Show simple item record

dc.contributor.authorde Melker HE
dc.contributor.authorBoshuis HGL
dc.contributor.authorMommers MPTM
dc.contributor.authorSundermann LC
dc.contributor.authorLabadie J
dc.contributor.authorRumke HC
dc.contributor.authorVersteegh FGA
dc.contributor.authorConyn-van Spaendonck MAE
dc.contributor.authorSchellekens JFP
dc.date.accessioned2017-02-20T06:39:56
dc.date.issued1996-09-30
dc.identifier128507003
dc.description.abstractVoor aangifte van kinkhoest geldt sinds 1988 dat serodiagnostiek alleen positief genoemd mag worden indien een significante titerstijging in gepaarde sera is aangetoond. Vaak blijft het serologisch onderzoek echter inconclusief ; doordat geen tweede serummonster was ingestuurd of de patienten al verhoogde titers in het eerste serummonster hadden die niet verder meer stegen. De casus-definitie voor aangifte heeft hierdoor een hoge specificiteit, maar lage gevoeligheid. Om de diagnostiek van kinkhoest te verbeteren werd in dit onderzoek de diagnostische waarde van eenpuntsserologie bestudeerd. Hiertoe werden IgA-antistof concentraties tegen sonicaat van Bordetella pertussis bacterien en IgG-antistofconcentraties tegen gezuiverd pertussistoxine gemeten: 1. bij 799 personen uit de algemene bevolking ; 2. bij 503 kinderen op de leeftijden van +-3 maanden, +-6 maanden, +-11 maanden en +-13 maanden d.w.z. resp. voor vaccinatie, 2-6 weken na de primaire serie van drie entingen tegen DKTP-Hib, voor de vierde (re)vaccinatie en 2-6 weken na de revaccinatie en 3. in het tweede serummonster van patienten bij wie een significante titerstijging in gepaarde sera is aangetoond (n=1590). Geconcludeerd wordt dat meting van bepaalde leeftijdspecifieke IgA/IgG-antistofconcentraties in een eerste serum van een patient met hoestklachten de diagnose 'infectie met B. pertussis' of 'kinkhoest' in sterke mate ondersteunen. Door acceptatie van eenpuntsserologie is het voor een groter deel van de kinkhoest patienten en in een vroeger stadium van ziekte mogelijk de diagnose te stellen en tijdig preventieve maatregelen voor bescherming van kwetsbaren te nemen. Echter, de incidentie gebaseerd op aangiften zal dan veranderen en daarmee de interpretatie van trends in incidentie. Verdere validatie van de gevonden cut-off waarden in een voor de algemene bevolking representatieve steekproef is noodzakelijk. Tevens zal in de nabije toekomst geanalyseerd worden of cut-off waarden voor positiviteit van eenpuntsserologie separaat geformuleerd kunnen worden voor de IgA-titer en de IgG-titer.<br>
dc.description.abstractIn 1988 the serological criteria for notification of pertussis were changed. Only a significant increase of titers in paired sera is accepted as confirmation of the clinical diagnosis. As a consequence, the case-definition for notification of pertussis is highly specific, but the sensitivity is low. With the aim to optimize the serodiagnosis of pertussis, we studied whether, and at which level, high titers in a first serum sample are indicative for actual or recent pertussis. IgA- and IgG-concentrations of pertussis antibodies were measured: 1. in sera of 799 persons from the general population ; 2. in sera from 503 children obtained at the age of 3, 6, 11 and 13 months, i.e. before vaccination, two to six weeks after the primarily series of three DTP-pertusis-Hib immunisations (3,4 and 5 months of age), before the (re)-immunisation at 11 months and two to six weeks thereafter ; 3. in second sera of serum pairs from patients suspected for whooping cough with a significant increase of titers in paired sera (n=1590). Concluded is that high (age-specific) IgA/IgG-titers in the first serum sample of a patient with cough support the diagnosis of 'infection with B. pertussis' strongly. The application of one point serology makes it possible to make an early diagnosis for a larger number of patients with pertussis so that preventive measures can be taken in time. However, application of one point serology will have influence on the incidence based on notifications and thereby on the interpretation of surveillance data. The cut-off values for positive one-point serology found in this study need to be validated further in a representative set from the general population. Further study will be done to find out whether a cut-off value for positive one-point serology based on separately IgA-titer and IgG-titer can be formulated.<br>
dc.description.sponsorshipIGZ
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent35 p
dc.format.extent1832 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 128507003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/128507003.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/128507003.pdf
dc.subject02nl
