Show simple item record

dc.contributor.authorWiessing LG
dc.contributor.authorvan Rozendaal CM
dc.contributor.authorScheepens JMFA
dc.contributor.authorFennema JSA
dc.contributor.authorDorigo-Zetsma JW
dc.contributor.authorHouweling H
dc.date.accessioned2017-02-20T07:45:35
dc.date.issued1997-08-31
dc.identifier441100005
dc.identifier.isbn9069600706
dc.description.abstractIn dit project wordt de prevalentie vastgesteld van HIV onder intraveneuze druggebruikers (IVDs), en onder druggebruikers van Surinaamse/Antilliaanse afkomst (SUR/ANT) in Amsterdam. Het risico wordt ingeschat op verdere verspreiding van HIV binnen beide groepen en naar de algemene bevolking. Tussen 22 mei en 17 juli 1996 zijn een speekselmonster en korte vragenlijst naar risicogedrag afgenomen bij 200 IVDs en 151 SUR/ANT in Amsterdam. Van de IVDs waren 51 seropositief, onder de SUR/ANT werden drie infecties gevonden. Achttien procent van de IVDs zei in de laatste 6 maanden een spuit of naald van een ander te hebben gebruikt ; dit niveau van riskant gedrag is vergelijkbaar met dat in andere steden in Nederland. Aangetroffen infecties onder IVDs die zeggen sinds 1991 voor het eerst gespoten te hebben of negatief getest te zijn vormen een aanwijzing voor beperkte maar continue HIV-transmissie onder de IVDs. Een op de negen IVDs heeft een niet-druggebruiker als vaste seksuele partner. Bij seksueel contact tussen vaste partners worden weinig condooms gebruikt. Concluderend is de prevalentie van HIV onder IVDs in Amsterdam is ongeveer 26%, vergelijkbaar met het niveau in 1993. De prevalentie onder SUR/ANT is 2%, en is niet significant verschillend van die in 1993. Onder IVDs blijft spuitgerelateerd risicogedrag voorkomen en er zijn tevens aanwijzingen voor een beperkte maar continue HIV-transmissie in deze groep.<br>
dc.description.abstractIn this study the levels of HIV infection is assessed among injecting drug users (IDUs), and drug users of Surinamese/Antillian origin (SUR/ANT) in Amsterdam, the Netherlands. The risk of further spread within both groups and to the general populationis is evaluated. Between 22 May and 17 July 1996 a saliva specimen and a short questionnaire on risk behaviour were obtained from 200 IDUs, and 151 SUR/ANT in Amsterdam. IDUs (having injected at least once in the last 6 months) were recruited in the centre of Amsterdam, on the streets (70% ) and at drug-care facilities (30%). Drug users from Surinamese/Antillian origin (about 90% had never injected) were recruited on the street in a South-eastern neighbourhood of Amsterdam. Of the IDUs 51 were infected, among the SUR/ANT three infections were found. Eighteen percent of the IDUs reported borrowing used syringes or needles in the last six months, a figure comparable to that in other cities in the Netherlands. Infections found among IDUs who reported having injected for the first time or having a negative HIV-test since 1991 indicate a limited but ongoing HIV transmission among IDUs. One in nine IDUs had a non-drug user as steady sexual partner. Condom use during sexual contacts between steady partners was low. In conclusion, the prevalence of HIV among IDUs in Amsterdam is about 26%, similar to the level in 1993. The level of infection among SUR/ANT is 2%, not significantly different from 1993. Among IDUs injecting risk behaviour continues to be reported and there are indications for limited but ongoing HIV transmission in this group.<br>
dc.description.sponsorshipIGZ
dc.description.sponsorshipRIVM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent30 p
dc.format.extent879 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherGemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst
dc.publisherAmsterdam
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 441100005
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/441100005.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/441100005.pdf
dc.subject02nl
dc.subjectaidsen
dc.subjecthiven
dc.subjectepidemiologieen
dc.subjectdruggebruiken
dc.titleHIV-Surveillance onder intraveneuze druggebruikers en Surinaamse/Antilliaanse harddruggebruikers in Amsterdam 1996nl
dc.title.alternativeHIV-Surveillance among intravenous drug users and hard-drug users of Surinamese/Antillian origin in Amsterdam 1996en
dc.typeReport
dc.contributor.departmentCIE
dc.contributor.departmentLIS
dc.contributor.departmentGG&amp;GD
dc.contributor.departmentAmsterdam
dc.date.updated2017-02-20T06:45:36Z
html.description.abstractIn dit project wordt de prevalentie vastgesteld van HIV onder intraveneuze druggebruikers (IVDs), en onder druggebruikers van Surinaamse/Antilliaanse afkomst (SUR/ANT) in Amsterdam. Het risico wordt ingeschat op verdere verspreiding van HIV binnen beide groepen en naar de algemene bevolking. Tussen 22 mei en 17 juli 1996 zijn een speekselmonster en korte vragenlijst naar risicogedrag afgenomen bij 200 IVDs en 151 SUR/ANT in Amsterdam. Van de IVDs waren 51 seropositief, onder de SUR/ANT werden drie infecties gevonden. Achttien procent van de IVDs zei in de laatste 6 maanden een spuit of naald van een ander te hebben gebruikt ; dit niveau van riskant gedrag is vergelijkbaar met dat in andere steden in Nederland. Aangetroffen infecties onder IVDs die zeggen sinds 1991 voor het eerst gespoten te hebben of negatief getest te zijn vormen een aanwijzing voor beperkte maar continue HIV-transmissie onder de IVDs. Een op de negen IVDs heeft een niet-druggebruiker als vaste seksuele partner. Bij seksueel contact tussen vaste partners worden weinig condooms gebruikt. Concluderend is de prevalentie van HIV onder IVDs in Amsterdam is ongeveer 26%, vergelijkbaar met het niveau in 1993. De prevalentie onder SUR/ANT is 2%, en is niet significant verschillend van die in 1993. Onder IVDs blijft spuitgerelateerd risicogedrag voorkomen en er zijn tevens aanwijzingen voor een beperkte maar continue HIV-transmissie in deze groep.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn this study the levels of HIV infection is assessed among injecting drug users (IDUs), and drug users of Surinamese/Antillian origin (SUR/ANT) in Amsterdam, the Netherlands. The risk of further spread within both groups and to the general populationis is evaluated. Between 22 May and 17 July 1996 a saliva specimen and a short questionnaire on risk behaviour were obtained from 200 IDUs, and 151 SUR/ANT in Amsterdam. IDUs (having injected at least once in the last 6 months) were recruited in the centre of Amsterdam, on the streets (70% ) and at drug-care facilities (30%). Drug users from Surinamese/Antillian origin (about 90% had never injected) were recruited on the street in a South-eastern neighbourhood of Amsterdam. Of the IDUs 51 were infected, among the SUR/ANT three infections were found. Eighteen percent of the IDUs reported borrowing used syringes or needles in the last six months, a figure comparable to that in other cities in the Netherlands. Infections found among IDUs who reported having injected for the first time or having a negative HIV-test since 1991 indicate a limited but ongoing HIV transmission among IDUs. One in nine IDUs had a non-drug user as steady sexual partner. Condom use during sexual contacts between steady partners was low. In conclusion, the prevalence of HIV among IDUs in Amsterdam is about 26%, similar to the level in 1993. The level of infection among SUR/ANT is 2%, not significantly different from 1993. Among IDUs injecting risk behaviour continues to be reported and there are indications for limited but ongoing HIV transmission in this group.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record