Show simple item record

dc.contributor.authorJong JC de*
dc.contributor.authorVerweij C*
dc.contributor.authorBijlsma K*
dc.contributor.authorBestebroer TM*
dc.contributor.authorClaas ECJ*
dc.contributor.authorOsterhaus ADME*
dc.contributor.authorBartelds AIM*
dc.contributor.authorKimman TG*
dc.date.accessioned2012-12-12T16:48:04Z
dc.date.available2012-12-12T16:48:04Z
dc.date.issued1997-03-31
dc.identifier245607004
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/258276
dc.description.abstractHet influenzavirus ondergaat frequente antigene veranderingen die jaarlijkse aanpassing van het influenzavaccin door de WHO noodzakelijk maken. Voor dit doel genereert, verzamelt en analyseert het Nationaal Influenza Centrum (NIC, een samenwerkingsverband van het RIVM met de Erasmus Universiteit Rotterdam) in Nederland bij huisarts- en ziekenhuispatienten geisoleerde influenzavirusstammen. Het NIC vergelijkt deze stammen met de gebruikte vaccinstammen en met andere buitenlandse stammen. In zowel Nederland als elders in Europa was de influenzaepidemie van 1995/96 vroeg en van een gemiddelde omvang. Het subtype A(H3N2) overheerste maar ook A(H1N1)- en B-virussen werden gerapporteerd. De hoofdvarianten uit de seizoenen 1995 (zuidelijk halfrond) en 1995/96 (noordelijk halfrond) bleken in antigeen opzicht bij alle drie (sub)typen weinig of niet af te wijken van die uit 1994 en 1994/95, of van de gebruikte vaccinstammen. Zowel de immuniteit verworven door vroegere infecties als die opgewekt door vaccinatie zullen derhalve relatief goede bescherming hebben geboden tegen infectie met influenzavirus in 1995/96.
dc.description.abstractAs a consequence of frequent antigenic changes of the virus, the composition of the influenza vaccine is annually adapted by WHO. In this framework, the National Influenza Centre (NIC, a collaboration of RIVM with the Erasmus University Rotterdam) generates and collects influenza virus strains isolated in the Netherlands from patients presenting to general physicians and in hospitals. NIC compares these strains with the vaccine strains recommended by WHO and with other foreign strains. In Europe, including the Netherlands, the influenza epidemic of 1995/96 was early and of an average extension. Subtype A(H3N2) dominated but A(H1N1) and B-viruses were also reported. The antigenic reactivities of the three major influenza virus variants of the seasons 1995 (southern hemisphere) and 1995/96 (northern hemisphere) did not differ significantly from those of the seasons 1994 and 1995/96, or from the vaccine strains used in the 1995/96 season. Therefore, both the infection-acquired and the vaccine-induced immunity will have rendered a relative good protection against influenza virus infections in 1995/96.
dc.description.sponsorshipIGZ
dc.format.extent49 p
dc.language.isoen
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 245607004
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/245607004.html
dc.subject02nl
dc.subjectinfluenzaen
dc.subjectorthomyxoviridaeen
dc.subjectviral antigensen
dc.subjectepitopesen
dc.subjectpopulation surveillanceen
dc.subjectinfluenza vaccineen
dc.titleAntigenic surveillance of influenza virus in the period 1995-1996en
dc.title.alternativeAntigene surveillance van influenzavirus in de periode 1995-1996nl
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLIO
dc.contributor.departmentLIS
dc.contributor.departmentNIVEL
dc.contributor.departmentEUR
dc.date.updated2012-12-12T16:48:05Z
html.description.abstractHet influenzavirus ondergaat frequente antigene veranderingen die jaarlijkse aanpassing van het influenzavaccin door de WHO noodzakelijk maken. Voor dit doel genereert, verzamelt en analyseert het Nationaal Influenza Centrum (NIC, een samenwerkingsverband van het RIVM met de Erasmus Universiteit Rotterdam) in Nederland bij huisarts- en ziekenhuispatienten geisoleerde influenzavirusstammen. Het NIC vergelijkt deze stammen met de gebruikte vaccinstammen en met andere buitenlandse stammen. In zowel Nederland als elders in Europa was de influenzaepidemie van 1995/96 vroeg en van een gemiddelde omvang. Het subtype A(H3N2) overheerste maar ook A(H1N1)- en B-virussen werden gerapporteerd. De hoofdvarianten uit de seizoenen 1995 (zuidelijk halfrond) en 1995/96 (noordelijk halfrond) bleken in antigeen opzicht bij alle drie (sub)typen weinig of niet af te wijken van die uit 1994 en 1994/95, of van de gebruikte vaccinstammen. Zowel de immuniteit verworven door vroegere infecties als die opgewekt door vaccinatie zullen derhalve relatief goede bescherming hebben geboden tegen infectie met influenzavirus in 1995/96.
html.description.abstractAs a consequence of frequent antigenic changes of the virus, the composition of the influenza vaccine is annually adapted by WHO. In this framework, the National Influenza Centre (NIC, a collaboration of RIVM with the Erasmus University Rotterdam) generates and collects influenza virus strains isolated in the Netherlands from patients presenting to general physicians and in hospitals. NIC compares these strains with the vaccine strains recommended by WHO and with other foreign strains. In Europe, including the Netherlands, the influenza epidemic of 1995/96 was early and of an average extension. Subtype A(H3N2) dominated but A(H1N1) and B-viruses were also reported. The antigenic reactivities of the three major influenza virus variants of the seasons 1995 (southern hemisphere) and 1995/96 (northern hemisphere) did not differ significantly from those of the seasons 1994 and 1995/96, or from the vaccine strains used in the 1995/96 season. Therefore, both the infection-acquired and the vaccine-induced immunity will have rendered a relative good protection against influenza virus infections in 1995/96.


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record