Show simple item record

dc.contributor.authorMuelschlegel JHC
dc.contributor.authorKragt FJ
dc.date.accessioned2012-12-12T16:28:40Z
dc.date.available2012-12-12T16:28:40Z
dc.date.issued1999-02-03
dc.identifier703717003
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/258048
dc.description.abstractVoor de onderbouwing van het beleid, alsmede voor een bijdrage aan Milieuverkenning 4 is een analyse uitgevoerd van het historisch waterverbruik en de daarbij behorende winning van grond- en oppervlaktewater. Om inzicht in de toekomstige ontwikkelingen te krijgen zijn tevens prognoses opgesteld. Verschillende categorien verbruikers zijn beschouwd, zoals huishoudens, industrie en het sterk groeiende klein zakelijk verbruik. Onderscheid is daarbij ook gemaakt naar eigen voorzieningen en openbare watervoorziening. In het bijzonder voor het waterverbruik van consumenten is nader ingegaan op specifieke deelverbruiken. Op basis van scenario's van demografische, technologische en economische ontwikkelingen en de specifieke waterverbruiken bij verschillende doelgroepen zijn de prognoses opgesteld. Door vooral de toepassing van waterbesparende voorzieningen zal het specifiek huishoudelijk waterverbruik blijven afnemen in de komende decennia. Ondanks een vooralsnog verwachte groei van de bevolking zal het huishoudelijk verbruik een, sinds ongeveer 1990 ingezette, dalende trend te zien blijven geven. Sinds medio jaren zeventig is door strenge eisen gesteld aan de lozing van effluent op oppervlaktewater en hogere zuiveringslasten, een dalende trend ingezet van het waterverbruik bij de industrie. De verwachting is dat, mede in verband met de reeds gerealiseerde grote besparingen op koelwatergebruik, besparingen op het waterverbruik bij de industrie in de komende decennia minder groot zullen zijn dan in de afgelopen jaren. De heterogene samenstelling van de klein zakelijke waterverbruikers is er de oorzaak van dat van deze categorie weinig detail informatie beschikbaar kwam. Mede hierom kon per doelgroep geen prognose worden opgesteld en werd een diagnose slechts voor recreatie uitgevoerd..Door het sinds medio jaren zeventig stringentere beleid ten aanzien van grondwaterwinning voor laagwaardige doeleinden is ook in de landbouw de sterke groei in de toepassing ervan bij beregening afgenomen. Ook een verwachte verdere inkrimping van de veestapel zal het waterverbruik doen verminderen. In de beschouwde CPB-scenario's is, afhankelijk van de mate waarin dergelijke ontwikkelingen zich zullen voordoen, enerzijds nog een stijgend verbruik en anderzijds een dalend verbruik te onderkennen
dc.description.abstractResearch into water consumption by various consumer categories is at present being carried out to support and sustain implementation of the governmental policy . In this overview of the results of water abstraction analyses and demand in the Netherlands, emphasis has been put on quantitative aspects. In general terms, water use can be divided into consumptive uses, of which a significant share of total supply does not return directly to its source (i.e. household, industry, agriculture) and non-consumptive uses, of which practically the entire volume returns to surface water or groundwater (e.g. cooling). In 1996 around 12,000,000,000 m3 groundwater and surface water were abstracted. Of the total abstracted water, around 54% was fresh and the rest was brackish/saline water. Of the total brackish/saline water, 70% was used as cooling water for electricity plants; this figure was 40% for fresh (surface) water. The total abstracted fresh groundwater in the Netherlands has been used for public water supply (69%), industry (15%), small businesses (4%) and agriculture (12%, mostly for sprinkling). Measured as specific water demand (litres per capita per day), domestic water use has increased. This happened especially between 1960 to 1975 (at 108 litres per capita per day). Since about 1990 it has decreased. In 1995 the level was 138 litres per cap. per day. Forecasts indicate a continuing population growth. Specific water demand is expected to decline; however, relatively little in the first ten years, reflecting the use of more water-saving appliances. Up to now industrial water demand was shown in relation to industrial production. The strong economic growth after 1960 introduced an increased water demand up to 1975. Stricter controls and charges on effluents encourage industries to reduce water demand. Forecasting industrial water is done on the basis of results from several branches of industry (e.g. paper industry) and the scenarios of the production level. The future production level of existing plants is taken from an economic model of the Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis. All scenarios show a growth in the industrial water demand. Agricultural uses of water refer only to water supplied by the public water companies and direct water supply from groundwater abstraction, especially for sprinkling systems. Public water supply is important for cleaning some kinds of equipment (health aspects) and for livestock, although this use is expected to decrease in volume and in time due to diminishing livestock numbers.