dc.subjectkinkhoestnl
dc.subjectserologienl
dc.subjectwhooping coughen
dc.subjectserodiagnosisen
dc.subjectone point serologyen
dc.subjecttest developmenten
dc.titleSerodiagnostiek van kinkhoest: interpretatie van hoge IgG/IgA concentraties in acute fase serum: (Her)evaluatie van eenpuntsserologienl
dc.title.alternativeSerodiagnostics of pertussis: interpretation of high IgG/IgA concentrations in acute phase serum: Re-evaluation of one-point serologyen
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentCIE
dc.contributor.departmentLIS
dc.contributor.departmentGroene Hart Ziekenhuis
dc.date.updated2017-02-20T05:39:56Z
html.description.abstractVoor aangifte van kinkhoest geldt sinds 1988 dat serodiagnostiek alleen positief genoemd mag worden indien een significante titerstijging in gepaarde sera is aangetoond. Vaak blijft het serologisch onderzoek echter inconclusief ; doordat geen tweede serummonster was ingestuurd of de patienten al verhoogde titers in het eerste serummonster hadden die niet verder meer stegen. De casus-definitie voor aangifte heeft hierdoor een hoge specificiteit, maar lage gevoeligheid. Om de diagnostiek van kinkhoest te verbeteren werd in dit onderzoek de diagnostische waarde van eenpuntsserologie bestudeerd. Hiertoe werden IgA-antistof concentraties tegen sonicaat van Bordetella pertussis bacterien en IgG-antistofconcentraties tegen gezuiverd pertussistoxine gemeten: 1. bij 799 personen uit de algemene bevolking ; 2. bij 503 kinderen op de leeftijden van +-3 maanden, +-6 maanden, +-11 maanden en +-13 maanden d.w.z. resp. voor vaccinatie, 2-6 weken na de primaire serie van drie entingen tegen DKTP-Hib, voor de vierde (re)vaccinatie en 2-6 weken na de revaccinatie en 3. in het tweede serummonster van patienten bij wie een significante titerstijging in gepaarde sera is aangetoond (n=1590). Geconcludeerd wordt dat meting van bepaalde leeftijdspecifieke IgA/IgG-antistofconcentraties in een eerste serum van een patient met hoestklachten de diagnose &apos;infectie met B. pertussis&apos; of &apos;kinkhoest&apos; in sterke mate ondersteunen. Door acceptatie van eenpuntsserologie is het voor een groter deel van de kinkhoest patienten en in een vroeger stadium van ziekte mogelijk de diagnose te stellen en tijdig preventieve maatregelen voor bescherming van kwetsbaren te nemen. Echter, de incidentie gebaseerd op aangiften zal dan veranderen en daarmee de interpretatie van trends in incidentie. Verdere validatie van de gevonden cut-off waarden in een voor de algemene bevolking representatieve steekproef is noodzakelijk. Tevens zal in de nabije toekomst geanalyseerd worden of cut-off waarden voor positiviteit van eenpuntsserologie separaat geformuleerd kunnen worden voor de IgA-titer en de IgG-titer.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn 1988 the serological criteria for notification of pertussis were changed. Only a significant increase of titers in paired sera is accepted as confirmation of the clinical diagnosis. As a consequence, the case-definition for notification of pertussis is highly specific, but the sensitivity is low. With the aim to optimize the serodiagnosis of pertussis, we studied whether, and at which level, high titers in a first serum sample are indicative for actual or recent pertussis. IgA- and IgG-concentrations of pertussis antibodies were measured: 1. in sera of 799 persons from the general population ; 2. in sera from 503 children obtained at the age of 3, 6, 11 and 13 months, i.e. before vaccination, two to six weeks after the primarily series of three DTP-pertusis-Hib immunisations (3,4 and 5 months of age), before the (re)-immunisation at 11 months and two to six weeks thereafter ; 3. in second sera of serum pairs from patients suspected for whooping cough with a significant increase of titers in paired sera (n=1590). Concluded is that high (age-specific) IgA/IgG-titers in the first serum sample of a patient with cough support the diagnosis of &apos;infection with B. pertussis&apos; strongly. The application of one point serology makes it possible to make an early diagnosis for a larger number of patients with pertussis so that preventive measures can be taken in time. However, application of one point serology will have influence on the incidence based on notifications and thereby on the interpretation of surveillance data. The cut-off values for positive one-point serology found in this study need to be validated further in a representative set from the general population. Further study will be done to find out whether a cut-off value for positive one-point serology based on separately IgA-titer and IgG-titer can be formulated.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record