort of pasvorm werden wel genoemd in de literatuur, maar slechts zelden in de databases. Het vallen of kantelen werd vaak genoemd als effect in de databases en het leidde vaak tot ernstige verwondingen. Botbreuken kwamen het meest frequent voor als ernstige verwondingen en kwamen vaker voor bij gebruikers van elektrische rolstoelen.<br>
    • The WHO Consultation on Toxic Equivalency Factors for PCBs: A Comment

      Derks HJGM; Theelen RMC; Liem AKD; BFT; TAUW/Deventer; LOC (1994-07-31)
      De WHO-consultatie inzake Toxiciteits Equivalentie Factoren voor nioxine-achtige PCB's heeft geresulteerd in het vaststellen van interim TEF's voor, in totaal, 13 congeneren. Daarmee is de consultatie aanzienlijk successvoller geweest dan van te voren werd gepland en verwacht. Dit rapport gaat nader in op enkele problemen die gedurende de consultatie naar voren kwamen. Met name de beschikbaarheid van geschikte experimentele gegevens, de selectie van de relevante dioxine-achtige PCB-congeneren maar ook van eventuele andere stoffen, de wijze waarop de TEF's tot stand zijn gekomen en de analytisch-chemische consequenties van de nieuwe TEF's worden belicht.
    • WHO European Centre for the Environment and Health

      National Institute of Public Health and Environmental Protection RIVM, 1995-05-10
      Abstract niet beschikbaar
    • Who is afraid of red, green and blue? Toets van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening op ecologische effecten

      Esch SA van (eds); MNV (Stichting DLO, 2001-04-13)
      Met het in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening voorgestelde beleid, worden de waardevolle landschappen in Nederland de komende 20 jaar vooralsnog onvoldoende beschermd tegen de oprukkende verstedelijking. Bij continuering van de huidige trends en zonder aanvullend beleid gaat in 2020 door verstedelijking ruim 20% van de waardevolle landschappen verloren. Met name landschappen in de Noordvleugel van de Randstad en de provincie Utrecht staan onder druk. Het kabinet stelt in de Vijfde Nota wel doelen voor het behoud van landschap en introduceert onder meer het instrument 'groene contouren'. Er worden vooralsnog echter weinig waardevolle landschappen in de groene contouren opgenomen. Om de bebouwing zoveel mogelijk te concentreren in en nabij het bestaande bebouwde gebied, introduceert de Vijfde Nota de 'rode contouren'. De effecten van rode contouren op de bescherming van het landschap zijn nog moeilijk in te schatten. De vrijheden die gemeenten hebben bij de vaststelling van rode contouren zijn daarvoor te groot. Voor het behoud van natuur en landschap trekt de Vijfde Nota daarmee een zware wissel op de helderheid van het door het Rijk nog aan te geven toetsingskader en op de door provincies en gemeenten te maken afwegingen.
    • Who is afraid of red, green and blue? Toets van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening op ecologische effecten

      Esch SA van; Stichting DLO; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-04-13)
      Met het in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening voorgestelde beleid, worden de waardevolle landschappen in Nederland de komende 20 jaar vooralsnog onvoldoende beschermd tegen de oprukkende verstedelijking. Bij continuering van de huidige trends en zonder aanvullend beleid gaat in 2020 door verstedelijking ruim 20% van de waardevolle landschappen verloren. Met name landschappen in de Noordvleugel van de Randstad en de provincie Utrecht staan onder druk. Het kabinet stelt in de Vijfde Nota wel doelen voor het behoud van landschap en introduceert onder meer het instrument 'groene contouren'. Er worden vooralsnog echter weinig waardevolle landschappen in de groene contouren opgenomen. Om de bebouwing zoveel mogelijk te concentreren in en nabij het bestaande bebouwde gebied, introduceert de Vijfde Nota de 'rode contouren'. De effecten van rode contouren op de bescherming van het landschap zijn nog moeilijk in te schatten. De vrijheden die gemeenten hebben bij de vaststelling van rode contouren zijn daarvoor te groot. Voor het behoud van natuur en landschap trekt de Vijfde Nota daarmee een zware wissel op de helderheid van het door het Rijk nog aan te geven toetsingskader en op de door provincies en gemeenten te maken afwegingen.
    • WINDLIDAR: een remote sensing meettechniek voor het bepalen van windvelden

      van Vliet REC; van der Meulen A; Swart DPJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1986-05-31)
      Windlidar is een remote sensing techniek voor het bepalen van wind- velden. Het systeem is gebaseerd op het herkennen van aerosol struc- turen in de atmosfeer met behulp van correlatie technieken. Afmetingen en levensduur vormen de belangrijkste parameters in deze techniek. Het verticale windprofiel kan tot op enkele kilometers hoogte bepaald worden. Op basis van de bij RIVM bestaande lidar-techniek werd een windlidar-systeem ontwikkeld. Vergelijking met KNMI meetgegevens van de meteo mast te Cabauw toonde een goede overeenkomst op alle hoogten.<br>
    • Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden. GGD-informatieblad Medische Milieukunde

