Show simple item record

dc.contributor.authorvan den Berg R
dc.contributor.authorEikelboom DH
dc.contributor.authorVerheul JHAM
dc.date.accessioned2012-12-12T14:48:26Z
dc.date.available2012-12-12T14:48:26Z
dc.date.issued1987-11-30
dc.identifier728518002
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/256888
dc.description.abstractHet rapport beschrijft de opzet, resultaten en conclusies van het laboratoriumonderzoek (biodegradatie- en uitloogexperimenten), uitgevoerd met materiaal van de proeflocatie. De hoogste afbraaksnelheden voor de benzine verontreinigde bodem werden waargenomen indien olie-afbrekende biomassa werd toegevoegd. Stimulering van de afbraak(snelheid) werd in mindere mate geconstateerd bij aanpassing van de abiotische omstandigheden: vochtgehalte (waterverzadiging), neutrale pH en dosering van stikstof en fosfor. In tegenstelling tot nitraat, bleek waterstofperoxide een geschikte alternatieve zuurstofbron. In de biodegradatie-experimenten werd onder optimaal ingestelde condities inclusief percolatie, een afbraaksnelheid gemeten van 10 mg C.kg-1.d-1, met een range van 5-40 mg C.kg-1.d-1. In uitloogproeven is vastgesteld dat de restverzadiging benzine in de grond, na een eerste fase van 5 dagen met piekconcentraties van 100-200 mg C.-1, uitspoelde met een snelheid van maximaal 5 mg C.kg-1.d-1. In de praktijk mag door factoren als historische verontreiniging en afnemende wateroplosbaarheid een lagere uitspoelingssnelheid verwacht worden. De mobiliteit van de benzinecomponenten werd niet bevorderd door het toepassen van detergenten. Het is waarschijnlijk dat de beschikbaarheid van de benzine-componenten de snelheidsbeperkende stap voor de afbraak vormt.<br>
dc.description.sponsorshipDGMH/BWS-B
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent1753 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 728518002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/728518002.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/728518002.pdf
dc.subjectbiologische bodemreinigingnl
dc.subjectbioafbreekbaarheidnl
dc.subjectuitspoeling; beschikbaarheidnl
dc.subjectmhnl
dc.titleIn situ biorestauratie van een met olie verontreinigde bodem. Resultaten van het laboratoriumonderzoeknl
dc.title.alternativeIn situ biorestoration of an oil contaminated subsoil. Results of the laboratory researchen
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.date.updated2012-12-12T14:48:27Z
html.description.abstractHet rapport beschrijft de opzet, resultaten en conclusies van het laboratoriumonderzoek (biodegradatie- en uitloogexperimenten), uitgevoerd met materiaal van de proeflocatie. De hoogste afbraaksnelheden voor de benzine verontreinigde bodem werden waargenomen indien olie-afbrekende biomassa werd toegevoegd. Stimulering van de afbraak(snelheid) werd in mindere mate geconstateerd bij aanpassing van de abiotische omstandigheden: vochtgehalte (waterverzadiging), neutrale pH en dosering van stikstof en fosfor. In tegenstelling tot nitraat, bleek waterstofperoxide een geschikte alternatieve zuurstofbron. In de biodegradatie-experimenten werd onder optimaal ingestelde condities inclusief percolatie, een afbraaksnelheid gemeten van 10 mg C.kg-1.d-1, met een range van 5-40 mg C.kg-1.d-1. In uitloogproeven is vastgesteld dat de restverzadiging benzine in de grond, na een eerste fase van 5 dagen met piekconcentraties van 100-200 mg C.-1, uitspoelde met een snelheid van maximaal 5 mg C.kg-1.d-1. In de praktijk mag door factoren als historische verontreiniging en afnemende wateroplosbaarheid een lagere uitspoelingssnelheid verwacht worden. De mobiliteit van de benzinecomponenten werd niet bevorderd door het toepassen van detergenten. Het is waarschijnlijk dat de beschikbaarheid van de benzine-componenten de snelheidsbeperkende stap voor de afbraak vormt.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record