dc.description.sponsorshipDGM/HIMH
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent172 p
dc.format.extent5887 kb
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 703717003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/703717003.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/703717003.pdf
dc.subject06nl
dc.subjectwaterverbruiknl
dc.subjectwaterwinningnl
dc.subjectwatervoorzieningnl
dc.subjectconsumentennl
dc.subjectindustrienl
dc.subjecthandelnl
dc.subjectdienstverlening (bedrijven)nl
dc.subjectoverheidnl
dc.subjectlandbouwnl
dc.subjectbouwbedrijvennl
dc.subjectwater useen
dc.subjectwater collectionen
dc.subjectwater supplyen
dc.subjectconsumersen
dc.subjectindustryen
dc.subjecttradeen
dc.subjectservice industriesen
dc.subjectgovernmenten
dc.subjectagricultureen
dc.subjectconstruction companiesen
dc.titleWaterwinning en waterverbruik bij doelgroepen. Tevens achtergronddocumentatie van de nationale Milieuverkenning 1997-2020nl
dc.title.alternativeAnalysis of Water abstraction and Water demand in the Netherlandsen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLWD
dc.date.updated2012-12-12T16:28:41Z
html.description.abstractVoor de onderbouwing van het beleid, alsmede voor een bijdrage aan Milieuverkenning 4 is een analyse uitgevoerd van het historisch waterverbruik en de daarbij behorende winning van grond- en oppervlaktewater. Om inzicht in de toekomstige ontwikkelingen te krijgen zijn tevens prognoses opgesteld. Verschillende categorien verbruikers zijn beschouwd, zoals huishoudens, industrie en het sterk groeiende klein zakelijk verbruik. Onderscheid is daarbij ook gemaakt naar eigen voorzieningen en openbare watervoorziening. In het bijzonder voor het waterverbruik van consumenten is nader ingegaan op specifieke deelverbruiken. Op basis van scenario's van demografische, technologische en economische ontwikkelingen en de specifieke waterverbruiken bij verschillende doelgroepen zijn de prognoses opgesteld. Door vooral de toepassing van waterbesparende voorzieningen zal het specifiek huishoudelijk waterverbruik blijven afnemen in de komende decennia. Ondanks een vooralsnog verwachte groei van de bevolking zal het huishoudelijk verbruik een, sinds ongeveer 1990 ingezette, dalende trend te zien blijven geven. Sinds medio jaren zeventig is door strenge eisen gesteld aan de lozing van effluent op oppervlaktewater en hogere zuiveringslasten, een dalende trend ingezet van het waterverbruik bij de industrie. De verwachting is dat, mede in verband met de reeds gerealiseerde grote besparingen op koelwatergebruik, besparingen op het waterverbruik bij de industrie in de komende decennia minder groot zullen zijn dan in de afgelopen jaren. De heterogene samenstelling van de klein zakelijke waterverbruikers is er de oorzaak van dat van deze categorie weinig detail informatie beschikbaar kwam. Mede hierom kon per doelgroep geen prognose worden opgesteld en werd een diagnose slechts voor recreatie uitgevoerd..Door het sinds medio jaren zeventig stringentere beleid ten aanzien van grondwaterwinning voor laagwaardige doeleinden is ook in de landbouw de sterke groei in de toepassing ervan bij beregening afgenomen. Ook een verwachte verdere inkrimping van de veestapel zal het waterverbruik doen verminderen. In de beschouwde CPB-scenario's is, afhankelijk van de mate waarin dergelijke ontwikkelingen zich zullen voordoen, enerzijds nog een stijgend verbruik en anderzijds een dalend verbruik te onderkennen
html.description.abstractResearch into water consumption by various consumer categories is at present being carried out to support and sustain implementation of the governmental policy . In this overview of the results of water abstraction analyses and demand in the Netherlands, emphasis has been put on quantitative aspects. In general terms, water use can be divided into consumptive uses, of which a significant share of total supply does not return directly to its source (i.e. household, industry, agriculture) and non-consumptive uses, of which practically the entire volume returns to surface water or groundwater (e.g. cooling). In 1996 around 12,000,000,000 m3 groundwater and surface water were abstracted. Of the total abstracted water, around 54% was fresh and the rest was brackish/saline water. Of the total brackish/saline water, 70% was used as cooling water for electricity plants; this figure was 40% for fresh (surface) water. The total abstracted fresh groundwater in the Netherlands has been used for public water supply (69%), industry (15%), small businesses (4%) and agriculture (12%, mostly for sprinkling). Measured as specific water demand (litres per capita per day), domestic water use has increased. This happened especially between 1960 to 1975 (at 108 litres per capita per day). Since about 1990 it has decreased. In 1995 the level was 138 litres per cap. per day. Forecasts indicate a continuing population growth. Specific water demand is expected to decline; however, relatively little in the first ten years, reflecting the use of more water-saving appliances. Up to now industrial water demand was shown in relation to industrial production. The strong economic growth after 1960 introduced an increased water demand up to 1975. Stricter controls and charges on effluents encourage industries to reduce water demand. Forecasting industrial water is done on the basis of results from several branches of industry (e.g. paper industry) and the scenarios of the production level. The future production level of existing plants is taken from an economic model of the Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis. All scenarios show a growth in the industrial water demand. Agricultural uses of water refer only to water supplied by the public water companies and direct water supply from groundwater abstraction, especially for sprinkling systems. Public water supply is important for cleaning some kinds of equipment (health aspects) and for livestock, although this use is expected to decrease in volume and in time due to diminishing livestock numbers.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record