Show simple item record

dc.contributor.authorGoetgeluk RW
dc.contributor.authorLouter PJ
dc.contributor.authorBorsboom-van Beurden JAM
dc.contributor.authorKuijpers-Linde MAJ
dc.contributor.authorWaals JFM van der
dc.contributor.authorGeurs KT
dc.date.accessioned2012-12-12T14:38:31Z
dc.date.available2012-12-12T14:38:31Z
dc.date.issued2000-05-22
dc.identifier711931001
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/256853
dc.description.abstractDe primaire doel van het onderzoek is om de aanames die ten grondslag liggen aan het toekomstbeeld inzichtelijk te maken. Het toekomstbeeld is een scenariobeeld dat als een referentiepunt kan dienen. Op termijn zullen andere aannames kunnen worden bedacht, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de woningdichtheid. Door deze aannames te varieren wordt middels een gevoeligheidsanalyse inzicht in de orde van onzekerheden gegeven.De ruimtelijke spreiding van wonen, werken en de infrastructuur is op een dergelijk gedtailleerd ruimtelijk schaalniveau verkregen dat de indicatoren ten aanzien van de fysieke leefomgeving meer betekenis krijgen. Deze indicatoren tonen hoe de verwzhte effecten van alternatieve beleidsvarianten op natuur, ecologie, landschap en bereikbaarheid beoordeeld en gewaardeerd kunnen worden.
dc.description.abstractIn the context of preparing the Netherlands' Fifth Memorandum on Spatial Planning to be issued in 2000, the RIVM and TNO Inro have developed a scenario for spatial developments in housing, employment and infrastructure for 1995-2020. This scenario is based on modelling of historical trends and assumptions about effects of spatial policies; it highlights quantitatively and on a low spatial scale the consequences for land use with reference to projections for population, dwellings and employment. The two models, Land Use Scanner and OPERA, are used respectively for spatial allocation of housing and employment. The resulting spatial structure in 2020 is evaluated in terms of the planning principles for national spatial policies.
dc.description.sponsorshipRPD
dc.format.extent161 p
dc.language.isonl
dc.publisherTNO Inro Delft
dc.publisherCentrum voor Omgevingsrecht en -Beleid
dc.publisherUniversiteit Utrecht
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 711931001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711931001.html
dc.subject04nl
dc.subjectruimtelijke ordeningnl
dc.subjecttoekomstnl
dc.subjecthuisvestingnl
dc.subjectwerkgelegenheidnl
dc.subjectinfrastructuurnl
dc.subjectscenario'snl
dc.subjectphysical planningen
dc.subjectfutureen
dc.subjecthousingen
dc.subjectemploymenten
dc.subjectinfrastructureen
dc.subjectscenarioen
dc.titleWonen en werken ruimtelijk verkend. Waar wonen en werken we in 2020 volgens een compacte inrichtingsvariant voor de Vijfde Nota Ruimelijke Ordening?nl
dc.title.alternativeWhere do we life and work in 2020 according the Fifth Memorandum on Spatial Planningen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLBG
dc.date.updated2012-12-12T14:38:31Z
html.description.abstractDe primaire doel van het onderzoek is om de aanames die ten grondslag liggen aan het toekomstbeeld inzichtelijk te maken. Het toekomstbeeld is een scenariobeeld dat als een referentiepunt kan dienen. Op termijn zullen andere aannames kunnen worden bedacht, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de woningdichtheid. Door deze aannames te varieren wordt middels een gevoeligheidsanalyse inzicht in de orde van onzekerheden gegeven.De ruimtelijke spreiding van wonen, werken en de infrastructuur is op een dergelijk gedtailleerd ruimtelijk schaalniveau verkregen dat de indicatoren ten aanzien van de fysieke leefomgeving meer betekenis krijgen. Deze indicatoren tonen hoe de verwzhte effecten van alternatieve beleidsvarianten op natuur, ecologie, landschap en bereikbaarheid beoordeeld en gewaardeerd kunnen worden.
html.description.abstractIn the context of preparing the Netherlands' Fifth Memorandum on Spatial Planning to be issued in 2000, the RIVM and TNO Inro have developed a scenario for spatial developments in housing, employment and infrastructure for 1995-2020. This scenario is based on modelling of historical trends and assumptions about effects of spatial policies; it highlights quantitatively and on a low spatial scale the consequences for land use with reference to projections for population, dwellings and employment. The two models, Land Use Scanner and OPERA, are used respectively for spatial allocation of housing and employment. The resulting spatial structure in 2020 is evaluated in terms of the planning principles for national spatial policies.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record