Show simple item record

dc.contributor.authorSlooff W
dc.contributor.authorde Zwart D
dc.contributor.authorRutgers M
dc.contributor.authorTonkes M
dc.contributor.authorvan de Guchte C
dc.date.accessioned2017-02-20T07:36:58
dc.date.issued2001-08-15
dc.identifier601503021
dc.description.abstractIn het VROM project SOMS (Strategie OMgaan met Stoffen) is de aandacht o.a. gericht op het anders omgaan met de onbekendheid met gevaren van stoffen en het deelachtig maken van het bedrijfsleven inzake het nemen van verantwoordelijkheid voor risico's van stoffen. In dat kader is de vraag gerezen of toepassing van biologische effectmetingen aan emissies en het milieu, als aanvulling op het bestaande systeem van "stof-voor-stof" beoordelingen, hierin een rol kan spelen. Op basis van een verkenning in dit rapport naar de stand der wetenschap en bestaande beleidsruimte kan deze vraag positief worden beantwoord. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beoordeling van A)vervuilingsbronnen, waarbij de verantwoordelijkheid voor adequate uitvoering en rapportage primair bij het bedrijfsleven ligt en voor de overheid een toezichthoudende taak is weggelegd, en B) van het ontvangende milieucompartiment, waarbij uitvoering en rapportage bij de desbetreffende beherende overheidsinstantie ligt. Biologische effectbeoordeling biedt voldoende voordelen om een plaats naast de chemische stofgerichte benadering te rechtvaardigen. De techniek is beschikbaar; er moeten alleen keuzes worden gemaakt uit de scala van mogelijkheden voor effectgerichte beoordeling, alsook de wijze waarop de resultaten worden geinterpreteerd en vertaald naar het beleid. Beleidsmatig is nationaal en internationaal sprake van toenemende ruimte voor implementatie, zeker met betrekking tot effluenten en het compartiment water. Nederland loopt op dit punt niet voorop. In het kader van het waterbeleid wordt een inhaalslag verwacht, waarop het vernieuwde stoffenbeleid goed kan aansluiten.<br>
dc.description.abstractIn SOMS (SOMS is the Dutch acronym for 'Strategy on Management of Substances'), a programme has been started aimed at modernising the Dutch and European policy on handling substances. Broadly, the direction in which solutions for new policy are sought is to make industry more responsible for taking measures to reduce the risks and safety hazards associated with substances and to set up an adequate infrastructure for appraising, deciding and communicating related matters. In this framework it was questioned whether the application of biological effect assessments of emissions and the environment could play a role, in addition to the "substance-by-substance" assessments. Exploring the state of both science and policy, this report confirms the usefulness of biological effect assessments in addition to the regular assessments of substances. Difference has been made between assessments of effluents (in which case industry is likely to be responsible for performing the tests and reporting the results, controlled by government), and those of the receiving environment (in which case the managing and administrative governmental bodies are in charge). Biological effect assessment offers a number of advantages. The approach fits the need of SOMS since the total chemical stress is taking into account (not only the few priority substances but also unknown (non-assessed) chemicals, metabolites and combination toxicity) and the process is not hampered for reasons of confidentiality of substance-linked data. Technically, a variety of methods are available. From a policy point of view there is increasingly room for implementation, both nationally and internationally. This is particularly true for aquatic effluents and surface water including sediments. Choices have to be made which technical methods are the most appropriate, and on how to interpret the results and to translate them in a policy framework.<br>
dc.description.sponsorshipDGM-SAS
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent55 p
dc.format.extent368 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherRIZA
dc.publisherRIKZ
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 601503021, RIZA werkdocument 2001.048x
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/601503021.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/601503021.pdf
dc.subject09nl
dc.subjectgevaarlijke stoffensnl
dc.subjecteffectennl
dc.subjectrisico&apos;snl
dc.subjecttoetsingnl
dc.subjectecosystemennl
dc.subjectbeleidnl
dc.subjectindustrienl
dc.subjectbio-assaysnl
dc.subjecthazardous substancesen
dc.subjecteffectsen
dc.subjectrisksen
dc.subjectassessmenten
dc.subjectecosystemsen
dc.subjectpolicyen
dc.subjectindustryen
dc.titleBasis voor effectgerichte beoordeling?nl
dc.title.alternative&apos;Strategy on Management of Substances&apos; and biological effect assessmenten
dc.typeReport
dc.contributor.departmentCSR
dc.contributor.departmentECO
dc.date.updated2017-02-20T06:36:58Z
html.description.abstractIn het VROM project SOMS (Strategie OMgaan met Stoffen) is de aandacht o.a. gericht op het anders omgaan met de onbekendheid met gevaren van stoffen en het deelachtig maken van het bedrijfsleven inzake het nemen van verantwoordelijkheid voor risico&apos;s van stoffen. In dat kader is de vraag gerezen of toepassing van biologische effectmetingen aan emissies en het milieu, als aanvulling op het bestaande systeem van &quot;stof-voor-stof&quot; beoordelingen, hierin een rol kan spelen. Op basis van een verkenning in dit rapport naar de stand der wetenschap en bestaande beleidsruimte kan deze vraag positief worden beantwoord. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beoordeling van A)vervuilingsbronnen, waarbij de verantwoordelijkheid voor adequate uitvoering en rapportage primair bij het bedrijfsleven ligt en voor de overheid een toezichthoudende taak is weggelegd, en B) van het ontvangende milieucompartiment, waarbij uitvoering en rapportage bij de desbetreffende beherende overheidsinstantie ligt. Biologische effectbeoordeling biedt voldoende voordelen om een plaats naast de chemische stofgerichte benadering te rechtvaardigen. De techniek is beschikbaar; er moeten alleen keuzes worden gemaakt uit de scala van mogelijkheden voor effectgerichte beoordeling, alsook de wijze waarop de resultaten worden geinterpreteerd en vertaald naar het beleid. Beleidsmatig is nationaal en internationaal sprake van toenemende ruimte voor implementatie, zeker met betrekking tot effluenten en het compartiment water. Nederland loopt op dit punt niet voorop. In het kader van het waterbeleid wordt een inhaalslag verwacht, waarop het vernieuwde stoffenbeleid goed kan aansluiten.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn SOMS (SOMS is the Dutch acronym for &apos;Strategy on Management of Substances&apos;), a programme has been started aimed at modernising the Dutch and European policy on handling substances. Broadly, the direction in which solutions for new policy are sought is to make industry more responsible for taking measures to reduce the risks and safety hazards associated with substances and to set up an adequate infrastructure for appraising, deciding and communicating related matters. In this framework it was questioned whether the application of biological effect assessments of emissions and the environment could play a role, in addition to the &quot;substance-by-substance&quot; assessments. Exploring the state of both science and policy, this report confirms the usefulness of biological effect assessments in addition to the regular assessments of substances. Difference has been made between assessments of effluents (in which case industry is likely to be responsible for performing the tests and reporting the results, controlled by government), and those of the receiving environment (in which case the managing and administrative governmental bodies are in charge). Biological effect assessment offers a number of advantages. The approach fits the need of SOMS since the total chemical stress is taking into account (not only the few priority substances but also unknown (non-assessed) chemicals, metabolites and combination toxicity) and the process is not hampered for reasons of confidentiality of substance-linked data. Technically, a variety of methods are available. From a policy point of view there is increasingly room for implementation, both nationally and internationally. This is particularly true for aquatic effluents and surface water including sediments. Choices have to be made which technical methods are the most appropriate, and on how to interpret the results and to translate them in a policy framework.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record