Show simple item record

dc.contributor.authorvan Asperen IA
dc.contributor.authorMedema GJ
dc.contributor.authorBorgdorff MW
dc.contributor.authorSprenger MJW
dc.contributor.authorHavelaar AH
dc.date.accessioned2012-12-12T18:08:48Z
dc.date.available2012-12-12T18:08:48Z
dc.date.issued1995-12-31
dc.identifier289202009
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/259083
dc.description.abstractInleiding: Door middel van een prospectief cohort onderzoek bij triatleten en deelnemers aan run-bike-run wedstrijden werden de mogelijke gezondheidsrisico's van zwemmen in zoet oppervlaktewater onderzocht. Doel van het onderzoek was een kwantitatieve relatie tussen microbiologische waterkwaliteitsparameters en het risico op gezondheidsklachten (met name maag-darmklachten) vast te stellen, teneinde de Nederlandse zwemwaternormstelling voor oppervlaktewater te kunnen baseren op een acceptabel gezondheidsrisico. Methoden: Het onderzoek werd verricht onder 827 deelnemers aan zeven kwart triathlons (zwemmers) en 773 deelnemers aan vijftien run-bike-run wedstrijden (niet-zwemmers) in de zomers van 1993 en 1994. Middels een uitgebreide vragenlijst werd informatie verzameld over het optreden van gezondheidsklachten in de week na de wedstrijd en tijdens het zwemonderdeel van de triathlon vond intensief waterkwaliteitsonderzoek plaats. Resultaten: Zwemmers hadden in de week na de wedstrijd vaker klachten van het maagdarm-kanaal (5,2% vs. 2,1%), de luchtwegen (8,4% vs. 4,0%), de huid en slijmvliezen (3,1% vs. 1,5%) en totaal klachten (15,9% vs. 8,3%) dan niet-zwemmers. Gastro-enteritis werd, afhankelijk van de gehanteerde case-definitie, gerapporteerd door 0,4 tot 3,6% van de zwemmers en 0% tot 1,7% van de niet-zwemmers. Het risico op gastro-enteritis nam toe met de faecale verontreiniging van het zwemwater, gemeten aan de hand van thermotolerante bacterien van de coligroep en Escherichia coli. Er werd geen relatie gevonden met andere microbiologische waterkwaliteits parameters. In water waar de concentraties thermotolerante bacterien van de coligroep hoger waren dan 100 kve per 100 ml was het risico op gastro-enteritis 3 tot 5 maal zo groot dan in water waar de concentraties rond 100 kve per 100 ml of minder bedroegen. In deze laatste wateren was het risico vergelijkbaar met het risico voor niet-zwemmers. De risico's waren onafhankelijk van andere risicofactoren voor gastro-enteritis. Alle onderzochte zwemplaatsen voldeden ten tijde van de wedstrijd ruim aan de wettelijke waterkwaliteitsnormen voor thermotolerante bacterien van de coligroep (minder dan 2000/100 ml). Conclusie: In zwemwater dat voldeed aan de huidige waterkwaliteitsnormen hadden zwemmers een twee maal zo groot risico op gezondheidsklachten dan niet-zwemmers en was het risico op gastro-enteritis onder de zwemmers positief gerelateerd aan de concentraties thermotolerante bacterien van de coligroep en Escherichia coli in het zwemwater. Het optreden van een meetbaar gezondheidseffect van zwemmen in water dat ruim aan de huidige normen voldoet betekent dat deze norm de in het NMP geformuleerde beleidsdoelstelling dat in 2010 zwemmen in alle Nederlandse oppervlaktewateren mogelijk moet zijn zonder er ziek van te worden niet kan verwezenlijken. Indien de incidentie en aard van de klachten onacceptabel gevonden worden zouden de huidige zwemwaternormen verscherping behoeven.<br>
dc.description.abstractA prospective cohort study was conducted among athletes to determine the possible health effects of bathing in fresh waters. The study was spread over two summers, during which 827 triathletes (swimmers) in seven quarter triathlons and 773 run-bike-runners (non-swimmers) participated. Detailed questionnaires were used to collect data on disease occurrence and potential confounding factors, and intensive water quality monitoring was used to assess exposure. Swimmers had a two-fold increased risk of health complaints than non-swimmers in the week after the event. The risk of gastroenteritis increased with the concentrations of thermotolerant coliforms and E. coli in the water. Bathing in waters with thermotolerant coliform concentrations above 100/100 ml, relative to bathing in waters with concentrations of 100/100 ml or lower was associated with a three to five-fold increased risk of gastroenteritis, dependent on the case-definition that was used. After bathing in waters with concentrations below 100/100 ml the risks were comparable with the risks among the non-bathers. A relation with other indicators of water quality was not observed. All bathing locations met the Dutch standards for thermotolerant coliforms at the time of the triathlon (less than 2000/100 ml). The occurrence of a swimming-associated health risk after bathing in waters that meet current water quality standards means that the current standards can not realize the Dutch policy to achieve absence of a health risk from bathing in Dutch surface waters by the year 2010. The standards should be revised if the nature and frequency of the complaints are considered unacceptable.<br>
dc.description.sponsorshipDGM
dc.format.extent101 p
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 289202009
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/289202009.html
dc.subject02nl
dc.subjectsurface wateren
