Show simple item record

dc.contributor.authorFolkert RJM
dc.contributor.authorJimmink BA
dc.contributor.authorNoordijk H
dc.date.accessioned2014-01-17T14:10:34
dc.date.issued2002-06-13
dc.identifier725601007
dc.description.abstractVoorafgaand aan de invoering van de tweede EU dochterrichtlijn, wordt de luchtkwaliteit, voor koolmonoxide en benzeen, in de lidstaten beoordeeld. Toetsing aan de grenswaarden levert geen overschrijding van de nieuwe EU norm op in Nederland in 2000. De concentratie van beide componenten vertoont een dalende trend. Een verdere afname wordt verwacht voor beide componenten. Voor de informatie voorziening aan de EU zijn in Nederland 15 stations voor koolmonoxide en 19 voor benzeen nodig als metingen de enige informatiebron vormen. Voor koolmonoxide kan door een nieuwe rangschikking van de huidige meetstations uit het LML aan deze meetverplichting worden voldaan. Voor benzeen zijn niet voldoende meetopstellingen aanwezig. Vanwege de dalende trend is hier gekozen voor een combinatie van nieuwe meetopstellingen met aanvullende instrumenten om de luchtkwaliteit te beoordelen.<br>
dc.description.abstractBefore implementing the second European directive, the member states of the European Union should assess the air quality for carbon monoxide and benzene in their countries. Checks against the limit values show no exceedances in the Netherlands in 2000. The concentrations of benzene and carbon monoxide show a downward trend. A further decrease in both components is expected. If the air quality is only determined on the basis of measurements, a total of 15 measurement stations will be compulsory in the Netherlands for measuring carbon monoxide and 19 for benzene. The requirement for carbon monoxide can be met if the current LML stations are classified differently. For benzene, the current configuration is not sufficient. As the concentrations are expected to decrease further, the choice here has been for a combination of new monitors with additional instruments to assess the air quality.<br>
dc.description.sponsorshipDGM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent47 p
dc.format.extent1493 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 725601007
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/725601007.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/725601007.pdf
dc.subject07nl
dc.subjectluchtkwaliteitnl
dc.subjectkoolmonoxidenl
dc.subjectbenzeennl
dc.subjecteg-regelgevingnl
dc.subjecteu-regelgevingnl
dc.subjectlmlnl
dc.subjectair qualityen
dc.subjectcarbon monoxideen
dc.subjectbenzeneen
dc.subjectec regulationsen
dc.titlePreliminary assessment of air quality for carbon monoxide and benzene in the Netherlands under EU legislationen
dc.title.alternativeVoorlopige beoordeling van de luchtkwaliteit voor koolmonoxide en benzeen in Nederland in het kader van de EU regelgevingnl
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLLO
dc.date.updated2014-01-17T13:12:52Z
html.description.abstractVoorafgaand aan de invoering van de tweede EU dochterrichtlijn, wordt de luchtkwaliteit, voor koolmonoxide en benzeen, in de lidstaten beoordeeld. Toetsing aan de grenswaarden levert geen overschrijding van de nieuwe EU norm op in Nederland in 2000. De concentratie van beide componenten vertoont een dalende trend. Een verdere afname wordt verwacht voor beide componenten. Voor de informatie voorziening aan de EU zijn in Nederland 15 stations voor koolmonoxide en 19 voor benzeen nodig als metingen de enige informatiebron vormen. Voor koolmonoxide kan door een nieuwe rangschikking van de huidige meetstations uit het LML aan deze meetverplichting worden voldaan. Voor benzeen zijn niet voldoende meetopstellingen aanwezig. Vanwege de dalende trend is hier gekozen voor een combinatie van nieuwe meetopstellingen met aanvullende instrumenten om de luchtkwaliteit te beoordelen.&lt;br&gt;
html.description.abstractBefore implementing the second European directive, the member states of the European Union should assess the air quality for carbon monoxide and benzene in their countries. Checks against the limit values show no exceedances in the Netherlands in 2000. The concentrations of benzene and carbon monoxide show a downward trend. A further decrease in both components is expected. If the air quality is only determined on the basis of measurements, a total of 15 measurement stations will be compulsory in the Netherlands for measuring carbon monoxide and 19 for benzene. The requirement for carbon monoxide can be met if the current LML stations are classified differently. For benzene, the current configuration is not sufficient. As the concentrations are expected to decrease further, the choice here has been for a combination of new monitors with additional instruments to assess the air quality.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record