Show simple item record

dc.contributor.authorde Wit MAS
dc.contributor.authorKoopmans MPG
dc.contributor.authorKortbeek LM
dc.contributor.authorvan Leeuwen WJ
dc.contributor.authorVinje J
dc.contributor.authorvan Duynhoven YTHP
dc.date.accessioned2014-01-17T13:15:10
dc.date.issued1999-01-22
dc.identifier216852003
dc.description.abstractIn 1996 is een onderzoek gestart naar gastro-enteritis in de huisartsenpraktijk in samenwerking met het Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Dit onderzoek heeft tot doel de incidentie van gastro-enteritis in de huisartsenpraktijk te schatten, de effecten van preventieve maateregelen in de veterinaire sector m.b.t. het terugdringen van Salmonella- en Campylobacter-infecties te bepalen, de relatieve bijdrage van een breed panel van micro-organismen in het veroorzaken van gastro-enteritis te bepalen en risicofactoren op te sporen. Het onderzoek bestaat uit een enumeratie-studie en een patient-controleonderzoek. De incidentie van mei 1996 tot mei 1998 werd geschat op 77 huisartsconsulten voor gastro-enteritis per 10.000 persoonjaren. Dit lijkt een lichte daling ten opzichte van de incidentie gevonden in vergelijkbaar onderzoek in 1992-1993 van 90 per 10.000 persoonjaren. De belangrijkste micro-organismen bij gastro-enteritis-patienten waren Campylobacter spp, Salmonella spp, rotavirus, Small Round Structured Viruses (SRSV), Giardia lamblia en Dientamoeba fragilis. Deze laatste twee werden echter ook veel bij controles aangetroffen. De belangrijkste risicofactoren voor gastro-enteritis waren reizen naar Azie (OR=25,8 95%-b.i. 3,0-220,9) en andere ontwikkelingslanden (OR=8,7 95%-b.i. 1,1-70,4) en het hebben van een chronische maagdarmaandoening (OR=6,5 95%-b.i. 3,6-11,4). Voor bacteriele, virale en parasitaire gastro-enteritis werden verschillen in risicofactoren gevonden. De gegevensverzameling van het onderzoek zal in 1999 worden afgerond.<br>
dc.description.abstractIn 1996, a study was started on gastroenteritis in collaboration with the Netherlands Institute of Primary Health Care (NIVEL) among gastroentritis patients in care of a general practitioner. This study was aimed at estimating the incidence of gastroenteritis in general practices, evaluating the effects on humans of preventive measures in the veterinary sector to reduce Salmonella and Campylobacter infections, estimating the relative importance of a broad spectrum of micro-organisms causing gastroenteritis and identifying risk factors. The study of gastroenteritis per 10,000 person years consists of an enumeration study and a case control. The incidence from May 1996-May 1998 was estimated at 77 GP consultations. This is slightly lower than the incidence in a comparable study of 90 per 10,000 person years. The most important micro-organisms from 1992-1993 were Campylobacter spp , Salmonella spp, rotavirus, Small Round Structured Viruses (SRSV), Giardia lamblia and Dientamoeba fragilis. However, the latter two were found frequently in controls as well. The most important risk factors for contracting gastroenteritis were travel to Asia (OR=25.8 95% c.i. 3.0-220.9) and other developing countries (OR=8.7 95% c.i.1.1-70.4), and chronic gastrointestinal disorders (OR=6.5 95% c.i. 3.6-11.4). Differences in risk factors were found for bacterial, viral and parasitic gastroenteritis. The data collection will be completed in 1999.<br>
dc.description.sponsorshipInspectie W&amp;V
dc.description.sponsorshipIGZ
dc.description.sponsorshipGZB
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent70 p
dc.format.extent2802 kb
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 216852003
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/216852003.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/216852003.pdf
dc.subject02nl
dc.subjectgastroenteritisnl
dc.subjectgeneral practitionernl
dc.subjectsalmonellanl
