Show simple item record

dc.contributor.authorvan Loveren H
dc.contributor.authorLegtenberg RJ
dc.contributor.authorTentij M
dc.contributor.authorvan de Vliet H
dc.contributor.authorVandebriel RJ
dc.contributor.authorGarssen J
dc.contributor.authorde Jong WH
dc.date.accessioned2014-01-17T13:23:24
dc.date.issued1998-02-28
dc.identifier316602001
dc.description.abstractHet sensibiliserend vermogen van verbindingen wordt vastgesteld met behulp van sensibilisatietesten in de cavia of de muis. Op grond van deze testen worden verbinding geklassificeerd als sensibiliserend of niet-sensibiliserend, en wordt er niet verder gediscrimineerd tussen sterk, matig en zwak sensibiliserende verbindingen. In het huidige onderzoek is onderzocht of de lokale lymfkliertest aangepast kan worden om zo deze informatie te geven over de verbindingen. De lokale lymfkliertest is een allergiescreeningtest die sensibilisatie meet tijdens de inductiefase in muizen. Verschillende chemicalien zijn in dit onderzoek gebruikt. De resultaten gaven aan dat met behulp van deze test sensibilisatie door laag-moleculaire chemicalien gedetecteerd kan worden. Het optimum voor auriculaire lymfklier gewichten en celaantallen lag op dag 5 na aanvang van de blootstelling aan DNCB en TMA, terwijl celproliferatie iets eerder piekte, nl op dag 3 tot 5 na aanvang van de blootstelling. Verder lieten dosis-respons relaties voor Oxazolon, MBT, Benzocaine en DEA op dag 5 na aanvang van de blootstelling een dosis-afhankelijke toename van sensibilisatie voor lymfklier gewichten, celaantallen en celproliferaties zien. Na interpolatie naar een SI=3 waren de concentraties van de chemicalien 0.003% voor Oxazolon, 4.0% voor MBT, 9.6% voor Benzocaine en 14.1% voor DEA. Dat wil dus zeggen dat Oxazolon het sterkste allergeen was in dit onderzoek, gevolgd door MBT, Benzocaine en DEA. Geconcludeerd kan worden dat op bovengenoemde manier toegepast de lokale lymfklier test gebruikt kan worden om meer kwantitatieve informatie te verschaffen dan thans gebruikelijk.<br>
dc.description.abstractThe sensitising capacity of chemicals is studied using sensitisation assays in guinea pigs or mice. At present, this classification categorises chemicals into either sensitisers or non sensitisers, and no discrimination between strong, moderate or weak allergens is made. In the present study we have investigated if the local lymph node assay, an allergy screening assay in which the test compound is applied to the ear of mice and the proliferative response of lymphocytes in the draining lymph node is measured to indicate induction of sensitisation, can be used to provide such information. Several chemicals were used in this study. The results showed that using the local lymph node assay (LLNA) sensitisation by low-molecular weight chemicals can be detected. The optimal response for auricular lymph node weight and cell count occurred at day five after first treatment with DNCB and TMA, whereas cell proliferation peaked somewhat earlier, i.e. between day three till five. At day five dose-response relationship studies for Oxazolone, MBT, Benzocaine and DEA showed dose-dependently increased proliferative responses. After interpolation to a SI=3 the concentrations obtained for the chemicals studied were 0.003% for Oxazolone, 4.0% for MBT, 9.6% for Benzocaine and 14.1% for DEA. So, Oxazolone was the strongest allergen in this study, followed by MBT, Benzocaine and DEA. Based on these results it can be concluded that the LLNA may used in a more quantitative fashion than is usually done.<br>
dc.description.sponsorshipGZB
dc.description.sponsorshipIGB
dc.format.extent29 p
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 316602001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/316602001.html
dc.subject02nl
dc.subjectcontact allergienl
dc.subjectpredictieve testennl
dc.subjectpotentie-indelingnl
dc.titleClassification of allergic potency for low-molecular weight chemicals using the local lymph node assayen
dc.title.alternativeClassificatie van de mate waarin verbindingen met een laag molecuulgewicht aanleiding kunnen geven tot sensibilisatie, gebruik makend van de auriculaire lymfkliertestnl
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLPI
dc.date.updated2014-01-17T12:25:54Z
html.description.abstractHet sensibiliserend vermogen van verbindingen wordt vastgesteld met behulp van sensibilisatietesten in de cavia of de muis. Op grond van deze testen worden verbinding geklassificeerd als sensibiliserend of niet-sensibiliserend, en wordt er niet verder gediscrimineerd tussen sterk, matig en zwak sensibiliserende verbindingen. In het huidige onderzoek is onderzocht of de lokale lymfkliertest aangepast kan worden om zo deze informatie te geven over de verbindingen. De lokale lymfkliertest is een allergiescreeningtest die sensibilisatie meet tijdens de inductiefase in muizen. Verschillende chemicalien zijn in dit onderzoek gebruikt. De resultaten gaven aan dat met behulp van deze test sensibilisatie door laag-moleculaire chemicalien gedetecteerd kan worden. Het optimum voor auriculaire lymfklier gewichten en celaantallen lag op dag 5 na aanvang van de blootstelling aan DNCB en TMA, terwijl celproliferatie iets eerder piekte, nl op dag 3 tot 5 na aanvang van de blootstelling. Verder lieten dosis-respons relaties voor Oxazolon, MBT, Benzocaine en DEA op dag 5 na aanvang van de blootstelling een dosis-afhankelijke toename van sensibilisatie voor lymfklier gewichten, celaantallen en celproliferaties zien. Na interpolatie naar een SI=3 waren de concentraties van de chemicalien 0.003% voor Oxazolon, 4.0% voor MBT, 9.6% voor Benzocaine en 14.1% voor DEA. Dat wil dus zeggen dat Oxazolon het sterkste allergeen was in dit onderzoek, gevolgd door MBT, Benzocaine en DEA. Geconcludeerd kan worden dat op bovengenoemde manier toegepast de lokale lymfklier test gebruikt kan worden om meer kwantitatieve informatie te verschaffen dan thans gebruikelijk.&lt;br&gt;
html.description.abstractThe sensitising capacity of chemicals is studied using sensitisation assays in guinea pigs or mice. At present, this classification categorises chemicals into either sensitisers or non sensitisers, and no discrimination between strong, moderate or weak allergens is made. In the present study we have investigated if the local lymph node assay, an allergy screening assay in which the test compound is applied to the ear of mice and the proliferative response of lymphocytes in the draining lymph node is measured to indicate induction of sensitisation, can be used to provide such information. Several chemicals were used in this study. The results showed that using the local lymph node assay (LLNA) sensitisation by low-molecular weight chemicals can be detected. The optimal response for auricular lymph node weight and cell count occurred at day five after first treatment with DNCB and TMA, whereas cell proliferation peaked somewhat earlier, i.e. between day three till five. At day five dose-response relationship studies for Oxazolone, MBT, Benzocaine and DEA showed dose-dependently increased proliferative responses. After interpolation to a SI=3 the concentrations obtained for the chemicals studied were 0.003% for Oxazolone, 4.0% for MBT, 9.6% for Benzocaine and 14.1% for DEA. So, Oxazolone was the strongest allergen in this study, followed by MBT, Benzocaine and DEA. Based on these results it can be concluded that the LLNA may used in a more quantitative fashion than is usually done.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record