Show simple item record

dc.contributor.authorSchets FM
dc.contributor.authorLeenen EJTM
dc.date.accessioned2012-12-12T18:57:46Z
dc.date.available2012-12-12T18:57:46Z
dc.date.issued1998-10-15
dc.identifier289202022
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/259714
dc.description.abstractIn vivo en in vitro modellen voor kweek van Cryptosporidium geven informatie over de infectiviteit van oocysten in ruw water en drinkwater en kunnen de identificatie van middelen met een anticryptosporidiele werking vereenvoudigen. In vivo modellen zijn echter duur, onpractisch en niet in elk laboratorium uit te voeren. In vitro modelen zijn daarentegen eenvoudiger. Deze literatuurstudie geeft een overzicht van onderzoek gedaan aan de in vitro kweek van Cryptosporidium van 1984 tot en met 1998. Sinds de eerste beschrijving van in vitro kweek van Cryptosporidium in 1984, is in vele publicaties de ontwikkeling van Cryptosporidium op meer dan 20 cellijnen beschreven. In sommige cellijnen komen alleen asexuele stadia tot ontwikkeling, terwijl zich in andere zowel sexuele als asexuele stadia ontwikkelen. Vergelijking van verschillende cellijnen met betrekking tot hun vermogen om de groei van Cryptosporidium mogelijk te maken, laat zien dat de verschillen tussen de cellijnen minimaal zijn en dat verschillen in de mate van infectie worden veroorzaakt door variatie in kweekcondities. Een grote groep in vitro modellen is ontwikkeld en geoptimaliseerd om het anticryptosporidiele effect van farmacologische en immunologische stoffen te bestuderen. Andere assays zijn ontwikkeld voor en gebruikt in studies naar het infectiemechanisme van Cryptosporidium. Sinds kort wordt de celkweek technologie gebruikt voor de ontwikkeling van detectiemethoden waarmee de infectiviteit van oocysten uit milieumonsters kan worden vastgesteld. Combinatie van celkweek en PCR technieken kan zelfs resulteren in specifieke detectie van C. parvum, de enige Cryptosporidium soort die als humane pathogeen wordt beschouwd.<br>
dc.description.abstractIn vivo and in vitro models for growth of Cryptosporidium provide information on the infectivity of oocysts in source and finished water and can facilitate the identification of anticryptosporidial drugs. In vitro models, simpler than in vivo models, are suited for broad application. This literature study surveys of research performed on in vitro cultivation of Cryptosporidium from 1984 through 1998. Complete in vitro development of Cryptosporidium was first reported in 1984 according to many papers, this development has since taken place on over 20 different cell lines. Some cell lines supported only the development of asexual stages, whereas others supported both sexual and asexual development. Comparison of different cell lines for their ability to support the in vitro growth of Cryptosporidium showed differences between cell lines to be minimal, with the infection rate obtained largely depended on the culture conditions applied. Most in vitro assays were developed and optimized for studying the anticryptosporidial effect of pharmacological and immunological agents, some were developed and used for studying the infection mechanism. Recently, cell culture technology has been used to develop a detection method enabling assessment of the infectivity of oocysts from environmental samples. Furthermore, cell culture technology combined with PCR techniques may result in specific detection of C. parvum, which is the only Cryptosporidium species that is recognized as a human pathogen.<br>
dc.description.sponsorshipDGM/DWL
dc.format.extent22 p
dc.language.isoen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM rapport 289202022
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/289202022.html
dc.subject01nl
dc.subjectcryptosporidiumnl
dc.subjectcell culturenl
dc.titleIn vitro cultivation of Cryptosporidium parvum. A literature surveyen
dc.title.alternativeIn vitro kweek van Cryptosporidium parvum. Een literatuur overzichtnl
dc.typeReport
dc.contributor.departmentMGB
dc.date.updated2012-12-12T18:57:46Z
html.description.abstractIn vivo en in vitro modellen voor kweek van Cryptosporidium geven informatie over de infectiviteit van oocysten in ruw water en drinkwater en kunnen de identificatie van middelen met een anticryptosporidiele werking vereenvoudigen. In vivo modellen zijn echter duur, onpractisch en niet in elk laboratorium uit te voeren. In vitro modelen zijn daarentegen eenvoudiger. Deze literatuurstudie geeft een overzicht van onderzoek gedaan aan de in vitro kweek van Cryptosporidium van 1984 tot en met 1998. Sinds de eerste beschrijving van in vitro kweek van Cryptosporidium in 1984, is in vele publicaties de ontwikkeling van Cryptosporidium op meer dan 20 cellijnen beschreven. In sommige cellijnen komen alleen asexuele stadia tot ontwikkeling, terwijl zich in andere zowel sexuele als asexuele stadia ontwikkelen. Vergelijking van verschillende cellijnen met betrekking tot hun vermogen om de groei van Cryptosporidium mogelijk te maken, laat zien dat de verschillen tussen de cellijnen minimaal zijn en dat verschillen in de mate van infectie worden veroorzaakt door variatie in kweekcondities. Een grote groep in vitro modellen is ontwikkeld en geoptimaliseerd om het anticryptosporidiele effect van farmacologische en immunologische stoffen te bestuderen. Andere assays zijn ontwikkeld voor en gebruikt in studies naar het infectiemechanisme van Cryptosporidium. Sinds kort wordt de celkweek technologie gebruikt voor de ontwikkeling van detectiemethoden waarmee de infectiviteit van oocysten uit milieumonsters kan worden vastgesteld. Combinatie van celkweek en PCR technieken kan zelfs resulteren in specifieke detectie van C. parvum, de enige Cryptosporidium soort die als humane pathogeen wordt beschouwd.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn vivo and in vitro models for growth of Cryptosporidium provide information on the infectivity of oocysts in source and finished water and can facilitate the identification of anticryptosporidial drugs. In vitro models, simpler than in vivo models, are suited for broad application. This literature study surveys of research performed on in vitro cultivation of Cryptosporidium from 1984 through 1998. Complete in vitro development of Cryptosporidium was first reported in 1984 according to many papers, this development has since taken place on over 20 different cell lines. Some cell lines supported only the development of asexual stages, whereas others supported both sexual and asexual development. Comparison of different cell lines for their ability to support the in vitro growth of Cryptosporidium showed differences between cell lines to be minimal, with the infection rate obtained largely depended on the culture conditions applied. Most in vitro assays were developed and optimized for studying the anticryptosporidial effect of pharmacological and immunological agents, some were developed and used for studying the infection mechanism. Recently, cell culture technology has been used to develop a detection method enabling assessment of the infectivity of oocysts from environmental samples. Furthermore, cell culture technology combined with PCR techniques may result in specific detection of C. parvum, which is the only Cryptosporidium species that is recognized as a human pathogen.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record