Show simple item record

dc.contributor.authorPot JWGA
dc.contributor.authorvan Gelder BM
dc.contributor.authorWassenaar C
dc.date.accessioned2014-01-17T14:07:06
dc.date.issued2008-07-24
dc.identifier265054001
dc.description.abstractHet RIVM heeft in samenwerking met het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een 'Beoordelingskader hulpmiddelenzorg' opgesteld. Hiermee kan het CVZ systematisch beoordelen of een hulpmiddel wel of niet moet in het basispakket van de ziektenkostenverzekering thuishoort. Op basis van dit oordeel adviseert het CVZ de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Daarnaast maakt het beoordelingskader inzichtelijk aan welke eisen aanvragen voor vergoeding moeten voldoen. Het gaat hierbij om hulpmiddelen voor gehandicapten en ouderen, bijvoorbeeld een rollator. Bij de vergoeding van ziektekosten spelen bij de betrokken partijen van gebruiker tot fabrikant uiteenlopende belangen. Die kunnen van wetenschappelijke, economische, maatschappelijke of ethische aard zijn. Om recht te doen aan deze diversiteit toetst het CVZ zorgvormen aan vier pakketprincipes: noodzakelijkheid, effectiviteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid. Voor hulpmiddelen zijn deze pakketprincipes verder uitgewerkt in de vorm van een vragenlijst. Het CVZ kan hiermee systematisch beoordelen of hulpmiddelen voor standaard vergoeding in aanmerking komen. Daarnaast is voor fabrikanten van hulpmiddelen een handleiding opgesteld die duidelijk maakt welke informatie het CVZ van hen verwacht als zij een aanvraag indienen voor opname in het standaardvergoedingenpakket. De in dit rapport voorgestelde vorm van beoordelen is ondersteund met gegevens uit de literatuur, expertmeetings met betrokken partijen en ervaringen in andere landen.
dc.description.abstractThe National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) of the Netherlands and the Dutch National Health Insurance Board (CVZ) have collaborated to formulate an assessment framework for the decision-making process involved in reimbursing medical devices. This framework enables the CVZ to systematically assess whether or not certain devices should be included in the basic social healthcare insurance package. The CVZ then advises the Dutch Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS) of its assessment. The framework also provides insight into the requirements to be met by reimbursement applications. Medical devices falling within this framework are those providing assistance to handicapped persons and the elderly, such as a rollator. The stakeholders in the Dutch healthcare system, from users to manufacturers, have divergent interests in terms of reimbursing healthcare costs. These interests can be scientific, economical, social or ethical in nature. To do justice to this diversity of interests, the CVZ assesses all forms of care provision against four principles: necessity, effectiveness, cost-effectiveness and feasibility. For assistive devices, these principles have been elaborated upon in detail in a questionnaire, which is used by the CVZ to systematically assess if the device requested is eligible for reimbursement according to established standards. A set of guidelines has also been compiled for manufacturers of assistive devices, which present the information to be provided to CVZ with any application for the inclusion of a device in the basic healthcare insurance package. The assessment framework as presented is supported by information gathered from a literature survey, meetings with healthcare experts and the experiences of healthcare systems in other countries.
dc.description.sponsorshipCVZ
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent70 p
dc.format.extent358 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 265054001
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 265054001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/265054001.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/265054001.pdf
dc.subjectGEZONDHEIDnl
dc.subjectECONOMIEnl
dc.subjecthulpmiddelennl
dc.subjectzorgverzekeringnl
dc.subjectstandaard vergoedingnl
dc.subjectmedical devicesen
dc.subjectreimbursementen
dc.subjectbasic healthcare insurance packageen
dc.titleBeoordelingskader hulpmiddelenzorgnl
dc.title.alternativeFramework for decision making on reimbursement of medical devicesen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentBMT
dc.contributor.departmentPZO
dc.date.updated2014-01-17T13:09:23Z
refterms.dateFOA2018-12-18T11:13:17Z
html.description.abstractHet RIVM heeft in samenwerking met het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een 'Beoordelingskader hulpmiddelenzorg' opgesteld. Hiermee kan het CVZ systematisch beoordelen of een hulpmiddel wel of niet moet in het basispakket van de ziektenkostenverzekering thuishoort. Op basis van dit oordeel adviseert het CVZ de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Daarnaast maakt het beoordelingskader inzichtelijk aan welke eisen aanvragen voor vergoeding moeten voldoen. Het gaat hierbij om hulpmiddelen voor gehandicapten en ouderen, bijvoorbeeld een rollator.<br>Bij de vergoeding van ziektekosten spelen bij de betrokken partijen van gebruiker tot fabrikant uiteenlopende belangen. Die kunnen van wetenschappelijke, economische, maatschappelijke of ethische aard zijn. Om recht te doen aan deze diversiteit toetst het CVZ zorgvormen aan vier pakketprincipes: noodzakelijkheid, effectiviteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid.<br>Voor hulpmiddelen zijn deze pakketprincipes verder uitgewerkt in de vorm van een vragenlijst. Het CVZ kan hiermee systematisch beoordelen of hulpmiddelen voor standaard vergoeding in aanmerking komen. Daarnaast is voor fabrikanten van hulpmiddelen een handleiding opgesteld die duidelijk maakt welke informatie het CVZ van hen verwacht als zij een aanvraag indienen voor opname in het standaardvergoedingenpakket.<br>De in dit rapport voorgestelde vorm van beoordelen is ondersteund met gegevens uit de literatuur, expertmeetings met betrokken partijen en ervaringen in andere landen.<br>
html.description.abstractThe National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) of the Netherlands and the Dutch National Health Insurance Board (CVZ) have collaborated to formulate an assessment framework for the decision-making process involved in reimbursing medical devices. This framework enables the CVZ to systematically assess whether or not certain devices should be included in the basic social healthcare insurance package. The CVZ then advises the Dutch Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS) of its assessment. The framework also provides insight into the requirements to be met by reimbursement applications. Medical devices falling within this framework are those providing assistance to handicapped persons and the elderly, such as a rollator.<br>The stakeholders in the Dutch healthcare system, from users to manufacturers, have divergent interests in terms of reimbursing healthcare costs. These interests can be scientific, economical, social or ethical in nature. To do justice to this diversity of interests, the CVZ assesses all forms of care provision against four principles: necessity, effectiveness, cost-effectiveness and feasibility.<br>For assistive devices, these principles have been elaborated upon in detail in a questionnaire, which is used by the CVZ to systematically assess if the device requested is eligible for reimbursement according to established standards. A set of guidelines has also been compiled for manufacturers of assistive devices, which present the information to be provided to CVZ with any application for the inclusion of a device in the basic healthcare insurance package.<br>The assessment framework as presented is supported by information gathered from a literature survey, meetings with healthcare experts and the experiences of healthcare systems in other countries.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
265054001.pdf
Size:
357.4Kb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record