      Berg GP van den; Kuijeren NM van; IMG (2009-01-23)
      Abstract niet beschikbaar
    • Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden : GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013

      van Kamp I; Dusseldorp A; van den Berg GP; Hagens WI; Slob MJA; MNS; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMGGD Amsterdam, 2014-01-21)
      Mensen die dichtbij windturbines wonen, hebben vooral last van het geluid dat windturbines met zich meebrengen. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevingsof levenskwaliteit verslechtert door de plaatsing van windturbines. Hierdoor kunnen gezondheidsklachten ontstaan. Om de invloed van windturbines op de slaap te kunnen beoordelen, zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar. De beschikbare resultaten laten geen definitieve conclusie toe. Voor andere directe effecten op de gezondheid is geen bewijs. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM. Geluidhinder Het geluid van windturbines is minder luid dan van andere bronnen, zoals verkeer en industrie, maar wordt sneller als hinderlijk ervaren. Dit wordt vooral veroorzaakt door het karakter van het geluid (zoeven en zwiepen). Wellicht kan het laagfrequente deel van het geluid van windturbines, net als bij andere bronnen, tot extra hinder leiden, maar hier is nog geen bewijs voor. Contextuele en persoonlijke factoren Naast de blootstelling aan geluid spelen persoonlijke factoren en de feitelijke situatie een rol bij de mate waarin mensen hinder door windturbines ervaren. Zo blijkt dat mensen bij gelijke geluidsniveaus meer hinder ondervinden als zij vanuit huis een windturbine kunnen zien. Ook economische aspecten beïnvloeden hinder door windturbines: mensen die economisch belang hebben bij een windturbine rapporteren minder hinder. Andere factoren waarmee bij de interpretatie van hinderscores rekening moet worden gehouden, zijn de mate waarin mensen gevoelig zijn voor geluid, de afbreuk van privacy en sociale acceptatie. Dit informatieblad bevat informatie over gezondheidseffecten van windturbines en is opgesteld op verzoek van de GGD'en. Doel is hen te ondersteunen bij de beantwoording van vragen over effecten van windturbines op de gezondheid en het welzijn van omwonenden. Deze vragen zijn vaak prominent aanwezig in lokale discussies als er plannen zijn om windturbines te plaatsen. GGD'en kunnen zich in deze discussie richten op een zorgvuldige informatievoorziening over de effecten op de beleving en gezondheid, zowel in de richting van gemeentebesturen als van burgers.
    • Winning en bescherming van grondwater in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug

      Heij GJ (projectgroep Oost-Utrecht., 1987-04-30)
      Abstract niet beschikbaar
    • Winningsmogelijkheden van grondwater in het Gooi en Eemgebied

      Snelting H; Groenewoud P (1989-06-30)
      Het rapport beschrijft de identificatie van het geohydrologische systeem van het Gooi en Eemgebied met behulp van de rekenmodellen TRIST en TRINS. De rekenmodellen zijn geschikt voor stationaire- resp. niet-stationaire grondwaterstroming.
    • Winningsmogelijkheden van grondwater in Het Gooi en Eemgebied. Deelrapport 1: Hydrologische basisgegevens

      Snelting; H.; Groenewoud; P. (1987-01-31)
      Met name ten gevolge van de grondwaterwinning in Het Gooi is de afstroming van grondwater naar de randgebieden sterk verminderd en het beleid van de provincie is er dan ook op gericht om de winningen van grondwater te verminderen. Het doel van het onderzoek is om de mogelijkheden hiertoe te bestuderen en de effecten van de winningen op de betrokken belangen aan te geven. De te bouwen rekenmodellen vergen onder andere inzicht in de opbouw van de ondergrond en in de grondwaterstanden in het gebied.
    • De winningsmogelijkheden van zeer zout grondwater uit de Mergel van Brussel te Nieuweschans

      Glasbergen; P. (1985-06-30)
      Door B&W van Nieuweschans is verzocht een berekening te maken van de aanwendbare watervoorraad in de Mergel van Brussel te Nieuweschans. Uit put- en pompproeven kon het doorlaatvermogen worden afgeleid. Uit uitgebreide chemische en isotopenanalyses blijkt dat in de betrokken laag extreem zout water voorkomt, dat zijn ontstaan dankt aan stroming van grondwater langs een nabijgelegen zoutkoepel. Het water is tenminste 19000 jaar oud.
    • Winters in Nederland zijn niet te koud voor overleving van diapauze-competente Aziatische tijgermuggen

