Show simple item record

dc.contributor.authorCassee FR
dc.contributor.authorDormans JAMA
dc.contributor.authorvan Loveren H
dc.contributor.authorvan Bree L
dc.contributor.authorRombout PJA
dc.date.accessioned2012-12-12T18:36:53Z
dc.date.available2012-12-12T18:36:53Z
dc.date.issued1998-04-30
dc.identifier650010013
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/259466
dc.descriptionRevised edition of June 1998<br>en
dc.description.abstractResultaten worden gepresenteerd van een studie met ammoniumnitraat in gezonde en astma dieren. Ammoniumnitraat is de belangrijkste component van het secundair gevormde fijnstof in Nederland. We hebben gezonde en astma muizen blootgesteld aan fijn (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 deeltjes per cm3) en ultrafijn (CMD = 0.03 mum; 2 x 10 exp. 5 deeltjes per cm3) ammoniumnitraat. De gemiddelde massa concentratie bedroeg respectievelijk 140 en 250 mug/m3. De gegevens suggereren dat bij concentraties die vergelijkbaar zijn met eerdere studies met ammoniumbisulfaat en ammoniumferrosulfaat nu wel pulmonaire effecten in gezonde en astma muizen optreden. Hierbij blijkt dat deze effecten wel bij fijn en niet bij ultrafijn nitraat optreden. Uit het feit dat de massaconcentratie van fijn ammoniumnitraat lager was dan die van ultrafijn nitraat kan worden opgemaakt dat de invloed van de grootte van de deeltjes niet verwaarloosd mag worden. Depositiemodellering zal hier meer inzicht in geven. Er zijn geen indicaties voor een versterking van de allergische reactie.<br>
dc.description.abstractAmmonium nitrate is the most prominent component of secondary PM10 in the Netherlands. In our study, healthy and asthmatic mice were exposed to fine (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 particles per cm3) and ultrafine (CMD = 0.03 mum; 2 x 10. exp. 5 particles per cm3) ammonium nitrate. The mean mass concentrations were 140 and 250 mug/m3, respectively. At exposure levels comparable to previous studies with ammonium bisulfate and ammonium ferrosulfate, pulmonary effects were observed in both healthy and asthmatic mice. The effects were mainly found after exposure to fine rather than to ultrafine nitrate. In view of the mass concentration of fine aerosols being even lower than that of the ultrafine aerosols, we conclude that not only are mass concentrations important for the development of adverse effects but also the specific size of the particles. Dosimetry models will be useful in confirming this conclusion. There were no signs of asthmatic mice being more sensitive to secondary aerosols than healthy mice<br>
dc.description.sponsorshipDGM/LE
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent27 p
dc.format.extent1269 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 650010013
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010013.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010013.pdf
dc.subject03nl
dc.subjectinhalation exposureen
dc.subjectair pollutionen
dc.subjectenvironmentalen
dc.subjectexperimental studiesen
dc.subjectmiceen
dc.titleToxicity of Ambient Particulate Matter. III. Acute toxicity study in asthmatic mice following 3-day exposure to ultrafine and fine ammonium nitrate, a model compound for secondary aerosol fraction of PM10en
dc.title.alternativeToxiciteit van fijnstof in de buitenlucht (PM 10) III. Ultrafijn en fijn ammoniumnitraatnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentLEO
dc.contributor.departmentLPI
dc.date.updated2012-12-12T18:36:53Z
html.description.abstractResultaten worden gepresenteerd van een studie met ammoniumnitraat in gezonde en astma dieren. Ammoniumnitraat is de belangrijkste component van het secundair gevormde fijnstof in Nederland. We hebben gezonde en astma muizen blootgesteld aan fijn (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 deeltjes per cm3) en ultrafijn (CMD = 0.03 mum; 2 x 10 exp. 5 deeltjes per cm3) ammoniumnitraat. De gemiddelde massa concentratie bedroeg respectievelijk 140 en 250 mug/m3. De gegevens suggereren dat bij concentraties die vergelijkbaar zijn met eerdere studies met ammoniumbisulfaat en ammoniumferrosulfaat nu wel pulmonaire effecten in gezonde en astma muizen optreden. Hierbij blijkt dat deze effecten wel bij fijn en niet bij ultrafijn nitraat optreden. Uit het feit dat de massaconcentratie van fijn ammoniumnitraat lager was dan die van ultrafijn nitraat kan worden opgemaakt dat de invloed van de grootte van de deeltjes niet verwaarloosd mag worden. Depositiemodellering zal hier meer inzicht in geven. Er zijn geen indicaties voor een versterking van de allergische reactie.&lt;br&gt;
html.description.abstractAmmonium nitrate is the most prominent component of secondary PM10 in the Netherlands. In our study, healthy and asthmatic mice were exposed to fine (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 particles per cm3) and ultrafine (CMD = 0.03 mum; 2 x 10. exp. 5 particles per cm3) ammonium nitrate. The mean mass concentrations were 140 and 250 mug/m3, respectively. At exposure levels comparable to previous studies with ammonium bisulfate and ammonium ferrosulfate, pulmonary effects were observed in both healthy and asthmatic mice. The effects were mainly found after exposure to fine rather than to ultrafine nitrate. In view of the mass concentration of fine aerosols being even lower than that of the ultrafine aerosols, we conclude that not only are mass concentrations important for the development of adverse effects but also the specific size of the particles. Dosimetry models will be useful in confirming this conclusion. There were no signs of asthmatic mice being more sensitive to secondary aerosols than healthy mice&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record