Show simple item record

dc.contributor.authorSmit JRK
dc.date.accessioned2012-12-12T13:57:20Z
dc.date.available2012-12-12T13:57:20Z
dc.date.issued1997-10-31
dc.identifier771404001
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/256382
dc.description.abstractIn deze model studie worden de milieu-effecten van een aantal technische maatregelen uit het plan van aanpak Duurzaam Bouwen beschouwd, over de periode 1995-2020. Het betreffen maatregelen voor de reductie van energie-, water- en materiaalverbruik in de woningbouw. Het model berekent de milieu-effecten uit een fysisch-causale beschrijving van woningen. De maatregelen worden geinstrumenteerd door regelgeving (op het vlak van de energieprestatie van nieuwbouwwoningen), convenanten en voorlichting, naast de instrumenten die vanuit het beleid worden ingezet waarmee Duurzaam Bouwen een raakvlak heeft. Voor elk van de maatregelen is een scenario opgesteld dat zowel de autonome ontwikkelingen weergeeft als de impuls die daaraan door Duurzaam Bouwen wordt gegeven. Het instrumentarium zal waarschijnlijk tot het jaar 2005 in gebruik zijn. Aangenomen is dat na dit jaar het instrumentarium zal blijven voortbestaan, zodat er sprake is van een voortdurende penetratie van de betrokken maatregelen.
dc.description.abstractThis model study assessed the environmental effects of several technical measures for the reduction of energy and water use and the use of materials in existing and new dwellings, projected over the 1995-2020 period. The model assesses the effects by a physical causal represention of the dwellings. The measurements taken alter the energy, water and materials efficiency in the dwellings, leading to a reduction in the use of each of the three resources. Taking place under the policy of sustainable building the above measures are instrumented by regulation (energy efficiency in newly built dwellings), information transfer and covenants with the public and private partners in the decisionmaking chain of the building industry. Each of the measures has been equiped with an penetration scenario for the autonomous developement and the stimulus for this given by the sustainable building policy. The set of relevant policy instruments imposed by the sustainable building policy will be either certainly or probably employed up to 2005. The instruments are assumed to persist after this period, thus leading to a continued penetration of the measures.
dc.description.sponsorshipDGM/SP
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent34 p
dc.format.extent1657 kb
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM rapport 771404001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/771404001.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/771404001.pdf
dc.subject09nl
dc.subjectwoningbouwnl
dc.subjecttechniekennl
dc.subjectmaatregelennl
dc.subjectduurzaamnl
dc.subjecthouse buildingen
dc.subjecttechniquesen
dc.subjectmeasuresen
dc.subjectsustainabilityen
dc.titleWoningbouw, milieu-effecten van technische voorzieningen uit het plan van aanpak Duurzaam Bouwennl
dc.title.alternativeResidential building, environmental effects of technical measures of the action plan on sustainable buildingen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLAE
dc.date.updated2012-12-12T13:57:21Z
html.description.abstractIn deze model studie worden de milieu-effecten van een aantal technische maatregelen uit het plan van aanpak Duurzaam Bouwen beschouwd, over de periode 1995-2020. Het betreffen maatregelen voor de reductie van energie-, water- en materiaalverbruik in de woningbouw. Het model berekent de milieu-effecten uit een fysisch-causale beschrijving van woningen. De maatregelen worden geinstrumenteerd door regelgeving (op het vlak van de energieprestatie van nieuwbouwwoningen), convenanten en voorlichting, naast de instrumenten die vanuit het beleid worden ingezet waarmee Duurzaam Bouwen een raakvlak heeft. Voor elk van de maatregelen is een scenario opgesteld dat zowel de autonome ontwikkelingen weergeeft als de impuls die daaraan door Duurzaam Bouwen wordt gegeven. Het instrumentarium zal waarschijnlijk tot het jaar 2005 in gebruik zijn. Aangenomen is dat na dit jaar het instrumentarium zal blijven voortbestaan, zodat er sprake is van een voortdurende penetratie van de betrokken maatregelen.
html.description.abstractThis model study assessed the environmental effects of several technical measures for the reduction of energy and water use and the use of materials in existing and new dwellings, projected over the 1995-2020 period. The model assesses the effects by a physical causal represention of the dwellings. The measurements taken alter the energy, water and materials efficiency in the dwellings, leading to a reduction in the use of each of the three resources. Taking place under the policy of sustainable building the above measures are instrumented by regulation (energy efficiency in newly built dwellings), information transfer and covenants with the public and private partners in the decisionmaking chain of the building industry. Each of the measures has been equiped with an penetration scenario for the autonomous developement and the stimulus for this given by the sustainable building policy. The set of relevant policy instruments imposed by the sustainable building policy will be either certainly or probably employed up to 2005. The instruments are assumed to persist after this period, thus leading to a continued penetration of the measures.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record