dc.subjectswimming wateren
dc.subjecthealth effectsen
dc.subjecthealth risksen
dc.subjectgastroenteritisen
dc.subjectfecesen
dc.subjectwater qualityen
dc.subjectfaecal water pollutionen
dc.titleMicrobiologische zwemwaterkwaliteit in relatie tot gezondheidsklachten ; een prospectief onderzoek bij triatletennl
dc.title.alternativeMicrobiological freshwater quality in relation to health complaints; a prospective cohort study among triathletesen
dc.typeReport
dc.contributor.departmentCIE
dc.contributor.departmentLWL
dc.date.updated2012-12-12T18:08:48Z
html.description.abstractInleiding: Door middel van een prospectief cohort onderzoek bij triatleten en deelnemers aan run-bike-run wedstrijden werden de mogelijke gezondheidsrisico&apos;s van zwemmen in zoet oppervlaktewater onderzocht. Doel van het onderzoek was een kwantitatieve relatie tussen microbiologische waterkwaliteitsparameters en het risico op gezondheidsklachten (met name maag-darmklachten) vast te stellen, teneinde de Nederlandse zwemwaternormstelling voor oppervlaktewater te kunnen baseren op een acceptabel gezondheidsrisico. Methoden: Het onderzoek werd verricht onder 827 deelnemers aan zeven kwart triathlons (zwemmers) en 773 deelnemers aan vijftien run-bike-run wedstrijden (niet-zwemmers) in de zomers van 1993 en 1994. Middels een uitgebreide vragenlijst werd informatie verzameld over het optreden van gezondheidsklachten in de week na de wedstrijd en tijdens het zwemonderdeel van de triathlon vond intensief waterkwaliteitsonderzoek plaats. Resultaten: Zwemmers hadden in de week na de wedstrijd vaker klachten van het maagdarm-kanaal (5,2% vs. 2,1%), de luchtwegen (8,4% vs. 4,0%), de huid en slijmvliezen (3,1% vs. 1,5%) en totaal klachten (15,9% vs. 8,3%) dan niet-zwemmers. Gastro-enteritis werd, afhankelijk van de gehanteerde case-definitie, gerapporteerd door 0,4 tot 3,6% van de zwemmers en 0% tot 1,7% van de niet-zwemmers. Het risico op gastro-enteritis nam toe met de faecale verontreiniging van het zwemwater, gemeten aan de hand van thermotolerante bacterien van de coligroep en Escherichia coli. Er werd geen relatie gevonden met andere microbiologische waterkwaliteits parameters. In water waar de concentraties thermotolerante bacterien van de coligroep hoger waren dan 100 kve per 100 ml was het risico op gastro-enteritis 3 tot 5 maal zo groot dan in water waar de concentraties rond 100 kve per 100 ml of minder bedroegen. In deze laatste wateren was het risico vergelijkbaar met het risico voor niet-zwemmers. De risico&apos;s waren onafhankelijk van andere risicofactoren voor gastro-enteritis. Alle onderzochte zwemplaatsen voldeden ten tijde van de wedstrijd ruim aan de wettelijke waterkwaliteitsnormen voor thermotolerante bacterien van de coligroep (minder dan 2000/100 ml). Conclusie: In zwemwater dat voldeed aan de huidige waterkwaliteitsnormen hadden zwemmers een twee maal zo groot risico op gezondheidsklachten dan niet-zwemmers en was het risico op gastro-enteritis onder de zwemmers positief gerelateerd aan de concentraties thermotolerante bacterien van de coligroep en Escherichia coli in het zwemwater. Het optreden van een meetbaar gezondheidseffect van zwemmen in water dat ruim aan de huidige normen voldoet betekent dat deze norm de in het NMP geformuleerde beleidsdoelstelling dat in 2010 zwemmen in alle Nederlandse oppervlaktewateren mogelijk moet zijn zonder er ziek van te worden niet kan verwezenlijken. Indien de incidentie en aard van de klachten onacceptabel gevonden worden zouden de huidige zwemwaternormen verscherping behoeven.&lt;br&gt;
html.description.abstractA prospective cohort study was conducted among athletes to determine the possible health effects of bathing in fresh waters. The study was spread over two summers, during which 827 triathletes (swimmers) in seven quarter triathlons and 773 run-bike-runners (non-swimmers) participated. Detailed questionnaires were used to collect data on disease occurrence and potential confounding factors, and intensive water quality monitoring was used to assess exposure. Swimmers had a two-fold increased risk of health complaints than non-swimmers in the week after the event. The risk of gastroenteritis increased with the concentrations of thermotolerant coliforms and E. coli in the water. Bathing in waters with thermotolerant coliform concentrations above 100/100 ml, relative to bathing in waters with concentrations of 100/100 ml or lower was associated with a three to five-fold increased risk of gastroenteritis, dependent on the case-definition that was used. After bathing in waters with concentrations below 100/100 ml the risks were comparable with the risks among the non-bathers. A relation with other indicators of water quality was not observed. All bathing locations met the Dutch standards for thermotolerant coliforms at the time of the triathlon (less than 2000/100 ml). The occurrence of a swimming-associated health risk after bathing in waters that meet current water quality standards means that the current standards can not realize the Dutch policy to achieve absence of a health risk from bathing in Dutch surface waters by the year 2010. The standards should be revised if the nature and frequency of the complaints are considered unacceptable.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record