Show simple item record

dc.contributor.authorLijzen JPA
dc.contributor.authorSwartjes FA
dc.contributor.authorOtte P
dc.contributor.authorWillems WJ
dc.date.accessioned2017-02-20T07:27:37
dc.date.issued2003-10-24
dc.identifier711701016
dc.description.abstractHet Kabinet heeft in 1997 besloten tot een herziening van de aanpak van de bodemsanering in Nederland. Een van de elementen is de keuze voor een functiegerichte saneringsdoelstelling afgestemd op het (beoogde) gebruik van de bodem. Aan het RIVM is gevraagd om, mede op basis van beleidsmatige keuzes, saneringsdoelstellingen voor immobiele verontreinigingen uit te werken in de vorm van BodemGebruiksWaarden (BGW's). Doel hiervan is ontoelaatbare risico's voor mens en ecosystemen te voorkomen en onbelemmerd functioneren te waarborgen bij het (beoogde) gebruik van de bodem. Aangezien de blootstelling van mens en ecosystemen, afhankelijk van het gebruik van de bodem, voornamelijk bepaald wordt door de kwaliteit van de bovenste laag van de bodem (contactzone), zijn de BGW's specifiek op deze laag van toepassing. Deze rapportage beschrijft de methodiek en uitwerking van de BGW's. Vier clusters van bodemgebruiksvormen zijn onderscheiden: I. Wonen en intensief gebruikt (openbaar) groen; II. Extensief gebruikt (openbaar) groen; III. Bebouwing en verharding; IV. Landbouw en natuur. Daarbij is uitgegaan van normaal bodemgebruik. Voor de clusters I t/m III zijn achtereenvolgens: bodemgebruikseisen gesteld; bijbehorende bodemkwaliteitseisen bepaald; en BodemGebruiksWaarden (BGW's) afgeleid. De gehanteerde bodemkwaliteitseisen zijn gebaseerd op: humane risico's, risico's voor ecosystemen en andere risico's of kwaliteitskenmerken (waaronder de LAC-signaalwaarden). Voor situaties die niet binnen de clustering van bodemgebruik passen en voor bijzonder bodemgebruik kan een locatiespecifieke benadering worden gevolgd (maatwerk). Voor de clusters I en II zijn BGW's afgeleid voor zware metalen, arseen, PAK, DDTs en drins. Voor cluster III zijn geen BGW's afgeleid, omdat hieraan beleidsmatig geen gebruikseisen zijn gesteld. De BGW's liggen tussen de streef- en interventiewaarden. Voor bodemgebruik in cluster IV zijn beleidsmatig (voorlopig) de LAC-signaalwaarden van toepassing verklaard voor agrarische functies.<br>
dc.description.abstractIn 1997 the Dutch Government decided to change the approach of the Soil Clean-up policy concerning soil contamination prior to 1987. One of the decisions was to change the multifunctional approach for soil clean-up objectives to objectives dependent on the current or future use of the soil, distinguishing between mobile and immobile soil contamination. The RIVM was asked to develop soil clean-up objectives for immobile soil contamination, with the goal of creating a situation in which the human and environmental risks are of an acceptable level. In the ensuing investigation, four classes of soil use were distinguished: I. residential and recreational green areas; II. non-recreational green areas; III. built-up and paved areas; IV. agricultural and nature areas. For each class of soil use requirements were formulated and soil quality criteria selected to meet the requirements as adequately as possible. Soil-use specific clean-up objectives (abbreviated in Dutch as BGW) were derived by choosing the lowest value of these quality criteria. These objectives are based on the human-toxicological quality criteria, general ecotoxicological quality criteria (for organisms, soil processes and plants) and quality criteria for other specific requirements (for agricultural functions). For the classes I and II, BGWs have been derived for seven heavy metals, arsenic, poly-aromatic hydrocarbons (PAH), DDTs and drins. No BGWs have been derived for class III because in accordance with policy no requirements have been formulated for this type of soil use. For the agricultural functions within class IV, quality criteria already applied in agricultural practice can be used. Revision of these quality criteria will lead to BGWs for agricultural and nature areas in the near future. For nature areas a location-specific risk assessment will be required, along with a tailored approach to soil remediation.<br>
dc.description.sponsorshipDGM-Bodem
dc.formatapplication/pdf
dc.format.extent41 p
dc.format.extent3106 kb
dc.language.isonl
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 711701016
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711701016.html
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711701016.pdf
dc.subject05nl
dc.subjectbodemverontreinigingnl
dc.subjectbodemsaneringnl
dc.subjectgrondgebruiknl
dc.subjectrisico&apos;snl
