Show simple item record

dc.contributor.authorSchulten SM
dc.contributor.authorBenschop E
dc.contributor.authorNagelkerke NJD
dc.contributor.authorMooijman KA
dc.date.accessioned2017-02-20T07:06:13
dc.date.issued2001-05-18
dc.identifier286555002
dc.description.abstractAls onderdeel van een Europees project werd de methode voor de telling van Clostridium perfringens in voedingsmiddelen en diervoeders, zoals beschreven in ISO 7937 (1997) gevalideerd. Een ringonderzoek werd georganiseerd om de precisie, zijnde de herhaalbaarheid (r) en de reproduceerbaarheid (R), van deze methode te bepalen. Zeventien laboratoria in 13 Europese landen analyseerden kaas, vlees, gedroogd diervoeder en een referentiemateriaal volgens een standaard protocol. Alle monsters waren kunstmatig besmet om het gewenste besmettingsniveau (blanco, laag, midden en hoog) en homogeniteit te verkrijgen. De studie bevatte twee technieken voor de bevestiging van vermoedelijk Clostridium perfringens, zodat mogelijke verschillen in prestatie gedetecteerd konden worden: 1) lactose-sulfiet medium (ISO 7937) en 2) lactose-gelatine medium en beweeglijkheid-nitraat medium (facultatief in EN 13401). De prestatiekenmerken werden berekend volgens zowel ISO 5725 (1994) als volgens prEN ISO 16140 (2000). De herhaarbaarheid (r) en reproduceerbaarheid (R) werden voor elk monster type, concentratieniveau en bevestigingsmethode afzonderlijk berekend. De precisie varieerde per monstertype. De analyse van de RMs leverde de beste prestatiekenmerken op<br>
dc.description.abstractThe method for the enumeration of Clostridium perfringens in foods and animal feeding stuffs, as described in ISO 7937 (1997), was validated in the context of a European project. A collaborative study was organised with the aim of attaining precision, in terms of repeatability (r) and reproducibility (R), of this method. Seventeen laboratories in 13 European countries examined cheese, meat, dried animal feed and a reference material according to a standardised protocol. All samples were artificially contaminated to achieve the desired inoculation levels (blank, low, medium, and high) and homogeneity. Two techniques using 1) lactose sulfite medium (ISO 7937) and 2) lactose-gelatine medium and motility-nitrate medium (optional method in EN 13401), were included in this study for confirmation of presumptive C. perfringens. This enabled detection of possible differences in the performance of the two confirmation methods. The precision characteristics were calculated using both ISO 5725 (1994) and pr EN ISO 16140 (2000). Repeatability (r) and reproducibility (R) were calculated for each sample type, inoculation level and confirmation method separately. The precision depended on the type of sample analysed. The best performance was found when analysing the RMs.<br>
dc.description.sponsorshipEuropean Commission
dc.description.sponsorshipBrussel
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent83 p
dc.format.extent470 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 286555002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/286555002.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/286555002.pdf
dc.subject01nl
dc.subjectvalidatienl
dc.subjectprecisienl
dc.subjectherhaalbaarheidnl
dc.subjectreproduceerbaarheidnl
dc.subjectclostridium perfringensen
dc.subjectiso 7937en
dc.subjecten 13401en
dc.subjectvalidationen
dc.subjectmicrobiological methodsen
dc.subjectprecisionen
dc.subjectrepeatabilityen
dc.subjectreproducibilityen
dc.titleValidation of Microbiological methods; Enumeration of Clostridium perfringens according to ISO 7937 (second edition, 1997)en
dc.title.alternativeValidatie van microbiologische methoden; Telling van Clostridium perfringens volgens ISO 7937 (tweede editie, 1997)nl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentMGB
dc.contributor.departmentIMA
dc.date.updated2017-02-20T06:06:13Z
html.description.abstractAls onderdeel van een Europees project werd de methode voor de telling van Clostridium perfringens in voedingsmiddelen en diervoeders, zoals beschreven in ISO 7937 (1997) gevalideerd. Een ringonderzoek werd georganiseerd om de precisie, zijnde de herhaalbaarheid (r) en de reproduceerbaarheid (R), van deze methode te bepalen. Zeventien laboratoria in 13 Europese landen analyseerden kaas, vlees, gedroogd diervoeder en een referentiemateriaal volgens een standaard protocol. Alle monsters waren kunstmatig besmet om het gewenste besmettingsniveau (blanco, laag, midden en hoog) en homogeniteit te verkrijgen. De studie bevatte twee technieken voor de bevestiging van vermoedelijk Clostridium perfringens, zodat mogelijke verschillen in prestatie gedetecteerd konden worden: 1) lactose-sulfiet medium (ISO 7937) en 2) lactose-gelatine medium en beweeglijkheid-nitraat medium (facultatief in EN 13401). De prestatiekenmerken werden berekend volgens zowel ISO 5725 (1994) als volgens prEN ISO 16140 (2000). De herhaarbaarheid (r) en reproduceerbaarheid (R) werden voor elk monster type, concentratieniveau en bevestigingsmethode afzonderlijk berekend. De precisie varieerde per monstertype. De analyse van de RMs leverde de beste prestatiekenmerken op&lt;br&gt;
html.description.abstractThe method for the enumeration of Clostridium perfringens in foods and animal feeding stuffs, as described in ISO 7937 (1997), was validated in the context of a European project. A collaborative study was organised with the aim of attaining precision, in terms of repeatability (r) and reproducibility (R), of this method. Seventeen laboratories in 13 European countries examined cheese, meat, dried animal feed and a reference material according to a standardised protocol. All samples were artificially contaminated to achieve the desired inoculation levels (blank, low, medium, and high) and homogeneity. Two techniques using 1) lactose sulfite medium (ISO 7937) and 2) lactose-gelatine medium and motility-nitrate medium (optional method in EN 13401), were included in this study for confirmation of presumptive C. perfringens. This enabled detection of possible differences in the performance of the two confirmation methods. The precision characteristics were calculated using both ISO 5725 (1994) and pr EN ISO 16140 (2000). Repeatability (r) and reproducibility (R) were calculated for each sample type, inoculation level and confirmation method separately. The precision depended on the type of sample analysed. The best performance was found when analysing the RMs.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record