Show simple item record

dc.contributor.authorJansen EHJM
dc.contributor.authorSchenk E
dc.contributor.authorden Engelsman G
dc.contributor.authorvan de Werken G
dc.date.accessioned2014-01-17T13:29:25
dc.date.issued1995-12-31
dc.identifier623830004
dc.description.abstractGehalten van 1- en 2-hydroxynaftaleen in de urine van niet-beroepsmatig blootgestelde personen worden gerapporteerd. Deze metabolieten van naftaleen zijn voorgesteld als biomarkers van blootstelling aan vluchtige PAK's. Het blijkt dat deze controleniveaus ongeveer 10 maal hoger liggen dan de detectielimiet van de GCMS methode en daarom uitstekend te bepalen zijn. De verhoogde blootstelling aan naftaleen bij rokers blijkt te resulteren in een verhoogde uitscheiding van zowel 1- als 2-hydroxynaftaleen met een factor van respectievelijk 5,9 en 14. Het groter verschil bij 2-hydroxynaftaleen geeft aan dat deze biomarker mogelijk gevoeliger is voor kleine veranderingen in de blootstelling aan naftaleen. De intra-individuele variatiecoefficienten liggen in de orde van 15-25% zowel bij rokers als niet-rokers. Geconcludeerd wordt dat de huidige methode geschikt is voor verdere studies voor inhalatoire PAK blootstelling in de algemene bevolking.<br>
dc.description.abstractUrinary levels of 1- and 2-hydroxynaphthalene of non-occupationally exposed individuals have been reported. These metabolites have been proposed as biomarkers for volatile PAH exposure. It appeared that these control levels are about 10 times higher than the limit of detection of the GCMS method and could therefore be measured very conveniently. A large difference is observed in both 1- and 2-hydroxynaphthalene concentrations in urine of smokers and non-smokers, being a factor 5.9 and 14, respectively. The larger difference in the 2-hydroxynaphthalene indicates that this biomarker is probably more sensitive for the detection of small changes in exposure of naphthalene. The intra-individual coefficients of variation were in the order of 15-25% in both smokers and non-smokers. It was concluded that the present method is suitable for further monitoring studies of inhalatory PAH exposure in the general population.<br>
dc.description.sponsorshipHIGB
dc.format.extent14 p
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 623830004
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/623830004.html
dc.subject03nl
dc.subjectinhalation toxicologyen
dc.subjectpahen
dc.subjectbiological markersen
dc.subjectexposure assessmenten
dc.subject1- en 2-hydroxynaphtaleneen
dc.subjectbiomarkersen
dc.titleHuman studies on urinary 1- and 2-hydroxynaphthalene as biomarkers for inhalatory PAH exposureen
dc.title.alternativeHumaan onderzoek naar 1- en 2-hydroxynaftaleen in urine als biomarker voor inhalatoire PAK blootstellingnl
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentTOX
dc.contributor.departmentLOC
dc.date.updated2014-01-17T12:31:56Z
html.description.abstractGehalten van 1- en 2-hydroxynaftaleen in de urine van niet-beroepsmatig blootgestelde personen worden gerapporteerd. Deze metabolieten van naftaleen zijn voorgesteld als biomarkers van blootstelling aan vluchtige PAK&apos;s. Het blijkt dat deze controleniveaus ongeveer 10 maal hoger liggen dan de detectielimiet van de GCMS methode en daarom uitstekend te bepalen zijn. De verhoogde blootstelling aan naftaleen bij rokers blijkt te resulteren in een verhoogde uitscheiding van zowel 1- als 2-hydroxynaftaleen met een factor van respectievelijk 5,9 en 14. Het groter verschil bij 2-hydroxynaftaleen geeft aan dat deze biomarker mogelijk gevoeliger is voor kleine veranderingen in de blootstelling aan naftaleen. De intra-individuele variatiecoefficienten liggen in de orde van 15-25% zowel bij rokers als niet-rokers. Geconcludeerd wordt dat de huidige methode geschikt is voor verdere studies voor inhalatoire PAK blootstelling in de algemene bevolking.&lt;br&gt;
html.description.abstractUrinary levels of 1- and 2-hydroxynaphthalene of non-occupationally exposed individuals have been reported. These metabolites have been proposed as biomarkers for volatile PAH exposure. It appeared that these control levels are about 10 times higher than the limit of detection of the GCMS method and could therefore be measured very conveniently. A large difference is observed in both 1- and 2-hydroxynaphthalene concentrations in urine of smokers and non-smokers, being a factor 5.9 and 14, respectively. The larger difference in the 2-hydroxynaphthalene indicates that this biomarker is probably more sensitive for the detection of small changes in exposure of naphthalene. The intra-individual coefficients of variation were in the order of 15-25% in both smokers and non-smokers. It was concluded that the present method is suitable for further monitoring studies of inhalatory PAH exposure in the general population.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record