Show simple item record

dc.contributor.authorvan Leeuwen LC
dc.contributor.authorMoermond CTA
dc.contributor.authorvan Veen M
dc.contributor.authorvan Herwijnen R
dc.date.accessioned2017-02-20T07:01:00
dc.date.issued2010-08-23
dc.identifier601782020
dc.description.abstractHet RIVM heeft milieurisicogrenzen afgeleid voor een serie chloorbenzenen in water, grondwater, bodem en lucht. De groep stoffen omvat monochloorbenzeen, dichloorbenzenen en tetrachloorbenzenen. Ze worden gebruikt als tussenproduct om andere stoffen te maken. Te hoge concentraties van deze stoffen zijn schadelijk voor het milieu. Voor dit onderzoek zijn actuele ecotoxicologische gegevens gebruikt, gecombineerd met de methodiek die is voorgeschreven door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De nieuwe milieurisicogrenzen zijn lager dan de nu geldende afgeleide normen. Dit komt omdat nu niet alleen de directe schadelijke effecten zijn onderzocht, maar ook de indirecte effecten op mensen en op vogels en zoogdieren door het eten van vis. Tussen 2001 en 2006 zijn de stoffen een enkele keer aangetroffen in de Rijn, maar het is niet waarschijnlijk dat de nieuw afgeleide risicogrenzen langdurig zijn overschreden. Voor de waterbodem zijn geen milieurisicogrenzen afgeleid, omdat de stoffen naar verwachting nauwelijks aan de waterbodem binden. Normaal gesproken worden de milieurisicogrenzen afgeleid op basis van de eigenschappen van individuele stoffen. Van de di- en tetrachloorbenzenen bestaan echter verschillende vormen die gelijktijdig voorkomen en een vergelijkbare toxiciteit hebben. Daarom is voor deze stoffen een zogeheten somnorm afgeleid, die voorkomt dat de effecten van individuele stoffen worden gestapeld. Deze somnorm is gebaseerd op de gezamenlijke gegevens en effecten van vergelijkbare stoffen. Milieurisicogrenzen zijn niet bindend, maar zijn de wetenschappelijke basis waarop de Nederlandse Interdepartementale Stuurgroep Stoffen de milieukwaliteitsnormen vaststelt. De overheid hanteert deze normen bij de uitvoering van het nationale stoffenbeleid en de KRW.
dc.description.abstractThis report documents the derivation of environmental risk limits for several chlorobenzenes in water, groundwater, soil and air. The following substances were selected: monochlorobenzene, dichlorobenzenes and tetrachlorobenzenes. Chlorobenzenes are used as intermediates in the production of other substances. High concentrations of chlorobenzenes are hazardous to the environment. For deriving the ERLs, RIVM used up-to-date ecotoxicological data in combination with the methodology as required by the European Water Framework Directive. The newly derived ERLs are lower than earlier derived ERLs. However, monitoring data from the river Rhine in the period 2001 - 2006 show only few cases of exceedance of the new ERLs. ERLs were not derived for the sediment compartment, because sorption to sediment is below the trigger value to derive such risk limits. Based on the comparable ecotoxicity of the individual isomers of dichlorobenzenens and tetrachlorobenzenes, ERLs for these substances were derived based on combined datasets and the use of sum limits is proposed. The respective chlorobenzenes may occur simultaneously in the environment and an additive effect cannot be excluded. Environmental risk limits form the scientific basis on which the Interdepartmental Steering Group for substances sets environmental quality standards. The government uses these quality standards for carrying out the national policy concerning substances and the European Water Framework Directive.
dc.description.sponsorshipVROM
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent92 p
dc.format.extent4954 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 601782020
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 601782020
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/601782020.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/601782020.pdf
dc.subjectLEEFOMGEVINGnl
dc.subjectmilieurisicogrenzennl
dc.subjectMTRnl
dc.subjectMACnl
