Show simple item record

dc.contributor.authorSchuur AG
dc.contributor.authorTraas TP
dc.date.accessioned2017-02-20T07:48:41
dc.date.issued2010-08-26
dc.identifier320015004
dc.description.abstractDe Nederlandse overheid toetst of de industrie de risico's van chemische stoffen goed vaststelt. Dit is een onderdeel van de wettelijke taken binnen de Europese verordeningen REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen) en CLP (Classification, Labelling & Packaging). Vanwege het grote aantal stoffen heeft het RIVM met TNO een systematiek opgezet om hierin keuzes te maken. Hetzelfde geldt voor de acties die de overheid zelf in dit verband kan nemen, bijvoorbeeld voorstellen om het gebruik van een stof te beperken of verbieden. REACH en CLP gaan over veiligheid- en gezondheidsaspecten van chemische stoffen in consumentenproducten, op de werkvloer of in het milieu. Met de komst van REACH ligt de verantwoordelijkheid hiervoor meer bij de industrie dan bij de overheid. De systematiek is opgezet op basis van de beleidswensen van alle ministeries die bij het stoffenbeleid zijn betrokken, in het bijzonder VROM, SZW en VWS als opdrachtgever om deze systematiek op te stellen. Zo geeft VWS de hoogste prioriteit aan gevaarlijke stoffen in consumentenproducten voor kinderen. Om werknemer en consument te beschermen geven de ministeries voorrang aan stoffen als ze kankerverwekkend zijn, giftig zijn voor de voortplanting of allergische reacties veroorzaken (CMRS-stoffen). Voor het milieu zijn de criteria voor prioriteit of stoffen dat ze niet afbreekbaar zijn, zich ophopen in organismen, bodem en water (bioaccumulerend) en schadelijk zijn (PBT- of vPvB-stoffen). De systematiek rangschikt een groep stoffen op basis van het risico, dat wordt gedefinieerd als een combinatie van het gevaar van de stof en de blootstelling eraan. De prioritering wordt vervolgens voor de verschillende beschermingsgroepen in punten uitgedrukt: consument, werknemer, mens indirect blootgesteld via het milieu en milieu. Het type 'dossier': registratie, evaluatie, enzovoort, bepaalt welke groep stoffen nader wordt bekeken.
dc.description.abstractThe Netherlands' government evaluates if industry adequately controls the risks of chemical substances. These activities are part of the legal responsibilities in the European Directives REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of Chemicals) and CLP (Classification, Labelling & Packaging). Because of the great number of substances, RIVM and TNO have developed a priority setting system to make justified choices. The same holds for actions in REACH and CLP where the government has the initiative, such as proposals to restrict uses of a chemical or to authorise its use. REACH and CLP are about safety and health aspects of chemical substances in consumer products, at the workplace or in the environment. Due to REACH, it is now much more the responsibility of industry than of government. The priority setting system was developed to take the priorities into account of all ministries that are involved in chemicals policy, especially VROM, SZW and VWS that have commissioned the development of the system. As an example, VWS gives the highest priority to dangerous substances in consumer products intended for use by children. To protect the worker and consumer, the ministries give priority o substances if they can cause cancer, are toxic to reproduction or cause allergic reactions (CMRS substances). Priority substances for the environment are those that do not break down, accumulate in organisms, soil or water and are toxic (PBT of vPvB substances). The priority setting system ranks a group of substances on the basis of risk that is defined as a combination of hazardous properties of a substance and the exposure to it. Priority is subsequently expressed as a score for the different protection targets: consumer, worker, environment and man via the environment. The group of substances under scrutiny can vary depending on the type of dossier: registration, evaluation and so on.