dc.subjectblootstellingnl
dc.subjectclassificatienl
dc.subjectimmobielnl
dc.subjectfunctiegerichtnl
dc.subjectsaneringsdoelstellingnl
dc.subjectgebruikseisennl
dc.subjectbgwnl
dc.subjectsoil pollutionen
dc.subjectsoil remediationen
dc.subjectland useen
dc.subjectrisksen
dc.subjectexposureen
dc.subjectclassificationen
dc.titleBodemGebruiksWaarden; Methodiek en uitwerkingnl
dc.title.alternativeSoil-use specific remediation objectivesen
dc.typeOnderzoeksrapport
dc.contributor.departmentLBG
dc.date.updated2017-02-20T06:27:38Z
html.description.abstractHet Kabinet heeft in 1997 besloten tot een herziening van de aanpak van de bodemsanering in Nederland. Een van de elementen is de keuze voor een functiegerichte saneringsdoelstelling afgestemd op het (beoogde) gebruik van de bodem. Aan het RIVM is gevraagd om, mede op basis van beleidsmatige keuzes, saneringsdoelstellingen voor immobiele verontreinigingen uit te werken in de vorm van BodemGebruiksWaarden (BGW&apos;s). Doel hiervan is ontoelaatbare risico&apos;s voor mens en ecosystemen te voorkomen en onbelemmerd functioneren te waarborgen bij het (beoogde) gebruik van de bodem. Aangezien de blootstelling van mens en ecosystemen, afhankelijk van het gebruik van de bodem, voornamelijk bepaald wordt door de kwaliteit van de bovenste laag van de bodem (contactzone), zijn de BGW&apos;s specifiek op deze laag van toepassing. Deze rapportage beschrijft de methodiek en uitwerking van de BGW&apos;s. Vier clusters van bodemgebruiksvormen zijn onderscheiden: I. Wonen en intensief gebruikt (openbaar) groen; II. Extensief gebruikt (openbaar) groen; III. Bebouwing en verharding; IV. Landbouw en natuur. Daarbij is uitgegaan van normaal bodemgebruik. Voor de clusters I t/m III zijn achtereenvolgens: bodemgebruikseisen gesteld; bijbehorende bodemkwaliteitseisen bepaald; en BodemGebruiksWaarden (BGW&apos;s) afgeleid. De gehanteerde bodemkwaliteitseisen zijn gebaseerd op: humane risico&apos;s, risico&apos;s voor ecosystemen en andere risico&apos;s of kwaliteitskenmerken (waaronder de LAC-signaalwaarden). Voor situaties die niet binnen de clustering van bodemgebruik passen en voor bijzonder bodemgebruik kan een locatiespecifieke benadering worden gevolgd (maatwerk). Voor de clusters I en II zijn BGW&apos;s afgeleid voor zware metalen, arseen, PAK, DDTs en drins. Voor cluster III zijn geen BGW&apos;s afgeleid, omdat hieraan beleidsmatig geen gebruikseisen zijn gesteld. De BGW&apos;s liggen tussen de streef- en interventiewaarden. Voor bodemgebruik in cluster IV zijn beleidsmatig (voorlopig) de LAC-signaalwaarden van toepassing verklaard voor agrarische functies.&lt;br&gt;
html.description.abstractIn 1997 the Dutch Government decided to change the approach of the Soil Clean-up policy concerning soil contamination prior to 1987. One of the decisions was to change the multifunctional approach for soil clean-up objectives to objectives dependent on the current or future use of the soil, distinguishing between mobile and immobile soil contamination. The RIVM was asked to develop soil clean-up objectives for immobile soil contamination, with the goal of creating a situation in which the human and environmental risks are of an acceptable level. In the ensuing investigation, four classes of soil use were distinguished: I. residential and recreational green areas; II. non-recreational green areas; III. built-up and paved areas; IV. agricultural and nature areas. For each class of soil use requirements were formulated and soil quality criteria selected to meet the requirements as adequately as possible. Soil-use specific clean-up objectives (abbreviated in Dutch as BGW) were derived by choosing the lowest value of these quality criteria. These objectives are based on the human-toxicological quality criteria, general ecotoxicological quality criteria (for organisms, soil processes and plants) and quality criteria for other specific requirements (for agricultural functions). For the classes I and II, BGWs have been derived for seven heavy metals, arsenic, poly-aromatic hydrocarbons (PAH), DDTs and drins. No BGWs have been derived for class III because in accordance with policy no requirements have been formulated for this type of soil use. For the agricultural functions within class IV, quality criteria already applied in agricultural practice can be used. Revision of these quality criteria will lead to BGWs for agricultural and nature areas in the near future. For nature areas a location-specific risk assessment will be required, along with a tailored approach to soil remediation.&lt;br&gt;


This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record