      Takumi K; Braks M; Scholte EJ; Reusken C; LZO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2008-12-31)
    • Wintersmog en verkeersmaatregelen, effecten op luchtkwaliteit en gezondheid

      Rombout PJA; Bloemen HJTh; Bree L van; Buringh E; Eerens HC; Fischer PH; Marra M; LEO; LLO; CCM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-03-01)
      Current concentrations of air pollution during episodes of winter-type smog are now lower than in the late eighties. Traffic is a major contributor to the particulate and gaseous air pollution. There are indications that hospital admissions, mortality and other less severe health effects are associated with particulate and gaseous air pollution during episodes of winter-type smog. As an example an estimate has been made of the expected effects on daily health after exposure to extreme 24 h concentration of 230 microg/m3 PM10. The health impact varied for different endpoints, of which high and low values will be presented. During such an extreme episode acute mortality is expected to rise by approximately 20%, while use of medication by asthmatic children is expected to rise threefold. Other health endpoints showed increases between these two. Current knowledge indicates that (even a modest) decrease in yearly average concentrations has a greater positive effect on health effects than stopping all traffic emissions in the Netherlands during such an extreme episode. Therefore a more permanent policy of curbing (traffic) air pollution is probably more effective in reducing public health risks than a one-off termination of all urban traffic in the Netherlands during a winter-type smog episode.
    • Wintersmog en verkeersmaatregelen, effecten op luchtkwaliteit en gezondheid

      Rombout PJA; Bloemen HJTh; van Bree L; Buringh E; Eerens HC; Fischer PH; Marra M; LEO; LLO; CCM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-03-01)
      De concentraties tijdens wintersmogepisoden van deeltjesvormige luchtverontreiniging en van de gassen SO2 en NO2 zijn tegenwoordig lager dan wat gemeten werd in de episoden van eind jaren tachtig. Verkeer draagt in belangrijke mate bij aan de deeltjes- en gasvormige luchtverontreiniging. Er zijn aanwijzingen dat ziekenhuisopnamen, mortaliteit en andere minder ernstige acute gezondheidseffecten in de bevolking geassocieerd zijn met blootstelling aan deeltjes- en gasvormige luchtverontreiniging. Voor PM10 (dat als indicatorcomponent voor het verkeer wordt gebruikt) wordt een lineair verband aangenomen tussen concentraties en gezondheidseffecten, tevens wordt ervan uit gegaan dat er geen drempelwaarde is waaronder geen effecten optreden. Uitgaande van deze vooronderstellingen wordt geconcludeerd dat de extra dagelijkse gezondheidseffecten van een extreme dag met een concentratie van 230 microg/m3 PM10 varieren van een toename van de sterfte met ongeveer 20% ten opzichte van het gemiddelde tot een bijna drievoudige toename van medicijngebruik onder astmatische kinderen. Met de huidige kennis wordt ingeschat dat het verlagen van de jaargemiddelde concentraties luchtverontreiniging door een structurele aanpak van de (verkeers)emissies, een groter positief effect op de gezondheid heeft dan het op ad hoc basis stilleggen van het lokale verkeer tijdens zo'n extreme dag.<br>
    • Wonen en werken ruimtelijk verkend. Waar wonen en werken we in 2020 volgens een compacte inrichtingsvariant voor de Vijfde Nota Ruimelijke Ordening?

      Goetgeluk RW; Louter PJ; Borsboom-van Beurden JAM; Kuijpers-Linde MAJ; Waals JFM van der; Geurs KT; LBG (TNO Inro DelftCentrum voor Omgevingsrecht en -BeleidUniversiteit Utrecht, 2000-05-22)
      De primaire doel van het onderzoek is om de aanames die ten grondslag liggen aan het toekomstbeeld inzichtelijk te maken. Het toekomstbeeld is een scenariobeeld dat als een referentiepunt kan dienen. Op termijn zullen andere aannames kunnen worden bedacht, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de woningdichtheid. Door deze aannames te varieren wordt middels een gevoeligheidsanalyse inzicht in de orde van onzekerheden gegeven.De ruimtelijke spreiding van wonen, werken en de infrastructuur is op een dergelijk gedtailleerd ruimtelijk schaalniveau verkregen dat de indicatoren ten aanzien van de fysieke leefomgeving meer betekenis krijgen. Deze indicatoren tonen hoe de verwzhte effecten van alternatieve beleidsvarianten op natuur, ecologie, landschap en bereikbaarheid beoordeeld en gewaardeerd kunnen worden.