dc.description.sponsorshipVROM
dc.description.sponsorshipVWS
dc.description.sponsorshipSZW
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent183 p
dc.format.extent1599 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherTNO
dc.relation.ispartofRIVM rapport 320015004
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 320015004
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/320015004.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/320015004.pdf
dc.subjectCHEMIEnl
dc.subjectKWALITEITnl
dc.subjectOVERHEIDSBELEIDnl
dc.subjectREACHnl
dc.subjectCLPnl
dc.subjectprioriteringnl
dc.subjectchemische stoffennl
dc.subjectrisiconl
dc.subjectREACHen
dc.subjectCLPen
dc.subjectpriority settingen
dc.subjectchemicalsen
dc.subjectrisken
dc.titlePrioritering in processen van de Europese stoffenwetgeving REACH en CLPen
dc.title.alternativePriority setting for processes of the European chemicals legislation REACH and CLPnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentSEC SIR
dc.date.updated2017-02-20T06:48:41Z
dc.contributor.divisionMEV
refterms.dateFOA2018-12-18T11:47:17Z
html.description.abstractDe Nederlandse overheid toetst of de industrie de risico's van chemische stoffen goed vaststelt. Dit is een onderdeel van de wettelijke taken binnen de Europese verordeningen REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen) en CLP (Classification, Labelling & Packaging). Vanwege het grote aantal stoffen heeft het RIVM met TNO een systematiek opgezet om hierin keuzes te maken. Hetzelfde geldt voor de acties die de overheid zelf in dit verband kan nemen, bijvoorbeeld voorstellen om het gebruik van een stof te beperken of verbieden.<br>REACH en CLP gaan over veiligheid- en gezondheidsaspecten van chemische stoffen in consumentenproducten, op de werkvloer of in het milieu. Met de komst van REACH ligt de verantwoordelijkheid hiervoor meer bij de industrie dan bij de overheid. De systematiek is opgezet op basis van de beleidswensen van alle ministeries die bij het stoffenbeleid zijn betrokken, in het bijzonder VROM, SZW en VWS als opdrachtgever om deze systematiek op te stellen. Zo geeft VWS de hoogste prioriteit aan gevaarlijke stoffen in consumentenproducten voor kinderen. Om werknemer en consument te beschermen geven de ministeries voorrang aan stoffen als ze kankerverwekkend zijn, giftig zijn voor de voortplanting of allergische reacties veroorzaken (CMRS-stoffen). Voor het milieu zijn de criteria voor prioriteit of stoffen dat ze niet afbreekbaar zijn, zich ophopen in organismen, bodem en water (bioaccumulerend) en schadelijk zijn (PBT- of vPvB-stoffen).<br>De systematiek rangschikt een groep stoffen op basis van het risico, dat wordt gedefinieerd als een combinatie van het gevaar van de stof en de blootstelling eraan. De prioritering wordt vervolgens voor de verschillende beschermingsgroepen in punten uitgedrukt: consument, werknemer, mens indirect blootgesteld via het milieu en milieu. Het type 'dossier': registratie, evaluatie, enzovoort, bepaalt welke groep stoffen nader wordt bekeken.<br>
html.description.abstractThe Netherlands' government evaluates if industry adequately controls the risks of chemical substances. These activities are part of the legal responsibilities in the European Directives REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of Chemicals) and CLP (Classification, Labelling & Packaging). Because of the great number of substances, RIVM and TNO have developed a priority setting system to make justified choices. The same holds for actions in REACH and CLP where the government has the initiative, such as proposals to restrict uses of a chemical or to authorise its use.<br>REACH and CLP are about safety and health aspects of chemical substances in consumer products, at the workplace or in the environment. Due to REACH, it is now much more the responsibility of industry than of government. The priority setting system was developed to take the priorities into account of all ministries that are involved in chemicals policy, especially VROM, SZW and VWS that have commissioned the development of the system. As an example, VWS gives the highest priority to dangerous substances in consumer products intended for use by children. To protect the worker and consumer, the ministries give priority o substances if they can cause cancer, are toxic to reproduction or cause allergic reactions (CMRS substances). Priority substances for the environment are those that do not break down, accumulate in organisms, soil or water and are toxic (PBT of vPvB substances).<br>The priority setting system ranks a group of substances on the basis of risk that is defined as a combination of hazardous properties of a substance and the exposure to it. Priority is subsequently expressed as a score for the different protection targets: consumer, worker, environment and man via the environment. The group of substances under scrutiny can vary depending on the type of dossier: registration, evaluation and so on. <br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
320015004.pdf
Size:
1.560Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record