dc.subjectdichloorbenzeennl
dc.subjecttetrachloorbenzeennl
dc.subjectenvironmental risk limitsen
dc.subjectmaximum permissible concentrationen
dc.subjectmaximum acceptable concentrationen
dc.subjectmonochlorobenzeneen
dc.subjectdichlorobenzeneen
dc.subjecttetrachlorobenzeneen
dc.titleEnvironmental risk limits for various chlorobenzenesen
dc.title.alternativeMilieurisicogrenzen voor verscheidene chloorbenzenennl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentSEC
dc.date.updated2017-02-20T06:01:01Z
dc.contributor.divisionmev
refterms.dateFOA2018-12-18T12:01:49Z
html.description.abstractHet RIVM heeft milieurisicogrenzen afgeleid voor een serie chloorbenzenen in water, grondwater, bodem en lucht. De groep stoffen omvat monochloorbenzeen, dichloorbenzenen en tetrachloorbenzenen. Ze worden gebruikt als tussenproduct om andere stoffen te maken. Te hoge concentraties van deze stoffen zijn schadelijk voor het milieu. <br>Voor dit onderzoek zijn actuele ecotoxicologische gegevens gebruikt, gecombineerd met de methodiek die is voorgeschreven door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De nieuwe milieurisicogrenzen zijn lager dan de nu geldende afgeleide normen. Dit komt omdat nu niet alleen de directe schadelijke effecten zijn onderzocht, maar ook de indirecte effecten op mensen en op vogels en zoogdieren door het eten van vis. Tussen 2001 en 2006 zijn de stoffen een enkele keer aangetroffen in de Rijn, maar het is niet waarschijnlijk dat de nieuw afgeleide risicogrenzen langdurig zijn overschreden. Voor de waterbodem zijn geen milieurisicogrenzen afgeleid, omdat de stoffen naar verwachting nauwelijks aan de waterbodem binden. <br>Normaal gesproken worden de milieurisicogrenzen afgeleid op basis van de eigenschappen van individuele stoffen. Van de di- en tetrachloorbenzenen bestaan echter verschillende vormen die gelijktijdig voorkomen en een vergelijkbare toxiciteit hebben. Daarom is voor deze stoffen een zogeheten somnorm afgeleid, die voorkomt dat de effecten van individuele stoffen worden gestapeld. Deze somnorm is gebaseerd op de gezamenlijke gegevens en effecten van vergelijkbare stoffen. <br>Milieurisicogrenzen zijn niet bindend, maar zijn de wetenschappelijke basis waarop de Nederlandse Interdepartementale Stuurgroep Stoffen de milieukwaliteitsnormen vaststelt. De overheid hanteert deze normen bij de uitvoering van het nationale stoffenbeleid en de KRW. <br>
html.description.abstractThis report documents the derivation of environmental risk limits for several chlorobenzenes in water, groundwater, soil and air. The following substances were selected: monochlorobenzene, dichlorobenzenes and tetrachlorobenzenes. Chlorobenzenes are used as intermediates in the production of other substances. High concentrations of chlorobenzenes are hazardous to the environment.<br>For deriving the ERLs, RIVM used up-to-date ecotoxicological data in combination with the methodology as required by the European Water Framework Directive. The newly derived ERLs are lower than earlier derived ERLs. However, monitoring data from the river Rhine in the period 2001 - 2006 show only few cases of exceedance of the new ERLs. ERLs were not derived for the sediment compartment, because sorption to sediment is below the trigger value to derive such risk limits. <br>Based on the comparable ecotoxicity of the individual isomers of dichlorobenzenens and tetrachlorobenzenes, ERLs for these substances were derived based on combined datasets and the use of sum limits is proposed. The respective chlorobenzenes may occur simultaneously in the environment and an additive effect cannot be excluded.<br>Environmental risk limits form the scientific basis on which the Interdepartmental Steering Group for substances sets environmental quality standards. The government uses these quality standards for carrying out the national policy concerning substances and the European Water Framework Directive. <br>


Files in this item

Thumbnail
Name:
601782020.pdf
Size:
4.837Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record