Show simple item record

dc.contributor.authorBijwaard H
dc.date.accessioned2017-02-20T07:57:39
dc.date.issued2014-02-13
dc.identifier080129001
dc.description.abstractIn 2012 heeft de Nederlandse Commissie voor Stralingsdosimetrie (NCS) richtwaarden bepaald voor het gebruik van röntgenstraling bij een aantal radiologische handelingen. Ze zijn bedoeld als indicatie voor een aanvaardbare dosis waarmee een goed radiologisch beeld kan worden verkregen; afdelingen radiologie zijn niet verplicht zich aan de waarden te houden. Deze waarden gelden niet voor individuen maar worden vergeleken met de dosis die per groep patiënten met dezelfde behandeling is gemeten. De afdelingen blijken goed op de hoogte te zijn van deze zogeheten Diagnostische Referentieniveaus (DRN's). Ze zijn bezig de DRN's te implementeren of hebben dat inmiddels gedaan. De waarden zijn meestal nog niet in het kwaliteitssysteem van de afdeling en in de behandelprotocollen opgenomen. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM dat in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is uitgevoerd. Hiervoor is een enquête gehouden onder 20 Nederlandse ziekenhuizen. Ook blijkt dat, voor zover bekend, de gebruikte hoeveelheid straling doorgaans onder de DRN's blijft. Als dat structureel niet het geval is, komt dat doordat patiënten gemiddeld een hoog gewicht hebben (wat een hogere dosis vergt) of door de complexiteit van de procedures. Verder zijn er grote verschillen in de manier waarop ziekenhuizen de gemeten dosiswaarden aan de DRN's toetsen. De DRN's zijn per behandeling opgesteld voor een theoretische standaardpatiënt. Voordat de dosiswaarden daaraan kunnen worden getoetst, is het per ziekenhuis nodig om eerst een dosiswaarde voor zo'n standaardpatiënt af te leiden. Hiervoor bestaat een voorgeschreven werkwijze, maar die wordt in de praktijk niet altijd gevolgd. Vooral bij kinderen is dit lastig, omdat de meeste algemene ziekenhuizen weinig kinderen diagnosticeren. Daardoor zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar om de voorgeschreven werkwijze uit te kunnen voeren. Om het implementatieproces te verbeteren wordt de afdelingen radiologie aanbevolen naar elkaars ervaringen te kijken en daarvan te leren. Daarnaast moet worden onderzocht of de methodiek om de DRN's te toetsen voor kinderen aangepast kan worden. Dit is van belang omdat kinderen gevoeliger zijn voor röntgenstraling.
dc.description.abstractIn 2012 the Dutch Commission on Radiation Dosimetry (NCS) published reference levels for the use of X-rays for a number of radiologic tasks. These are meant to indicate acceptable doses that lead to good X-ray imaging and radiology departments are not obliged to adhere to these levels. These values should not be used at an individual level, but compared to doses given to a group of patients with the same treatment. The departments appear to be wellinformed about these so-called Diagnostic Reference Levels (DRLs). They are either well underway in implementing them or have already done so. The levels have usually not yet been incorporated in the QA system of the department nor in the treatment protocols. This is shown in an RIVM study that was conducted by order of the Dutch Healthcare Inspectorate (IGZ). For this purpose a survey was held among 20 Dutch hospitals. It was shown that the amount of radiation used, as far as it was indicated by the hospitals, remains below the DRLs. Where this was structurally not the case, it was caused by either the weights of the patients (a higher weight requires a higher dose) or the complexity of the procedures. In addition, large differences emerge in the way hospitals compare doses to the DRLs. The DRLs have been formulated for a theoretical standard patient for each radiologic task. Before doses can be compared to the DRLs, they need to be derived for this standard patient. A procedure for this has been prescribed, but it is not always followed in practice. This is especially difficult in the case of children, as most general hospitals diagnose only few children. This leads to insufficient data to pursue the prescribed procedure. To improve the implementation process radiology departments are recommendend to look at eachother's experiences and learn from these. Apart from that, it needs to be investigated whether the methodology for checking the DRLs for children can be adjusted. This is important because children are more sensitive to radiation from X-rays.
