Show simple item record

dc.contributor.authorvan Beelen P
dc.contributor.authorNotenboom J
dc.date.accessioned2017-02-20T07:43:52
dc.date.issued1996-08-31
dc.identifier607505002
dc.description.abstractDe voortgang van een onderzoeksproject naar de veldrelevantie van ecotoxicologische laboratoriumtoetsen is beschreven. Experimenten naar het effect van zink op verschillende bodemorganismen zijn uitgevoerd in het laboratorium en onder semi-veldomstandigheden. Resultaten zijn onderling vergeleken met veldwaarnemingen langs een metaalverontreinigingsgradient waarin zink domineert. Verschillende bodemchemische extractietechnieken (totaal-, water- en CaCl2-extracties) zijn toegepast om te onderzoeken of verschillen in zinktoxiciteit tussen de gronden zijn terug te voeren tot verschillen in de mate van zinkbinding aan de vaste fase. Het bleek echter niet mogelijk om op eenduidige wijze voor de verschillende organismen voor biobeschikbaarheid tussen de gronden te corrigeren. Dit laat zien dat normstelling op grond van extraheerbare gehalten niet altijd beter hoeft te zijn dan normstelling op basis van totaalgehalten. Uitgaande van een overeenkomstige beschikbaarheid zijn de verschillen tussen effectniveau's in laboratoriumtoetsen en in het veld voor een zelfde soort organisme relatief klein. Dit duidt niet op een falsificatie van in de normstelling gehanteerde uitgangspunten, maar legt wel de nadruk op het belang van een echte beschikbaarheidscorrectie tussen gronden, althans voor metalen.<br>
dc.description.abstractThe progress of a research project on the field relevance of ecotoxicological laboratory tests has been described. The toxicity of zinc for several soil organisms is experimentally investigated at laboratory and semi-field conditions. Results are mutually compared with field observations along a gradient of metal contaminated soils, dominated by zinc. Several extraction techniques from soil chemistry (total, water, and CaCl2 extractions) are applied to investigate whether differences in zinc toxicity can be related to differences in the strength of metal binding to the solid phase. At this manner, however, an unequivocal correction for bioavailability between the different soils for the different organisms appeared not possible. This shows that risk assessment based on the content of extractable pollutants is not always better than risk assessment based on the total pollutant content. The differences between effect levels in laboratory tests and in the field for a particular species are relatively small when availability is assumed to be similar. This does not indicate that the premises used for the ecotoxicological risk assessment are falsified, but it emphasises the importance of a good correction for the availability of metals in different soils.<br>
dc.description.sponsorshipDGM/BO
dc.format.extent80 p
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.publisherNederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)
dc.publisherVrije Universiteit Amsterdam (VU)
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 607505002
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607505002.html
dc.subject05nl
dc.subjectbodemnl
dc.subjectecotoxicologienl
dc.subjecttoxiciteitnl
dc.subjectbiobeschikbaarheidnl
dc.subjectzware metalennl
dc.subjectnormnl
dc.subjectlaboratoriumonderzoeknl
dc.subjectsoilen
dc.subjectecotoxicologyen
dc.subjectheavy metalsen
dc.subjecttoxicityen
dc.subjectbioavailabilityen
dc.subjectstandardsen
dc.subjectlaboratory experimentsen
dc.titleValidatie toxiciteitsgegevens en risicogrenzen bodem: voortgangsrapportage 1995nl
dc.title.alternativeValidation of toxicity data and risk levels for soils: Progress reporten
dc.typeReport
dc.contributor.departmentECO
dc.date.updated2017-02-20T06:43:52Z
html.description.abstractDe voortgang van een onderzoeksproject naar de veldrelevantie van ecotoxicologische laboratoriumtoetsen is beschreven. Experimenten naar het effect van zink op verschillende bodemorganismen zijn uitgevoerd in het laboratorium en onder semi-veldomstandigheden. Resultaten zijn onderling vergeleken met veldwaarnemingen langs een metaalverontreinigingsgradient waarin zink domineert. Verschillende bodemchemische extractietechnieken (totaal-, water- en CaCl2-extracties) zijn toegepast om te onderzoeken of verschillen in zinktoxiciteit tussen de gronden zijn terug te voeren tot verschillen in de mate van zinkbinding aan de vaste fase. Het bleek echter niet mogelijk om op eenduidige wijze voor de verschillende organismen voor biobeschikbaarheid tussen de gronden te corrigeren. Dit laat zien dat normstelling op grond van extraheerbare gehalten niet altijd beter hoeft te zijn dan normstelling op basis van totaalgehalten. Uitgaande van een overeenkomstige beschikbaarheid zijn de verschillen tussen effectniveau&apos;s in laboratoriumtoetsen en in het veld voor een zelfde soort organisme relatief klein. Dit duidt niet op een falsificatie van in de normstelling gehanteerde uitgangspunten, maar legt wel de nadruk op het belang van een echte beschikbaarheidscorrectie tussen gronden, althans voor metalen.&lt;br&gt;
html.description.abstractThe progress of a research project on the field relevance of ecotoxicological laboratory tests has been described. The toxicity of zinc for several soil organisms is experimentally investigated at laboratory and semi-field conditions. Results are mutually compared with field observations along a gradient of metal contaminated soils, dominated by zinc. Several extraction techniques from soil chemistry (total, water, and CaCl2 extractions) are applied to investigate whether differences in zinc toxicity can be related to differences in the strength of metal binding to the solid phase. At this manner, however, an unequivocal correction for bioavailability between the different soils for the different organisms appeared not possible. This shows that risk assessment based on the content of extractable pollutants is not always better than risk assessment based on the total pollutant content. The differences between effect levels in laboratory tests and in the field for a particular species are relatively small when availability is assumed to be similar. This does not indicate that the premises used for the ecotoxicological risk assessment are falsified, but it emphasises the importance of a good correction for the availability of metals in different soils.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record