Show simple item record

dc.contributor.authorBlaauboer RO
dc.contributor.authorMattern FCM
dc.contributor.authorDrost RMS
dc.contributor.authorOckhuizen A
dc.date.accessioned2012-12-12T16:55:24Z
dc.date.available2012-12-12T16:55:24Z
dc.date.issued1989-09-30
dc.identifier248704001
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/258327
dc.description.abstractDoor het RIVM bepaalde concentraties in gras uit de omgeving van nucleaire installaties waren in 1988 voor Be-7: 140 +/- 20 Bq/kg, voor K-40: 1280 +/- 100 Bq/kg, voor Sr-89: onder de detectielimiet, voor Sr-90: 1,6 +/- 0,3 Bq/kg, voor I-131: niet aantoonbaar, voor Cs-134: 1,7 +/- 0,3 Bq/kg en voor Cs-137: 5,8 +/- 1,7 Bq/kg. Concentraties in melk voor Be-7 waren niet aantoonbaar, voor Sr-89 onder de detectielimiet, maar voor Sr-90: 0,038 +/- 0,002 Bq/l, voor I-131: < 0,04 Bq/l, voor Cs-134: < 0,12 Bq/l en voor Cs-137: 0,3 +/- 0,1 Bq/l. Voor het stabiele Ca werd in gras een concentratie vastgesteld van 4,0 +/- 0,2 g/kg. De rest-beta-activiteit en rest-gamma-activiteit in gras bleven meestal onder de detectielimiet. In de landelijke melkmonsters werden gemiddelde concentraties gemeten van < 0,05 Bq/l voaor Sr-89, 0,037 +/- 0,004 Bq/l voor Sr-90, < 0,14 Bq/l voor Cs-134 en 0,54 +/- 0,04 Bq/l voor Cs-137. In het kader van de kwaliteitsborging nam het RIVM deel aan een internationaal ringonderzoek betreffende standaard K-40, Cs-134 en Cs-137 bepalingen in melkpoeder. Het RIVM bepaalde deze radionucliden met een nauwkeurigheid van 2%.
dc.description.abstractAbstract not available
dc.description.sponsorshipVHI
dc.format.extent32 p
dc.language.isonl
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 248704001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/248704001.html
dc.subject16nl
dc.subjectmelknl
dc.subjectweidegrasnl
dc.subjectradioactiviteitnl
dc.subjectmonitoringnl
dc.titleControle op de radioactieve besmetting van &quot;industriemelk&quot; uit Noord-, Oost-, Zuid- en West-Nederland en van gras en melk in de omgeving van nucleaire installaties in 1988nl
dc.title.alternativeMonitoring of radioactivity in &quot;industrial milk&quot; from the northern, eastern, southern and western parts of the Netherlands as well as in pasture grass and milk from the vicinity of nuclear installations in 1988en
dc.typeReport
dc.date.updated2012-12-12T16:55:25Z
html.description.abstractDoor het RIVM bepaalde concentraties in gras uit de omgeving van nucleaire installaties waren in 1988 voor Be-7: 140 +/- 20 Bq/kg, voor K-40: 1280 +/- 100 Bq/kg, voor Sr-89: onder de detectielimiet, voor Sr-90: 1,6 +/- 0,3 Bq/kg, voor I-131: niet aantoonbaar, voor Cs-134: 1,7 +/- 0,3 Bq/kg en voor Cs-137: 5,8 +/- 1,7 Bq/kg. Concentraties in melk voor Be-7 waren niet aantoonbaar, voor Sr-89 onder de detectielimiet, maar voor Sr-90: 0,038 +/- 0,002 Bq/l, voor I-131: &lt; 0,04 Bq/l, voor Cs-134: &lt; 0,12 Bq/l en voor Cs-137: 0,3 +/- 0,1 Bq/l. Voor het stabiele Ca werd in gras een concentratie vastgesteld van 4,0 +/- 0,2 g/kg. De rest-beta-activiteit en rest-gamma-activiteit in gras bleven meestal onder de detectielimiet. In de landelijke melkmonsters werden gemiddelde concentraties gemeten van &lt; 0,05 Bq/l voaor Sr-89, 0,037 +/- 0,004 Bq/l voor Sr-90, &lt; 0,14 Bq/l voor Cs-134 en 0,54 +/- 0,04 Bq/l voor Cs-137. In het kader van de kwaliteitsborging nam het RIVM deel aan een internationaal ringonderzoek betreffende standaard K-40, Cs-134 en Cs-137 bepalingen in melkpoeder. Het RIVM bepaalde deze radionucliden met een nauwkeurigheid van 2%.
html.description.abstractAbstract not available


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record