dc.description.sponsorshipInpectie voor de Gezondheidszorg
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent42 p
dc.format.extent1891 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofseriesRIVM briefrapport 080129001
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/080129001.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/080129001.pdf
dc.titleInventarisatie van het gebruik van Diagnostische Referentieniveaus voor röntgenstraling in Nederlandnl
dc.title.alternativeSurvey of the application of Diagnostic Reference Levels for X-rays in the Netherlandsen
dc.typeBriefrapport
dc.contributor.departmentABI
dc.date.updated2017-02-20T06:57:39Z
dc.contributor.divisionM&V
refterms.dateFOA2018-12-13T10:19:08Z
html.description.abstractIn 2012 heeft de Nederlandse Commissie voor Stralingsdosimetrie (NCS) richtwaarden bepaald voor het gebruik van röntgenstraling bij een aantal radiologische handelingen. Ze zijn bedoeld als indicatie voor een aanvaardbare dosis waarmee een goed radiologisch beeld kan worden verkregen; afdelingen radiologie zijn niet verplicht zich aan de waarden te houden. Deze waarden gelden niet voor individuen maar worden vergeleken met de dosis die per groep patiënten met dezelfde behandeling is gemeten. De afdelingen blijken goed op de hoogte te zijn van deze zogeheten Diagnostische Referentieniveaus (DRN's). Ze zijn bezig de DRN's te implementeren of hebben dat inmiddels gedaan. De waarden zijn meestal nog niet in het kwaliteitssysteem van de afdeling en in de behandelprotocollen opgenomen.<br> <br>Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM dat in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is uitgevoerd. Hiervoor is een enquête gehouden onder 20 Nederlandse ziekenhuizen. Ook blijkt dat, voor zover bekend, de gebruikte hoeveelheid straling doorgaans onder de DRN's blijft. Als dat structureel niet het geval is, komt dat doordat patiënten gemiddeld een hoog gewicht hebben (wat een hogere dosis vergt) of door de complexiteit van de procedures.<br> <br>Verder zijn er grote verschillen in de manier waarop ziekenhuizen de gemeten dosiswaarden aan de DRN's toetsen. De DRN's zijn per behandeling opgesteld voor een theoretische standaardpatiënt. Voordat de dosiswaarden daaraan kunnen worden getoetst, is het per ziekenhuis nodig om eerst een dosiswaarde voor zo'n standaardpatiënt af te leiden. Hiervoor bestaat een voorgeschreven werkwijze, maar die wordt in de praktijk niet altijd gevolgd. Vooral bij kinderen is dit lastig, omdat de meeste algemene ziekenhuizen weinig kinderen diagnosticeren. Daardoor zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar om de voorgeschreven werkwijze uit te kunnen voeren.<br> <br>Om het implementatieproces te verbeteren wordt de afdelingen radiologie aanbevolen naar elkaars ervaringen te kijken en daarvan te leren. Daarnaast moet worden onderzocht of de methodiek om de DRN's te toetsen voor kinderen aangepast kan worden. Dit is van belang omdat kinderen gevoeliger zijn voor röntgenstraling.<br>
html.description.abstractIn 2012 the Dutch Commission on Radiation Dosimetry (NCS) published reference levels for the use of X-rays for a number of radiologic tasks. These are meant to indicate acceptable doses that lead to good X-ray imaging and radiology departments are not obliged to adhere to these levels. These values should not be used at an individual level, but compared to doses given to a group of patients with the same treatment. The departments appear to be wellinformed about these so-called Diagnostic Reference Levels (DRLs). They are either well underway in implementing them or have already done so. The levels have usually not yet been incorporated in the QA system of the department nor in the treatment protocols.<br> <br>This is shown in an RIVM study that was conducted by order of the Dutch Healthcare Inspectorate (IGZ). For this purpose a survey was held among 20 Dutch hospitals. It was shown that the amount of radiation used, as far as it was indicated by the hospitals, remains below the DRLs. Where this was structurally not the case, it was caused by either the weights of the patients (a higher weight requires a higher dose) or the complexity of the procedures.<br> <br>In addition, large differences emerge in the way hospitals compare doses to the DRLs. The DRLs have been formulated for a theoretical standard patient for each radiologic task. Before doses can be compared to the DRLs, they need to be derived for this standard patient. A procedure for this has been prescribed, but it is not always followed in practice. This is especially difficult in the case of children, as most general hospitals diagnose only few children. This leads to insufficient data to pursue the prescribed procedure.<br> <br>To improve the implementation process radiology departments are recommendend to look at eachother's experiences and learn from these. Apart from that, it needs to be investigated whether the methodology for checking the DRLs for children can be adjusted. This is important because children are more sensitive to radiation from X-rays.<br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
080129001.pdf
Size:
1.846Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record