dc.subjectcampylobacternl
dc.subjectshigellanl
dc.subjectyersinianl
dc.subjectrotavirusnl
dc.subjectadenovirusnl
dc.subjectastrovirusnl
dc.subjectsrsvnl
dc.subjectgiardia lamblianl
dc.subjectentamoeba histolyticanl
dc.subjectcryptosporidiumnl
dc.subjectcyclosporanl
dc.subjectdientamoeba fragilisnl
dc.subjectblastocystis hominisnl
dc.titleInterim report of a study on gastroenteritis in sentinel practices in the Netherlands (NIVEL) 1996-1999. Results of the first two yearsen
dc.title.alternativeInterim-rapportage van onderzoek naar gastro-enteritis in huisartsenpeilstations (NIVEL) 1996-1999. Resultaten van de eerste twee jaarnl
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentCIE
dc.date.updated2014-01-17T12:17:49Z
html.description.abstractIn 1996 is een onderzoek gestart naar gastro-enteritis in de huisartsenpraktijk in samenwerking met het Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Dit onderzoek heeft tot doel de incidentie van gastro-enteritis in de huisartsenpraktijk te schatten, de effecten van preventieve maateregelen in de veterinaire sector m.b.t. het terugdringen van Salmonella- en Campylobacter-infecties te bepalen, de relatieve bijdrage van een breed panel van micro-organismen in het veroorzaken van gastro-enteritis te bepalen en risicofactoren op te sporen. Het onderzoek bestaat uit een enumeratie-studie en een patient-controleonderzoek. De incidentie van mei 1996 tot mei 1998 werd geschat op 77 huisartsconsulten voor gastro-enteritis per 10.000 persoonjaren. Dit lijkt een lichte daling ten opzichte van de incidentie gevonden in vergelijkbaar onderzoek in 1992-1993 van 90 per 10.000 persoonjaren. De belangrijkste micro-organismen bij gastro-enteritis-patienten waren Campylobacter spp, Salmonella spp, rotavirus, Small Round Structured Viruses (SRSV), Giardia lamblia en Dientamoeba fragilis. Deze laatste twee werden echter ook veel bij controles aangetroffen. De belangrijkste risicofactoren voor gastro-enteritis waren reizen naar Azie (OR=25,8 95%-b.i. 3,0-220,9) en andere ontwikkelingslanden (OR=8,7 95%-b.i. 1,1-70,4) en het hebben van een chronische maagdarmaandoening (OR=6,5 95%-b.i. 3,6-11,4). Voor bacteriele, virale en parasitaire gastro-enteritis werden verschillen in risicofactoren gevonden. De gegevensverzameling van het onderzoek zal in 1999 worden afgerond.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn 1996, a study was started on gastroenteritis in collaboration with the Netherlands Institute of Primary Health Care (NIVEL) among gastroentritis patients in care of a general practitioner. This study was aimed at estimating the incidence of gastroenteritis in general practices, evaluating the effects on humans of preventive measures in the veterinary sector to reduce Salmonella and Campylobacter infections, estimating the relative importance of a broad spectrum of micro-organisms causing gastroenteritis and identifying risk factors. The study of gastroenteritis per 10,000 person years consists of an enumeration study and a case control. The incidence from May 1996-May 1998 was estimated at 77 GP consultations. This is slightly lower than the incidence in a comparable study of 90 per 10,000 person years. The most important micro-organisms from 1992-1993 were Campylobacter spp , Salmonella spp, rotavirus, Small Round Structured Viruses (SRSV), Giardia lamblia and Dientamoeba fragilis. However, the latter two were found frequently in controls as well. The most important risk factors for contracting gastroenteritis were travel to Asia (OR=25.8 95% c.i. 3.0-220.9) and other developing countries (OR=8.7 95% c.i.1.1-70.4), and chronic gastrointestinal disorders (OR=6.5 95% c.i. 3.6-11.4). Differences in risk factors were found for bacterial, viral and parasitic gastroenteritis. The data collection will be completed in 1999.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record