Show simple item record

dc.contributor.authorTilburg JJHC
dc.contributor.authorDuring M
dc.contributor.authorvan de Giessen AW
dc.date.accessioned2014-01-17T13:19:37
dc.date.issued1997-03-31
dc.identifier285859002
dc.description.abstractBij de twee Nederlandse destructiebedrijven werd in 1995 onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de autoclaveringsprocessen en de microbiologische gesteldheid van bedrijfsruimten en eindproducten. Daartoe werden monsters halfproduct, genomen direct na autoclavering, onderzocht op sporen van C. perfringens. Monsters eindproduct werden onderzocht op Salmonella, terwijl (vanaf april 1995) in vijf deelmonsters van ieder eindproductmonster het Enterobacteriaceae-kiemgetal werd bepaald. Bij bedrijf N werden sporen van C. perfringens aangetoond in 1 (2,0%) van de 50 monsters halfproduct. Bij bedrijf C werden geen sporen van C. perfringens aangetoond. Conform EU-Richtlijn 90/425/EEG dienen monsters halfproduct (als het verwerking van hoog-risicomateriaal betreft), die onmiddelijk na autoclavering worden genomen, vrij te zijn van sporen van C. perfringens. In 2 (10,5%) van de 19 monsters eindproduct afkomstig van bedrijf N werd Salmonella aangetoond. In eindproductmonsters van bedrijf C werd Salmonella niet aangetoond. Bij een eindproductmonster afkomstig van bedrijf C werd in 4 van de 5 deelmonsters een Enterobacteriaceae-kiemgetal bepaald tussen > 10 en < 300 kiemen per gram. Conform EU-Richtlijn 90/425/EEG dienen monsters eindproduct (hoog- en laag-risicomateriaal) vrij te zijn van Salmonella en dient het Enterobacteriaceae-kiemgetal in geen van de 5 deelmonsters > 300 en in maximaal 2 van de 5 deelmonsters age 10 en < 300 te zijn. Bij de bedrijven N en C werd Salmonella aangetoond in respectievelijk 40,0% en 36,4% van monsters stof uit de bedrijfsruimten.<br>
dc.description.abstractAt two rendering plants for dead animals and animal wastes in the Netherlands studies were carried out in 1995 on the efficacy of autoclaving processes and the microbiological condition of processing halls and final products. For this, samples of half-products were examined for the presence of spores of C. perfringens. Samples of final products were examined for the presence of Salmonella, while the Enterobacteriaceae-count was determined in 5 sub-samples of each sample of final product. At plant N spores of C. perfringens were detected in 1 (2.0%) of 50 samples taken directly after autoclaving. At plant C no spores of C. perfringens were detected. In accordance with EU-Directive 90/425/EEC samples taken directly after autoclaving (as far as processing of high risk material is concerned) should be free of spores of C. perfringens. Salmonella was detected in 2 (10.5%) of 19 samples of final product at plant N. At plant C, Salmonella was not detected in samples of final product. In 4 of the 5 sub-samples constituting one sample of final product taken at plant C, an Enterobacteriaceae-count between > 10 and < 300 colony forming units per gram was determined. In accordance with EU-Directive 90/425/EEC samples of final products (from both high risk and low risk materials) should be free of Salmonella, while the Enterobacteriaceae-count should not be > 300 in any of the sub-samples and may be > 10 and < 300 in maximum 2 of the 5 sub-samples. At plants N and C Salmonella was detected in 40,0% and 36,4% respectively of samples of dust taken from the processing halls.<br>
dc.description.sponsorshipVI
dc.format.extent21 p
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 285859002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/285859002.html
dc.subject01nl
dc.subjectdestructionen
dc.subjectsterilizationen
dc.subjectrendering plantsen
dc.subjectperformanceen
dc.subjectautoclaving processesen
dc.titleMicrobiologisch onderzoek destructoren 1995nl
dc.title.alternativeMicrobiological investigations at Dutch rendering plants in 1995en
dc.typeReport
dc.contributor.departmentMGB
dc.date.updated2014-01-17T12:21:55Z
html.description.abstractBij de twee Nederlandse destructiebedrijven werd in 1995 onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de autoclaveringsprocessen en de microbiologische gesteldheid van bedrijfsruimten en eindproducten. Daartoe werden monsters halfproduct, genomen direct na autoclavering, onderzocht op sporen van C. perfringens. Monsters eindproduct werden onderzocht op Salmonella, terwijl (vanaf april 1995) in vijf deelmonsters van ieder eindproductmonster het Enterobacteriaceae-kiemgetal werd bepaald. Bij bedrijf N werden sporen van C. perfringens aangetoond in 1 (2,0%) van de 50 monsters halfproduct. Bij bedrijf C werden geen sporen van C. perfringens aangetoond. Conform EU-Richtlijn 90/425/EEG dienen monsters halfproduct (als het verwerking van hoog-risicomateriaal betreft), die onmiddelijk na autoclavering worden genomen, vrij te zijn van sporen van C. perfringens. In 2 (10,5%) van de 19 monsters eindproduct afkomstig van bedrijf N werd Salmonella aangetoond. In eindproductmonsters van bedrijf C werd Salmonella niet aangetoond. Bij een eindproductmonster afkomstig van bedrijf C werd in 4 van de 5 deelmonsters een Enterobacteriaceae-kiemgetal bepaald tussen &gt; 10 en &lt; 300 kiemen per gram. Conform EU-Richtlijn 90/425/EEG dienen monsters eindproduct (hoog- en laag-risicomateriaal) vrij te zijn van Salmonella en dient het Enterobacteriaceae-kiemgetal in geen van de 5 deelmonsters &gt; 300 en in maximaal 2 van de 5 deelmonsters age 10 en &lt; 300 te zijn. Bij de bedrijven N en C werd Salmonella aangetoond in respectievelijk 40,0% en 36,4% van monsters stof uit de bedrijfsruimten.&lt;br&gt;
html.description.abstractAt two rendering plants for dead animals and animal wastes in the Netherlands studies were carried out in 1995 on the efficacy of autoclaving processes and the microbiological condition of processing halls and final products. For this, samples of half-products were examined for the presence of spores of C. perfringens. Samples of final products were examined for the presence of Salmonella, while the Enterobacteriaceae-count was determined in 5 sub-samples of each sample of final product. At plant N spores of C. perfringens were detected in 1 (2.0%) of 50 samples taken directly after autoclaving. At plant C no spores of C. perfringens were detected. In accordance with EU-Directive 90/425/EEC samples taken directly after autoclaving (as far as processing of high risk material is concerned) should be free of spores of C. perfringens. Salmonella was detected in 2 (10.5%) of 19 samples of final product at plant N. At plant C, Salmonella was not detected in samples of final product. In 4 of the 5 sub-samples constituting one sample of final product taken at plant C, an Enterobacteriaceae-count between &gt; 10 and &lt; 300 colony forming units per gram was determined. In accordance with EU-Directive 90/425/EEC samples of final products (from both high risk and low risk materials) should be free of Salmonella, while the Enterobacteriaceae-count should not be &gt; 300 in any of the sub-samples and may be &gt; 10 and &lt; 300 in maximum 2 of the 5 sub-samples. At plants N and C Salmonella was detected in 40,0% and 36,4% respectively of samples of dust taken from the processing halls.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record